Site-archief

Verliefde versjes

Jan Rot

.

Jan Rot  (1957) is een Nederlandse zanger, componist en tekstdichter. Hij werd musicus in 1978, maar een doorbraak bleef aanvankelijk uit. Hij deed werk voor verscheidene media en theatertournees. In de jaren na 2000 werd hij vertaler van hits van anderen en van beroemde werken uit de klassieke muziek. Maar Jan Rot is ook dichter. In 2003 verscheen van hem het heerlijk amateuristische bundeltje ‘Huisje aan zee’ met als ondertitel ’29 verliefde versjes’.

Volgens een kort stukje achterin dit ‘pamflet’ dat in een oplage gedrukt werd door Okapi (Okapiboek 8) is het een loflied geschreven door Jan Rot voor B. de G. Het kostte zeven dagen. Maar zo deed Heine ’t ook want kunst laat zich niet vragen, dan gaat ze op in rook.

De rijmende versjes geven een goed beeld van de virtuoze taalvaardigheid van Jan rot zoals in gedicht nummer 23 waarin onder andere een verwijzing naar ‘ik wou dat ik twee hondjes was’.

.

23

[in driekwart]

.

Zeeuws meisje in Vrouwenpolder

Zo krabbel ik op zolder

Maar kolderrijm is meestal

Alleen de leukste thuis

.

Ik zoek bij mijn Chinezen

Maar stop al snel met lezen

Krijg veels te zin in kezen

De hand al aan het kruis

.

Mijn meisje staat de vaat te doen

Ik was net in de keuken

Ik wou dat ik mijn meisje was

Dan liet ik me nu …

Verdomd, dat is een leuke!

.

Advertenties

De geboorte van een gedicht

Jaan Kaplinski

.

In het werk van de uit Estland afkomstige (Estisch heet dat dan) schrijver, dichter, filosoof en vertaler Jaan Kaplinski (1941) nemen de natuur en de filosofie een belangrijke rol in. Vooral de filosofie van het Oosten ( zoals het Boeddhisme en het Daoïsme) vormt een inspiratiebron voor hem. Hoewel Kaplinski’s grootste productie ligt op het gebied van de dichtkunst, schrijft hij  ook proza, kinderboeken en theaterstukken.

In 1965 debuteerde hij met de bundel ‘Jäljed allikal’ (Sporen bij de bron) maar hij brak echt door met de bundel ‘Tolmust ja värvidest(Stof en verf) uit 1967. Hierin beschrijft hij met veel metaforen de eenheid tussen mens en natuur en toont hij zich pacifistisch. Vloeiende vrije verzen worden afgewisseld met op rijm geschreven teksten. Hierna publiceerde Kaplinski nog 15 dichtbundels (en vele andere geschriften).

In 1993 verscheen in de reeks Cahiers van de Lantaarn (nummer 60) een keuze uit zijn werk onder de titel ‘De bronmeester van Veskimõisa’. Met een voorwoord van de auteur en in een vertaling van Külli Prosa. Uit deze bundel koos ik het gedicht zonder titel maar met de veelzeggende eerste regel “De geboorte van een gedicht blijft altijd ondoorgrondelijk.” Waarvan akte.

.

De geboorte van een gedicht blijft altijd ondoorgrondelijk.

Soms lijkt het op ontwaken,

hoewel het moeilijk te zeggen is waaruit;

de dag, het leven, de persoon, ‘ik’ – dat alles

is dan als een droom met open ogen

die voor een ogenblik breekt en daartussen

schijnt iets heel toevalligs,

heel nietigs (in de droom natuurlijk): twee stengels

die naast de trap in de wind wiegen, een berkblaadje

voor je voeten op de vloer van de sauna, licht

van opzij vallend door het regenboogvlies van de vrouw,

en daarachter de zwoelte van de nazomer, een verre

donderslag, gillen van buizerds

en de rillende stem van sprinkhanen die

je eigenlijk met niets kan vergelijken. Alle dingen, iedereen

lijken op dat even vreemde als zeer bekende gezicht

dat terugkijkt van de spiegel.

.

 

Sonnet

Hugo Claus

.

Op deze laatste zondag van het jaar, uit de bundel ‘Gedichten 1948 – 1993’ uit 1994 van Hugo Claus vandaag een sonnet. Hugo Claus schreef veel gedichten in vrije vorm maar hij mocht ook regelmatig vaste vormen of gedichten met rijm schrijven zoals het gedicht ‘Sonnet’

.

Sonnet

.

Dat de meeste dingen volmaakt zouden zijn

op één moment en dan doven,

zo willen het de wereld en Einstein.

En dat de mensen groeien als lover

.

onder een zelfde luchtvervuiling

en gelijk vergaan in de herinnering,

zo verzekert het de tijd

die in mijn nekvel bijt.

.

Daarom moet ik nu radeloos

dat ene moment loven

dat ik je zie uitgestald,

,

je jonge tover als nooit tevoren,

een naakt moment dat straffeloos

voor mijn ogen voorovervalt

.

Vermakelijkste verzen

Johan Meesters

.

Afgelopen 4 november droeg ik voor bij De Stamboom in Den Haag en behalve wat Haagse dichters waren er ook nogal wat dichters uit vele delen van het land. Johan Meesters was één van deze dichters. Speciaal voor dit podium was hij vanuit Zeeuws Vlaanderen afgereisd naar de hofstad om daar in twee sessies voor te dragen. Ik kende Johan al van eerdere voordrachten maar op deze gezellige zondagnamiddag kregen de luisteraars nog maar eens een proeve van bekwaamheid van Johan als het om voordragen uit het hoofd gaat.

De poëzie van Johan is verzorgd, is veelal vormvast, rijmt in veel gevallen en is bovenal intelligent en grappig van inhoud. We ruilden dichtbundels met elkaar en zo kwam ik in het bezit van zijn bundel ‘Vermakelijkste verzen’ (de vervolmaakte versie)  uit 2018. Op de achterflap lees ik: “Verwacht geen light verse! Dat zijn “gedichten over een luchtig onderwerp” volgens Van Dale. Johan Meesters gruwelt van luchtige onderwerpen. Alle gedichten in deze bundel hebben een bloedserieus thema.” Gelukkig staat er daarna nog geschreven: “Dat staat echter geenszins in de weg van vermaak of zelfs genoegen.”

In het hoofdstuk ‘Topografietjes’ staan een aantal, wat ik hier voor het gemak maar even uitgebreide of verlengde Limericks noem. Grappige gedichten met een rijmschema AAABBA (in plaats van de AABBA) met in de eerste regel steevast een plaats aanduiding zoals in het volgende voorbeeld:

.

een oorlogsheld uit Barneveld

moe van al het krijgsgeweld

koos eieren voor zijn geld

hij verzon zijn heldendaden

zonder anderen te schaden

hij kreeg zijn medaille op de mouw gespeld

.

Toch wil ik ook nog graag een voorbeeld uit deze bundel met jullie delen waarin het vakmanschap van Meesters goed naar voren komt. Het betreft hier het gedicht ‘Sonnet van het terloopse rijm’ waarin niet alleen deze vaste versvorm bedreven wordt maar waarin ook een mening schuilgaat over rijm en vaste vormen, kritiek op het vrije vers en de twijfel van de dichter aan zijn eigen uitspraken.

.

Sonnet van het terloopse rijm

.

veel dichters hebben zich bekwaamd

in het afbreken van zinnen

dan kan wie voor het rijm zich schaamt

snel een volgend vers beginnen

.

waardoor van eindrijm hoegenaamd

niets wordt gemerkt, wat binnen

dichterskringen – veronaangenaamd

door rijmnood – snel veld zal winnen

.

nu het toch al niet betaamt

zich op de rijmkunst vast te pinnen

veel van wat heden wordt uitgekraamd

.

moeten zij die poëzie beminnen

haten al wordt het zelden beaamd

of zeg ik dit uit kinnesinne?

.

Wakker vallen

Recensie

.

Els de Groen ken ik van een optreden bij Ongehoord! in december 2016. Dat Els de Groen nogal wat in haar mars heeft blijkt uit de uitgebreide biografie op haar website http://www.elsdegroen.nl/ . De vele boeken die Els de Groen schreef (voor volwassenen en kinderen) zijn tot nu toe 27 maal vertaald, in 13 talen, en er zijn wereldwijd 1.750.000 exemplaren van verkocht. Centrale thema’s in haar werk zijn onze omgang met macht, vrijheid en verantwoordelijkheid. In de vrijheid van onze keuzes ligt ook de beperking van onze vrijheid besloten.

Nu is haar nieuwe dichtbundel ‘ Wakker vallen’ gepubliceerd bij uitgeverij In de Knipscheer. Ook in deze bundel komen de centrale thema’s uit haar eerdere werk terug maar daarover straks meer. De bundel is mooi uitgegeven, in vele kleuren met illustraties (op 1 na) van Els zelf. Het lettertype van de titels daar ben ik persoonlijk niet zo enthousiast over, die doet wat gedateerd aan. Maar dat er verder veel aandacht aan het uiterlijk van de bundel is geschonken is bewonderendswaardig. Mooie kwaliteit papier, goed formaat, met extra voor en achterflap met informatie. Op de extra flap aan de voorpagina schrijft Els een verklaring van de titel:

Britten en Fransen vallen verliefd, fall in love, tombent amoureux, Nederlanders vallen in slaap. Wakker vallen doet niemand. Waarom eigenlijk niet? Waarom sluiten we vriendschap als we openen bedoelen? Waarom is vogelvrij allerminst vogelveilig? Taal is boeiende materie. Wie woorden kantelt, verandert het perspectief en daarmee zijn kijk op de wereld. Wakker vallen is meer dan een spel met de taal. De vorm tornt aan de inhoud en wakkert je verbeelding aan. Dat is een heilzaam proces.

De inhoud van dit stuk tekst kan ik zeer waarderen maar maakt de bundel deze woorden waar? Dat Els in ‘ Wakker vallen’  met taal speelt is duidelijk maar het blijft wat betreft die ‘kanteling’ toch vooral bij de  voorbeelden zoals ze hierboven noemt. Niet dat dat erg is, haar poëzie is helder, goed leesbaar en beschrijvend zoals in het hoofdstuk ‘ Mensen’ in het gedicht ‘ Deskundige’:

 

Hij krijgt een glaasje water en

dezelfde stoel als gewone gasten

maar wanneer hij plaatsneemt is het op een troon en

houdt hij een rede in

zijn dasspeldmicrofoon.

 

Els achtergrond als Europarlementariër en schrijver en de thema’s waarmee ze zich al jaren bezighoudt komen vooral naar voren in het hoofdstuk ‘ Macht en Onmacht’. Hierin komen het rechtvaardigheidsgevoel en de democratische waarden van Els de Groen duidelijk naar voren in gedichten over recht, politici, solidariteit en staatshoofden. Daarnaast put ze uit eigen ervaring vanuit de reizen die ze maakte in de gedichten over Aleppo, Gaza, Sarajevo en Kaapstad. Maar ook haar woonplaats Nijmegen wordt niet over geslagen.

De gedichten in deze bundel zijn geen doorwrochte gedachten-experimenten, ze zijn niet doorspekt van symboliek en er staan geen vaste of ingewikkelde versvormen in. Ze maakt zo nu en dan gebruik van rijm (eindrijm, binnenrijm) en alliteraties en afbrekingen worden slechts sporadisch gebruikt. Hier is een dichter aan het woord die wat te vertellen heeft, die een boodschap aan de wereld wil sturen en vooral de inhoud laat prevaleren in haar poëzie.

Deze bundel bevat vele kleine schilderijtjes in woorden in gewone taal met hier en daar een twist. Els haar belezenheid en haar woordenrijkdom maken haar poëzie interessant en genietbaar.

Uit deze bundel het gedicht ‘Trump’ dat eerder ook in het literair tijdschrift Extaze verscheen.

.

Trump

.

Ook orkanen krullen hun lippen

als ze vanbinnen koken

en in vuilbekkerij toch hun

mond weer voorbijpraten.

.

Ook orkanen hebben hun ogen

diep in windstille zakken

en zijn blind voor de schade

die hun armen aanrichten.

.

Ook zeeën schikken hun kapsels

op de kop van de wereld

broeierig van gedachten aan geld

als water – smeltwater wordend.

.

Stumm

Peter Maiwald

.

Afgelopen week was ik met een aantal collega’s op bezoek bij Duitse bibliotheken in onder andere Stuttgart, Mannheim en Heilbronn. In die laatste bibliotheek vond ik tussen de poëziebundels (de Duitse bibliotheken beschikken over het algemeen over een behoorlijke poëziecollectie) in een verzamelbundel een gedichtje dat me aanstond. Het is van de dichter en schrijver Peter Maiwald (1946 – 2008). De vroege publicaties van Peter Maiwald waren agitprop stukken (een vorm van politieke communistische propaganda van na Lenin) in de stijl van Bertold Brecht, gedichten en liederen die tijdproblemen op een gedeeltelijk ironische, soms bittere manier beschreven. Maiwald was lange tijd lid van de communistische partij in Duitsland, maar nadat hij in 1984 het kritische, linkse maandblad Düsseldorfer Demokratie oprichtte, werd hij uit de partij gezet. Zijn poëzie wordt daarna meer poëtisch, traditioneler ook met stanza’s en  rijmen.

Uit die periode stamt het gedicht ‘Stumm’ dat ik las in een bundel in de bibliotheek. Voor het gemak heb ik het maar gelijk vertaald.

.

Stom

.

Vandaag zag ik je

(zoals ik je nog nooit zag

na het opstaan naakt

kort in de deuropening staan

.

billen, rug, haar)

lachend gezicht

omdat ik gelukkig was.

Zei verder niets.

.

 

Kyrielle

Versvormen

.

Ik heb al vele versvormen behandeld en beschreven op dit blog maar de Kyrielle is wel een bijzondere. Door de terugkerende herhaling lijkt deze vorm al snel op een kinderliedje, gedram of een carnavalsnummer (of elke andere vorm die je erbij kunt bedenken).

De Kyrielle stamt uit het middeleeuwse Frankrijk waar ze door troubadours werden gezongen en is ontstaan uit de kerkelijke smeekbede kyrie eleison (heer ontferm u). De Kyrielle bestaat steeds uit twee herhalende regels in het rijmschema AA, AA, AA. Het metrum bestaat meestal uit vier jamben.

.

Wie is het die men gaarne ziet?
Dat’s Piet.
Wie is een kei op zijn gebied?
Dat’s Piet.
Wie speelt de hoofdrol in dit lied?
Dat’s Piet.
.

Gek, slecht en gevaarlijk te kennen

François Villon
.

Dichters zijn over het algemeen gevoelige, etherische wezens, ineffectieve dromers die geobsedeerd zijn door metaforen en het juiste ritme en rijm. Tenminste dat is de romantische kijk die nog steeds een grote groep mensen heeft van dichters.  Over het algemeen zijn ze in ieder geval onschadelijk. Nou, niet altijd. Op  het internet vond ik een lijst met ​​moordenaars, oplichters, harken, een afperser, verschillende revolutionairen, hartenbrekers, duellisten, dronkaards, een opiumduivel, een serieuze excentrieke en zelfs een fascistische dichter. Deze mannen (want het zijn allemaal mannen) zijn gek, slecht en gevaarlijk om te kennen.

François Villon was een moordenaar, dief en een all-round low-life. Hij was ook de beste lyrische dichter in Frankrijk in de 15e eeuw. Geboren in 1431 of 1432, werd hij opgevoed door een professor in kerkelijk recht in Parijs. Nadat hij in 1452 de universiteit verliet, zakte hij snel af door een reeks vechtpartijen, gevangennemingen en ballingschap. Veel van wat we van hem weten komt uit de gegevens van het archief van de gevangenis. In 1455 was Villon betrokken bij een dronkenmans ruzie in Parijs, die eindigde toen hij een priester doodstak. Hij werd uit Parijs verbannen vanwege deze misdaad, maar hij ontving koninklijke gratie. Hij werd opnieuw verbannen in 1456 voor het leiden van een bende rovers die 500 gouden kronen van het College de Navarre stalen. Hij zat zijn gevangenisschap uit in Blois in 1457 en in Moulins in 1461. Villon verschijnt voor het laatst in Parijse verslagen in 1462 voor diefstal. Nadat hij was vrijgelaten, was hij betrokken bij een nieuwe vechtpartij en ter dood veroordeeld, maar in plaats daarvan werd hij verbannen. Na 1463 verdwijnt hij volledig. Ondanks zijn levensstijl was Villon een meester in de ingewikkelde poëtische vormen van de ballade, de rondeau en het chanson. Zijn langere werken raken de kosmologie, satire en religieuze symboliek. Zijn werk staat vol met thema’s van mislukte liefde, melancholie, menselijk leed, verloren tijd en de alomtegenwoordigheid van de dood, met karakters als prinsen en prostituees die vastzitten in Parijse bordelen en drinkgelegenheden. Rimbaud herleefde zijn werk in de 19e eeuw, terwijl Rossetti het in het Engels vertaalde en ons de prachtige zin gaf “Where are the snows of yesteryear?

Van de hand van Francois Villon, in vertaling van Ernst van Altena, het gedicht ‘Ballade des dames du temps jadis’ of in het Nederlands ‘Ballade van de dames uit vroeger tijden’.

.

Ballade van de dames uit vroeger tijden
.

Zeg mij: waar, in welk ver domein
Is Flora, die schoon van gezicht was;
Archipiades, rank en fijn
En Thais, die haar volle nicht was
Nimf Echo die tot zang verplicht was
Als men haar riep langs stroom of meer
En die goddelijk slank en licht was
En waar is de sneeuw van weleer

Heloise, ach waar is zij
Die zo schoon was en veel verstand had
Abelard trok de monnikspij
Voor haar aan, toen men hem ontmand had
En de Vorstin die een galant had
Buridan, die zij zonder meer
In de Seine wierp als een landrat
En waar is de sneeuw van weleer

Vorstin Blanche, die blank als ijs
Met haar stem menig man bekoord heeft;
Berthas, Alice en Beatrijs;
Arembourg voor wie ’t Maine-oord beeft;
En Jeanne die men wreed gesmoord heeft
Ginds in Rouaan, bij ’t Britse heir
Maagd, weet Gij waar elk hunner voortleeft
En waar is de sneeuw van weleer

Oh Prins, verklaar mij waar hun woon is
Want anders zing ik keer op keer
Deze keerzang die droef van toon is
Ach, waar is de sneeuw van weleer

.

O, die wijze koeien

Recensie

.

In 2017 verscheen bij uitgeverij U.M. Zuider-Amstel de bundel ‘O, die wijze koeien’ van Chris de Valk. Na ‘Dichter op de huid’ (2010) en ‘Lichtscherven’ (2012) is dit de derde dichtbundel van deze pastor/dichter uit Peize.

Wat meteen opvalt is de zorgvuldige manier waarop deze bundel is uitgegeven. Een goede indeling ( Franse titelpagina, titelpagina, inhoudsopgave) wat misschien niet het belangrijkste is voor een bundel maar waaraan je wel kan afzien dat er aandacht is besteed aan alle aspecten van de bundel.

Dan de gedichten. Wat meteen opvalt wanneer je de poëzie van de Valk leest is de vormvastheid en rijm die in vrijwel alle gedichten voorkomt. Vaste versvormen en rijm zijn niet hip. Kijk naar de dichtbundels die de afgelopen jaren de poëzieprijzen winnen, kijk naar de dichters die het goed doen in verkopen en voordrachten en je ziet louter vrije vormen en vrijwel altijd zonder rijm. Maar dat betekent niet dat rijmende gedichten in vaste versvormen niet ook zeer genietbaar kunnen zijn.

De gedichten van de Valk gaan over gewone en alledaagse dingen als de kleuterschool, de koeien, een poes, een vaas, maar altijd weet de dichter in zijn gedichten iets ‘groters’ mee te geven. In een aantal gedichten is dat God of een hogere macht maar soms ook een menselijke eigenschap zoals in het gedicht ‘Arrogantie’.

.

Arrogantie

.

Het was een simpel rieten mandje

door vele handen heen gegaan.

Ik zag het bij de kringloop staan,

nog net geen afval. Op het randje.

.

Je kon het kopen voor een prikje,

blijkbaar vond niemand er veel aan.

Het hengsel was al half vergaan

net als het garen van het strikje.

.

Zou ik het kopen? dacht ik even.

Ik had nog wel een plekje vrij

tussen de liefdes die vergleden,

.

vergeelde foto’s, smeekgebeden.

Een stekje er in, wat vette klei.

Door mij werd niets ooit afgeschreven.

.

Hoewel ik persoonlijk juist erg gecharmeerd ben van poëzie in de vrije vorm, juist door de mogelijkheden die het spelen met de taal je dan biedt, kan ik (rijmende) poëzie in vaste vormen wel degelijk waarderen wanneer deze met zorg is gemaakt en wanneer deze poëtische zeggingskracht heeft zoals de poëzie in deze bundel. En de enkele verwijzingen naar de bijbel en het geloof heeft mij als agnost niet tegen gehouden deze bundel met veel plezier te lezen.

.

Met de dood speel je niet

Zuidamerikaanse gedichten

.

In 1996 publiceerde uitgeverij de Prom de bundel ‘Met de dood speel je niet, Zuidamerikaanse gedichten’. Wouter Noordewier stelde de bundel samen en vertaalde gedichten van dichters uit Argentinië, Chili, Cuba, Nicaragua, Peru, El Salvador, Uruguay en Mexico (dat geografisch gezien natuurlijk niet in Zuid Amerika ligt maar ik begrijp de keuze).

Rond 1900 ontstond er overal in Zuid Amerika na eeuwen van kolonialisme en het daarbij volgen van het kolonialiserende land, een nieuwe vorm van poëzie. Waar voorheen de poëzie nationalistisch was en romantisch zonder oorspronkelijkheid was deze nieuwe poëzie juist modern, internationaal georiënteerd en thema’s waren de wetenschap, de industrie en de metropool (zoals bijvoorbeeld Buenos Aires, Sao Paulo en Mexico stad).

Opvallend bij deze nieuwe vorm van poëzie was ook dat ze heel symbolistisch was, irrationeel en surrealistisch. Het was poëzie zonder rijm, metrum  en leestekens.

Voorbeelden van dichters zijn bekende als Jorge Luis Borges uit Argentinië en Mario Benedetti uit Uruguay. Het aardige van deze bundel is dat er juist ook minder of redelijk onbekende dichters is vertegenwoordigd worden. Zo had ik van het merendeel nog nooit gehoord. En dat is ten onrechte. De bundel staat vol bijzondere gedichten. Van de heel korte gedichten van Guillermo Boido (Argentinië, 1941-2013) als:

.

Poëzie is niet te koop

want

niet te koop

.

Tot de poëzie van Nicanor Parra (Chili, 1914 – 2018) van wie ik het gedicht ‘Rituelen’ heb uitgekozen. Dit gedicht en deze dichter had ik uitgekozen uit de bundel om er vervolgens achter te komen dat hij afgelopen 23 januari (op mijn verjaardag) op 103 jarige leeftijd was overleden. Parra heeft zich altijd als “antipoeta” verklaard, wat betekent dat hij de pompeuze wijzen van andere dichters wilde verwerpen. Na lezingen zei hij, “Ik trek alles wat ik gezegd heb weer in”. Parra beschouwde het leven als zinloos en had geen boodschap, door vele critici werd dit als literaire zelfmoord beschouwd en toch is zijn invloed op andere, jonge dichters groot. Zo heeft zijn gedichtenbundel ‘Poemas y antipoemas’ grote invloed gehad op de beatgeneratie. In 2011 kreeg Parra de Cervantesprijs voor zijn hele oeuvre.

.

Rituelen

.

Telkens

Als ik na een lange reis

.thuiskom

Is het eerste wat ik doe

Vragen wie er dood is:

Ieder mens is een held

Gewoon omdat hij sterfelijk is

En helden zijn ons de baas.

.

En als tweede

.of er gewonden zijn

Pas daarna,

.niet dan na dit

Begrafenisritueeltje,

mag ik leven van mezelf:

Ik sluit m’n ogen om beter te zien

En zing vol wrok

Een liedje uit het begin van de eeuw.

.

 

%d bloggers liken dit: