Site-archief

Mooi zijn je haren

Adriaan Morriën

.

De dichter, essayist, vertaler en criticus Adriaan Morriën (1912 – 2002) debuteerde in 1935 met een gedicht in het Nederlands-Vlaams literaire tijdschrift Forum. In 1939 verscheen zijn dichtbundel ‘Hartslag’, de eerste van velen. Na de tweede wereldoorlog werkte hij bij Het Parool waar hij literaire beschouwingen, vertalingen en recensies schreef. Hij vertaalde onder meer werken van Albert Camus, Heinrich Böll, Sigmund Freud, Erich Kästner, Choderlos de Laclos, Guy de Maupassant en Pauline Réage.

Hij was redacteur bij Tirade, beoordeelde manuscripten, was bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren en was hij adviseur bij uitgeverij De Bezige Bij en G.A. van Oorschot. Bij die laatste uitgeverij verscheen in 1980 zijn dichtbundel ‘Avond in een tuin’. Uit deze bundel het gedicht ‘Mooi zijn je haren’.

.

Mooi zijn je haren

.

Mooi zijn je haren.

En nu het zomer wordt

worden ze blonder, nog blonder.

Je mag de zon wel bedanken.

.

Als je bij mij in bed stapt

ruik ik de geur van ozon.

De bliksem is ingeslagen.

Vriendelijk. Zonder donder.

.

Het verlorene zal ik zoeken

Thomas Graftdijk

.

Thomas Graftdijk (1949 – 1992) was medeoprichter van het tijdschrift Soma en in 1974 van De Revisor. hij trad op als vertaler van het werk van Elias Canetti, Hermann Hesse en Rainer Maria Rilke. Postuum verschenen van hem nog vertalingen van het werk van Friedrich Nietzsche, Sigmund Freud, Thomas Mann en Franz Kafka. Daarnaast was hij dichter maar als zodanig is hij wat in de vergetelheid geraakt.

Hij publiceerde drie dichtbundels ‘Lachend op de achterste rij’ in 1970, ‘Treurarbeid’ in 1977 en ‘Positieve helden’ in 1980. Werk van Graftdijk werd gepubliceerd in onder andere Maatstaf, De Revisor, Raster en De Gids. Uit Raster 26 uit 1983 het gedicht ‘Het verlorene zal ik zoeken’.

.

Het verlorene zal ik zoeken

.

Het verlorene zal ik zoeken

in dit nevel-leven dat ik veins met zwak belichaamd zelf

in de vermoeide natuur, die ik ophef met mijn zachte

erts

.

Het verlorene zal ik zoeken

in het hoofd met jaarringen om de koeieogen

dat ik vrees in de donkere spiegels van mijn bankroet

.

Valsemunter, reeds bevroedend het verdwenene in de

toekomst

reeds in tijdnood redde ik het vuil dat eenzaam brandt

en gaf niet op de wil een weerlicht in de nacht te

scheppen, terwijl ik op mijn arrestatie wachtte

.

Kindse boer die van de bossen en de wolven

droomde, vrijend om de zuiverheid

ondanks het nut dat ik in honderd bevlekkingen

wou telen, voltrokken aan de mannequins van mijn

begeerte

Ondanks hun deeg dat goed was om mijn kiespijn te

verzachten

hun knutselen dat ik als kunst verstond:

illusies te proberen het vergeefse

te betrappen het verzuimde, te horen langverstomde

ruzies

in het geritsel van de telefoon (haarscheurtjes

in de samenzwering tegen mijn persoon)

te dulden de paniek, naakt en onherstelbaar

van mijn voldongen zoon

.

Ziehier mijn zaligheid: in nooddruft het verlorene

te vinden, te vullen het gemis van groot wit ding

mijn schulden uit verboden bron te voldoen

(de bloedpis van een vis, uitmiddelpuntig

zwemmend om een eiland van ellende)

en me te verzoenen met de legende

.

Dat mijn vorst zal komen op een dag

.

O wereldwijze, in solovlucht galopperend

op de valwind

van bevrijdende herinneringen.

.

2015-10-11-15-31-42

%d bloggers liken dit: