Site-archief

De enige vrouw

Bertalicia Peralta

.

De Panamese journaliste, schrijfster en dichter Bertalicia Peralta (1939 volgens de bundel, 1940 volgens andere bronnen) schrijft vaak over de positie van de vrouw, onder andere in essays maar ook in haar poëzie. Als schrijver specialiseert ze zich in poëzie en korte verhalen  en publiceert in tijdschriften, bloemlezingen en literaire supplementen in Amerika en Europa. Haar werk is vertaald in het Engels, Frans, Italiaans en Portugees. Ze is winnaar van verschillende literaire prijzen, waaronder een eervolle vermelding in de wedstrijd Ricardo Miró.

In de bundel ‘Zo’n gelukkige dag, dichters voor Amnesty International’ uit 2005, samengesteld door Daan Bronkhorst, staat het gedicht ‘De enige vrouw’ van haar hand in een vertaling van Koosje Verhaar.

.

De enige vrouw

.

De enige vrouw die kan bestaan

is zij die weet dat nu de zon over haar leven gaat schijnen

.

zij die geen tranen stort maar pijltjes uitstrooit

om haar territorium af te bakenen

.

zij die geen verzoeken doet

zij die haar mening geeft en haar hoofd optilt en met haar

lichaam zwaait

en die teder is zonder schaamte en hard zonder haat

.

zij die het alfabet van onderworpenheid heeft verleerd

en rechtop loopt

.

zij die de eenzaamheid niet vreest omdat zij alleen is

geweest

zij die de grote kreten van geweld voorbij laat gaan

.

en dat alles doet met gratie

zij die zich bevrijdt te midden van liefde

zij die bemint

.

de enige vrouw die de enige kan zijn

is zij die gepijnigd en zuiver voor zichzelf besluit

om uit haar voorgeschiedenis te stappen

.

 

Advertenties

Olijfboom

Gedicht in de metro

.

Op 22 maart 2016 werden diverse aanslagen in en rond Brussel gepleegd, door teruggekeerde IS aanhangers, waarbij in totaal 35 mensen om het leven kwamen. Een van deze aanslagen was in de metro van Maalbeek.

Op 20 juli 2016 werd in dat zelfde metrostation Maalbeek een herdenkingsmonument ingehuldigd voor de slachtoffers van de aanslag op 22 maart. Het gaat om een getekende olijfboom van de hand van kunstenaar Benoît Van Innis, geflankeerd door een gedicht van Federico García Lorca. Van Innis zegt hierover: “De olijfboom is een universeel symbool van de vrede. Ik hoop dat ze dat hier ook kan zijn.”

Het kunstwerk is 2,75 meter op 6,5 meter groot, en terug te vinden aan de ingang langs de Etterbeeksesteenweg. Het kunstwerk stelt een olijfboom voor, met aan weerszijden een gedicht van Federico García Lorca – een Nederlandstalige en Franstalige versie. Daarnaast zijn er nog zes vertalingen in het Duits, Spaans, Engels, Arabisch, Russisch en Chinees. Toen het kunstwerk werd onthuld bleek er een fout geslopen te zijn in de naam van García Lorca (zijn voornaam werd geschreven als Frederico en niet Federico), deze fout is inmiddels hersteld.

De tekst in het Nederlands luidt:

.

Blauwe hemel.

Gele akker.

.

Blauwe berg.

Gele akker.

.

Over de verschroeide vlakte

stapt een olijfboom.

Een eenzame

olijfboom.

.

Spiegel van de Surinaamse Poëzie

Michaël Slory

.

De Surinaamse dichter Michaël Slory (1935) geldt als één van de belangrijkste dichters in het Sranan. Het Sranan is ontstaan als taal van de uit Afrika aangevoerde slaven op de plantages tijdens de Nederlandse koloniale overheersing. Het draagt de sporen van Engels, Nederlands, Spaans, Portugees en West-Afrikaanse talen. Deze herkomst is te vergelijken met die van andere gecreoliseerde talen in het Caraïbisch gebied, zoals het Papiaments. Slory studeerde Spaans in Nederland en begon zijn carriëre als dichter met de publicatie van drie bundels met overwegend politieke poëzie. Aan het einde van de jaren zestig keerde hij terug naar Suriname waar hij vanaf 1970 nog uitsluitend in het Sranang schrijft. In de jaren tachtig stapt hij vervolgens weer over naar het Nederlands en Spaans. Slory heeft altijd de sociale en politieke actualiteit poëtisch van commentaar voorzien, niet alleen van Suriname maar ook van Zuid Amerika en Vietnam (1970). Naast poëzie voor volwassenen schreef hij ook verzen voor kinderen en proza. Zijn laatste poëziebundel dateert van 2012 (Torent een man hoog met zijn poëzie).

In 1995 kwam bij Meulenhoff Boekerij de vuistdikke bundel ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie, van de oude liedkusnt tot de jonge dichters’ uit waarin Slory uiteraard goed vertegenwoordigd is. Uit deze bundel hier het gedicht in vier delen ‘Nachtregen van Michaël Slory.

.

Nachtregen (I)

.

En in de koude regen

het harteleed

dat klaagt.

.

Straatstenen, schaduwen

luisteren niet

waar de nacht woedt,

verloren.

.

Nachtregen (II)

.

In de koude wind

vleermuizenscherts

na regen.

.

De sapotille

is reeds aangevreten

en valt daarna.

.

Nachtregen (III)

.

(kikkers)

.

De koperen blazers

wachten op het orkest.

Maar

het valt niet in.

.

Zelfs de sterren

hebben hun stemrecht

verloren.

.

Nachtregen (IV)

.

(hond)

.

Waf!

Alleen

een diep geblaf.

Van bijten

komt er niets.

.

De regen

houdt hem

ervan af.

Waf!

.

 

 

 

Ophelia

Jan Vercammen

.

De Vlaamse dichter en jeugdboekenschrijver Jan Vercammen (1906 – 1984) is zo’n dichter die redelijk snel uit het collectief geheugen van mensen aan het verdwijnen is. In Nederland was zijn dichterschap al weinig bekend maar ook in Vlaanderen nemen nieuwe namen zijn plaats in, in het literaire landschap. Daarom past zijn dichterschap prima in de categorie (bijna) vergeten dichters.

Jan Vercammens dichtdebuut was de bundel Eksode, uit 1929. Vanaf zijn De parelvisscher‘ uit 1946 wordt zijn werk religieus-humanistisch genoemd, met de liefde en de dood als belangrijke thema’s, daarvoor had zijn poëzie eerder een katholiek karakter. Zijn werk werd vertaald in het Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch, meerdere gedichten werden op muziek gezet. Daarnaast schreef hij ook jeugdverhalen en kinderpoëzie.

Jan Vercammen was redactiesecretaris van ‘De Tijdstroom’ (1931-1935), redacteur van ‘De Gemeenschap’ (1935-1941) en ‘De Schakel’ (1936-1940). Hij was lid van de Raad van Beheer van de Kultuurraad voor Vlaanderen (1959-1976), erevoorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1976 het gedicht ‘Ophelia’, (de geliefde van Hamlet die verdronk) uit Hamlet van Shakespeare.

.

Ophelia

.

Ophelia, wit licht diep in het water

en de verukkelijke wonde van uw mond.

Uw duistre woorden werden dierbaar later

wanneer ik plotseling hun zin verstond.

.

Gij ziet het licht niet, want uw open ogen

zijn afgesloten met de schaduw van de dood,

o duisternis in hun verzonken bogen.

Ik was het leven dat gij duizelig ontvloodt.

.

De tijd beweegt zich traag als vinnen

van zilvervissen en ontstellend bloot.

Ophelia, nog moet ik u beminnen,

wit licht, verlokking tot de dood.

.

Dichter van de maand Maart

J. Slauerhoff

.

Als dichter van de maand maart heb ik gekozen voor J. Slauerhoff (1898-1936). Slauerhoff is bekend als schrijver en dichter en publiceerde in zijn relatief korte leven toch heel wat verhalen, romans en poëzie. Ook vertaalde hij proza uit het Spaans en Portugees. Tijdens zijn leven was hij al bekend en geroemd maar ook na zijn dood bleef de belangstelling voor zijn werk. Tot op de dag van vandaag wordt zijn werk heruitgegeven en vertaald.

Uit de ‘Verzamelde gedichten’ in twee delen uit 1973 (negende druk) het gedicht het gedicht ‘Woninglooze’ met de beroemde eerste zin.

.

Woninglooze

.

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,

Nooit vond ik ergens anders onderdak;

Voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,

Een tent werd door den stormwind meegenomen.

.

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.

Zoolang ik weet dat ik in wildernis,

In steppen, stad en woud dat onderkomen

Kan vinden, deert mij geen bekommernis.

.

Het zal lang duren, maar de tijd zal komen

Dat vóór den nacht mij de oude kracht ontbreekt

En tevergeefs om zachte woorden smeekt,

Waarmee ‘k weleer kon bouwen, en de aarde

Mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de

Plek waar mijn graf in ’t donker openbreekt.

.

js2

js

De overtocht

Stefan Hertmans

.

Tijdens de Poëzieweek kreeg je bij de aankoop van een poëziebundel een gratis geschenk van de boekhandelaar. De kleine bundel ‘Neem en lees’ met 10 gedichten van de dichter Stefan Hertmans. Ik kende Stefan Hertmans niet maar hij blijkt bij onze zuiderburen een bekend dichter. Hertmans (1951) is een Belgisch auteur van een literair en essayistisch oeuvre (poëzie, roman, essay, theatertekst, kortverhaal) dat hem in binnen- en buitenland bekend maakt. Zijn gedichten en verhalen verschenen in het Frans, Spaans, Italiaans, Roemeens, Kroatisch, Duits, Bulgaars.

In 1995 ontving hij de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap en hij werd tweemaal genomineerd voor de VSB-poëzieprijs. Daarnaast ontving hij de Maurice Gilliamsprijs voor zijn bundel ‘Goya als hond’. Niet zomaar de eerste de beste dichter dus.

Het bundeltje met de 10 gedichten geeft een aardig beeld van Hertmans als dichter. Deze gedichten zijn bij elkaar gezet omdat ze als gemeenschappelijk thema ‘herinnering’ hebben. Uit ‘Neem en lees’ het gedicht ‘De overtocht’.

.

De overtocht

.

Het zijn die ogen in de schaduw

die dood gelezen zijn.

Waarheid is een woord met wapens.

Het gaat om angst in de woestijn,

gevleugeld beest uit lang vervlogen eeuwen,

wreedheden flitsend op een zinkend scherm.

.

Je moet niet met je vinger wijzen,

het was haar moeder die het zei.

Ze stak hem in haar keel,

de boot schokte zich door een storm

die de wereld overspoelde.

.

Haar vonnis onverstaanbaar,

iets dat zich niet liet beschrijven,

een vinger in een bloedend oog,

en naamloos door de jaren drijven.

.

Vingerwijzen

SH

%d bloggers liken dit: