Site-archief

Poëzieweek 2018

Theater, bibliotheek, café en radio

.

Van 25 tot en met 31 januari is het in Nederland en Vlaanderen Poëzieweek en dit jaar heeft de poëzieweek als thema ‘Theater’ gekregen, met als motto ‘uitstromend in het pluche van de zaal’. Nu zullen er weer veel zalen en zaaltjes gevuld worden met dichters en gedichten tijdens de poëzieweek maar in de meeste gevallen zal er weinig sprake zijn van pluche. Poëzie in Nederland en zeker in zalen en zaaltjes in Nederland vindt vooral plaats in zaaltjes en op plekken waar sprake is van eenvoudige stoeltjes of tijdelijke zitplaatsen.

Een paar voorbeeld en van plekken waar ik de komende poëzieweek te horen en zien ben.

Op zondag 21 januari (dat is dus strikt gezien net voor de Poëzieweek) zal ik voordragen in café Maaart op de Valkenboslaan tijdens een voorronde van de Poëzie op Pootjes bokaal. Aanvang 15.30 uur.

Op zaterdag 27 januari ben ik aanwezig bij Radio Rijnmond bij het onderdeel Vraag het de bieb (verzorgd door Geen Poeha) als dichter in 1 minuut (wordt waarschijnlijk iets langer dan 1 minuut) alwaar ik een gedicht zal voordragen en iets zal vertellen over de volgende twee activiteiten. De aanvang van mijn bijdrage is om ca. 13.30 uur.

Op zaterdag 27 januari zal ik vervolgens voordragen bij Voorbij de brug! in de bibliotheek van Delfshaven georganiseerd door de bibliotheek en Zona Franca. Deze middag begint om 13.30 uur (ik zal iets later aanschuiven) en duurt tot 15.00 uur. Andere dichters dar zijn  Daniel Dee, Rien Vroegindeweij, Myrte Leffring, Jantine Dijkstra, Gerard van Hameren, Tomas de Paauw en de Syrische dichter Adnan Alaoda. De presentatie is in handen van Marco Nijmeijer. De bibliotheek Delfshaven is aan de Rösener Manzstraat 80 in Rotterdam.

Op zondag 28 januari tenslotte zal ik de presentatie voor mijn rekening nemen van De Gedichtendag in theater Koningshof in Maassluis. Daar treden op: Marieke Lucas Rijneveld (met poëzie uit haar debuutbundel Kalfsvlies), de stadsdichter van Maassluis Jaap van Oostrum, Hans Trompert en Bert Blasé (muziek en poëzie) Relliatuur (Rellie Telg uit Rotterdam met spoken word poëzie) en een aantal dichters uit Maassluis e.o. De aanvang is 15.00 uur en de middag duurt tot ca. 17.00 uur. Entree is € 9,50 of met korting € 7,50 Theater Koningshof is aan de Uiverlaan 20 in Maassluis

Als opwarmertje alvast een gedicht van Rien Vroegindeweij uit ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973.

.

Poëzie is voor mij een verhaal

Poëzie is voor mij het verhaal
Dat men mij vroeger vertelde
Van een man die op zijn zolder
Een vliegtuig van beton gebouwd had
En trots tegen iedereen zei
Dat het wel kon vliegen
Maar niet door het dakraam kon

.


Advertenties

Blijf staan en vecht

Ben Sikken

.

Lambertus Fransiscus Anthonius Maria Sikken werd geboren op 19 februari 1921 in Nijmegen. Hij verhuisde met zijn gezin naar Rotterdam, vanwaar hij, na het bombardement, weer moest verhuizen naar Wageningen. Daar behaalde hij zijn gymnasium diploma. Na het instellen van de Kultuurkamer in 1941 was het voor Sikken onmogelijk om te debuteren, Sikken was vaderlandslievend, had een sterk karakter en een was begaan met het lot van het bezette Nederland. Als één van de verkenners van de Groep Reynaert van de Geheime Dienst Nederland nam hij actief deel aan het verzet. Bij een verkenning van Duitse stellingen op de Wageningse berg op 25 september 1944, werd Ben op heterdaad betrapt. Hij werd gearresteerd, hardhandig verhoord en toen hij niets los liet door de Duitsers vermoord.

Toen hij stierf was hij 23 jaar. In zijn korte leven had hij een paar honderd gedichten geschreven die zijn nalatenschap vormen. Deze gedichten werden door hem geschreven tussen 1939 en 1944. Uit een bekend gedicht van hem ‘Blijf staan en vecht’ komt heel goed naar voren hoe Sikken dacht en hoe hij ook als dichter in verzet was. In 1947 verscheen zijn postume bundel. Die bevat een keuze uit de honderden gedichten  De inleiding van het boek is geschreven door Gabriël Smit. Een dichter/journalist die in de oorlog werkzaam was voor de Nederlandsche Kultuurkamer, als ‘correspondent’ en als verklikker.

.

Blijf staan en vecht!

.

Niet van den slaap zal ik genezen:

Mijn vuist wordt nimmer hard en hecht.

Wie eenmaal heeft gezegd:

“Ik sta en vecht”

sterft liever met uiteengereten pezen

maar fier en recht,

dan dat hij wijkt, vermoeid, in laffe vrezen.

Blijf staan en vecht!

.

 

Peggy Verzett

haar vliegstro

.

Pasgeleden mocht ik mijn verhaal vertellen op de middag van de bibliothecaris in De Doelen in Rotterdam samen met nog een aantal inspirerende collega’s. Een van hen was Peggy Verzett. Deze Rotterdamse dichter en beeldend kunstenaar zong daar samen in een trio een aantal nummers maar ze droeg ook gedichten voor uit haar laatste bundel ‘haar vliegstro’ uit 2016.

De bundel  ‘haar vliegstro’ gaat over haar moeder en in de poëzie zie je haar kunstenaarschap terug. Geen gedichten met een titel en dan het gedicht volgens een vaste vorm of concept, nee Peggy Verzett gebruikt in deze bundel de ruimte die haar gegeven wordt. Ze gebruikt de volledige bladspiegel, wisselt korte gedichten af met lange prozaïsche poëzie, ze maakt gebruik van kolommen en af en toe moest ik denk aan de dichter van Paul Ostaijen.

Haar poëzie is niet heel makkelijk leesbaar of toegankelijk, eerder hermetisch of sterk associatief, maar voor wie zich de tijd gunt en de gedichten aandachtig leest valt er veel te genieten en te begrijpen.

Een voorbeeld uit de bundel zonder titel.

.

ik wilde niets

geen blij gras

of ‘paviljoen in blij gras’

’t eerste deel dat ik vulde met gist,

.

hoe goed het glijden ging over

haar afficherende dienstingang

de mogelijkheid van glas erin te gaan en dansen, er vuurgraads levens lang

(de overkappingen/netwerken van elektrieken, mijn en jouw gedrag

.

neuzen snuiten in Lapland)

bereikte mij in hevig binnenrijm op een punttere

zich in eigen kwik

een rij gleed – de berm gedroeg zich

.

als ’n heilige anonieme in stilstaande bleke

lichte een zitting uit van het vacuüm

ik voelde spijt in

ongeboren kiezen woelden witte zachte ingedeukte kegels

.

na het sluiten van de geslachten

op mosniveau viel zeker iets

te halen een nieuwe afgeluisterde die hersenschuinte in

toen was Draussen nog of het goed of

.

zomer zomer

motors motors

mutabele motoren van bloed

.

Geboortestad Rotterdam

Dichter bij Rotterdam

.

Al eerder schreef ik over de bundel ‘Dichter bij Rotterdam’, een verzameling gedichten over Rotterdam, samengesteld door Meijer de Wolff in 1981. In deze bundel veel onbekende gedichten over Rotterdam en Rotterdamse zaken (Oude Binnenweg, de tram, Sparta, de Leuvenbrug, Boompjes, de Rotterdammer) van dichters waarvan de naam ons niet veel of niks meer zegt, van wat bekendere dichters ( J.H. Speenhoff) en van onbekende dichters (gedichten waar de naam van de dichter niet bekend is).

Van die laatste categorie wilde ik een gedicht hier delen. De dichter is onbekend maar het gedicht mag er zijn, in stoere taal, oud Hollands, uit een tijd dat het nog de verkeerde kant op leek te gaan met Rotterdam.

.

Geboortestad Rotterdam

.

Is dit mijn stad? – De welvaart is voorbij,

De schepen liggen rottend in de haven.

En door het touwwerk vliegen zwarte raven,

Het is gedaan met vloot en visscherij.

.

Waar is het volk van dit verlopen tij?

Men zag het vroeger langs de kade draven.

Het is vergeten nu of reeds begraven,

Prooi van zijn laatst, onheelbaar averij.

.

Voorgoed gedaan, vergeefs gekalefaat?

Daar ligt een schip waarop ‘Vertrouwen’ staat,

Ik zie een jongen, turend over ’t water.

.

Vertrouw, mijn stad: nóg stroomt de Maas voorbij,

En dit is sterker dan uw averij:

De trek naar zee, een jongensdroom voor later.

.

De liefde strijken met ijzers van geduld

Een recensie

.

Hein van den Assem ken ik al heel wat jaren. Toen ik bij Poëziepodium Ongehoord Rotterdam kwam en samen met hem Yvonne en Corina de stichting Ongehoord! oprichtte in 2010 werd Hein voorzitter en presentator.. Dat Hein ook dichter was wist ik toen al en de belofte dat er een nieuwe bundel van zijn hand zou worden gepubliceerd (na ‘Assemblage’ uit 2006) hing alweer enige tijd in de lucht.

Die nieuwe bundel is er nu ‘De liefde strijken met ijzers van geduld’. En een bijzondere bundel is het geworden. Door Hein zelf uitgegeven bij Assemblage poëzieproducties is deze bundel een Hein van den Assem kunstwerk. De illustraties zijn van Hein, het ontwerp, de uitvoering (gelijmd en met draad genaaid door de rug, de bladzijden zijn niet losgesneden) alles is van zijn hand inclusief de inhoud. Achterin de bundel zit een mini cd met 9 tracks vormgegeven door Peter Magnée. Wat dat laatste betreft, de mini cd is alleen afspeelbaar met een single adapter. Aangezien ik die niet heb kan ik over de CD hier niet veel melden. In het tweede deel van de bundel (op grijs papier) staat de verantwoording van de gedichten en de gebruikte muziek (piano, basgitaar, gitaar) evenals de teksten van de, door Hein voorgedragen, gedichten.

Ik beperk me hier dus even tot het geschreven gedeelte. De bundel bevat 42 gedichten en 9 tracks. De poëzie van Hein van den Assem zou ik als beschrijvend willen betitelen. In de gedichten van Hein wordt je door hem meegenomen, het zijn Heins gedachten ervaringen, vertellingen die je leest. Veel gedichten refereren aan Rotterdam (Rotterdam Centraal, Bonnema’s Delftse Poort) of mensen uit Rotterdam (Lex culinair) en zijn prettig te lezen. Maar Hein schuwt ook de andere (grote) thema’s niet. Het fraaie Omaha Beach Memorial (D-Day), Prisjvin (over de Russische Sovjetschrijver Prisjvin Michail Michajlovich), Salvador Dali, het Holocaust Monument, Chinese poëzie en Bucephalus (het paard van Alexander de Grote).

Uit alles blijkt de betrokkenheid van de dichter bij zijn onderwerp. Persoonlijke poëzie die nergens clichématig wordt of larmoyant. Alleen in de teksten van de 9 CD tracks zit af en toe wat rijmdwang die wat mij betreft niets toevoegen.

Voor degene die graag poëzie lezen die begrijpelijk is maar toch uitdaagt om verder over na te denken is deze bundel geschikt. Voor wie Hein beter kent valt er nog net iets meer te genieten, zijn de gedichten beter te plaatsen.

Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht’Rotterdam Centraal’.

.

Rotterdam Centraal

.

Het oude Rotterdam Centraal

lag loom, los en tandeloos als een

flauwe glimlach rond het plein.

Rammelende trams defileerden

dagelijks klingebellend, spiegelend

in zijn glazen pui langszij.

.

Maar uit de diepte doemden kaken op,

een rover sloeg zijn prooi. Scheurde het

middenrif in tweeën , vrat zich vast

in steen en stalen spanten, beet gulzig

in het karkas. Het oude spleet aan

alle kanten; verzwolg in de maalstroom;

de bouw put van Rotterdam.

.

Een bovenkaak versteende op het plein

halfweg de plavuizen vloedlijn.

Met blinkend tourniquette tandengrijns

werpt het zich nu dreigend vooruit,

waar mensenstromen in- en uitsluizen

en trams spoorslags omheen suizen…

de haaienbek van Rotterdam!

.

Poëziepodium Ongehoord! 10 december

In Rotterdam

.

Op zondag 10 december is alweer het laatste poëziepodium van 2017 in de centrale bibliotheek van Rotterdam. Op de 4e etage in het auditorium komen de volgende dichters:

  • Gijs ter Haar (met werk uit zijn nieuwe bundel)
  • Marijke Hooghwinkel (ook met werk uit haar nieuwste bundel)
  • Peter Goossens uit Vlaanderen (ook al met werk uit zijn nieuwste bundel
  • Meliza de Vries (jong en aanstormend talent)
  • Gideon Borman (actieheld en dichter)

Wil je deze dichters alvast een proeve van bekwaamheid zien doen kijk dan alle filmpjes hier: https://www.facebook.com/stichtingongehoord/

Natuurlijk is er een open podium. Meldt je hiervoor aan ter plekke bij de presentator Maiko. Toegang is als altijd gratis, koffie en thee staan klaar. Aanvang: 14.00 uur, je kan terecht vanaf 13.30 op de 4e etage van de centrale bibliotheek aan de Hoogstraat (naast de markthal en station Blaak).

Hier volgt alvast een voorproefje van een gedicht van Marijke Hooghwinkel uit ‘werkdagboek[aantekeningen]1996-2014’.

.

gedachten over

wind die de zee in kleine stukjes rond/
je heen uit elkaar barst tot een/
in de nacht helder uitgehouwen//

donzig veertje recht naar beneden valt op de/
grond langs een hek bij het water tegen/
het licht gestapeld ligt//

gerimpeld onkruid verschroeid/
als taartenaarde met slakkenslijm omringd/
door platgetrapt tussen //

wuivende rietstengels/
geur van mest/
brekend glas/
lijn van huizen//

gedachten over zand en//

…..etc.

.

Kaartlezers

Albertina Soepboer

.

Dichter, toneel- en prozaschrijfster Albertina Soepboer (1969) woont in Harlingen en heeft haar atelier in Groningen Ze studeerde Romaanse talen en culturen en Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen.

Haar Friestalige debuutbundel ‘ Gearslach’  verscheen in 1995. Hierna  volgden nog negen andere bundels. Naast het Fries heeft ze altijd in het Nederlands geschreven en ze ziet zichzelf dan ook als een tweetalig schrijver. In haar poëzie is die meertaligheid een belangrijk thema. Een ander belangrijk thema is landschap. Het wad komt vaak terug in haar poëzie, maar ook haar passie voor reizen speelt een grote rol.

Voor haar gedichten kreeg ze in 1996, 1997 en 1998 de Rely Jorritsma-prijs. Als dichter heeft ze op vele festivals opgetreden, o.a. op Poetry International in Rotterdam, De Wintertuin in Nijmegen, De Nachten in Antwerpen, Poesie International in het Oostenrijkse Dornbirn, Struga Poetry Evenings in Macedonië en The Ubud Writers&Readers Festival op Bali. Haar werk is vertaald naar het Engels, Duits, Frans en Slavisch-Macedonisch.

Uit de dichtbundel ‘ De hengstenvrouw’  uit 1997  koos ik voor het gedicht ‘ De kaartlezers’.

.

De kaartlezers

.

Dat het dichterbij kwam, daar
waren we wel zeker van. Als duin
zou het in ons huizen. En al
vielen meeuwen vaak uit wolken,
het was er, naderde en naderde.
Zoveel wisten wij.

Het pad, zeker, we tekenden het.
Zo zou het zijn. Alles was in kaart
gebracht en dan zouden we gaan.
Veters gestrikt. Fiets mee. Naar
zee, naar zee waar alles begint.
Zoveel wisten wij.

Maar hoeveel wisten wij niet.
Wij raakten het pad kwijt, konden
de kaart niet meer lezen en
verdronken in zee.

.

Derde prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017

Rian Visser

.

De derde prijswinnaar Rian Visser, was door omstandigheden niet in de gelegenheid om haar prijs op te halen of haar gedicht voor te dragen. In haar plaats heb ik bij de prijsuitreiking, nadat bekend was gemaakt dat ze de derde prijs had gewonnen, haar gedicht voorgedragen. Het juryrapport over dit gedicht luidt:

.

Juryrapport 3 – Niemand kan mij spreken

Vele dorpen en steden nemen asielzoekers op. Vele mensen in die dorpen en steden begrijpen niet wat deze mensen hier doen. Vele mensen willen het ook niet begrijpen. Vele mensen willen het wel begrijpen. Net als de dichter van dit gedicht.

Het gedicht Niemand kan mij spreken, was in al haar eenvoud voor de jury bijna geen discussie waard. In eenvoudige taal in een paar zinnen opschrijven dat we elkaar soms moeilijk verstaan of niet begrijpen is heel knap. Het is dan ook niet te sentimenteel. Het doet recht aan wat dagelijks aan de hand is.

Ik citeer:

Zij is een taal

die wij niet spreken.

Zij is een geschiedenis

die wij niet leren.

Een mens is meer dan een mens. Veel is bekend, vertrouwd. Maar, veel is -door verscheidene factoren- ook onbekend. Om dat onbekende van elkaar te gaan ontdekken is lef nodig. En de dichter van Niemand kan mij spreken heeft lef. Met dit gedicht laat de dichter niet alleen zijn/haar lef zien, het geeft de lezer ook hoop. Hoop op toekomst van poëzie en hoop op toekomst met ons allen.

.

Niemand kan mij spreken

.

Sinds een paar weken

zit in mijn klas

een meisje dat vluchtte.

Ze doet goed haar best

om ons te verstaan.

 

Maar vandaag heeft ze mij

verdrietig aangekeken.

Ze zuchtte en zweeg.

Ik denk dat ik het begrijp.

 

Zij is een taal

die wij niet spreken.

Zij is een geschiedenis

die wij niet leren.

 

Daarom ga ik het proberen.

Min ’ayna ’anti?

Waar kom jij vandaan?

.

June Bobbe

Tweede prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017

Marjolein Roozen

.

De tweede prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017 ging afgelopen zondag naar Marjolein Roozen en haar gedicht ‘3025 AA tot 3026 AN’. De jury schreef over dit gedicht en uitgesproken door Mark Boninsegna:

.

Juryrapport 2 – 3025 AA tot 3026 AN

Dit gedicht heeft de jury heel erg blij gemaakt. Als je van inhoud van postcodegebieden zoiets moois, simpels kan maken. De postcodes in dit gedicht zijn niet alleen Rotterdams, het gedicht is Rotterdams!

De overige juryleden waren zelfs even bang of ík het gedicht niet geschreven had. Het zou een mooie Bokito uit de mouw geweest zijn.

Maar zoals Jaap Montagne zei: Het telefoonboek oplezen is geen poëzie. Maar wat er in een postcode gebied allemaal te doen is en hoeveel verscheidenheid aan mensen en bedrijven, ik zou zeggen:  “Lebara, Lebara”.

Of hoe Alexander Franken het zei: Een allegorie waar veel uit te halen valt. Er is niet enkel een opsomming gemaakt, er is mee gespeeld. Op een manier dat het klopt en lekker loopt.

“Lebara,Lebara,Lebara,

Lebara,Lebara,Lebara,Lebara”

Of zoals ik het zeg: No nonsens in al zijn glorie.

.

3025 AA tot 3026 AN

 

Tandir, Dubai, Diam,

Torino, Tai Wah,

Ri Htim, Kousar, Kasabi,

Warung Rilah, El Aviva,

 

Het Pijpenhuis, Shaami Huis, Eethuis Marrakech,

Huisarts Stam & Stronkhorst,

 

Lebara,Lebara,Lebara,

Lebara,Lebara,Lebara,Lebara

 

Polski, Portuguesa,

HAS, Salan, Driouch,

Marokko, Delfshaven,

Andalus,

 

Vinodol, Wibra, Wokki,

Lebriz, Etos, Caftar,

 

De grootste slok,

Zeezicht,

Sidonia, Aan Zet.

.

Winnaar Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017

Gijs Smit

.

In een zeer goed gevulde foyer van het Bibliotheektheater in Rotterdam organiseerde stichting Ongehoord! gistermiddag de prijsuitreiking van de 6e Ongehoord! Gedichtenwedstrijd met als thema Diversiteit. De dichters die op de shortlist van het bestuur stonden waren allemaal uitgenodigd om, niet alleen aanwezig te zijn, maar ook om hun gedicht voor te dragen. Hoewel er een aantal afzeggingen waren hadden de meeste toch gehoor gegeven aan deze uitnodiging. Afgewisseld met de prachtige zang van June Bobbe lieten de dichters horen waarom het terecht was dat zij op de shortlist stonden. Vanuit vele streken (zelfs een aantal Vlamingen was aanwezig) was men naar Rotterdam gereist.

Tussen de dichters door vertelde Edwin, nieuw bestuurslid van Ongehoord!, iets over de nieuwe koers die Ongehoord! wil gaan varen in 2018. Naast de bekende podia wil Ongehoord! meer aan ontwikkeling van dichters gaan doen door middel van bijvoorbeeld het aanbieden van een aantal workshops. Na zijn verhaal, de gedichten van de aanwezige dichters en de muziek van June was dan eindelijk het verlossende woord aan de jury bestaande uit Mark Boninsegna (voorzitter), Alexander Franken en Jaap Montagne.

Als eerste las de voorzitter een aantal algemene bevindingen op die je hieronder kunt lezen.

Juryrapport algemeen

 De jury had de moeilijke taak om uit een shortlist van vijftig gedichten een top drie, bestaande uit een nummer drie, twee en één -de uiteindelijke winnaar van de dichtwedstrijd-, samen te stellen. Nu heeft de jury het geluk dat ze erg kunnen genieten van poëzie. Een straf om vijftig gedichten door te ploeteren was het dus zeker niet. Er zaten dan ook erg leuke gedichten tussen.

 Alle juryleden hebben, afzonderlijk, alle vijftig gedichten uitvoerend gelezen en daar hun favorieten uitgehaald. Deze favorieten hebben we gezamenlijk besproken. Soms viel een gedicht door een ander inzicht van andere juryleden al snel af en vaak werd er ook twijfel gebracht. Er was dan ook geen één gedicht die alle drie de juryleden bij hun favorieten hadden staan. Dit bracht de nodige discussies met zich mee. Wat alleen maar goed is. Op deze manier ben je ervan gewaarborgd dat de winnaar ook de terechte winnaar is.

 Het thema van de dichtwedstrijd, was diversiteit. En diversiteit was er ook! De jury heeft geen dichter kunnen betrappen die niet van diversiteit houdt. Gelukkig maar. Je zou er niet aan moeten denken dat iedere dichter hetzelfde zou opschrijven. De dichtkunst is voor velen al saai, maar dan zal het dodelijk saai zijn. En, saai was het zeker niet. Hoe sommige dichters vrijelijk gebruik maken van interpuncties, hoofdletters en witregels, het was soms echt een gepuzzel. Wat bedoelt de dichter hiermee? Is het bewust of juist onbewust gedaan?

 Vele dichters hanteren het vrije vers. Het vrije vers is een mooi iets. Je kan er alle kanten mee op. Je kan het invullen hoe jij het invult. Maar, wees consequent! Gebruik je punten na iedere zin, gebruik ze dan ook na iedere zin. Gebruik je komma’s, gebruik ze dan consequent. Gebruik je witregels, hanteer deze dan zorgvuldig en niet lukraak. Gebruik je overigens geen punten of andere leestekens in je gedicht, gebruik ze dan ook niet. Witregels hebben echt een functie. Wat de jury zag was soms een warboel van van alles en nog wat. Als je iets wel, of juist niet gebruikt, wees daar dan consequent in. Zoals ik zei, het vrije vers is een mooi iets, maar het heeft wel regels. Dit gaat trouwens helemaal op voor sonnetten.

 Tijdens het lezen en bespreken van de ingezonden gedichten kwam de jury ook tot de conclusie dat er weinig originaliteit gebezigd werd. Bijna alles hadden we al een keertje eerder gezien. Hoe mooi je ook een gedicht kan schrijven, als het uiteindelijk een kopie van Wigman, Komrij of Dee is, dan is het al een keer gedaan. Wees origineel. Durf! Jij bepaalt de combinatie van die 26 letters. Die 26 letters die we allemaal schrijven.

 Poëzie ben jij en jij bent poëzie.

.

Juryrapport winnende gedicht

En toen was het tijd om de prijswinnaars bekend te maken. De eerste prijs, de winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017 is geworden Gijs Smit. Uit het juryrapport:

In tegenstelling tot de realiteit van Niemand kan mij spreken (derde prijs) of het nuchtere, Rotterdamse 3025 AA tot 3026 AN (tweede prijs), is het gedicht Het land, juist sprookjesachtig. Het hele gedicht is als geheel een metafoor. Dàt is ook wat de jury er zo mooi aan vindt.

 Een land waar meningen samen leven met vrouwen en mannen en draken. Dit alles, zoals u zich kunt voorstellen, niet zonder problemen. Het is, ondanks de draken, de realiteit van de dag. Het is dan ook het einde, wat het gedicht tot een sprookje maakt. Het einde waarin de avondschemering als muze haar werk doet voor de dichter en waar de poëzie het levenselixer voor de inwoners van het land is. En dat, lieve dichters, is -hoe graag we het ook willen-, niet de realiteit. Zelfs niet als jurylid Alexander Franken denkt dat, dat misschien wel de reden is om kunstenaar te willen zijn is.

 De realiteit is dat Het land het winnende gedicht is van de Ongehoord! poëziewedstrijd!

.

Het land

.

Ik heb het land zelf verzonnen.

Draken wonen er.

En vrouwen met schorten en verlangende armen.

Mannen die verlegen door regenpijpen klimmen.

En meningen.

Na elke stap een mening.

 

Overal zijn woorden.

De meningen discussiëren met de vrouwen,

praten met de mannen,

vertellen de draken wat ze moeten doen.

En nooit zijn ze het met elkaar eens.

 

Maar na de zon en voor de sterren bereid ik het maal,

serveer muziek, zacht en wonderlijk,

kleuren, dichtbij en onbegrijpelijk mooi.

Zinnen, warm en voelbaar.

 

En de draken, de vrouwen, de mannen, de meningen

eten de muziek,

drinken de kleuren,

proeven de zinnen.

En het is stil.

.

De tweede prijs (Marjolein Roozen) en de derde prijs (Rian Visser) komen morgen aan bod. Hieronder Gijs Smit met het felbegeerde beeldje van Lillian Mensing en een foto van de winnaars (Rian Visser kon helaas niet aanwezig zijn) en de jury.

%d bloggers liken dit: