Site-archief

De poëzie van Dali

Metamorphosis of Narcissus

.

De Spaanse schilder Salvador Dali (1904 – 1989) kent natuurlijk iedereen: met werken als La persistència de la memòria, De hallucinogene toreador, De brandende giraf, Soft Construction with Boiled Beans (Premonition of Civil War) en natuurlijk The Persistence of Memory (met de smeltende klokken). Daarnaast maakte Dali vele beelden en andere objecten waaronder de Mae West Sofa (waar ik een gedicht over schreef dat je hier https://www.deoptimist.net/2012/09/vers-in-de-etalage-17/  kunt lezen).

Wat niet heek bekend is bij de meeste mensen is dat Salvador Dali ook schreef. Zo schreef hij maar liefst twee autobiografieën (The Secret Life of Salvador Dali en Diary of a Genius), een boek over proces en techniek van het schilderen (50 Secrets of Magic Craftsmanship) en een (vrij ondoorgrondelijke roman (Hidden Faces).

En hij schreef poëzie. Het beste voorbeeld daarvan is ‘Matamorphosis of Narcissus’ uit 1937. Deze bundel/ gedicht (wat het precies is is me nog niet helemaal duidelijk) is geschreven bij één van zijn beroemdste schilderijen met diezelfde titel. Dalí was altijd omringd door poëzie en dichters, aangezien zijn vrouw Gala eerder getrouwd was geweest met Paul Eluard, een gerespecteerd dichter in zijn tijd. En eerder waren Dalí en de iconische dichter Federico Garcia Lorca zeer goede vrienden en klasgenoten aan het San Fernando Institute of Fine Arts in Madrid; hun creatieve energie voedde zich met elkaar.

Op zoek naar de tekst heb ik onderstaande gevonden. Of dit het volledige werk is of slechts een fragment is me nog steeds niet helemaal duidelijk, als iemand me daar meer over kan vertellen graag.

.

 

 

 

 

DICHT.R.lijk

Wout Oppenheim

.

De Rotterdamse dichter Wout Oppenheim stuurde mij zijn bundel ‘Dichterlijk’ toe, of eigenlijk ‘DICHT.R.lijk.’ waarbij ik de R. dan maar voor Rotterdam lees. Want alles aan deze bundel is Rotterdams. Elk gedicht gaat over Wout’s geliefde stad aan de Maas. Titels van gedichten zijn ‘Zadkine’, ‘Laurenskerk’, ‘Oude raadhuis’, ‘Rotterdamse pleinen’ en ga zo maar door. Maar gek genoeg staat er ook (in het Rotterdamse gedeelte’ een gedicht in getiteld ‘Amsterdam’. De rechtgeaarde Rotterdammer begrijpt dat dit geen positief gedicht betreft.

In het tweede deel van de bundel getiteld ‘Maar er is meer…’ staan echter ook gedichten over Spanje, Suriname en Kaapverdië. Landen die Oppenheim bezocht voor werk, vakantie of de liefde. Toch kan ik natuurlijk dit blog alleen maar eindigen met een rasecht Rotterdams gedicht. De titel van het gedicht ‘De nieuwe hef’ een begrip in Rotterdam.

De Hef is de populaire benaming van de Koningshavenbrug, een sinds 1993 voor het treinverkeer buiten gebruik gestelde spoorweghefbrug over de Koningshaven in Rotterdam. De brug vormde deel van de spoorlijn Breda – Rotterdam.

.

De nieuwe hef

.

Niet ver van de oude

maar met een zelfde doel voor ogen

doet een staaltje bouwkundig lef

het aangezicht van de stad verhogen.

Een grote zwaan

gesmeed uit talloze miljoenen.

Haar brede wegdek

ontdoet wijken van hun kinderschoenen.

Dit bindend element

maakt de stad compleet.

Van het puin uit haar verleden

heeft men door de vernieuwde skyline

op den duur geen weet.

.

De verliefde

Paul Éluard

.

De Franse dichter Paul Éluard (1895-1952) was naast dichter tevens een van Frankrijks bekendste surrealisten. Éluard was een zeer sociaal bewogen mens. In de Spaanse burgeroorlog vocht hij als lid van de Franse communistische partij mee tegen dictator Franco, in de tweede wereldoorlog sloot hij zich aan bij het Franse verzet en na de oorlog was hij betrokken bij het verzet van de Griekse partizanen. Éluard (en zijn vrouw Gala die later Salvador Dali trouwde) waren goed bevriend met Max Ernst, de Duitse surrealistische schilder.

Toch is in zijn werk het surrealisme niet altijd heel prominent aanwezig. Zo is het gedicht ‘De verliefde’ of ‘L’amoureuse’ in een vertaling van Hans van Straten dat staat in de bundel ‘De moderne Franse poëzie, een anthologie’ uit 2001, meer een liefdesgedicht dan een surrealistisch gedicht, al heeft het hier en daar surrealistische verwijzingen.

.

De verliefde

.

Zij staat over mijn oogleden

en haar haren zijn in de mijne,

zij heeft de vorm van mijn handen,

zij heeft de kleur van mijn ogen,

zij verzinkt in mijn duister

als een steen op de hemel.

.

Zij heeft haar ogen altijd open

en laat mij niet slapen.

Haar dromen in het volle licht

slaan wolken uit de zonnen

laten mij lachen, huilen en lachen,

en praten zonder iets te hoeven zeggen.

.

Antilliaanse poëzie

Luis H. Daal

.

Ik schreef al eerder over de Antilliaanse en Surinaamse poëzie en dat ik eigenlijk maar weinig weet van de dichters en poëzie van deze twee landen. Nu ben ik in het bezit gekomen van een dubbelbundeltje, eerder een tijdschrift, dat twee voorkanten heeft en getiteld is ‘kennismaking met de antilliaanse poëzie / kennismaking met de surinaamse poëzie’.  Deze uitgave werd aan de hoogste klassen van de scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen aangeboden door de Nederlandse Stichting voor Culturele Samenwerking met Suriname en de Nederlandse Antillen (Sticusa) in het jubileumjaar 1973.

In deze bundel zijn gedichten opgenomen die zijn gekozen en ingeleid door dr. J. Ph. de Palm en mr. H. Pos. In de bundel namen die ik ken (Edgar Cairo, Michaël Slory, Albert Helman, Tip Marugg en Alette Beaujon) maar ook, voor mij, nieuwe namen als Elis Juliana, Thea Doelwijt en Bernardo Ashetu. En ook dichter Luis H. Daal.

Luis Daal was de schrijversnaam van Luis Henrique Plácido Daal (1919 – 1997), was een Curaçaos schrijver, dichter, essayist, columnist, vertaler en kinoloog. Hij was werkzaam op de Antillen en in Spanje. Van 1968 tot 1975 was hij werkzaam op het Bureau Toezicht Curaçaose bursalen. En vanaf 1975 tot zijn pensionering in 1984 was hij hoofd Culturele Zaken op het voormalige Antillenhuis in Den Haag. Hij was 10 jaar lid geweest van het bestuur van Sticusa (Amsterdam) en 6 jaar lid van de adviesraad voor Culturele Samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk.

Daal publiceerde in het Spaans en het Papiamentu, hij vertaalde veel poëzie naar het Papiamentu en hij werd voor zijn werk verschillende malen onderscheiden in Nederland, Spanje, België en Venezuela. In de bundel is het gedicht ‘Gebed voor alle dag’ opgenomen (in het Papiamentu ‘Orashón di tur dia’) in een vertaling van Jules de Palm.

.

Gebed voor alledag

.

Lieve vader in de hemel,

zorg dat ik het brood, dat ik eet,

nooit dat zal zijn, dat ontbreekt

op de tafel van een vriend,

noch is onttrokken aan de dorre mond

van het kind van een verachte moeder.

.

Maak dat mijn vreugde

nooit de wijn zal worden

die mij of mijn vrienden

zal benevelen;

.

Zie ook toe

dat in de nog reine ziel van uw zoon

zich nimmer zullen nestelen

het gif van de haat,

de azijn van de afgunst,

de aloë van de wrok.

.

Orashön di tur dia

.

Tata dushi, den bo shelu,

hasi pa e pan ku mi ta kome

nunka tá esún ku falta

riba mesa di un amigu

ni ranka foí boka seku

di un ju dio mama ultrahá.

.

Mira pa mi alegria

nunka jega ‘i tá en biña

ku lo tin di burachá

ni mi mes mi mi amígunan;

.

mira tambe pa den alma

te aínda limpi di bo ju,

nunka n’forma nan bibá

ni venenu di un odio,

ni binágr di envidia

ni sentebibu di renkor….

.


Poëzie op het Alhambra

Gedichten op bijzondere plekken

.

Een aantal jaar geleden was ik in Granada (Spanje) en bezocht daar het Alhambra. Op zichzelf een belevenis want het Alhambra is één van de mooiste voorbeelden van islamitische architectuur in Europa. Wat ik toen niet wist was dat de vele inscripties en kalligrafieën op en in het gebouw poëzie bevatten van de grote islamitische dichters uit die periode.

Eeuwenlang hebben onderzoekers de teksten die op de geometrische tegels en het fijn gesneden metselwerk van het Alhambra bestudeerd. Onder deze teksten zijn heel wat verzen van veel geprezen islamitische dichters als Ibn al-Khatib en Ibn Zamrak. De verzen zijn 500 jaar geleden aangebracht in opdracht van de veroveraars van de Nazrid-dynastie, die het koninkrijk van Al Andalus regeerden van 1238 tot 1492. En hoewel de katholieke vorsten Ferdinand en Isabella na 1492 alles wat met de islam te maken had meedogenloos verwijderde uit Spanje, waren ze in ieder geval nieuwsgierig naar de erfenis van hun overwonnen vijand, of onder de indruk van de unieke schoonheid van het Alhambra. Zo nieuwsgierig dat ze gespecialiseerde vertalers vroegen de inscripties te bestuderen.

Sommige poëzie beschrijft de plaats waar ze is aangebracht, zoals de Hal van de Twee Zusters, die een tuin voorstelt waarover Ibn Zamrak schreef:

 

Bovendien kennen we geen andere tuin

aangenamer in zijn frisheid, meer geurig in zijn omgeving,

of zoeter in het verzamelen van zijn vruchten …

 

Of op het plafond dat de hemel vertegenwoordigt:

 

De handen van de Plejaden zullen de nacht doorbrengen

Gods bescherming in hun voordeel oproepen en ze zullen ontwaken voor

het zachte geblazen van de bries. Hierin bevindt zich een koepel

die door zijn hoogte verloren gaat uit het zicht …

.

Tot het begin van deze eeuw werd slechts een fractie van de verzen en teksten ontcijferd en vertaald maar met moderne technologie, waaronder digitale camera’s en een 3D laser scanner, worden deze nu in kaart gebracht en kan men beginnen met de interpretatie van de verzen en teksten en ook waar op of in het gebouw deze zich bevinden. Tot nu toe is ongeveer 65% van de teksten en verzen in kaart gebracht (sinds 2002). Een van de redenen is volgens onderzoeksleider Juan Castilla dat de makers van de inscripties een ingewikkeld cursief schrift gebruikten dat moeilijk te lezen is. Kalligrafie, zo sierlijk mogelijk schrijven, was een belangrijke kunstvorm in een cultuur waarin het verboden was mensen af te beelden.

.

Childe Harold

De omzwervingen van Jonker Harold

.

Afgelopen week bekeek ik de film ‘The trip to Italy’ een vervolg op de geweldige road movie ‘The trip’ met Steve Coogan en Rob Brydon. In het begin van deze film, waarin ze in de voetstappen treden van de grote Engelse dichters Byron en Shelley, komt in een gesprek het gedicht ‘Childe Harold’s Pilgrimage’ ter sprake. Ik kende het gedicht niet en ben dus eens op onderzoek uit gegaan.

In 1812 verschijnt van de hand van George Gordon, Lord Byron (1788 – 1824) een lang verhalend gedicht getiteld ‘Childe Harolds Pilgrimage’. Het gedicht is geschreven in de versvorm die door Edmund Spenser werd geïntroduceerd in diens gedicht ‘The Faerie Queene’. Deze naar hem genoemde versvorm (Spenserian stanza) werd na zijn dood niet meer gebruikt, tot hij in de 19e eeuw werd herontdekt door onder meer Lord Byron, Keats, Shelley en Scott. In deze versvorm bestaat elk couplet uit negen regels, de eerste acht daarvan zijn jambische pentameters, de laatste regel is een alexandrijn. Het rijmschema is “ababbcbcc.”.

‘Childe Harold’s is een melancholieke en romantische jongeman, die na een losbandig leven afleiding zoekt in buitenlandse reizen. Hij beschrijft die reizen door het Middellandse Zeegebied, bezoekt romantische plekken en diverse ruïnes en verbindt hieraan overpeinzingen over het verleden. In totaal beschrijft Lord Byron in vier canto’s de reis van de hoofdpersoon door landen als Portugal, Spanje, Albanië, Griekenland maar ook België (de slag bij Waterloo), Duitsland, het Alpengebied en tot slot Italië (een reis van Venetië naar Rome).

In 2009 werd ‘Childe Harold’s Pilgrimage’ vertaald door Ike Cialona en zij gaf dit verhalende gedicht de titel ‘De omzwervingen van Jonker Harold’ mee. Uit deze editie een strofe waarin de hoofdpersoon het slagveld bij waterloo bezoekt.

.

’t Ardenner woud wuift met zijn loof, bedauwd
Door tranen die Natuur hier heeft gestort.
Het rouwt – als iets dat onbezield is rouwt –
Om elke krijger, ach! die binnenkort
Vertrapt zal zijn zoals het gras nu wordt
Geplet door hem, die niet meer op zal staan.
Het gras herleeft en zal deze cohort,
Die vurig hoopt de vijand te verslaan,
Bedekken wanneer zij tot stof zal zijn vergaan.

.

Ingrid Jonker

Rook en oker

.

Op dit moment lees ik (tussen alle dichtbundels die ik tegenwoordig krijg toegestuurd om te recenseren, waarvoor dank, erg leuk om te doen) de briefwisseling ‘Vlam in de sneeuw’ van Ingrid Jonker (1933 – 1965) en André Brink (1935 – 2015). Een geheime liefdesbrievenwisseling want indertijd was André Brink getrouwd en niet met Ingrid Jonker met wie hij een affaire had. Omdat de twee op nogal een grote afstand van elkaar af woonden en omdat we het hier over een andere tijd hebben in het oerconservatieve Zuid Afrika, waren ze vooral aangewezen op brieven om contact met elkaar te hebben.

Door dit boek werd ik ook weer nieuwsgierig naar het werk van Ingrid Jonker, de dichter. In 1963 verscheen van haar hand de dichtbundel ‘Rook en oker’ waarmee ze de Afrikaanse Literatuurprijs van de Pers-Boekhandel (Afrikaanse pers-boekverkopers) won. De prijs bestond uit een bedrag van £ 1000 , plus een beurs van de Anglo American Corporation. Het geld hielp haar om haar droom (een reis naar Europa) te realiseren, waar ze naar Engeland, Nederland, Frankrijk, Spanje en Portugal ging. Ze vroeg Jack Cope om haar te vergezellen, maar hij weigerde. Jonker vroeg vervolgens André Brink om met haar mee te gaan. Hij accepteerde en ze gingen samen naar Parijs en Barcelona. Tijdens de reis besloot Brink om zijn vrouw voor Jonker te verlaten en ging terug naar Zuid-Afrika. Jonker kortte daarop haar toer in en keerde terug naar Kaapstad.

Uit de bundel ‘Rook en oker’ heb ik een paar gedichten gekozen.

.

Ek weet

.

Ek weet tog

jou mond is ’n nessie

vol voëltjies

.

As jy lag

.

Jou lag is ’n oopgebreekte granaat

Lag weer

dat ek kan hoor hoe lag die granate

.

Jou lyf

.

Jou lyf is

swaar van bloed

en jou rug

’n singende kitaar

.

Elke man het ’n kop

.

Elke man het ’n kop

’n lyf

en twee bene

hulle probeer jou namaak

.

Santiago de Compostella

Gedichten langs de route

.

Edwin, een goede vriend van me, heeft zich voorgenomen om van zijn woonplaats in Nederland naar Santiago de Compostella te gaan fietsen. Op zichzelf snap ik dat wel, lopen is letterlijk een mijl op zeven en fietsend gaat het allemaal toch net even sneller. Van zijn reis maakt hij op http://www.edwin.nl een verslag. Ik lees zijn vorderingen om de paar dagen maar wat vooral leuk is voor mij (en in dit geval voor jullie lezers dus ook) is dat hij foto’s maakt van gedichten of poëzie die hij op zijn toch tegenkomt.

De eerste foto’s heb ik al van hem mogen ontvangen. De eerste foto is één van een zogenaamde dichtsteen die onderdeel uitmaakt van een verzameling van gedichten die Victor Willemse fotografeerde voor Kunst in Breda https://kunstinbreda.wordpress.com/diverse/gedichten/. Ook het gedicht op het raam maakt deel uit van deze serie. Het derde gedicht, of quote eigenlijk komt uit Antwerpen en behoort toe aan Frederik van Eeden als we de naam onder de regel mogen geloven. Wat vreemd is want als je de regel opzoekt blijkt deze uit Max Havelaar van Multatuli te komen. Het verschil zit hem in het woord ‘misschien’ dat Multatuli ervoor plaatste “Misschien is niet geheel waar, en zelfs dat niet”. Hoe dan ook, een regel met poëtische kracht.

.

Laat mij maar de zuivere leegte

het levende water

het lied van de zon

laat mij maar de boom boven mij

of er nooit iets gebeurt

Liefste Dreefse Hoogstratenaar

.

kan je goed zien waar je bent

hoe eigenlijk het hele land aan je voeten ligt

dat je het neusje van en de kers bent

zie je hoe alle wegen hier naar jou leiden

als eindpunt aan een horizon huizen en velden

een eigenaardig kleine noordpool – onbesneeuwd niet onbemind

.

Daan Jansen, stadsdichter

Niets is geheel waar, en zelfs dat niet

.

Frederik van Eeden

Liefdesbed

Jean Cocteau en Federico Garcia Lorca

.

In de reeks Erotiek op zondag, vandaag een dubbelgedicht van twee grootheden uit de poëzie geschiedenis, de Franse schrijver en dichter Jean Cocteau (1889 – 1963) en de Spaanse dichter en tonneelschrijver Federico Garcia Lorca (1898 – 1936). Waarom heb ik twee gedichten van deze twee, toch verschillende, dichters bijeengebracht? Om het thema van deze twee gedichten: het liefdesbed. Twee korte gedichten vol erotiek maar in een taal vol spanning en symboliek geschreven.

.

Jean Cocteau

.

Liefdesbed, houdt halt; laat ons de schaduw benutten

En op adem komen; verbreken wij het zwijgen;

Kijk onze voeten daar, paarden die staan te dutten,

Die nu en dan hun halzen naar elkaar toe neigen.

.

Federico Garcia Lorca

.

O bed in het hotel! O bed zo zoet!

Van witte vlekken en van dauw het laken.

O het geluid dat onze lijven maken!

O grot van schemer, vlam, katoenen goed!

.

O dubbellier, door liefde als een tak

in vuur en kille nardus van je dijen!

O schommelboot , o klare stroom, bij tijden

een nachtegaal gelijk, bij tijden tak!

.

poëziemarathons

Groningen en Toronto

.

In mijn zoektocht naar bijzondere poëzieprojecten stuitte ik op het fenomeen van de poëziemarathon. Volgens Wikipedia is de Poëziemarathon is een initiatief van de stichting Poëziemarathon waarbij op de Landelijke Gedichtendag in de stad Groningen op allerlei plekken 24 uur lang poëzie te horen valt. Vanaf 2009 is de organisatie overgenomen door SLAG, de Stichting Literaire Activiteiten Groningen, die ook o.a. Dichters in de Prinsentuin organiseert.

De dag begint on middernacht met 8 uur poëzie op OOG Radio. Om 8 uur is er in een boekhandel een Poëzieontbijt.  Op elk moment van de dag is er ergens in de stad iets poëtisch te beleven. De dag eindigt met een drie uur durende slotmanifestatie, waarbij veel landelijk bekende dichters optreden. De poëziemarathon werd voor het eerst georganiseerd in 1999.

Inmiddels is de Poëziemarathon uitgegroeid tot een 6-daags festival (in 2018 was dit festival van 25 – 31 januari in de Week van de Poëzie).  Meer informatie vind je op: http://www.poeziemarathon.nl/home/

In Toronto is Caitlin Elizabeth Thomson actief. In 2008 verhuisde ze van Toronto naar New York en studeerde daar poëzie aan het Sarah Lawrence College. In die periode was ze onder andere poetry editor voor het literaire magazine ‘Lumina. In 2010 studeerde ze af en kreeg de titel Master of Fine Arts in Poetry. In de jaren daarna publiceerde ze in verschillende chapbooks. Chapbooks zijn kleine (meestal tussen de 8 en 24 pagina’s) goedkoop geproduceerde folderachtige boekjes. Haar werk verscheen in Nederland, de Verenigde Staten, Canada, Spanje, Engeland, Frankrijk, Australië, Ierland, Roemenië, Singapore en Wales.

Vanaf 2013 organiseert Thomson samen met haar man Jacob  in augustus ‘The Poetry Marathon’.  Het doel van de marathon is een andere dan in Groningen. De bedoeling is dat er in 24 uur elk uur een gedicht wordt geschreven. Je moet deze gedichten op je eigen blog publiceren op elk uur. Dat wil zeggen dat je 24 uur lang elk uur een gedicht moet schrijven en deze plaatsen op je blog. Hiervoor jkun je je aanmelden bij de organisatie. Van over de hele wereld doen dichters mee. Heel bekende dichters maar ook volledig onbekende dichters. In 2017 deden maar liefst 800 dichters mee. Van de gedichten wordt elk jaar door Thomson een publicatie (Anthology) gemaakt.

Door de enorme organisatie die deze marathon met zich mee brengt ( en het feit dat Caitlin en Jacob een kind verwachten) is er in 2018 geen Poetry Marathon maar de volgende in 2019 wordt alweer voorbereid. Voor meer informatie kijk je op hun website: https://thepoetrymarathon.com/blog/about-the-poetry-marathon/

Hieronder een gedicht van Thomson en de cover van de Poetry Marathon Anthology van 2017.

.

Yes, Each Man Is a Tower of Birds
after llya Kaminsky

Is seven birds a tower, or two hundred?
More importantly, what kind of birds
are they? The difference between a sparrow
and a falcon is the difference between
diner and meal. Are all men the same
type of bird? Robins for example,
or gulls. Or are some men albatrosses,
others puffins, others hummingbirds
stuck in backwards flight? Does a whole
range of birds make up one man’s tower?
The cockatiel, peacocks, and great blue
herons all part of one awkward flock.
And if each man is a tower of birds, what
does that make each woman? A tower of fish?
A hunter? A pet owner? A falconer?

.

%d bloggers liken dit: