Site-archief

Dichter op verzoek

Deel 1

.

Na meer dan een jaar de Dichter van de maand in het zonnetje te hebben gezet op de zondag, wil ik vanaf nu een nieuwe categorie beginnen op diezelfde zondag: Dichter op verzoek. Door te reageren op dit blog (of via één van de andere kanalen zoals Facebook, Instagram of Twitter) kun je me laten weten aan welke dichter of aan welk gedicht ik aandacht zou moeten besteden.

Vandaag de eerste keer en op verzoek van Janneke Langerak het gedicht ‘Het lied der dwaze bijen’ van de Haagse dichter Martinus Nijhof (1894 – 1953). Nijhof debuteerde in 1916, met de bundel ‘De wandelaar’. In 1924 publiceerde hij ‘Vormen’. In romantische verzen uitte hij zijn gevoelens van angst, eenzaamheid en het verlangen naar ongerept kind te zijn. Hij deed dat  in toegankelijk Nederlands. Nijhoff publiceerde ook in het tijdschrift Het Getij (1916 – 1924) dat zich als tegenhanger van de stroming van de Tachtigers profileerde.

In de verhalende gedichten ‘Awater’ (uit ‘Nieuwe Gedichten’, 1934) en ‘Het uur U’ (1936/1937) weet hij op bijzondere wijze het mysterie achter alledaagse dingen en gebeurtenissen te beschrijven, in een stijl die steeds meer neigt naar spreektaal.

Uit de bundel ‘Nieuwe gedichten’ uit 1934 het gedicht.

.

Het lied der dwaze bijen

.

Een geur van hooger honing
verbitterde de bloemen,
een geur van hooger honing
verdreef ons uit de woning.

Die geur en een zacht zoemen
in het azuur bevrozen,
die geur en een zacht zoemen,
een steeds herhaald niet-noemen,

ried ons, ach roekeloozen,
de tuinen op te geven,
riep ons, ach roekeloozen
naar raadselige rozen.

Ver van ons volk en leven
zijn wij naar avonturen
ver van ons volk en leven Janneke Langhet
jubelend voortgedreven.

Niemand kan van nature
zijn hartstocht onderbreken,
niemand kan van nature
in lijve den dood verduren.

Steeds heviger bezweken,
steeds helderder doorschenen,
steeds heviger bezweken
naar het ontwijkend teeken,

stegen wij en verdwenen,
ontvoerd, ontlijfd, ontzworven,
stegen wij en verdwenen
als glinsteringen henen. —

Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
wij dwarrelen naar beneden.
Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
het sneeuwt tusschen de korven.

.

Voor een zeer leesbare en uitgebreide beschrijving van dit gedicht verwijs ik je graag naar de site van dbnl.org http://www.dbnl.org/tekst/_rev002198301_01/_rev002198301_01_0085.php

Advertenties

Rieste / Reest

Ria Westerhuis

.

Ria Westerhuis ken ik sinds wij samen (zij met haar Minnezinne collega Delia Bremer) voordroegen op een druilerige donderdagavond bij Reuring in Alkmaar. Daarna traden zij op bij Ongehoord!, was zij één van de Poëziebusdichters en kwamen we elkaar weer tegen bij Dichter(s) aan de bar in Hoogeveen.

Toen we pas spraken over gedichten in de openbare ruimte schreef ze me dat een (deel van een ) gedicht van haar op een bankje was aangebracht dat ligt aan het Pleintje met de veel zeggende naam ‘het Hemels uitzicht’ dat gelegen is tussen de Pastorie en de Kerk van IJhorst.

Het gedicht heet de Reest (of in het plaatselijk dialect de Riest). De Reest/Riest is de natuurlijke grens (voor een deel in ieder geval) tussen Drenthe en Overijssel. Ria woont aan de Drenthse kant maar is geboren aan de Overijsselse kant, 6 kilometer verderop.

De foto’s zijn genomen vanaf de kant van Overijssel.

.

de Riest

Zie hoe zij meandert

tussen grössprieten

en vergeet-me-nieten

stromend

van oost naor west

 

zich in bochten wringend

as een wellustige vrouwe

heur lief delend

met twei wallegies

die ze beide wil

aaien, wil smokken

met heur zute mond

 

hoe ooievaars

drinkt, kikkers eet

uut heur smalle schoot

de maone laangs heur

flaanken scheert

op zuuk naor zunnevocht

en ik mien voeten wasse

bij’t helder sterrenlocht

.

de Reest

Zie hoe zij meandert

tussen grassprieten

en vergeet-me-nieten

stromend van oost

naar west

 

zich in bochten wringend

als een wellustige vrouw

haar lijf delend

met twee walletjes

die ze beide wil strelen

wil kussen

met haar zoete mond

 

hoe ooievaars drinken,

kikkers eten

uit haar smalle schoot

’s avonds slapen gaan

met één oog dicht

en ik mijn voeten was

bij ’t helder sterrenlicht

.

 

HEMELVAARTSDAG BEVRIJDINGSDAG DONDERDAG 05.05.2016 ZON EN WARM HOPPA (2)

HEMELVAARTSDAG BEVRIJDINGSDAG DONDERDAG 05.05.2016 ZON EN WARM HOPPA (3)

HEMELVAARTSDAG BEVRIJDINGSDAG DONDERDAG 05.05.2016 ZON EN WARM HOPPA (4)

 

%d bloggers liken dit: