Site-archief

De taal is het voertuig van de geest

Driek van Wissen

.

In het eind van de jaren ’80, begin jaren ’90 van de vorige eeuw was voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943 – 2010) regelmatig te zien en te horen bij het radio- en televisieprogramma Binnenlandse zaken van de TROS. In de rubriek ‘Kritiek van Driek’ liet hij op onnavolgbare en creatief-humoristische wijze zien hoe bijzonder de Nederlandse taal is met de openingszin: De taal is het voertuig van de geest, maar ons Nederlands is wel een krakende wagen geworden. Waarna hij een onderdeel van de taal behandelde (bijvoorbeeld de trappen van vergelijking, de verbindings-s, maar ook werkwoorden als zoeken, vinden, plaatsen en zetten) en liet zien hoe ongelofelijk inconsequent onze taal eigenlijk is.

Ik herinner mij dat ik altijd uitkeek naar dit item, Driek met zijn semi voorname voorkomen (ik denk dat het de strik was), met zijn specifieke manier van praten en dictie deed mij altijd (glim) lachen om onze taal. Later toen hij dichter des vaderlands wilde worden heeft hij slim gebruik gemaakt van zijn populariteit uit die tijd. In januari 2005 werd hij tijdens ‘De avond van het gedicht’ gekozen tot Dichter des Vaderlands, als opvolger van Gerrit Komrij en de Dichter des Vaderlands ad interim Simon Vinkenoog. Zijn uitverkiezing werd voorafgegaan door een intensieve campagne, geleid door Jean Pierre Rawie, een goede vriend van van Wissen. Tijdens de campagne deelde Van Wissen balpennen uit met een gedicht erop.

In het dagelijks leven was Van Wissen van 1968 tot 2005 als docent Nederlands in Hoogezand. Hij beëindigde zijn loopbaan in het onderwijs toen hij Dichter des Vaderlands werd. Voor zijn gehele oeuvre op het gebied van het light verse kreeg de dichter in 1987 de Kees Stip Prijs van het tijdschrift De Tweede Ronde. Van Wissen publiceerde ook onder het pseudoniem Albert Zondervan, dat hij deelde met Jean Pierre Rawie. Van Wissen schreef meestal in sonnet- en snelsonnetvorm. Daarnaast bediende hij zich ook wel van dichtvormen als rondeel, limerick en ollekebolleke.

Uit zijn bundel ‘De badman heeft gelijk’ uit 1982 het gedicht ‘Anti-Fries.

.

Anti-Fries
.

Als Holland winters is getooid,
En wij van kou welhaast verrekken,
Blijkt Friesland dichtbevolkt met gekken,
Die ’s winters gekker zijn dan ooit.

De maffe koppen, strak gelooid,
Ontspannen plots in losser trekken
Terwijl zich rond de stuurse bekken
Een soortement van glimlach ontplooit.

In onverstaanbare gesprekken
Worden dan praatjes rondgestrooid,
Die ijdele verwachting wekken,

Totdat de goden, als het dooit,
De hoop der dwaze halzen nekken.
Nee, de elfstedentocht komt nooit!

.

Advertenties

Het virginale luchtkasteel

Uit mijn boekenkast: Karel Kramer

.

Van mijn uitgever de Brouwerij kreeg ik de bundel ‘Het virginale luchtkasteel’, een mooie bundel met Franse rondelen op 37 schilderijen van Johannes Vermeer, van Karel Kramer. De Delftse dichter Karel Kramer heeft met deze bundel een nieuwe dimensie toegevoegd aan Vermeer en Delft. Als voorbeeld het gedicht bij het schilderij ‘Brieflezend meisje bij het venster’.

.

Brieflezend meisje bij het venster

.

we weten dat je er niet bent

het gordijn opzij geschoven

zijn letters wisten jou te roven

op het paard dus bij die vent

jij of hij degeen die ment

galopperend weggestoven

we weten dat je er niet bent

het gordijn opzij geschoven

.

hoe is het toeven in zijn tent?

zijn lichaamsgeuren doen verdoven

en is hij om in te geloven?

het paard nu toch weer ongewend?

we weten dat je er niet bent

.

brief

Spiegelen

Spiegelgedicht

.

Als het gaat om vormen van gedichten zijn er veel, heel veel. Vaste vormen (denk aan sonnet, rondeel, limerick etc.) maar ook in uiterlijke vorm. Ik heb op dit blog al verschillende vormen behandeld en vandaag is het de beurt aan het spiegelgedicht.

Wat is een spiegelgedicht?

Met een spiegelgedicht baseer je je op een bestaand gedicht en je verandert het thema, of het eerste vers, of de gevoelswaarde. Daarna maak je een nieuw gedicht waarbij je je spiegelt aan het bestaande gedicht. Je neemt als het ware de structuur over, maar je past systematisch de woorden/verzen aan je nieuwe invalshoek aan.

Een mooi voorbeeld vond ik op http://forum.scholieren.com van Ataraxia.

.

Er is te veel ruimte in dit bed voor mij – alleen,
samen is het zo veel leuker.
Zonnestralen te tellen in je haren
en niets aan te trekken van het stof
dat overal al jaren ligt.
.
Laten we toen voor toen laten,
leven in de stroomversnelling van deze dagen,
dit geluk alsmaar optellen
dan houd ik van jou en jij van mij,
en onze schoenen van elkaar.

.

en haar spiegelgedicht

.

Er is teveel ruimte in dit bed voor jou – wat heet,
een verloren druppel in de thee
Consumptie, illucide introductie we-
ten van je pars pro toto
Zo onnodig, onvindbaar.
.
Laat me je bed vullen – alle gaten,
Het troebele water – rozenblaadjes
Je kussen opschudden vol liefde en laat me
Je omarmen, verwarmen tot
Een gloeiende druppel op mijn plaat

.

spiegel

 

Jean Pierre Rawie

Rondeel

.

Gisteren kwam ik ergens in een stuk over poëzie een stukje over Jean Pierre Rawie tegen. In de late jaren negentig van de vorige eeuw heb ik het genoegen gehad Jean Pierre Rawie te mogen ontmoeten toen hij voordroeg tijdens een schrijversmarkt in de gemeente waar ik toen werkte. Een bijzonder heerschap was het, een dandy. Tenminste, ik denk dat hij graag als zodanig door het leven wilde gaan. Wat mij toen al opviel (ik was toen nog niet zo bezig met poëzie) was dat zijn gedichten zo mooi van structuur waren, zo makkelijk in het gehoor lagen en een beetje gedateerd aandeden. Dat laatste was mijn onwetendheid. Hoewel ik zelf geen bestaande structuren of vaste vormen gebruik in mijn poëzie waardeer ik ze wel degelijk. Jelou (jeloupoems.blogspot.nl) een door mij gewaardeerd dichter kan dit ook heel mooi.

.

Als voorbeeld een gedicht van Jean Pierre Rawie met als titel en als vorm, de uit de Middeleeuwen afkomstige versvorm, rondeel.

Rondeel: 4 regels + 4 regels +5 regels, rijmschema abba + abab + abbaa

.

Rondeel

.

Mijn wonder jij aanminnige vriendinnen,
ik heb mijn nachten wel met u doorwaakt:
gij waart gemeenlijk zo innemend naakt
en liet u zo welwillend voor mij winnen.
.
(Uw warme lijfjes tegen ’t witte linnen,
de legerstede die tevreden kraakt;
mijn wonderlijk aanminnige vriendinnen,
ik heb mijn nachten wel met u doorwaakt.)
.
Soms schiet het mij pas naderhand te binnen
hoezeer wij ons au fond hebben vermaakt
(al is het vaak te spoedig uitgeraakt,
maar viel er aan iets diepers te beginnen,
mijn wonderlijk aanminnige vriendinnen?)

.

Bron: Gedichten.nl

Uit: Wij hebben alles nog te goed (2001)

%d bloggers liken dit: