Site-archief

Singing poetry

Vachel Lindsay

.

Het leuke van dit blog dagelijks schrijven en delen is dat ik steeds vaker tips en reacties krijg op de stukken die ik hier plaats. Waarvoor dank! Naar aanleiding van het stuk over de Bertsolari van afgelopen donderdag reageerde Akim AJ Willems. Hij schreef dat Vachel Lindsay al enkele decennia eerder een slam-poet-avant-la-lettre was. Dat hoef je maar één keer tegen me te zeggen natuurlijk want dan ben ik meteen nieuwsgierig naar wie die Vachel Lindsay dan wel was.

Nicholas Vachel Lindsay (1879 – 1931) was een Amerikaans dichter die wel gezien wordt als de oprichter of bedenker van de ‘Singing poetry’ waarbij gedichten worden gezongen of gescandeerd. In die zin kun je hem beschouwen als een voorloper van de slam poëzie en/of spoken word. Hoewel zijn ouders wilde dat hij dokter zou worden dacht Lindsay daar anders over. Hij studeerde Pen & Ink aan de New York School of Art. In New York groeide zijn liefde voor poëzie. Hij probeerde zijn gedichten, die hij zelf stencilde, op straat aan de man te brengen. Daar begon hij ook met een soort ruilhandel: Een gedicht voor een stuk brood.

Tussen 1906 en 1908 reisde hij tussen Florida en Kentucky en van New York tot Ohio en voorzag hij in zijn levensbehoefte door het ruilen van gedichten tegen voedsel en onderdak. In die zin leefde hij als een moderne troubadour. In 1912 reisde hij opnieuw, nu van Illinois tot New Mexico. Tijdens deze reis schreef hij zijn meest bekende werk ‘The Congo’. Toen hij was teruggekeerd werden zijn gedichten voor het eerst gepubliceerd in Poetry magazine en werd hij al snel heel bekend als dichter.

Zijn bekendste gedicht, “The Congo”, illustreert zijn revolutionaire idee over de esthetiek van geluid ter wille van het geluid. Het imiteert het stampen van de trommels in de ritmes en in onomatopoeïsche onzinwoorden. Bij sommige delen van het gedicht gebruikt Lindsay conventionele woorden  deze verbeelden het chanten van de inheemse bevolking van Congo, die uitsluitend en alleen op geluid vertrouwen.

In 1931 leefde Lindsay een berooid leven en was hij ziek door het intensieve reizen om geld voor zijn familie te verdienen. In dat jaar pleegde hij zelfmoord door het drinken van een fles Lysol schoonmaakmiddel. Zijn laatste woorden waren: They tried to get me; I got them first!

De volledige tekst van het gedicht ‘The Congo’ kun je hier lezen: http://xroads.virginia.edu/~hyper/lindsay/lindsay.html#congo

Hier hoor je het gedicht zoals ‘gezongen’ door Vachel Lindsay zelf.

.

Advertenties

Oervader van de Slampoëzie

Bertsolari

.

Van Paul Van Cappellen kreeg ik een tip over Fernando Aire Etxart of Xalbador (1920 – 1976). Deze Xalbador is één van de beroemdste Bertsolari van Baskenland. Een Bertsolari is vernoemd naar de Bertso.

De bertso of bertsu is een geïmproviseerd lied of rijmend vers dat wordt gezongen of gedeclameerd door de zogenaamde bertsolari. Deze  kunst dateert uit de 18e  eeuw. Hoewel ook aanwezig en in andere regio’s, wordt deze vorm van poëzie vooral in het Baskenland beoefend.

De bertsolari vormt zijn prestatie (individueel of in een duo) als een soort collectief proces samen met het publiek. Deze vorm van improvisatie is een behendigheidsspel waarin  herinneringen worden gecombineerd met de reacties van het publiek. Een soort verbaal steekspel. In die zin zou je het als een voorloper kunnen zien van de poetry slam

Xalbador was , zoals gezegd een van de beste en beroemdste. In de jaren 60 stond hij 3 keer in de top 3  van het kampioenschap van Donostia (San Sebastian) en in de jaren 70 won hij verschillende prijzen zoals de Prijs Xempelar (4 keer) en Prijs Txirristaka (3 keer). Naar aanleiding van zijn dood schreef De auteur en songwriter Xabier Lete in 1978 het gedicht/lied ‘Xalbadorren heriotzean’ (Na de dood van Xalbador), een van de bekendste gedichten/liederen van Baskenland.

.

Na de dood van Xalbador

Er was een  diepe en gevoelige vriend
veranderd door de vleugels van de poëzie
door de wormen voortgekomen uit een diep gevoel van binnen.

Een zanger die plaatsen bereisde, rillend van eenzaamheid
die geleerd had op een harde manier, woorden bescheiden te weven,
uit de onvergankelijke waarheid van zijn innerlijk.

(Refrein)
Waar ben je, waar zijn je weilanden
herder van Urepel  ?
jullie die zijn gevlucht
naar de zijkanten van de berg,
en in herinnering in het geheugen blijven. (Herhaling)

U schreef het lied van het afbreken van barrières
ernstig op zoek
naar vrijheid,  voorbij de banden en de beperkingen van het lichaam.

het transformeren van je laatste adem in de diepere,
hevige kreet van ondoorgrondelijke waarheden

die nooit kan worden uitgedrukt.

Waar ben je …

.

(zeer vrije vertaling van mijzelf)

.

Xalbadorren heriotzean

Adiskide slaat bazen Orotan Bihotz bera,
Poesiaren hegoek
Sentimentuzko bertsoek antzaldatzen zutena.

Plazetako Kantari bakardadez Josia,
Hitzen lihoa iruten
Bere barnean irauten oiñazez IKASIA, IKASIA.

(Errepika)
Nun Hago, zer larretan
Urepeleko artzaina,
Mendi hegaletan gora
Oroitzapen den gerora
Ihesetan joan hintzana. (Bis)

Hesia urraturik libratu huen kanta
Lotura guztietatik
Gorputzaren mugetatik aske senditu nahirik.

Azken hatsa huela bertsorik sakonena.
Iñoiz esan ezin Diren
Estalitako egien oihurik bortitzena, bortitzena.

Nun Hago …

.

                                                                                                                                     Foto: Juan San Martin

Slammin’

Marc Kelly Smith

.

De meeste mensen zullen niet meteen de naam Marc Kelly Smith kunnen plaatsen. Ik denk dat maar weinig mensen, inclusief slam dichters weten dat hij de grondlegger was van de Slam Poetry in Chicago in de jaren 80 van de vorige eeuw.

In november 1984 begon  bouwvakker en dichter  Marc Kelly Smith een poëzieavond serie in een  jazzclub in Chicago genaamd de ‘Get Me High Lounge’, op zoek naar een manier om nieuw leven in poëziepodia  te blazen. Hij noemde dit podium ‘The monday night poetry reading’. Hoewel gevestigde dichters de vorm die hij koos bespotte (op deze manier voordragen in plaats van gedragen voorlezen) groeide het podium en werd snel populair. Smith zag zijn aanpak als een opgestoken middelvinger naar de gevestigde dichters die hij verwaand en versleten beschouwde want op hun evenementen “luisterde niemand naar ze”.

Of zoals Smith het verwoorde,  nadat hij zelf ooit naar een dergelijk evenement was geweest met zijn manuscripten verborgen in een krant:

“Het woord ‘poëzie’ stoot mensen af. Waarom is dat? Door wat de scholen er mee hebben gedaan. De slam geeft het terug aan de mensen .. We hebben mensen nodig om via poëzie met elkaar praten. Dat is hoe we onze waarden communiceren, onze harten, de dingen die we hebben geleerd, die maken dat we zijn, wie we zijn.”

Volgens Smith waren de eerste Slams meer een variété show dan een competitie. Hoewel Slams overal anders zijn is Smith verantwoordelijk voor kenmerken als de publieksjury en de cash prijzen. In het begin maakt hij zelfs gebruik van show elementen als het aandoen van bokshandschoenen bij de dichters waarna ze samen in een soort boksring geplaatst werden.

Na het succes in Chicago breidde de Slams zich uit over meer dan 500 plaatsen in de Verenigde Staten. Marc Kelly Smith kreeg de koosnaam slampapi die hij nog altijd voert op zijn website http://www.slampapi.com/

Eind jaren 90 begon poetry slam over te waaien naar Europa. In Duitsland is poetry slam inmiddels een televisiefenomeen. Ook in Frankrijk bestaat een actieve slambeweging. In Nederland worden sinds 1998 slams gehouden. Sinds 2002 wordt er een jaarlijks Nederlands kampioenschap poetry slam georganiseerd.

Van de hand van Marc Kelly Smith het gedicht ‘The sign rattled, it had all these buttons of glass’.

.

The sign rattled, it had all these buttons of glass

Stanley’s store at the end of our alley
Had a dead end sign shaped like a diamond
Set into the ground at the back of the curb
Turned up on a point,
One of its kind left in the world.
Euclid Avenue ran into it.
Eighty-fourth Place crossed it.
Tootie-Fruitie Freddie and Ricky Cooke
Pitched pennies on the sidewalk behind it.
I raced Kenny Knottingham
In a race I regarded
As the race of my life
From the blotched beige bark
Of the big leaf sycamore
Peeling
To within a tag-hand’s reach of winning
Rattling the buttons of glass
That covered the sign
As I fell to the ground —
A hand on the curb,
A hand in the mud.
My face scraped by the pipe
That supported that sign.
It was the race of my life
Lost boarded up abandoned
Block by block purchased and sold.
And try as I may not to
I run it again and again.
Sometimes in my dreams.
Sometimes while sipping coffee in North Shore cafes
Or on the Gold Coast
When the autumn dusk drops its lavender air
And the electric lights in the buildings
Square themselves double on the damp streets
Making the people I do not know
Weave in and out of the mist
To become the people I forgot to keep with me
Walking out of my mind
Into places that will never be again.
Stanley’s store at the end our alley.
A pane of glass framing another world.
A dead end sign.
And I race backwards
Never able to win.

.

slam

 

slam2

 

Slam3

 

%d bloggers liken dit: