Site-archief

Dichters bezinning

Anton van Duinkerken

.

Via mijn broer Bart kwam ik in het bezit van een bundel uit 1946 van Anton van Duinkerken (1903-1968) met de titel ‘Verzen uit St. Michielsgestel, Legende van den wederkeer. Anton van Duinkerken was het pseudoniem van Willem Asselbergs. Asselbergs was een katholiek dichter, essayist, redenaar, literatuurhistoricus en hoogleraar literatuurwetenschappen in o.a. Nijmegen. Vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw tot aan zijn dood gold hij als een belangrijk man binnen de Nederlandse literaire wereld. Hij kreeg onder andere de Constantijn Huygenprijs in 1960 en in 1966 de P.C. Hooftprijs.

Als uitgesproken tegenstander van het fascisme en het nationaal socialisme (van Duinkerken schreef de bekende ‘Ballade van een katholiek’ (1935), een fel hekeldicht op en voor de NSB’er Anton Mussert) kwam Van Duinkerken te staan op driekwart jaar internering in het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel waar hij met andere belangrijke Nederlanders gegijzeld werd gehouden. Hij was er 8 maanden en schreef er de gedichten uit deze bundel.

De bundel is in vele opzichten dus bijzonder, in inhoud maar ook in vorm;  gepubliceerd op geschept papier en met niet afgesneden pagina’s met rafelige randen. Sober maar daardoor in mijn ogen juist heel mooi en waardevol. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Dichters bezinning’ waarin hij terugkijkt op zijn leven tot dan toe en hoe mooi dat was.

.

Dichters bezinning

.

Laat mij nog eenmaal zeggen, hoe schoon ik vond

Onder Gods oogen enkel een kind te zijn;

Dankbaar, zoodra er maar zon aan den hemel stond,

Dronk ik het dagbegin feestlijk als morgenwijn.
.
Klanken ontwaakten, waarin ik hooren mocht

Hoe Zijn Bestuurder zelf het heelal bemint.

Waren er vragen, waarop ik antwoord zocht,

’t Waaide mij toe in den zomerschen ochtendwind.
.

Waar ik narcissen blinken en buigen zag,

Wist ik mijzelven zorgeloos zielsverwant

Aan hun verliefde stoeien, den heelen dag

Door, met de zon en de wind aan den waterkant.
.

Doch rijpen vruchten niet in een feller gloed?

Toen ik een knaap was, zocht ik bij knapenpret

Wat ik eerst vinden mocht na veel tegenspoed:

’t Eigen, eenzelvige deel aan de scheppingswet.
.

Laat mij nog eenmaal zeggen, hoe goed het was

Tranen te schreiën, tot mij gestild verdriet,

Als wie een glimlach in moeders oogen las,

Dwong tot de vreugden van ’t meer bezonken lied.
.

Zag ik niet zorgenbereid mij terzijde staan

Haar tot wier weemoed mij Gods behagen riep?

Zag ik haar oogen niet over mijn lijden gaan
Zacht als de weelden die mij haar liefde schiep?
.

Vogels en bloemen zijn mij ten vreugd gemaakt,

Doch als ik scheiden moet, laat dan een kinderoog,

Opperste zaligheid, waarnaar mijn wezen haakt,

Zekerheid geven, dat ik mij niet bedroog.
.

Aanheffen zal ik dan nogmaals een jubelzang

Als mij voorhenen van ieder verdriet genas.

Wat mij beminde, heel mijn leven lang,
Laat mij voor eeuwig zeggen hoe goed het was.
.

Poosplaats

Gedichten op vreemde plekken Deel 98: Op een pilaster in de dijk

.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog liet Frederik Hendrik in 1629 rond de stad ‘s-Hertogenbosch een veertig kilometer lange aanvalslinie aanleggen. Deze linie bestond uit een aaneenschakeling van dijken, grachten, forten en kampementen.
Het water van de Aa, de Dommel en de Dieze werd door het systeem van dijken en grachten om de stad heen geleid. De moerassen, die de stad van oudsher moeilijk te benaderen en onneembaar maakten, konden hierdoor worden drooggelegd.
Na een beleg van vier maanden sloegen de manschappen van Frederik Hendrik een bres in Bastion Vught. Op 14 september 1629 werd de capitulatie getekend en de stad ingenomen. Met deze verovering bevestigde de stadhouder zijn faam als ‘stedendwinger’.
Over de uittocht van de Spaanse troepen liet Frederik Hendrik door zijn secretaris Constantijn Huygens in zijn dagboek optekenen:
‘De bezetters mochten ongemoeid met slaande trommels, vliegende vaandels in volle bewapening met pak en zak en gemaakte buit naar Diest vertrekken’

Het verslag sluit met de woorden:

‘1629 is dus voor mij een memorabel jaar geworden. Via een der zwaarste en gedenkwaardigste belegeringen hebben we veel lof en ontzag gewonnen. De onoverwinnelijke moerasdraak ‘s-Hertogenbosch is bedwongen.’

Tegenover Bastion Vught ligt een waterdoorlaat naar het Bossche Broek, dat bij hoog water als waterberging wordt gebruikt. Op een van de pilasters in de dijk is het gedicht te lezen dat Kees Hermis geïnspireerd door de historie voor deze plek schreef.

In totaal komen er elf poosplaatsen langs of nabij de Dommel, tussen Bastion Vught en Sint-Michielsgestel. De term en het concept ‘poosplaatsen’ zijn afkomstig van de dichteres en beeldend kunstenares Pien Storm van Leeuwen. In dit neologisme klinken ‘verpozen’ en ‘poëzie’ door in relatie tot een bepaalde plek. Al enige jaren werkt ze aan kunstprojecten die op innovatieve wijze het landschap verbinden met de wijze waarop mensen zich tot dit landschap verhouden. Poëzie geïnspireerd door de plek, is daarbij de gedachte.

.

poosplaats

%d bloggers liken dit: