Site-archief

De keuze van Frankrijk in 1968

Henry Hes

.

In het kader van (bijna) vergeten dichters wil ik vandaag de dichter Henry Hes bespreken. Henry Hes, of H.Hes of ook wel H.H.J. Hes (1946) is een dichter en prozaschrijver uit Groningen. In de jaren ’60 was hij actief in de Groningse Provo beweging en Ín de jaren zeventig en tachtig was Hes betrokken bij literaire activiteiten in en rond Groningen-stad. Hij was onder meer redacteur bij de kleine uitgeverij De Zon. Henry Hes was medewerker aan onder andere ‘Krödde’ (Groninger poëzie pop) en Remco Camperts tijdschrift ‘Gedicht’.

Uit deze laatste uitgave nummer 6 uit 1975 nam ik het gedicht ‘de keuze van Frankrijk in 1968’.

.

de keuze van Frankrijk uit 1968

.

aan la frontière moetsen de spullen

uitgepakt worden, waaronder

een gave paardenschedel

gerold in een regenjas

.

afgrijzen bij de douane

om al die loszittende tanden

opluchting omdat het geen

mens was, al dat schrijfwerk

.

de verbeelding was nog niet aan de macht

de schedel werd te licht bevonden

en mij werd de ruimte keuze gelaten

.

niet naar Parijs te gaan

aan de belgische kant van de grens

te blijven of erg snel te verdwijnen

.

Advertenties

Staatsmijn Wilhelmina

Manuel Kneepkens

.

In ‘Gedicht’ een driemaandelijks tijdschrift voor poëzie onder redaktie van Remco Campert, nummer 6 uit 1975 staat het gedicht van dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog Manuel Kneepkens (1942) met de titel ‘Staatsmijn Wilhelmina’.

.

Staatsmijn Wilhelmina

.

Zomers rolde je er met de bolderwagen of autoped

Moedertje Rusland in: de toendras en de steppen

van de Slikvijvers

die zwarte open wonden van de Hades, verraderlijk

achter hun camouflage van de prinsesmargrieten

.

op vrijdagavond, na werktijd, mochten de kompels er

tussen knoopkruid, bereklauw, de geur van kruizemunt

een kruiwagen slik weghalen, extra loon

.

eigenlijk waren die vijvers zwaar Verboden Toegang

want het Meisje van Hans Andersen, die van het

Wittebrood

was daar verdronken en ook de plompe groene kikkers

op late zomeravonden kwaakten er zo zwaarmoedig

dat men zich waande onder de grote grauwe

.

paddestoel

.

boven de verlaten parken van Hiroshima

.

Met meningen schrijf je geen goed gedicht

Remco Campert 

.

Op de dag dat er in het Volkskrant Magazine een groot interview verschijnt met dichter/schrijver Remco Campert (1929) plaatst de Belgisch-Egyptische dichter Emad Fouad een stuk op mijn Facebook tijdlijn uit de Poëziekrant van juli/augustus 2019 van Virginie Platteau. Nu zul je je misschien afvragen wat deze twee zaken met elkaar te maken hebben? In het interview met Remco Campert in het Magazine vertelt hij:

” .. Maar ik ben nooit iemand geweest met heel uitgesproken meningen, ik vind dat je daar als schrijver je eigen manier voor hebt: je schrijft vanuit hoe je naar de wereld kijkt. Daar komt het dan wel in terecht. Dat heb ik altijd gehad. Ik heb een poos geleden die gedichten geschreven over Assad en zo, ik vond dat dat moest, het ging eigenlijk vanzelf. (in de bundel ‘Open ogen’ WvH.) Maar ik moet er niet te erg in betrokken zijn, geen heilige verontwaardiging, dat werkt allemaal niet. Met meningen schrijf je geen goed gedicht. Ik vind dat het genoeg is te constateren. het oordeel moet je aan anderen overlaten. ‘

Toen ik dit las had ik twee gedachten. allereerst: En al die dichters in gebieden waar onderdrukking heerst dan, die schrijven over die onderdrukking, is daar geen goede en oprecht mooie poëzie geschreven? Lees de gedichten in mijn categorie Dichter in verzet  er op na. En mijn tweede gedachte was: ik denk dat Campert gelijk heeft. De mooiste gedichten van dichters in verzet zijn niet geschreven vanuit een heilige verontwaardiging, vanuit een activistische basis maar vanuit de wil om poëzie te schrijven over een belangrijk onderwerp, over onderdrukking, over verzet maar met ruimte voor de lezer om er zelf een mening over te hebben, en een oordeel over te kunnen vellen. Heel activistische poëzie lijdt te aan het zo belangrijk maken van het onderwerp dat het ten koste gaat van het poëtische gehalte van het gedicht.

Maar dan het artikel in de Poëziekrant van Virginie Platteau, zij schrijft onder andere: “zo wordt verwacht men van Palestijnse dichters haast automatisch dat hun poëzie een politieke lading heeft, Van zwarte artiesten in Europa is er de impliciete verwachting dat ze het over genocides zullen hebben, of over hun collectieve of individuele lijden. Eén ‘magische auteur’ moet dan als het ware een hele bevolkingsgroep en een groter verhaal representeren.”

Emad Fouad voegt hier in zijn post aan toe: “Cynisch genoeg zijn poëtische getuigenissen van lijdende vluchtelingen momenteel commercieel interessant. Ze worden soms doodgeknuffeld, van festival naar festival gehaald omdat hun verhaal zo schrijnend is. Sommige bundels worden in vertaling speciaal samengesteld ‘tot een doordachte eenheid gericht op de lage landen’, uitgevers pakken er expliciet mee uit.”.

Deze twee ‘meningen’, die van Campert en die van wat er blijkbaar tegenwoordig interessant is voor festivalorganisatoren en uitgevers liggen erg ver uiteen. Ik ben geneigd de mening van de oude meester te delen. Hoewel ik het emanciperende karakter van veel poëzie (en dat met name uit de genoemde groepen) zeker kan waarderen vind ook ik dat goede poëzie ‘vanzelf moet gaan’ zoals Campert het zo mooi omschrijft. Wanneer er te expliciet een onderwerp of probleem geadresseerd wordt gaat dit vaak ten koste van de poëtische vorm.

Dat dit ook heel goed samen kan gaan bewijst Sylvia Hubers in het gedicht ‘Gedicht voor de leiders van de wereld (ook de verkeerde) dat is opgenomen in de verzamelbundel ‘War on war’ met als ondertitel ‘gedichten geen bommen’ uit 2003, samengesteld en onder redactie van Harry Zevenbergen en Diann van Faassen.

.

Gedicht voor de leiders van de wereld

(ook de verkeerde)

.

Ontspan

Laat de gespannen spieren vieren

Ontspan

ontbal de vuist, maak de

Ogen rond, de mond verbaasd

En doe ook iets met de schouders

Ontspan

Urenlang

Ontspan de gedachten

Het strak gespan van oor tot oor

Waar cavaleriewagens rijden

Zet ze stil

Laat deze strijdwagens uit elkaar vallen

En bouw er invalidenwagens van

Ontspan

Laat armen en benen

Geen actie ondernemen

Tot zij geheel ontspannen zijn

Laat ze vallen laat ze vieren

En in je buik… bouw daar

Een vriendelijke kamer met sofa’s

Heerlijke zachte sofa’s

En ontvang daar, op die sofa’s

Iedereen die je haat

(Ontspan, Ontspan, Ontspan)

En praat dan met zijn allen

Over je moeders (je vaders)

Over je dochters (je zonen)

Over je vouwen (je mannen)

Vertel aan elkaar

Hoeveel je van hen houdt

En hoe graag je hen

Zou willen behouden

.

Madurodam

Den Haag, de stad in gedichten

.

Henk van Zuiden (1951) debuteerde in 1983 met de dichtbundel ‘Monument voor moeder’ en in 2003 stelde hij de bloemlezing ‘Den Haag, de stad in gedichten’ samen voor uitgeverij 521. Eerder deed hij dit voor de steden Utrecht en Groningen. In totaal stelde van Zuiden al 40! bloemlezingen samen. In ‘Den Haag’ (her)ontdek je de stad door ogen van de dichter volgens de achterflap. Er zijn al meerdere bundels over Den Haag verschenen maar deze is zeer uitgebreid. Maar liefst 95 dichters met meer dan 100 gedichten zijn in deze bundel opgenomen. Met bekende Haagse dichters als M. Nijhoff, Kees van Kooten, Remco Campert en Bart Chabot maar ook dichters van buiten de stad als C.B. Vaandrager, Annie M.G. Schmidt en Gerrit Komrij dragen hun steentje bij. De dichters die in deze bundel zijn vertegenwoordigd zijn dan ook dichters die in Den Haag geboren zijn, op bezoek kwamen, er een periode woonde of uiteindelijk voorgoed gebleven zijn “op een van de duin- of parkachtige begraafplaatsen”.

.

Ik koos voor een mij wat minder bekende dichter, Co Woudsma (Weesp, 1960), met het gedicht ‘Madurodam’ oorspronkelijk verschenen in ‘Viewmaster’ uit 1997.

.

Madurodam

.

Nu ben ik groot genoeg,

de straat ligt aan mijn voet.

.

Beloop hier de essentie van het land:

een gracht met pand,

een koe met waterkant.

.

alles houdt zijn maat:

het regiment, de dirigent,

de torenklok die steeds maar slaat.

.

De optocht maakt een zacht kabaal,

men fluistert Nederlandse taal,

ook Surinamers zijn op schaal.

.

Wij reuzen doen geen kwaad,

omhelzen kerken,

doven nog een waakvlambrand

en nemen afscheid van dit goede dal.

.

Het leven is er niet te groot

de mensen gaan er heel klein dood.

.

 

Gedicht als (korte) film

Remco Campert en Alessio Cuomo

.

Vorige week was ik in Gent en daar kwam ik, lopende door de stad, allerlei gedichten tegen die op muren en ramen waren aangebracht. Zo ook het gedicht  ‘Verzet’van Remco Campert. Het gedicht is aangebracht op een zijmuur van het Het Vrijzinnig Centrum Geuzenhuis. Verschillende vrijzinnige verenigingen vinden hier onderdak. Het café werd lang opengehouden door Motte Claus, de schoonzus van Hugo Claus. Zij was ook een van de initiatiefnemers van de Poëzieroute in Gent Het gedicht past bij het publiek van het Geuzenhuis: kritische en maatschappelijk geëngageerde mensen. Toen ik deze week wat aan het zoeken was op internet kwam ik een artikel tegen van mei 2018 over dit specifieke gedicht op deze plek in Gent.

Filmmaker Alessio Cuomo liep met zijn vriendin in Gent toen hij het gedicht op een muur zag staan. Hij was er zo door geraakt dat hij met de tekst aan de slag wilde. “Met het gedicht toont Campert dat verzet niet betekent dat je meedoet met de rest, maar dat je bij jezelf stil moet staan.” Dus stuurde hij Remco Campert een brief met het verzoek dit gedicht te ‘verfilmen’. Ook vroeg hij Campert of hij de hoofdrol wilde spelen in de filmische bewerking. Daar stemde Campert mee in. De film toont onder andere beelden van de schrijver achter zijn typemachine, maar ook de natuur van landgoed Rhijnauwen in Bunnik vlakbij Utrecht, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n vijfhonderd verzetsstrijders zijn gefusilleerd.

Volgens Cuomo was Campert blij met het resultaat. Al was de schrijver het filmen na een uur of drie wel redelijk zat. Hij was wellicht niet erg bekend met de gebruikelijke lange opnamedagen die er voor een film nodig zijn. “Sommige stukken moesten een paar keer worden opgenomen. Toen Campert weer een zin moest herhalen, zei hij: ‘Wanneer is het nou klaar? Ik kan het gedicht niet meer aanhoren’.”
.

.

Een vergeefs gedicht

Remco Campert

.

Een van de Vijftigers die vrijwel iedereen kent, als het niet van zijn poëzie is dan wel van zijn proza, is dichter, schrijver, columnist Remco Campert (1929). Deze éminence grise van de Nederlandse poëzie is nog steeds actief al liet hij vorig jaar weten te stoppen met schrijven. Inmiddels weten we dat hij gewoon is blijven corresponderen met zijn goede vriend Kees van Kooten en dat deze correspondentie geboekstaafd is in het boekje ‘Aanelkaar’ over het leven, de liefde en de dood.

Remco Campert heeft een enorme bibliografie en heeft vrijwel alle literaire prijzen gewonnen die er te winnen zijn. Maar ook hij is ooit gedebuteerd en dat deed hij in 1950 met de poëziebundel ‘Ten lessons with Timmothy’. In 1952 verscheen al zijn vierde bundel ‘Een standbeeld opwinden’ en in die bundel staat het gedicht ‘Een vergeefs gedicht’.

.

Een vergeefs gedicht

.

Zoals je loopt,

door de kamer uit het bed

naar de tafel met de kam

zal geen regel ooit lopen.

.

Zoals je praat,

met je tanden in mijn mond

en je oren om mijn tong,

zal geen pen ooit praten.

.

Zoals je zwijgt,

met je bloed in mijn rug

door je ogen in mijn hals

zal geen poëzie ooit zwijgen.

.

Week van de vijftigers

laatste week van februari

.

De Nederlandse poëzie heeft de laatste 150 jaar veel verschillende stromingen gekend (Tachtigers, Vijftigers, nieuw realisten, Maximalen e.d) maar één van de bekendste en misschien ook wel invloedrijkste was de beweging van de Vijftigers. De beweging van de Vijftigers werd ingezet door de dichter Lucebert zo valt te lezen op de website https://www.literatuurgeschiedenis.nl

Lucebert stuurde zijn gedichten in 1949 op aan uitgeverij De Bezige Bij. Zijn onconventionele gedichten vielen echter niet in de smaak bij de redacteur die ze moest beoordelen. Deze dacht dat ze door een krankzinnige gemaakt waren. Maandenlang hoorde Lucebert niets van de uitgeverij. In dat jaar, ten tijde van de Politionele Acties, debuteerde hij met het gedicht ‘Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia’.

Toen Lucebert in 1951 echter debuteerde met de bundel ‘triangel in de jungle’ bij uitgeverij a.a.m. stols, kwam men bij De Bezige Bij alsnog tot inkeer en in 1952 verscheen daar de bundel ‘ápocrief/de analpabetische naam…’. Hij werd hiermee de voorman van de Vijftigers.

Zijn poëzie, die zo kort daarvoor nog voor gekkenwerk was gehouden, bleef onconventioneel, maar dat nam niet weg dat steeds meer lezers hun aanvankelijke weerzin overwonnen, omdat ze begrepen dat hier een jonge dichter stem probeerde te geven aan een generatie die in de Tweede Wereldoorlog volwassen was geworden. Een generatie die vond dat het allemaal helemaal anders moest. De dichters uit deze beweging verzetten zich tegen de oude normen en waarden die na de oorlog opnieuw gekoesterd werden, ook in de kunst. Zozeer week de poëzie van de dichters van Vijftig af van wat toen de norm was, dat veel lezers aanvankelijk niet inzagen waarom dit soort werk nog poëzie of literatuur genoemd kon worden.

Naast het experimentele karakter van de gedichten gaven de Vijftigers nog een betekenis aan het woord experimenteel, namelijk die van de experience, de beleving. Het proces van het dichten was minstens zo belangrijk als het vernieuwende karakter. Daarnaast was spontaniteit een belangrijk gegeven. Juist na de tweede wereldoorlog (waarin zo duidelijk was geworden wat er gebeurd als je vastliggende constructies oplegt aan de werkelijkheid) was spontaniteit van handelen en denken van groot belang voor de Vijftigers. Zij zetten zich af tegen het rationele, zoals het denken in zwart-wit tegenstellingen (goed/slecht, geest/lichaam, goddelijk/aards) en de hiërarchie die zulke tegenstellingen aanbrengen. Ze wilden dit soort denken juist doorbreken. Voor hen stond het goddelijke niet boven het aardse, de geest niet boven het lichaam. De Vijftigers zagen de poëzie als een bevrijdende kracht voor alle levensterreinen. Hun staat niet alleen een literaire omwenteling voor ogen, maar een totale reorganisatie van het leven en het bewustzijn.

Tot de dichters van de Vijftigers worden gerekend: Lucebert, Hugo Claus, Gerrit Kouwenaar, Hans Andreus, Remco Campert, Jan Elburg, Sybren Polet, Paul Rodenko, Bert Schierbeek, Simon Vinkenoog, Paul Snoek en Jan Hanlo.

Deze week extra aandacht voor de Vijftigers en hun werk uit die beginperiode van de jaren ’50. Te beginnen, uiteraard, met een gedicht van Lucebert uit de bundel ‘Triangel in de jungle’ uit 1951.

.

Strafkolonie

.

Een meer vol kettingen en rode

voetstappen nachtdruppels ebbenhouten

ogen in alle kasten

konden genezen eten en boeken

lange boeken zingen op onze lichamen

wan en langhopig lang

.

soms komt de zon zo zon-

derling hinkend als pompen

.

vaak puilt de nacht een paarse vrouw

koud op de kamer koud op de keel

.

soms is het onderling donker

.

 

Poëziepodia

Alkmaar, Rotterdam en Maassluis

.

Het is alweer een tijd geleden dat ik aandacht aan poëziepodia schonk. In de tussentijd zijn er weer bijgekomen, verdwenen of veranderd. Hier een drietal podia dat het al een tijdje volhoudt, voor ieder wat wils en met elk zo zijn eigen sfeer inhoud.

Reuring in Alkmaar

.

Onder de bezielende leiding van dichter en organisator Alja Spaan wordt alweer een paar jaar lang in Alkmaar podium Reuring georganiseerd. Elke maand (op 1 maand in de zomer na) nodigt Alja dichters uit in Grand café Koekenbier aan de Kennemerstraatweg 16 voor een middag met bekende en minder bekende dichters. De deelnemende dichters komen vaak uit de buurt van Alkmaar maar ook regelmatig vanuit andere windstreken van Nederland (en Vlaanderen). Helle van Aardeberg maakt elke maand een prachtige aankondiging. Toegang is gratis. Zie voor meer informatie https://reuringgedichten.nl/

.

Poëziecafé Woordkunst

.

Jaap van Oostrum, Jelle Ravestein en Henny Wesselius organiseren vier keer per jaar (februari, april, september en november) op de tweede dinsdag van de maand,  in Kevins Place aan de P.C. Hooftlaan 6 in Maassluis, poëziecafé Woordkunst. Daarnaast elk jaar een keer in een tuin in Maassluis. Er worden per podium 5 dichters gevraagd uit de omgeving maar ook van daarbuiten, er is muziek en een open podium. Toegang is gratis. Meer informatie op https://woordkunst.maassluis.nu/

.

De Poetsclub

.

Poëzie in de Schouw. Open podium. Dichters jong en oud, ervaren of beginnend zijn welkom, elke eerste woensdag van de maand, om hun gedichten voor te dragen. Wie wil optreden moet tenminste één tekst brengen die nog nooit is voorgedragen of gepubliceerd. Presentatie door Renato Miguel en Jeroen Naaktgeboren. De Poetsclub begint om 21.00 uur, toegang is gratis en je vindt café de Schouw aan de Witte de Withstraat 80 in Rotterdam.

.

Wil je steeds op de hoogte zijn van woordkunstpodia in Nederland en België, neem dan eens een kijkje op https://www.platformplank.nl/ waar 50 woordkunstpodia bij zijn aangesloten.

.

Om toch te eindigen met een gedicht, het gedicht ‘Sommige poëzie is met een…’ van Remco Campert uit ‘Alle bundels gedichten’ uit 1976.

.

‘Sommige poëzie is met een …’

.

Sommige poëzie

is met een klein mondje

nog kleinere dingen zeggen

.

erwtjes blazen naar de zon

.

net als een kleintje koffie

als je omkomt van de dorst

.

.

Simon Vinkenoog

gedicht

.

In 1973 richtte Remco Campert het tijdschrift ‘gedicht’.op dat werd uitgegeven door de Bezige Bij. ‘gedicht’ was een tijdschrift dat uitsluitend gewijd was aan poëzie en het vertegenwoordigde geen stroming in de Nederlandse letteren, maar wilde poëzie brengen van goede kwaliteit, of wat de redacteur daarvoor aanzag. Het tijdschrift stond open voor debuterende en gevestigde dichters. Het tijdschrift ‘gedicht’ verscheen 4 maal per jaar. Uit nummer 5 van de tweede jaargang (1975) koos ik voor een gedicht van de dichter Simon Vinkenoog getiteld ‘Anna sunya’.

.

anna sunya

.

in de fontein

van het licht

dat alle dorst lest

is alles waar

.

alles leeft

.

voor haar

is alles

een, vanuit

haar is alles

waar

.

anna sunya

zuiver niets

teder levend

kwetsbaar

wonder

.

dochter

.

je bent volmaakt

hoe is het mogelijk?

maar- het is waar-

je bent volmaakt

.

Het laatste bed

Ingmar Heytze

.

In 2013 gaf Dagblad Trouw tien dichtbundels uit onder de titel Trouw Poëziecollectie. Het eerste deel van Judith Herzberg werd gratis weggegeven en dat kom ik dan ook vaak tegen bij kringloopwinkels en op rommelmarkten. De andere delen zie ik veel minder vaak. Dit zijn verzamelbundels van Lucebert, Remco Campert, Eva Gerlach, K. Michel, Gerrit Kouwenaar, Ester Naomi Perquin, Rutger Kopland, Ida Gerhardt en Ingmar Heytze.

Van de laatste dichter heb ik nu het deel te pakken. In deze verzamelbundel staan gedichten uit de (toen nog) 10 poëziebundels die van hem verschenen bij uitgeverij Podium. Ik koos voor het gedicht ‘Het laatste bed’.

.

Het laatste bed

.

Als kind had je een eigen leven

op je kleine jongenskamer

met de grote deur vol stickers

die de wereld buitensloot

.

met je beer tussen de dekens

lag je in een glanzend ei

van fantasie, je hebt altijd

geslapen in een soort van boot

.

dit alles komt gewoonlijk bij je op

in onbekende bedden

zoals nu – van een vreemd lichaam

krijg je slaperig een zoen

.

het liefste meisje voor vanavond

alsof zij je kan behoeden

voor je allerlaatste bed

in ziekenhuis of paviljoen.

.

Empty Hospital Bed in a Ward

%d bloggers liken dit: