Site-archief

Op de hoogte van de vogels

Recensie

.

Dirk Kroon (1946) debuteerde op aanraden van zijn leermeester Victor E. van Vriesland, met ‘Materiaal voor morgen'(1968). In april 2017 verscheen zijn meest recente bundel, ‘Op de hoogte van de vogels – verzamelde gedichten’ waarvan hieronder een recensie.

Tussen de uitgave van deze twee bundels studeerde hij Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit van Leiden en werkte hij als part-time docent in het hoger onderwijs, tot hij zich in 2006 geheel aan het schrijven kon wijden. Hij publiceerde gedichten, bloemlezingen en aandachttrekkende compilaties over o.a. Leopold, Nijhoff, Slauerhoff en Vasalis.

In literaire tijdschriften publiceerde hij recensies en essays over dichters van zijn voorkeur, wat leidde tot de omvangrijke uitgave ‘Is het werkelijk? Verkenningen van dichters’ (2015). Meer informatie over Dirk Kroon vind je op www.dirkkroon.nl

Recensie ‘Op de hoogte van de vogels’.

Na een liefdevolle inleiding van Leo van Wetering, waarin hij 35 jaar dat ze elkaar nu kennen doorneemt aan de hand van de poëzie van Dirk Kroon, en waarin hij ook al aangeeft hoe de poëzie van Kroon zich heeft ontwikkeld, wat zijn belangrijkste thema’s zijn en wat Kroon nog meer gedaan heeft in de halve eeuw die hij als dichter actief is, volgen alle gedichten die Dirk Kroon gepubliceerd heeft tussen 1968 en 2016.

De bundel ‘Op de hoogte van vogels’ kreeg ik van Dirk en ik moet zeggen dat ik onder de indruk ben. Meer dan 500 pagina’s poëzie, gedichten die je makkelijk leest maar waarnaar je,  zo merkte ik,  soms ook weer even naar terugbladert. Om nogmaals te lezen, te begrijpen wat Dirk je precies voorschotelt.

In zijn oudste werk is de anekdote nooit ver weg. Persoonlijk lees ik graag poëzie die serieus is, die dieper gaat dan wat er staat en me zo nu en dan ook laat glimlachen. Dirk Kroon is een dichter die zulke poëzie schrijft. Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Heldendom’

.

Vertederd geweerschot,

minzame verminking.

.

De soldaat zorgt

net niet voor zelfmoord.

.

De volgende dag

staan de kranten er vol van.

.

Zoals Leo van Wetering in zijn inleiding als schrijft, zijn de liefde en sterfelijkheid nooit ver weg in Kroons poëzie. Een mooi voorbeeld vind ik het gedicht ‘Beladen’.

.

Laadmeester dood,

je vaartuig ligt klaar,

volgens standaardcontract

wacht de bemanning.

.

Slaap nu maar lang

tot je gewekt wordt,

de angst van je gast

is diep verankerd.

.

Achter zijn ogen

de zelfkant van de wimpers,

brandt nu een vuurrode zon

voor zijn verbleekte geliefden.

.

Geen traan die men laat

kan dit nog stoppen.

Het schroeien neemt tijd,

vaagt genietingen weg.

.

Slaap tot het water

verlangens ook dooft,

loodzware last

die je wel wilt tillen.

.

Maar niet alleen de dood, de sterfelijkheid en de vergankelijkheid zijn thema’s van Kroon. Ook de liefde ontbreekt niet, soms zelf erotisch getint. Misschien niet altijd meteen herkenbaar maar in het gedicht ‘Geven en nemen’ spat de lust en het plezier van de pagina.

.

Zij komt handen tekort

om liefde te geven;

jij biedt haar een bed

voor een ferme omstrengeling.

.

Wanneer zij in haar warme

kleine strijd ontbrandt,

krijgt zij je meest geheime

verlangens te pakken.

.

Ze neemt je bazig te grazen,

beetje voor beetje,

met de tanden gewapend

om niet te vergeten

waar zij geweest is.

.

Als zij haar sporen

zo ruimschoots verdient,

valt ze jou lovend

en biedend in handen.

.

Alle bundels in deze vuistdikke verzameling kennen een vaste structuur, gedichten met een titel, van een kort tot gemiddelde lengte. Zo lees ik ze graag. Alleen in de bundel ‘Vergeefs verweer’ uit 2016 wijkt Kroon hiervan af. Het gedicht ‘Thema met variaties’ beslaat maar liefs 13 pagina’s.  De index achterin de bundel is voor mij een bron van vreugd en plezier. Aan de titels van de gedichten kun je een dichter ook beter leren kennen. Voor een poëzie schrijver zoals ik, is een gedicht zoeken bij een gebeurtenis dan ook niet moeilijk.

Al met al heb de bundel ‘Op de hoogte van vogels’ met veel plezier gelezen. Een bundel waarin zijn werk in de volle breedte genoten kan worden. Dirk Kroon schrijft gedichten voor ervaren poëzie lezers maar zeker ook voor beginnende poëzie lezers. Zijn taal en thema’s zijn begrijpelijk en helder. De vele extra informatie in de bundel zijn een plus voor wie de dichter Dirk Kroon nog beter wil leren kennen. De bundel in hardcover is overal in de (web-)winkels te koop voor € 35,-.

.

 

Advertenties

De muze op zee

Een bloemlezing

.

De inleiding van de bloemlezing ‘De muze op zee’ begint met de zin: Wij zijn een zeevarend volk. Het is dan ook niet vreemd dat er een bundel met ‘zeegedichten’ is samengesteld. Adriaan Morriën heeft deze bloemlezing met Nederlandse dichters met gedichten over de zee samengesteld ter gelegenheid van de Boekenweek 1951. Eigenlijk is het een Boekenweek uitgave voor jonge mensen, zoals op de titelpagina  staat te lezen. Uitgegeven door de commissie voor de propaganda van het Nederlandse boek, de voorganger van de huidige CPNB, de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels.

Hij eindigt zijn inleiding net de woorden; ‘Moge deze bloemlezing niet alleen de vaderlandse liefde tot de zee, maar ook de, ik zou bijna zeggen, onvaderlandse liefde tot de poëzie aanwakkeren.’

Een mooi en nobel streven. Ik weet niet of dit destijds gelukt is maar deze bloemlezing staat vol prachtige poëzie van onbekende dichters tot de groten uit ons taalgebied als Slauerhoff, Vasalis, Greshoff en Marsman. Aangevuld met fijne illustraties in zwart/wit van de hand van Fons Montens.

Een keuze maken uit zoveel mooie gedichten is niet eenvoudig dus heb ik gekozen voor twee gedichten uit deze bloemlezing, een van Achterberg en een van J.B. Charles.

.

Marsman

.

Juli 1940

Misschien dat eens de parelvisschers van Bizet hem vinden,

zooals hij neerligt op den bodem van den Oceaan

met centenaren water boven zich. Hij ziet de booten gaan

van Duitschland, engeland, Amerika en Insulinde

binnen zijn oogen als het ware; tot het jongst gericht.

.

Dan zullen wij hem op de waterheuvelen zien staan,

zeggend tegen de hoogste sterren dood’s diepzeegedicht

.

G. Achterberg

.

Een suite van de zee

.

De groene zee is mijn vriendin,

ik rust bij haar en speel er in,

en voor mijn onbevreesde voeten, geplant

op de verste vaste rand,

dit brosse gele suikerzand van ’t strand,

spoelt zij ze aan, de lieflijke geschenken

waarvan de zilte geur aan haar doet denken,

aan haar en aan zoveel in haar besloten dingen:

het wier, een Spaanse fles en schelpen

waarin de meermin en de eeuwigheid

tweestemmig zingen.

.

J.B. Charles

.

Muze op zee

Fons Montens

 

J.J. Slauerhoff

Avond

.

Omdat zijn gedichten zo fraai gecomponeerd zijn, het gedicht ‘Avond’ van J.J. Slauerhoff (1898-1936).

.

Avond

Het huis sliep achter zijn gesloten blinden,
Wij zaten samen op de kille bank,
De dag was als haar oude vader krank,
De blaren fluisterden met moede winden.

Moe van de geuren die zij moeten dragen
Van graven oud en rozen uitgebloeid,
Weemoedig vlagend door verwarde hagen
En ’t armlijk loof dat om de zerken groeit.
 
Je hebt weinig gedacht en veel gezwegen
En stil de handen om mijn hoofd gelegd,
Zo zeggend: ‘Ook de grootste liefde kan niet tegen
De dood die niets ontziet en alles slecht.’

.

Slauerhoff-website

Uit Verzamelde gedichten Deel 1 (1947) Serenade III

Palet

Eenvoudige poëzie uit deze eeuw

.

Vandaag uit mijn boekenkast een curieus boekje onder de titel Eenvoudige poëzie uit deze eeuw (en even voor de goede orde, dat was dus de vorige eeuw want uit 1967). Verzameld door A.C. Bosch en uitgegeven door J.B. Wolters te Groningen.

Een bloemlezing voor “ongeschoolde” lezers en daarmee worden leerlingen in de laagste drie klassen van de middelbare scholen bedoeld door meneer Bosch. De criteria bij het bijeenbrengen van de gedichten waren dan ook eenvoud en begrijpelijkheid. De gedichten komen uit het tijdvak 1900-1950.

Wie staan er dan zoal in zul je je afvragen? Nou dat zijn niet de minste: J. C. Bloem, Achterberg, Hanlo, Lucebert, A. Roland Holst, Slauerhoff, Jos Vandeloo, Leo Vroman en ga zo maar door. Me dunkt, niet de minste. En als je dan naar de inhoud kijkt, daar hoef je tegenwoordig niet meer mee aan te komen bij middelbare scholieren, snappen ze niks van. Misschien daarom is dit juist zo’n heerlijke bundel.

Als hommage aan de overleden Leo Vroman, zijn gedicht ‘Bloemen’ uit deze bundel.

.

Bloemen

.

Als alle mensen eensklaps bloemen waren

zouden zij grote bloemen zijn met lange snorren.

Vermagerende vliegen, dode torren

zouden blijven haken in hun haren.

Tandestokers, steelsgewijs – ontsproten,

zouden zwellen tot gedraaide tafelpoten,

katoenen knoppen zouden openscheuren

tot pluche harten die naar franje geuren.

.

en op de bergen zouden gipsen zuilen staan

die gipsen druiven huilen.

.

Op het water dreven bordkartonnen blaren,

de vlinders vielen uit elkaar tot losse vlerken

en van geur verdorden alle perken

als alle mensen eensklaps bloemen waren

.

Origineel uit: gedichten, Querido, Amsterdam

.

Palet

Afbeelding : Nederlandse Poëzie Encyclopedie

Slauerhoff leeft!

Festival Literaire Meesters

.

In Utrecht wordt van 10 tot en met 25 november het Festival Literaire Meesters georganiseerd, waarin de dichter J.J. Slauerhoff (1898 – 1936) centraal staat. Daarnaast zal de dichter in de week van 12 tot en met 16 november volop aandacht krijgen op Cultura24 (het digitale themakanaal van de Publieke Omroep voor verdieping in kunst en cultuur). Alle informatie over dit festival vind je op http://www.literairemeesters.nl/

Misschien wel de bekendste zin uit het gedicht ‘Woninglooze’ van Slauerhoff is: Alleen in mijn gedichten kan ik wonen. Nooit vond ik ergens anders onderdak.

Nu, hier een ander gedicht wat mij erg aanspreekt van deze dichter/scheepsarts die nog altijd veel lezers en bewonderaars kent.

.

De moede soldaat

Achter de hagen langs de straat
Staan zij in feestgewaad;
Geen schone kan mij nog wat schelen,
Zij mogen mijn soldij verdelen!
.
En ik vereer niet meer de heilige meren,
Noch luidt voor mij de avondgong,
Die etter draag van kwade zweren
En nauw de dood ontsprong.
.
Maar kindren komen aan mijn knie, zij houden
In kleine handjes grote schalen wijn.
Ach, laat ik drinken, dromend van hen houden,
En nooit soldaat meer zijn!

.

Met dank aan gedichten.nl

 

 

%d bloggers liken dit: