Site-archief

Ongehoord Gedichtenwedstrijd 2020 bundel

E-bundel

.

In 2014 werd naar aanleiding van de Ongehoord Gedichtenwedstrijd 2014 een digitale bundel gemaakt met de gedichten van de shortlist. Ook in 2020 leek het het bestuur van Ongehoord! een goed idee om een digitale bundel te laten maken. In de bundel staat het algemene juryrapport en daar kunnen ook dichters die niet op de shortlist stonden nog iets van leren of aan hebben. Daarnaast staat het juryrapport van de winnende gedichten in de bundel en uiteraard alle gedichten.

Ik heb even getwijfeld welk gedicht ik hier zou plaatsen maar toen ik me herinnerde welk gedicht de publieksprijs kreeg tijdens de feestelijke uitreiking in Kasteel Rhoon, wist ik het. Het is het gedicht ‘hond’ van Dick van der Veen.

Via onderstaande link naar de website van https://mugbookpublishing.wordpress.com/ is de bundel gratis te downloaden.

.

hond

.

als je dood bent

neem ik een hond

je bent onbeschaamd

en ik haat je, zei ze

wat zou ik daarop kunnen zeggen?

het is niets bijzonders, dat we samen zijn

of

de kracht van de hartstocht is raadselachtig

of

reden genoeg om de tegenwind te koesteren

in elk geval leek het

een avondvullende voorstelling te worden

als je dood bent

neem ik een hond, zei ze

een hond zou dat nooit zeggen…

.

.

Winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Sara De Lodder

.

Winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is Sara De Lodder met haar gedicht ‘Hoe wij als karretjes in elkaar passen’. Van harte gefeliciteerd met deze prijs. In totaal deden er 186 dichters mee met de wedstrijd. Sara De Lodder kreeg uit handen van de burgemeester van Albrandswaard, Jolanda de Witte, de eerste prijs (een beeldje van Lillian Mensing) uitgereikt.

.

De jury schrijft in haar juryrapport over de inzendingen en hoe men te werk ging:

“Er waren 186 inzendingen, waarvan na een voorselectie er 33 overbleven. Als jury hebben we ons gebogen over deze shortlist. De gedichten kregen we anoniem. We wisten dus niet wie er achter de gedichten schuilgaan.

De inzendingen waren heel divers. Van traditioneel, tot experimenteel, lang en soms zeer kort. We hebben gelet op de samenhang binnen het gedicht, originele woordkeuzes, aansprekende beelden, kortom: kwaliteit en oorspronkelijkheid. 

Maar een beeld moet wel kloppen, hoewel dat natuurlijk deels persoonlijk is. We troffen op zichzelf prachtige poëtische zinnen aan, die verder geen functie binnen het geheel hadden. Ze misten lading en betekenis. Datzelfde is te zeggen over beelden die elkaar soms tegenspraken. Het blijkt hoe moeilijk het is een gedicht lang de kwaliteit hoog te houden.

Maar er is genoeg potentieel bij veel van de 33 gedichten. Met aandachtige herlezing zouden deze zich kunnen ontpoppen als sterke en overtuigende exemplaren. In ons juryoverleg zeiden we regelmatig tegen elkaar dat een gedicht beter zou zijn geworden met wat redactie. Ons advies aan dichters, leg je werk voor aan kritische meelezers.

Het thema ‘De omgeving van de mens is de medemens’, ontleend aan een gedicht van Jules Deelder, werd over het algemeen zeer divers geïnterpreteerd door de inzenders. In meerdere gedichten is ingegaan op de gevolgen van de coronacrisis, met name op het ontbreken van lijfelijke nabijheid van de medemens. Door de een als een gemis ervaren en door een ander duidelijk als een rustmoment, een zegen zelfs, gevoeld. 

Interessant is dat maatschappelijke poëzie de laatste tijd erg in opkomst is. Een mooi voorbeeld hiervan is het collectief ‘De Klimaatdichters’. Opmerkelijk is dat dit bij de inzendingen weinig is terug te zien. Veel poëzie is toch naar binnen gericht. Daar is overigens niets mis mee.”

 

Het winnende gedicht

De jury (Alek Dabrowski, Evy Van Ende, Sabine Kars) schreef over het winnende gedicht in het juryrapport:

.Dit gedicht sprong er voor ons onmiddellijk uit, vooral wat betreft de originaliteit van de metafoor die erin opgevoerd wordt. Het fysieke liefdesspel wordt voorgesteld als in elkaar passende winkelkarretjes, lichaamsdelen passeren als koopwaren op de band aan de kassa van een supermarkt. De kassajuffrouw wordt op rauwe wijze gedenigreerd (of is het net opgewaardeerd?) tot lustobject.  De dichter heeft het over “het naakte, malse vlees”.

Het gedicht bevat daarnaast een aantal zeer mooie vondsten die het rammelende, onwaarschijnlijke karakter van die metafoor onderschrijven. “Om ter bangst” en “het ijzer als navelstreng” vonden we poëtisch zeer sterk. 

‘Hoe wij als karretjes in elkaar passen’ is ruw en teder tegelijk. Een subtiele combinatie die ook binnen de zinnen zelf tot uiting komt. Zoals in:

‘Neem met weerhaken haar binnenkant, hoe ik je
terug wil is nooit in een kamer’

De reflectie in:
‘Wij breken iedere dag weer los –
ik zoek mijn melk in vreemde schappen’

zet de lezer soepel aan tot overpeinzing. Om daar vervolgens snel weer uit en terug naar het nuchtere hier en nu in de supermarkt gehaald te worden, door het verrassende:

‘Zegeltjes?’


Ook het slotvers van het gedicht kon ons erg bekoren. Het beeld van een karretje verloren in de tuin is erg mooi. Het riep een ongerijmd, eenzaam beeld bij ons op dat uitnodigt tot mijmeren over de absurditeit, de verlatenheid van de liefde. 

.

Hoe wij als karretjes in elkaar passen

.

Neem wangspek, een paar malse dijen en een schouderblad

of twee, om ter bangst, ter liefst

 .

Neem je binnenoor, het is een archief

met die precisie hoe je luistert

 .

Neem mij, tegen de stroom in, naar jou

keer ik altijd terug

 .

Neem kassajuffrouw acht, je wil haar

rauw tussen al je spullen op de band: zoveel euro,-

ze imiteert een schoot, je denkt aan een moeder, dat vol

naakte, malse vlees, alles

wat ze aanraakt mag ze hebben

 .

Neem met weerhaken haar binnenkant, hoe ik je

terug wil is nooit in een kamer

Maar als karretjes die na lange dag in de supermarkt terug in

elkaar gaan, het ijzer als een navelstreng

 .

Wij breken iedere dag weer los –

ik zoek mijn melk in vreemde schappen

 .

Zegeltjes?

 .

Eén enkele keer bracht ik zo’n karretje thuis:

nergens stond het meer verloren als in mijn tuin.

 


Dichter op het kasteel

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

.

Het bestuur van de stichting Ongehoord! is in overleg met de stichting Kasteel van Rhoon om te kijken of de prijsuitreiking van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/02/02/dichter-doe-mee/ in het kasteel van Rhoon kan plaats vinden. De stichting Kasteel van Rhoon is een actieve stichting die vele activiteiten organiseert in het kasteel. De ambiance is geweldig (een bijzonder kasteel dat gebouwd is in 1432 als versterkt Donjon op de plek waar een ouder kasteel had gestaan, waarschijnlijk uit de 11e eeuw), de ruimtes prachtig en de stichting organiseert vele interessante culturele en culinaire activiteiten.

In 2018 werd op initiatief van Joop van der Hor en mogelijk gemaakt door de stichting, een boekje gepubliceerd dat gebruikt kon worden voor PR-doeleinden en als relatiegeschenk. In deze bundel tal van dichters uit de regio groot Rotterdam waaronder Edwin de Voigt, Joz Knoop, Manuel Kneepkens, Ton Huizer en Hans Wap, geïllustreerd met foto’s van de omgeving van het kasteel, het kasteel en kunst van lokale kunstenaars.

Uit dit mooi uitgegeven bundeltje koos ik het gedicht ‘Drie sterren’van Hans Wap, schilder, dichter en beeldend kunstenaar.

.

Drie sterren

.

in sommige restaurants doe ik geen bek open

ze doen me denken aan loopgraven

gevuld met riesling en pâté de foie

.

welgemikte schoten met champagnekurken

uit linkshandig gedraaide flessen

.

de oorlog van de gourmet tegen de gourmand

ingetekend op de stafkaart van Michelin

.

de drie sterren van het restaurant

tegen de vier van de generaal

.

laat ons lafhartige daden verrichten

die recht geven op medailles

.

een borst vol blik

dat na overlijden moet worden

teruggegeven

.

liever werd ik koninklijk onderscheiden

met een gratis parkeervergunning

voor het leven

of een vaste tafelreservering

in mijn favoriete restaurant

.

 

 

%d bloggers liken dit: