Site-archief

De dichter des walgens

Poet Nauseate

.

In 2001 werd in Nieuw Zeeland een ‘Terribly Bad Verse & Awful Poetry Competition’ georganiseerd door het blad Artscape. De vreugde van ‘echte’ slechte poëzie ligt natuurlijk in het feit dat het onbewust slecht is. Niemand – behalve deelnemers aan de competitie! – schrijft het opzettelijk; het is alleen dat door voor het hoogste te gaan, de daders er op de een of andere manier in slagen om vreselijke ‘poëzie’ te schrijven.. En dat is om verschillende redenen – rijmdwang, verkeerd gebruik van jambes; het verbrijzelen van de stemming door een onoordeelkundig woord of zinsdeel; het onvermogen om een ​​onderwerp te presenteren in andere dan puur feitelijke termen – kortom, het gebrek aan gevoeligheid en enige vorm van zelfkritiek.

Een aantal voorbeelden van slechte poëzie zoals men daar aantrof: Hugh Smith zijn Ode aan Jean Batten.

.

Ode to Jean Batten

“Dear Jean, there’s not a heart that beats
In great and grand New Zee,
That does not feel a lofty pride
And boundless love for thee.
One mind, one engine, and one heart
Combined to take you through,
And all the listening world is proud
Of each and all and you…”

of wat te denken van de dichter F.C Meyer, die ooit een brief met een afwijzing kreeg van een uitgeverij in 1928 met de volgende woorden:

Geachte heer, Nee u mag ons niet uw verzen toesturen, en wij zullen u niet de naam van een andere uitgever geven. Er is geen enkele rivaliserende uitgever die wij dusdanig haten, dat wij u hen hiermee laten belasten. het voorbeeld gedicht is simpelweg verschrikkelijk, sterker nog, we hebben nog nooit erger gezien.

Frederick Charles Meyer gaf na deze keiharde afwijzing toch niet op en uiteindelijk werd zijn werk toch gepubliceerd in meerdere boeken. Tot 2001, toen zijn werk als voorbeeld werd meegenomen in ‘Jewels of Mountains and Snowlines of New Zealand’ Nieuw Zeelands lschtste vers en verschrikkelijke poëziewedstrijd. Een stuk uit het werk van Meyer:

.

My pet dog

.

“Pluto! come here my dearest little dog,
Don’t get mixed up with every rogue,
And do not run into a fog…”

.

Rijmklank

Vormen van rijm

.

Ik krijg weleens de vraag wat poëzie nu eigenlijk is. Daar is natuurlijk geen eenduidig antwoord op te geven. Zoek naar definities en je vindt er vele. Ik heb in het verleden al wel verschillende aspecten van poëzie beschreven op dit blog (in de categorie literaire kunst) en wil daar de komende weken weer een en ander aan toevoegen.

Om te beginnen Rijm. Hoewel ik zelf niet van de rijm ben (ik heb de rijmdwang in het verleden ook af moeten leren) zijn er prachtige rijmende gedichten geschreven. Gedichten in vaste versvormen maar ook gedichten met voorrijm, middenrijm etc.

Vandaag wil ik stilstaan bij drie soorten rijmklanken: Volrijm, Alliteratie en Assonantie .

Volrijm

Bij Volrijm is er sprake van klankovereenkomst bij zowel klinkers als medeklinkers.

Slik en stik. Deze vorm, waarbij de beklemtoonde lettergreep niet gevolgd wordt door een andere, noem je mannelijk of staand rijm
Rapen en gapen. Deze vorm, waarbij de beklemtoonde lettergreep wel gevolgd wordt door een andere, noem je vrouwelijk of slepend rijm.
Toeteren en ploeteren. Deze vorm, waarbij de beklemtoonde lettergreep gevolgd wordt door twee onbeklemtoonde lettergrepen, noem je glijdend rijm.

Alliteratie

Bij Alliteratie is er sprake van klankovereenkomst van de begin medeklinkers.

Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan. Kapper Karel knipte koppige kerels kaal.

In het boek Opperlandse Taal & Letterkunde van Hugo Brandt Corstius uit 1981 zijn mooie voorbeelden te vinden.

Assonantie

Bij assonantie is er alleen klankovereenkomst van de klinker. Assonantie wordt veel door rappers gebruikt en zou je kunnen beschouwen als een zwakkere vorm van rijm. Maar ook de grote dichters maakte gebruik van deze vorm, zoals hier in een strofe van Martinus Nijhoff.

 

Maar ’t leven is te vast en hard:

Of we al een rustplaats graven,

Noch nimmer kwam de grote nacht

en is een mensch gaan slapen

.

Hans en Monique Hagen hebben in hun bundel ‘Jij bent de liefste’ en gedicht geschreven waar van allerlei soorten rijm inzit. De titel is ‘Onzichtbaar’ uit 2002.

.

Onzichtbaar

een zucht is onzichtbaar
net als de wind
de nacht is onzichtbaar
als de dag begint
onzichtbaar zijn de dingen
die ik kwijt ben
die ik nooit meer vind
maar
met mijn ogen dicht
zie ik alles
wat mijn hoofd verzint
.
jij-bent-de-liefsteh-hagen-m-hagen-9789045100142-4-1-image
%d bloggers liken dit: