Site-archief

De wandelaar

Martinus Nijhoff

.

In 1916 verscheen de bundel ‘De wandelaar’ van Martinus Nijhoff (1894 – 1953). Mijn exemplaar, een vijfde druk uit 1947, verscheen in Den Haag bij uitgeverij A.A.M. Stols. Deze bundel bestaat uit vier hoofdstukken met de volgende titels: De wandelaar, Scherzo, De vervloekte en Het zachte leven.

Nijhoff was één van de eerste moderne dichters van de twintigste eeuw. De poëzie van Martinus Nijhoff heeft een verstrekkende invloed gehad op de Nederlandse poëzie, die hij op ingrijpende wijze vernieuwde. De invloed van de Tachtigers hoorde daarmee tot het verleden. Nijhoff was als geen ander in staat om een gecompliceerde thematiek in eenvoudige taal te vatten. Dat zijn poëzie ook later nog gewaardeerd werd blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat het grootste literaire tijdschrift van Nederland, Awater, de titel draagt van een gedicht van Nijhoff uit 1934.

Uit ‘De wandelaar’ koos ik het gedicht ‘Het meisje’, vooral voor het  gebruik van de woorden ‘zoel’ en ‘mint’ die je eigenlijk nooit meer hoort of leest.

.

Het meisje

.

Wanneer je ontwaakt, zie je den morgen bleeken,

De klokken luiden dat de dag begint.

De tuin geurt zoel van gras en vochtig grint,

Ruischend omhoog de hooge boomen steken.

.

Meisje dat de innigheid der dingen mint,

Je hebt geen daad te doen, geen woord te spreken:

Je stil-bewegend leven heeft de bleeke

Wonderlijkheid der droomen van een kind.

.

Wij gingen samen ’s morgens door de stad,

Het licht viel schuin naar binnen in de straten,

Menschen liepen voorbij die samen praatten,

.

De toren speelde – en ’t was of alles had

De teere kleur en klank van ’t vreemd bewogen

Zwijgende leven van je glanzende oogen.

.

Advertenties
%d bloggers liken dit: