Site-archief

Bijna vergeten dichter

Leyn Leijnse

.

Dichter, schilder en schrijver Leyn Leijnse (1941 – 2006) begon zijn werkend leven op de wilde vaart als ketelbinkie.  Eind jaren zestig was hij bureauredacteur bij Het Vrije Volk in Rotterdam. Hij maakte reizen naar Noord-Afrika en Nabije Oosten. In Israël werkte hij in een kibboets. In 1972 nam Leijnse (ook wel Leyn Leynse) deel aan Poetry International te Rotterdam, en ook in 1977 las hij op Poetry voor uit zijn werk. In 1974 richtte hij met de dichters Rien Vroegindeweij en Eddy Elsdijk de poëziewinkel Woutertje Pieterse in Poëzieop. Hij werkte mee aan literaire activiteiten van de Rotterdamse Kunststichting, Workshop Arbeidersliteratuur Rotterdam. Leijnse was ook vooral bekend als schrijver. Zo ontving hij de Anna Blaman Prijs in 1969 voor zijn roman ‘Afrika sterft’. In 1974 werd hem de Herman Gorter Prijs toegekend voor zijn dichtbundel ‘Antwerpen’. In In 1978 verbleef hij een half jaar in New York. De laatste 20 jaar werkte hij afwisselend in Parijs en Rotterdam.

In de bundel ‘Dichters bij de Bezige Bij 1944 – 1984’ is een gedicht zonder titel opgenomen dat verscheen in zijn bundel ‘Antwerpen’.

 

.

het was een NS-trip

de goedkoopste weg naar Highgate Cemetery

.

de eerste mei werd een trieste dag

het graf was niet mooi en het regende

.

we liepen terug

het vervoerspersoneel staakte

.

archiefvernietiging stond op een bakfiets

‘zijn jullie pelgrims? Swinburne?’, vroeg de berijder,

graaiend in zijn bagage boeken en kranten, ‘of

Chauser?

‘Marx’, zeiden wij, ‘en we zijn sijknat van de regen

.

hij nam ons mee om thee met melk te drinken

we doopten een suikerklontje dat nauwelijks

verkleurde

een stoet mensen spoelde de straat in en een olifant

waar een vrouw met rood haar en groene ogen opzat

.

kijk naar het stervende dier

de laatste keer, op een vliegend tapijt in de Tuilerieën,

speelt het orkest van travestieten Lady of Spain

de kinderen plassen in hun broek van het lachen

op zondagse pakken wordt ijs en bier gemorst

ze blazen op toeters en slaan met deksels op ronde

billen

.

op een dag in juni 1290 kwam hij hier

kijk hoe de natte, grijze circustent bezwijkt

kijk naar de stervende olifant

z’n slurf piept in de groene lucht

steeds meer boeken worden in het vuur geworpen

een jongleur beklimt het zinkende beest

en zwaait naar ons met z’n strooien hoed

.

het graf was niet mooi

het regende en iedereen staakte

.

                                                                                                                                                                         Foto: Marcel Edixhoven

Lourdes

Riekus Waskowsky

.

Ooit, jaren geleden, ging ik op vakantie naar Spanje met de auto. Op de weg daarheen zouden we Lourdes aandoen. In Parijs raakten we om 5 uur ’s morgens elkaar kwijt (we waren met twee auto’s. We hadden geen ander doel dan (heel vaag) Lourdes. We hadden niets geboekt, we reisden op de bonnefooi. Mobiele telefoons bestonden nog niet (het nieuwste snufje op dat gebied was destijds het antwoordapparaat en daar begin je zo weinig mee als je elkaar kwijt raakt).

Na enig rondrijden in een nog vrijwel leeg Parijs (het was echt nog heel vroeg) besloten we dan maar (na een kaart gekocht te hebben, die hadden we namelijk ook niet bij ons) richting het zuiden en Lourdes te rijden. Bij het oprijden naar de Péage (tolweg) zagen we uiteindelijk ons reisgezelschap. Zij hadden, net als wij geredeneerd dat we uiteindelijk toch de weg naar Lourdes moesten nemen.

Lourdes was een heel ander verhaal, of je nu religieus bent of helemaal niet, de ‘gecontroleerde gekte’ zoals ik het maar noem, is zeker de moeite waard van een bezoek. De Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) schreef er een grappig gedicht over in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1985.

.

Lourdes

.

Toen hij uit de Grotte Miraculeuse kwam

zaten er in elk geval

2 nieuwe banden aan z’n invalidenwagentje.

.

Korte gedichten

Op maandag

.

De dagen lijken steeds meer op elkaar en daardoor was ik gisteren helemaal in de war. In plaats van korte gedichten van de maand te plaatsen, gaf ik jullie een ‘Cadeautje’. Ook niks mis mee natuurlijk en daarom vandaag, voor een keer op maandag in plaats van op zondag, korte gedichten. Vandaag koos ik voor drie gedichten van dichters uit Vlaanderen en Nederland te weten Hubert van Herreweghen (1920 – 2016) een van de belangrijkste na-oorlogse dichters uit Vlaanderen, de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) en de Vlaamse dichter Petra Van den Berghen (1971).

Van Hubert van Herreweghen koos ik het gedicht ‘Paar’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986.

Van Riekus Waskowsky koos ik het gedicht ‘Gospelsong’ uit ‘De verzamelde gedichten’ uit 1985.

Van Petra Van den Berghen koos ik het gedicht ‘grijpen en mazen’ uit ‘Staalkaart van de Nederlandstalige Podiumpoëzie 2017’.

.

Paar

.

Ik zie een jongen naast een meisje lopen,

hij kust haar en zij lacht om het geval.

Genadige dood! Zij kirren en zij hopen,

zij zien het kind nog niet dat hen begraven zal.

.

Gospelsong

.

Elke seconde verandert de wereld

men leeft maar en sterft maar

alsof het niets is en misschien is

het ook wel niets dan wat beweging

waardoor de wereld niet verandert.

.

grijpen en mazen

.

het glijdt de vingers van herhaling door

-tussen-

de pauzes in

snijdend aan gewonde handen grijpen ze doelloos in uitgezette netten

tussen de lijven in wapperen de mazen, bot in hun vieren

in altijd, overal ontglipt.

.

Gedicht I en II

Jana Beranová

.

Zoals aangekondigd deze week vooral tips en aanmoedigingen om de tijd zinvol door te komen met lezen. Nu de bibliotheken nog gesloten zijn, veel (grote) boekhandels gesloten zijn (maar wel gewoon on-line hun boeken verkopen, dus verkies de boekhandel boven de grote digitale ‘Kooppaleizen’, dan blijven ze ook na de crisis nog bestaan) is er nog een manier om aan boeken te komen. Naast de kringloopwinkel (maar die zijn bijna allemaal ook gesloten) zijn er de minibiebjes (feitelijk boekenkastjes in de buitenruimte waar mensen hun boeken die ze kwijt willen kunnen neerleggen) en de kasten met boeken in de supermarkten van o.a. Albert Heijn. Maar voor de Rotterdammers is er nog een mogelijkheid om gratis boeken te zoeken en te vinden (en te doneren) en wel bij Book Central in de centrale hal (Hal A) van het Groot Handelsgebouw. Book Central is 7 dagen per week geopend van 07.00 tot 20.00 uur op Stationsplein 45 naast het Centraal Station.

Dat is ook de plek waar ik ‘Geen hemel zo hoog’ van Jana Beranová (1932) vond. Deze bundel uit 1983 was, na enkele bibliofiele uitgaven, haar eerste grote dichtbundel, die toen al een paar jaar in voorbereiding was. In de bundel staan ‘Gedicht I’en ‘Gedicht II’. Twee gedichten waar voor mij leven en hoop uit spreken.

.

Gedicht I

.

De winterzon droogt regentranen

op mijn ramen. Onder de witte vlakte

van mijn bureau sluimeren verzen.

.

Ik ben het rustige stekje.

Ik wacht op een gedicht.

Ik wacht als een visser of ze bijten.

Ik ben het aas.

.

Gedicht II

.

De zon veegt de slaap uit mijn ogen.

Met klappen van de zweep start ik de

schrijfmachien. De letters rennen

uit de schaduw naar buiten.

.

Ik loop de straat op, de pleinen over.

Ik hoor mijn gedichten met kloppend hart.

Ik hoor mijn gedichten tegemoet.

Ik loop mijn gedichten.

.

Ons te vroeg ontvallen 3

Rieneke Grobben-Minderman

.

Op 23 maart 2018 overleed de, altijd in het roze geklede, dichter en fantastisch mens Rieneke Grobben-Minderman op 73 jarige leeftijd. Ze was, zo lang ik me kan herinneren, een vaste gast op de podia van Ongehoord! in de bibliotheek van Rotterdam, op het podium in de Jacobustuin en bij de uitreiking van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijdprijs. Elk podium kwam ze op met haar roze koffertje, zette haar bril van haar voorhoofd op haar neus en haalde haar gedichten op de rol (haar gedicht aan de meter) tevoorschijn en al afrollend las ze haar ongeëvenaarde poëzie voor. Gedichten als ‘Check in Check out’, ‘Op z’n Jan Boerenfluitjes’, ‘Crime passionel’ en natuurlijk ‘Rotterdam an du meter du stad van’ waar ik nooit genoeg van kreeg. Hoe vaak ze ze ook voorlas, elke keer was het weer genieten.

Rieneke was ook altijd bereid om te verschijnen op een podium als je haar vroeg (en als ze de tijd had). Haar aanwezigheid en voordrachten mis ik (en velen met mij) nog steeds. Joop van der Hor stelde samen met Rieneke en nog een aantal mensen en instanties de bundel ‘De wereld volgens Grobben’ samen waarin haar Rotterdamse gedichten en verhalen (en veel foto’s van optredens, krantenknipsels en persoonlijke foto’s) zijn opgenomen. Op die manier is haar werk bewaard gebleven voor alle liefhebbers en bewonderaars en dat waren er velen. Op 23 maart 2018 overleed Rieneke en op 15 april 2018 werd ze herdacht met de onthulling van de eindpassage van haar gedicht ‘Rotterdam aan de meter’dat als gevelgedicht werd uitgevoerd aan de Bas Jungeriusstraat in Rotterdam https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/04/14/rieneke-grobben-minderman/

Ik wil hier graag een gedicht van Rieneke delen wat voor mij vrij onbekend was maar waaruit de heerlijke nuchterheid van Rieneke spreekt en in de bundel is opgenomen getiteld ‘Op de bank bij…’.

.

Op de bank bij…

.

De krassen op mijn ziel

zij worden minder.

De littekens

verbleken.

De schaafwond,

een korstje erop.

De brandwond

genezen.

De gebroken botten

geheeld.

De ravage in mijn hoofd

gerangschikt.

De tranen

gedroogd.

Zo lag ik op de bank,

als een watje

én

de psychiater zei:

” ’t Komt wel in orde schatje.”

.

 

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Bekendmaking thema

.

Zoals al aangekondigd werd op dit blog zal er in 2020 weer een Gedichtenwedstrijd worden georganiseerd door de stichting Ongehoord!  Het bestuur van Ongehoord! heeft besloten dat het thema van dit jaar een (kort) gedicht van de, ons pas geleden ontvallen, Rotterdamse dichter Jules Deelder zal zijn.

Het thema van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is: De omgeving van de mens is de medemens

Binnenkort zal op de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com bekend worden gemaakt wat de voorwaarden zijn van deelname aan de wedstrijd, de prijzen, waar en hoe je gedicht in te zenden en nog meer informatie.

Om je vast al wat inspiratie te geven hier een gedicht van Robert Anker uit de bundel ‘Nieuwe veters’ verzamelde gedichten 1979 – 2006 uit het jaar 2008.

.

In het chroom

.

Kijk, daar staat ze, levensgroot.

Ze heeft haar hand in haar broek.

Ze steekt haar tong tussen haar lippen.

Hoe ze omkijkt in het straatbeeld dat je zoekt.

.

Je loopt het restaurant in waar ze zit.

Je loopt de palmen in, de spiegels en het chroom.

Ze rookt, ze kijkt verrast als ze je ziet.

.

Je doet een stap terug van de bel

en kijkt omhoog. Regen, asfalt.

.

Foto: FreeImages.com

Archeoloog

Riekus Waskowsky

.

Uit de bundel ‘Tant pis pour le clown’ uit 1966 van de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932-1977) waarvoor hij in 1968 de  Alice van Nahuys-prijs won, het gedicht ‘Archeoloog’.

.

Archeoloog

.

Hij is niet gelukkig, nu langzaam,

na jaren voorbereiding, zijn handen

de bedolven stad bevrijden.

.

Kranten en vakbladen

zullen over zijn vondsten juichen

maar hij is niet gelukkig.

.

Oude vormen van wanhoop, de resten van het leven

dat hij aarzelend blootlegt, vullen zijn hart.

.

1200 jaar voor christus sterft hij dan

bij de verwoesting van Mycene.

.

Dichter op verzoek

Zondagen in April

.

Ik weet dat er veel lezers van dit blog zijn met duidelijke voorkeuren als het gaat om dichters. De een houdt van de wat oudere gedichten van de Vijftigers, de ander van Tsjechische en Russische dichters, weer een ander van Ierse dichters, weer anderen van Vlaamse dichters als Herman de Coninck en Hugo Claus en er zijn er die liever dichters van nu lezen. Zoals jullie weten maak ik geen onderscheid ( ik hou van een heel breed spectrum aan dichters al heb ook ik mijn voorkeuren) en daarom wil ik jullie vragen om namen van dichters waar ik er dan telkens één van uitkies om op de zondagen in april iets over te schrijven en een gedicht van te plaatsen. Heb je daarnaast nog een voorkeur voor een gedicht van die specifieke dichter dan zal ik proberen dat erbij te plaatsen. Voorwaarde is wel dat ik dat gedicht dan niet eerder al geplaatst heb.

Dus kom maar op met de suggesties. De laatste dichters op verzoek waren: Ida Gerhardt, Miguel Santos en Antoinette Sisto maar zoals gezegd ook buitenlandse dichters mogen genoemd worden. Vandaag plaats ik hier een gedicht van een dichter die ik tot een van mijn favorieten reken namelijk Jules Deelder. Uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1979 het gedicht ‘Orpheus Descending’.

.

Orpheus Descending

.

Als hij zijn hand te luisteren legt

op de warme buizen in haar buik,

hoort hij de trein al komen.

.

Een doffe donder in de diepte dat

aanzwelt tot geraas.

.

En het moment is dáár

.

Als het felverlichte voertuig uit

het zwarte gat gespoten komt,

en hij zichzelve ziet.

.

Gekleed in teder lila achter één

der duizend ramen.

.

‘Mind the doors please! Mind the

doors!’

.

 

Topkok

Rieneke Minderman-Grobben

.

Begin van dit jaar overleed een bijzondere dichter en geweldige vrouw Rieneke Minderman-Grobben, Rotterdamse uit Charlois, altijd volledig gekleed in het roze. Ik kende Rieneke al jaren, ze was een vaste dichter bij de podia van Ongehoord! en ook daarbuiten kwamen we elkaar regelmatig tegen ook op podia die ik organiseerde, altijd in het gezelschap van haar man Jan.

Vlak voor haar overlijden heeft Joop van der Hor de bundel ‘De wereld volgens Grobben’ samengesteld en uitgegeven waarmee Rieneke als mens en dichter blijft voortbestaan ook nu ze niet meer onder ons is. Ik ben Joop daar zeer dankbaar voor. Rieneke schreef haar gedichten steevast op papieren rollen die ze in haar roze koffertje meedroeg (en waar altijd een lintje omheen zat) maar ze waren verder nergens te lezen. Door de publicatie van ‘De wereld volgens Grobben’ blijven haar gedichten bewaard.

Hoewel ik veel van haar gedichten ken (vaker gehoord uit haar mond) staan er ook nog genoeg in de bundel die ik niet kende. Voor iedereen die de poëzie van Rieneke niet kent maar zeker ook voor een ieder die haar wel kende en haar een warm hart toedroeg (en wie deed dat niet) hier één van mijn favoriete gedichten van haar hand ‘Topkok’.

.

Topkok

.

Ik droomde ik was Topkok

Ik zwaaide de scepter in een restaurant

Een dagmenu of à la carte

Gereserveerd door kelner of ober of gerant!

Schil aardappel, de bint

De eigenheimer

Of de opperdoes en smelt ondertussen

in een grote pan

De van goudreinetten appelmoes

Ik snij

Ik pluk

Ik snipper

Ik pers

Ik kneus

Ik pof

Ik hak

Ik stamp

Ik mix

Ik schaaf

Ik zeef

Ik pel

Ik bak

Ik braad

Ik stoof

Ik smoor

Ik sudder

Ik grill…

En hoe!

Voeg ondertussen

Vers gemalen peper én zeezout toe!

Ik pocheer

Ik lardeer

Ik trancheer

Ik gratineer

Ik blancheer

Ik pureer

Ik pommadeer

Ik fileer

Ik roqueer

Ik schockeer

En

Smeer..

Een boterham

Ik blus

Ik sus

Ik kus

De baas in de bezemkast

Wijn op temperatuur

Oven voorverwarmen

Sfeerverlichting aan

Thermostaat een graadje hoger

Dek de tafel met damast

En wel in ’t wit

Borden voorverwarmen

Bestek van zilver keurig gepoetst

In alle soorten én netjes in ’t gelid

Servet in de ring

Glazen in diverse soorten

Van flonkerend kristal

Coolers voor de wijn, champagne

Kaarsen in de kandelaar

Én … ondertussen

Is het eten beet of half gaar

De gasten schuiven volgens tafelschikking aan

De kledingcode:

Casual of naar believen chique

Het restaurant heeft sterren

Èn de ligging is uniek

De ober buigt en gaat serveren

Men begint

Te eten

Te schransen

Te schaften

Te slempen

Te bikken

Te zwelgen

Te buffelen

Te smikkelen

Te smullen

Te bunkeren

Te peuzelen

Te kanen …

Te dineren

.

Afijn:

Mijn taak als Topkok zit erop

Eet u allen smakelijk

Ik, ik ga hem smeren

En!!

Tussen ons gezegd

’t is geen geheim

U mag het allen weten

Ik! …

Ik ga lekker

Bij mijn moeder eten!

.

Vuurtoren

Jana Beranová

.

Een tijd terug vond ik tussen de afgedankte boeken in het Groot Handels Gebouw in Rotterdam (onder de naam Book Central staat daar een kast waar je je oude boeken kwijt kan en, als je er wat van je gading tussen vindt, ook uit mee mag nemen) een vroege bundel van de Rotterdamse dichter en goede bekende Jana Beranová getiteld ‘Geen hemel zo hoog’ uit 1983.

Deze bundel was na enkele bibliofiele uitgaven haar eerste grote dichtbundel, die destijds al een paar jaar in voorbereiding was. Jana komt uit Tsjechoslowakije en ze leefde lang noodgedwongen ver van haar vaderland. Ze dicht, vertaalt, acteert en is heel actief in het literaire leven van vooral (maar niet exclusief) Rotterdam. Van 2009 – 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam, in 2012 was ze jurylid van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd en in 2016 was ze één van de deelnemende dichters aan de Poëziebus.

Uit de (wel wat vergeelde maar desalniettemin gekoesterde) bundel ‘Geen hemel zo hoog’ het gedicht ‘Vuurtoren’.

.

Vuurtoren

.

Een stenen tronk grijpt naar de hemel,

arrogant en bijna ongenaakbaar

in zijn erectie.

.

Ritmisch schokkend uit zijn eikel

vloeit lichtgevend zaad

dat nooit opraakt

de weg wijzend naar

blijde verachting.

.

Machteloos en smachtend

hang je aan zijn signalen.

.

Als god hem heeft neergezet,

waarom dan schipbreuk lijden?

.

%d bloggers liken dit: