Site-archief

De plek

Jan-Willem Anker

.

Prozaschrijver en dichter Jan-Willem Anker (1978) studeerde literatuurwetenschap aan de Universiteit Utrecht en Slavische talen en culturen aan de Universiteit Leiden. Hij debuteerde in 2005 met de dichtbundel ‘Inzinkingen’, die werd bekroond met de Jo Peters Poëzieprijs.

Hij werkte mee aan onder andere Bunker Hill, DWB, De Reactor, De Poëziekrant, Rottend Staal en De Gids. Sinds 2019 is hij als redacteur verbonden aan het Nederlandse internetdomein van Poetry International. Inmiddels zijn van zijn hand een aantal romans en meerdere dichtbundels. Gedichten van Jan-Willem Anker zijn door Tom Schulz in het Duits vertaald en in Duitse bloemlezingen verschenen.

Uit zijn debuutbundel ‘Inzinkingen’ koos ik het gedicht ‘De plek’.

.

De plek

.

Vandaag zie je

de donkere plek in je schaduw

.

een hart dat ontwaakt

en trilt als een klavervorm

aan de kaspische zee

.

waarvan de onuitroeibare echo

alleen door dieren wordt gehoord

.

het hart van een struikrover

die cicaden eet

.

het gif proeft in de bes

en in het gif het tegengif.

.

Hij verzekert je ervan

dat jij in de zon prijsgeeft

.

wat seizoenen lang

onder je vel verborgen blijft

.

een satellietkarakter

dat je aanstuurt

in gevangenschap

.

de misdaad niet bedenkt

maar wel het moment

om hem te begaan.

.

 

 

Een pissebeds achtkantig lied

Herlinda Vekemans

.

In Gent kocht ik de dichtbundel ‘versneden’van Herlinda Vekemans. Haar debuutbundel. Na gepubliceerd te zijn in De Revisor, Dietse Warande en Belfort, En er is, Poëziekrant, Rottend Staal, Digther en Nieuwzuid werd deze bundel uitgegeven door Poëziecentrum Gent in 2005.  In 2006 gevolgd door de bundel ‘Buiging’, in 2011 ‘Schrikdraad’en in 2015 door ‘Kwartet voor het einde van de tijd’. Olivier Messiaen (1908-1992), waarin het leven en werk van de Franse componist Olivier Messiaen centraal staat. Vekemans (1961) geeft medisch en academisch Engels aan studenten en biomedische onderzoekers van de Universiteit van Leuven. In 2009 verschijnt poëzie van haar hand in ‘Het liegend Konijn’ en in 2010 in ‘Vlaanderen.

In de bundel ‘versneden’ wordt nogal wat versneden en met elkaar vermengd, volgens de regels van bestaande verhoudingen maar ook in nieuwe en uitdagende combinaties. De bundel bestaat uit 3 hoofdstukken: proloog, De stervende Galliër, Versneden en Epiloog, De stervende Galliër. Uit het laatste hoofdstuk het gedicht ‘Een pissebeds achtkantig lied’.

.

Een pissebeds achtkantig lied

.

And other strains of woe, which now seem woe

William Shakespeare, , sonnet 90

.

amper zand en zwart en bar al

en dor en droog de leeftocht door

en scherp schrapend in oor onder

en strak van blik de ogen kwijt

en arm aan regen en boswee

en mergloos en weesmoe en dicht

met stofpootjes vol net niet nat

aarddonker de zonzolder op

.

 

een twee drie ten dans

Eva Cox

.

Eva Cox (1970) is een dichter, prozaïst en vertaler, woont in Oostende, België. Op haar website schrijft ze over zichzelf en over haar leven tussen 1986 en 1999 het volgende:

“Zij woonde zelfstandig op zestien, ontvluchtte de middelbare school,stichtte een eenoudergezin, werkte als enquêtrice en tekenmodel, verkocht brood, opende een theehuis.”  Vanaf 1999 schrijft ze en was ze onder andere medewerker van Parmentier, De Brakke Hond, Revolver, Poëziekrant, Rottend Staal, Yang en DWB.

In 2001 won ze de eerste Vlaamse Poetry Slam. In 2004 debuteerde ze met de bundel ‘Pritt.stift.lippe’ in de Windroosreeks.  In 2009 verscheen bij De Bezige Bij ‘een twee drie ten dans’, een kleine stoet poëzie, (ultra)kort proza, vertalingen, pastiches, een duet voor één stem. Uit deze bundel het gedicht ‘Hand’.

.

Hand

Toen er een hand uit de kast stak, niet opdringerig, eerder
bijna verlegen, traag kantelend in het bleke licht, nam ik
een stoel en moest even gaan zitten. Ik overdacht het
bestaan, het ritme ervan, de pitloze weekte, en besloot de
hand niet weg te slaan. Sindsdien deel ik de tijd, mijn
kast en mijn leegte, en het is waar dat ik voor het eerst en
haast tot mijn spijt afhankelijk ben, maar ik blijf opgelucht
dat het een hand is en geen tong, god verhoede een tong,
of een neus, wat neuzen teweeg kunnen brengen, hoe men
er in lorren gehuld achteraan moet, nee een hand, lege
hand, glad, verlegen, traag kantelend in het harde licht,
op het ritme van de zon en wat uren.

.

Eva zwart wit k

%d bloggers liken dit: