Site-archief

Definitie van de liefde

Francisco de Quevedo

.

De Spaanse edele, politicus, schrijver en dichter Francisco Gómez de Quevedo y Santibáñez Villegas of Francisco de Quevedo (1580 – 1645) was een van de belangrijkste dichters van zijn tijd. De stijl waarin de Quevedo schreef wordt de ‘Conceptismo’ genoemd. De Conceptismo was een stijl uit de Barokke periode van de Portugese en Spaanse literatuur en duurde van het eind van de 16e eeuw tot en met de 17e eeuw. Conceptismo wordt gekarakteriseerd door snel ritme, directheid, eenvoudig taalgebruik, grappige metaforen en het spelen met woorden. De Quevedo was de belangrijkste vertegenwoordiger van deze stijl waarbij zijn ironie en scherpe satire opviel. Conceptismo zette zich af tegen een andere literaire stroming uit die tijd de Culteranismo die wordt gekenmerkt door een opzichtige woordenschat, complexe syntactische volgorde, meerdere gecompliceerde metaforen, maar ook door een zeer conventionele inhoud.

In de bundel ‘Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren’ de westeuropese poëzie in honderd gedichten, zijn een aantal gedichten van de Quevedo opgenomen in het Spaans en in een vertaling van Peter Verstegen. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Definiendo el amor’ of ‘Het definiëren van de liefde’.

.15

Het definiëren van de liefde

.

Ze is én kou die schroeit én ijzig branden,

een wond die schrijnt én zich niet voelen laat,

een droom van ’t goede, een aanwezig kwaad,

een rust die als vermoeidheid overmande.

.

Is zorgeloosheid die tot zorgen leidt,

is lafheid die voor dapperheid moet doorgaan,

is eenzaam in een menigte teloorgaan,

is liefde die slechts eigenliefde vleit.

.

Ze is een vrijheid die gekerkerd is,

en dat zal blijven tot ons laatste beven;

een ziekte die na ’t kuren erger is.

.

Zo is de liefde en zo is haar hel.

Zie toch: zij kan, in alles aan zichzelf

tegengesteld, met niets in vriendschap leven!

.

Advertenties

Liefdesbed

Jean Cocteau en Federico Garcia Lorca

.

In de reeks Erotiek op zondag, vandaag een dubbelgedicht van twee grootheden uit de poëzie geschiedenis, de Franse schrijver en dichter Jean Cocteau (1889 – 1963) en de Spaanse dichter en tonneelschrijver Federico Garcia Lorca (1898 – 1936). Waarom heb ik twee gedichten van deze twee, toch verschillende, dichters bijeengebracht? Om het thema van deze twee gedichten: het liefdesbed. Twee korte gedichten vol erotiek maar in een taal vol spanning en symboliek geschreven.

.

Jean Cocteau

.

Liefdesbed, houdt halt; laat ons de schaduw benutten

En op adem komen; verbreken wij het zwijgen;

Kijk onze voeten daar, paarden die staan te dutten,

Die nu en dan hun halzen naar elkaar toe neigen.

.

Federico Garcia Lorca

.

O bed in het hotel! O bed zo zoet!

Van witte vlekken en van dauw het laken.

O het geluid dat onze lijven maken!

O grot van schemer, vlam, katoenen goed!

.

O dubbellier, door liefde als een tak

in vuur en kille nardus van je dijen!

O schommelboot , o klare stroom, bij tijden

een nachtegaal gelijk, bij tijden tak!

.

Reiziger er is geen weg

Antonio Machado

.

Al eerder schreef ik over de Spaanse dichter Antonio Machado, toen in de categorie ‘Dichter in verzet’. Vandaag een andere kant van Machado; de dichter die hoop en troost biedt. In een vertaling van Tjeerd de Boer en Kathleen Ferrier, het gedicht ‘Reiziger er is geen weg’ uit ‘Cantares y Proverbios’.

.

Reiziger er is geen weg

Reiziger,
er is geen weg
de weg maak je zelf, door te gaan.

Alles gaat voorbij en alles blijft,
maar het is aan ons om te gaan,
verder gaan en wegen banen,
wegen over de zee.

Nooit heb ik roem nagestreefd
en de mensen mijn lied willen inprenten;
ik houd van werelden die subtiel zijn,
gewichtloos en vriendelijk, als zeepbellen.
Ik houd ervan om te zien hoe ze geel en rood kleuren,
gaan trillen, plotseling en uit elkaar spatten.
Nooit heb ik roem nagestreeefd.

Reiziger, de weg,
dat zijn jouw sporen, en niets anders.
Reiziger, er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan.
Door te gaan maak je de weg
en als je achterom kijkt,
zie je het pad dat je nooit meer zult hoeven betreden.

Reiziger, er is geen weg
alleen een schuimspoor in de zee.

Een tijd geleden hoorde men, op deze plaats, waar nu een doornbos staat,
de stem van een dichter die riep:
Reiziger, er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan stap voor stap,
regel voor regel.
De dichter stierf ver van zijn huis, hem bedekt het stof van een naburig land.
Toen men van die plek wegliep, hoorde men hem huilen:

Reiziger er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan, stap voor stap, regel voor regel.
Als de vink niet kan zingen,
als de dichter een pelgrim is
als bidden ons niets oplevert:
reiziger, er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan stap voor stap,
regel voor regel

Waarom de sporen van het toeval wegen noemen?
Ieder die voortgaat, wandelt,
als Jezus, over de zee.

.

machado

.

Met dank aan noorderlichtfonds.nl
%d bloggers liken dit: