Site-archief

Côte d’Azur

Quirien van Haelen

.

Door een opmerking van Ionica Smeets in een van haar columns in de Volkskrant werd ik (weer eens) gewezen op het wonderlijke gedicht ‘Côte d’Azur’ van Quirien van Haelen (1981). Dit (halve) sonnet valt op door de vele witegels tussen de eerste twee strofes en de laatste strofe én door de opsomming van meisjesnamen. Eigenlijk is dit het ultieme vakantiegedicht. Dat het ook een slim, grappig en ideeënrijk gedicht is kun je heel goed lezen in de analyse van Guus Middag op Oote Oote .

Hoe dan ook is het een heerlijk gedicht om te lezen maar om er volledig van te kunnen genieten lees je eerst de analyse, zeer de moeite waard. En lees het vooral ook helemaal want aan het einde van de analyse blijkt maar eens te meer hoe moeilijk (sommige) redacteuren poëzie soms vinden als het gedicht uit zijn bundel ‘Testosteron’ uit 2008 wordt opgenomen in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’.

.

Côte d’Azur

.

Brigitte, Verona, Eva, Kim, Marieke
Aurora, Mäde, Tina, Claire, Yvon
Yolanda, Nina, Daisy, Sue, Manon
Martine, Lilly, Nancy, Annemieke

Justine, Maria, Ankie, Lindsay, Lieke
Adèle, Judith, Vera, Ann, Marjon
Yvette, Denise

 .

..
 .
 .

Het volgend jaar een busreis naar Lloret
Wellicht haal ik daar wél een heel sonnet

.

Hipstersonnet

Andy Fierens

.

De Vlaamse dichter Andy Fierens (1976) Andy Fierens (1976) is een van de vaakst optredende dichters van de Lage Landen (volgens zijn uitgeverij De Bezige Bij). In ieder geval is hij de dichter met de meest fantastische en bijzondere titels van dichtbundels. Zo is daar zijn debuutbundel ‘Grote Smerige Vlinder’ (2009) die werd bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Verder publiceerde hij de dichtbundel ‘Wonderbra’s & Pepperspray’ (2014) en de roman ‘Astronaut van Oranje’ (2013). Fierens is tevens frontman van de literaire punkband Andy & The Androids en een van de drijvende krachten achter het koor De Bronstige Bazooka’s, waarvoor hij ook de libretto’s schrijft.

In april van dit jaar kwam zijn laatste bundel uit met de bijzondere titel ‘De trompetten van Toetanchamon’ en lezend in deze bundel stuitte ik op het gedicht ‘Hipstersonnet’.  Ja en dan heb je mijn aandacht. De taal van vandaag, van de hipster, de leegte, en de bijbehorende symbolen, heerlijk sonnet. Daarom hier dit gedicht.

.

Hipstersonnet

.

Je wilde shinen maar je bent een fail.

Je epigonensquad heeft weinig tact.

De appnek-smombies twitteren zich scheel.

Je moeders taal wordt op de kop gekakt.

.

Je hebt het raden naar betekenis

van leven, dood en wat daartussen zit.

Al netflix je tot aan sint-juttemmis,

door al die mindfucks zit je in de shit.

.

Je vindt geen friedelvrouw, laat staan een lief.

Miasmes chillen awesome in je bek.

Het werd niet beter na je gastric sleeve

en je pruillip lijkt net een afdruiprek.

.

’t Is duidelijk dat jij geen Shakespeare bent.

Lang leve recyclage, wegwerpvent!

.

De ochtend

Ed. Hoornik

.

Jaren geleden kwam ik in het bezit van een bijzonder bundeltje getiteld ‘Nieuwe griffels schone leien’. Een Ooievaar pocket uit 1957 bevat een bloemlezing uit de poëzie der avant garde samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko. Deze bundel is mij vooral heel dierbaar omdat een vorige eigenaar de moeite heeft genomen om van elke dichter die is opgenomen in dit bundeltje, een handtekening te vragen (en te krijgen) voorin de bundel.  Eén van de dichters in die bundel is Ed. Hoornik (1910-1970). Ook van hem staat in dit bundeltje een handtekening.

Ik zat deze pocket weer eens door te lezen en van het een kwam het ander en voor ik het wist was ik aan het lezen in ‘Het menselijk bestaan’ gedichten van Ed. Hoornik uit 1952. In die bundel staat het gedicht ‘De ochtend’ en dit sonnet wilde ik hier met jullie delen, op deze ochtend.

.

De ochtend

.

De zwarte band die om mijn voorhoofd knelt,

wordt, als ik even weg ben uit het schrijven,

losser. Ik adem op. De dag wint veld.

De ziel kan niet zonder het lichaam blijven.

.

Stomme getuigen van het oergeweld,

komen de stoelen hun bestaan bewijzen;

dingen vergeten of teruggesteld,

winnen hun noodzaak weder en herrijzen.

.

Ik treed naar buiten in het morgenlicht.

Ze zijn weer weg, de kleine nachtegalen.

Lichaam en ziel zijn weer in evenwicht.

.

Over mijn vochtig en vermoeid gezicht

vallen de eerste warme ochtendstralen.

Ik adem, ik doe niets dan ademhalen.

.

Poëzie in film

The Bookshop

.

Afgelopen week bekeek ik de film ‘The Bookshop’ uit 2017 van regisseur Isabel Coixet. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1978 van Penelope Fitzgerald , waarin de hoofdpersoon, Florence Green (gespeeld door Emily Mortimer) tegen de stroom in probeert een boekwinkel te openen in de kustplaats Hardborough, Suffolk. Omdat deze film gaat over een boekenwinkel in de jaren vijftig van de vorige eeuw, mag je verwachten dat er ook poëzie in voorkomt. En mijn verwachtingen werden ingelost.

Regelmatig worden titels van gedichtenbundels getoond (niet zo prominent als ‘Lolita’ van Nabokov in de film maar toch) en er wordt geciteerd uit een paar gedichten waaronder een sonnet (XXXIV) van Charles Hamilton Sorley. Maar ook komt in een gesprek tussen de hoofdpersoon en de mysterieuze veellezende kluizenaar Edmond Brundish (gespeeld door een van mijn favoriete Engelse acteurs Bill Nighy) de zin langs ‘Never give a lady a restive horse’. Ik dacht dat dit een zin uit een gedicht zou zijn maar het blijkt de titel van een boek over Victoriaanse etiquette van Thomas Edie Hill (1832-1915) te zijn.

Omdat ik verder zocht kwam ik echter toch een gedicht tegen met diezelfde titel. Op de website deepundergroundpoetry staat een (erotisch) gedicht van Geoffe Cat met deze titel geïnspireerd op het boek van Hill dat uit een bundel komt uit 1968.

.

Never Give a “Lady” a Restive Horse – Sonnet Nineteen

 .

A restive horse, no gift a “Lady” make,
For “Lady’s” stride should simple gestures grace,
Lest in her sport, her seat that posting take,
Decorum speaks, should “Lady” never brace.

.

Though such a rider she, she may protest,
In taming such a horse, her pleasures wrought,
That with its buck and lunge, her sure contest
To still such beast, she shows her measures tau(gh)t.

.

For in such work, from “Lady’s” measure may
In strike and strump, come most “un-Lady’s” gait,
In leap and loft, her seat and measure’s sway,
May “Lady-like”, unsullied state negate.

.

So never gift a “Lady” restive horse,
‘Though she, with seat and measure, may endorse.

.

Zomertijd

Frank van Pamelen

.

Eind 2020 kwam de laatste bundel van light verse dichter Frank van Pamelen (1965) uit. Van Pamelen die ik ken van een aantal fijne gedichten in MUGzine #8 is een bekend light verse dichter. In 2012 verscheen van hem de bundel ‘IKEA en andere verzen’. Hierna verschenen nog enkele jeugdboeken van zijn hand maar in 2020 dus zijn laatste bundel ‘Bravogeroep en enthousiast gefluit’

Toen ik de bundel aan het doorlezen was bleef mijn oog hangen bij het gedicht ‘Zomertijd’. Aan de ene kant omdat dit sonnet, zoals zo vaak bij van Pamelen, heel slim en intelligent in elkaar zit maar in dit geval ook zeker omdat hij in het gedicht verwijst naar het beroemde gedicht van Herman Gorter (1864-1927) de ‘Mei’ uit 1889. Uiteraard geeft van Pamelen hier zijn eigen bijzondere twist aan.

.

Zomertijd

.

Een nieuwe lente en een nieuw geluid

Zo dichtte ooit de dichter Herman Gorter

Een man wiens werk ik zeker niet supporter

Want altijd komt zijn onheilstijding uit

.

Dan zetten wij de klok een stuk vooruit

En maken wij de dag aanzienlijk korter

Want na zo’n drieëntwintig uren wordt er

Alweer een nieuwe datum aangeduid

.

Maar ik slaap elke keer weer nietsvermoedende

De voorgeschreven omzettijd voorbij

Want ik verafschuw onderbroken nachten

.

En dus zit ik haast ieder jaar weer woedend

En foeterend op Herman Gorters ‘Mei’

Een half jaar op de wintertijd te wachten

.

Jozzonet / sonnet

Joz Knoop

.

Afgelopen zondag mocht ik Poëzie en Picknick in het Park presenteren (en voordragen) in het park achter theater Koningshof in Maassluis in het kader van de Week van de Cultuur. Één van de deelnemende dichters was mijn dichtersvriend Joz Knoop (1957). Joz is de bedenker van het Jozzonet en daar op die prachtige zondagmiddag droeg hij een combinatie voor van het Jozzonet en het sonnet.

Het Jozzonet is al niet makkelijk om te schrijven (het gedicht leest van onder naar boven en weer terug waarbij de middelste regel spiegelt) maar Joz wist er zelfs nog een vaste vorm (het sonnet) in te verwerken. Alle reden om Joz te vragen of ik dit gedicht mocht plaatsen alhier. Je begrijpt dat hij heeft toegestemd, ik kreeg de tekst van hem en daarom hier het gedicht ‘Aan een schone wasvrouwe’ dat hij schreef in de jaren ’90 van de vorige eeuw.

.

Aan een schone wasvrouwe

.

Dominant doet zij de was.

Na de les die ze hem las

deelt ze speels de lakens uit

bij gebrek aan tegengas

.

als ze op zijn vlekken stuit.

Hij die haar zoekt als zijn bruid

zal zijn leven lang haar velen.

Wie haar voelt van huid op huid

.

wil zijn lichaam met haar delen,

laat zich van zijn trots bestelen,

moet gehoorzamen uit hoon.

Elke man, die haar wil strelen

.

raakt zo was kwijt én zijn loon.

Man’lijk vuil zoekt vrouw’lijk schoon.

.

              (omgekeerd)

,

Man’lijk vuil zoekt vrouw’lijk schoon

raakt zo was kwijt én zijn loon.

Elke man, die haar wil strelen

moet gehoorzamen uit hoon

.

laat zich van zijn trots bestelen,

wil zijn lichaam met haar delen.

Wie haar voelt van huid op huid

zal zijn leven lang haar velen.

.

Hij die haar zoekt als zijn bruid

als ze op zijn vlekken stuit.

Bij gebrek aan tegengas

deelt ze speels de lakens uit

.

na de les die ze hem las.

Dominant doet zij de was.

.

Gouden Yvonne

Jan Kal

.

Ik herinner me nog heel goed, de sensatie van de Olympische Winterspelen 1988; Yvonne van Gennip (1964). Ze won daar maar liefst drie gouden medailles en met haar natuurlijke openheid en charmante sproetjes was ze de lieveling van menig landgenoot. De Haarlemse dichter Jan Kal (1946) schreef er een gedicht over getiteld ‘Gouden Yvonne’. Dat gedicht werd in april van dit jaar aangebracht op een goud geschilderde muur van het Mendelcollege in Haarlem waar Yvonne van Gennip haar middelbare schooltijd doorbracht.

Tijdens de bijenkomst droeg de Haarlemse dichter Kal zijn gedicht voor in het bijzijn van Van Gennip en leraren en leerlingen van de school. Na de onthulling en de voordracht was het de beurt aan de brugklassers, die ook zelf geschreven gedicht mochten voordragen. Het gedicht en de muurversiering zijn een eerbetoon aan de prestaties van Yvonne tijdens de Olympische Winterspelen van 1988. Het is een initiatief in samenwerking met het Haarlems literair genootschap en het Mendelcollege, een zogenoemde ‘topsport talentschool’.

Het gedicht ‘Gouden Yvonne’ is een sonnet.

.

Gouden Yvonne

.

Yvonne met twee ijzers en wat ijs

maak jij uitsluitend goud en goud en goud.

Jouw rijden in ’t Olympisch ijspaleis

was hartverwarmend en liet niemand koud.

.

Je bent gesneden uit echt Haarlems hout,

en trekt je eigen baan op eigen wijs.

Wat greep je prachtig, zonder schoonheidsfout,

tot driemaal toe de allerhoogste prijs.

.

Drievuldige Yvonne, schaatgodin!

De 3, de 1500 en de 5,

ze zijn geschreven op je gouden lijf.

.

IJsheilige van Haarlem, jij je zin:

ik zal normaal doen, ja ik hou me in

Yvonne, wat ben jij een wereldwijf.

.

 

 

HTM

Gerrit Achterberg

.

De stichting Achterland in Zeist geeft al jarenlang fraai vormgegeven bundels uit waarvan ik er inmiddels een aantal in bezit heb (Brabant, Zuid Holland, Flevoland). Maar ze geven niet alleen bundels uit over provincies maar ook over steden. Zoals ‘Den Haag’ dichterlijke stede uit 2000. In deze bundel veel oude foto’s, gelardeerd met fragmenten proza en gedichten van Haagse dichters of van dichters die over Den Haag hebben gedicht.

Zoals bijvoorbeeld de dichter Gerrit Achterberg (1905-1962). Achterberg kwam niet uit Den Haag maar hij schreef het gedicht ‘HTM’ over de Haagse Tram Maatschappij. Het gedicht, een sonnet, werd genomen uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1985.

.

HTM

.

De stilte staat geschilderd in de straat

om drie uur in de nanacht. Op de fiets

nadert de eerste trambestuurder; iets

waarschuwt aanhoudend met een wit gelaat.

.

Hij ziet het niet. Ik weet niet of het baat

om hem tegen te houden. er is niets

dat zo hardnekkig is als deze fiets

waarmee een man weer naar zijn werk toe gaat.

.

Hij gaat zijn gang. Straks, na een klein verdriet,

zal ik, tussen ander ontwaken in,

bewuste tram de bocht om horen komen.

.

Onze bestuurder had niet kunnen dromen

van deze lange nachtelijke schim,

die langzaam afneemt en de ramp ontvliedt.

.

HTM buitenlijner 54 in de remise Maaldrift

Michelangelo

Sonnetten

.

Ik ken de Italiaanse schilder Michelangelo (1475 – 1564) net als vrijwel iedereen hem kent als schilder van de Sixtijnse kapel, zijn David, De schepping van Adam en zijn Pietà. Maar dat Michelangelo di Lodovico Buonarroti Simoni ook actief was als dichter wist ik dan weer niet (en waarschijnlijk de meeste mensen niet). Tot ik het bundeltje ‘Sonnetten’ in handen kreeg uit 1947. Michelangelo vond zichzelf geen dichter hoewel hij meer dan 60 jaar lang gedichten schreef. Zijn poëzie werd echter pas na zijn dood officieel uitgegeven.

De tien sonnetten in de bundel zijn gekozen en vertaald door Nico van Suchtelen, en onder toezicht van S. H. de Roos gezet uit diens Erasmus Mediaeval. Tien sonnetten die wat archaïsch aandoen maar desalniettemin zeer de moeite waard zijn.

Uit dit kleine maar fijne bundeltje koos ik het liefdessonnet dat hij schreef in 1504-1505.

.

Dankbaar en blijde eens wijl ’t mij was gegund

Uw wilde euvelmoed te wederstaan,

Baad ik mijn borst thans vaak in traan op traan,

Nu ‘k, liefde, weet hoe fel ge treffen kunt!

.

Nimmer had uwer schichten scherpe punt

De boezem mij doorboord, maar ach, voortaan

Kunt ge door Háár blik wreken en verslaan

Dit hart waarop zo lang ge ’t had gemunt.

.

Aan hoeveel strikken, hoeveel netten laat

Ontkomen ’t vogelken ’t boosaardig lot,

Om het ten lest nog droever te doen sterven!

.

Zo spaarde Liefde, o Vrouwen, mij haar smaad:

Maar ziet, te wreder doodt zij mij ten slot,

Nu ‘k, minnend zelf, haar wedermin moet derven.

.

Anagramsonnet

Drs. P.

.

Ik las de bundel ‘Weelde en feestgedruis’ de beste gedichten van Drs. P. uit 1986. Drs. P. (1919-2015) is een van de taalvaardigste dichters die ons taalgebied heeft gekend en toen ik het gedicht ‘Poly-interpretabel’ las werd ik opnieuw verrast door zijn virtuose dichtersstem. In dit anagramsonnet speelt de Drs. weer listig met woorden. Een anagram is of zijn woord(en) ontstaan door herschikking van één of meer andere woorden, met name gebruikt bij namen. Ik bleef bij dit gedicht hangen door de smakzoen uit de eerste regel, een smakzoen, door alle afstand die we tegenwoordig houden al bijna iets van ‘vroeger’.

.

Poly-interpretabel

.

In smakzoen hangen rode etenswaren

En zware honden (koest man!) en sigaren

Na Mao’s knarsen zweeg een hedonist

we zoeken dorstig manna, hè, en snaren.

.

Een ranke non had zwanenroes gemist

Haar Weense kannen zoemen … ’n Drogist

Zwemt in Arosa, Dongen, Sneek en Haren

Hoera, ze kennen Wrongman, een sadist

.

Shoarma, snoer, Nanking, een zedenwet-

Zo werken grind en thee om ananassen

Ga! Wens een nazihemd en tsarenkroon

(Weer hazendrek, gans, tennis, anemoon)!

Haemorroïden wenken: zang en tassen?

Een heidens werk, zo’n anagramsonnet

.

%d bloggers liken dit: