Site-archief

Humor

Voor elk wat wils

.

Humor in de poëzie, het is een boeiend thema waarover heel verschillend gedacht wordt. De een vindt humor bijna een onmisbaar element als het gaat om de aantrekkelijkheid of leesbaarheid van poëzie, de ander is het een gruwel, poëzie is niet louter ter vermaak. Ik denk dat humor in de poëzie heel goed kan, kijk naar grote namen als Willem Wilmink, Jules Deelder, Lévi Weemoedt, Drs. P. Allemaal voorbeelden van dichters die humor een centrale plaats gaven in hun poëzie of er in ieder geval gebruik van maakte en maken.

Vindt je humor een onmisbaar onderdeel van poëzie dan zijn er voorbeelden genoeg om te lezen en blij van te worden, heb je niets met humor in poëzie dan zijn er genoeg dichters die daar juist niets mee doen. Voor ieder wat wils dus. Ik hou van humor in poëzie maar waardeer serieuze poëzie net zo goed. De ene dag wel en de andere dag niet of wat minder. Je hebt tenslotte ook niet elke dag zin in het zelfde eten of drinken. Voor de liefhebbers van humor in de poëzie wat voorbeelden.

.

Relatief

.

Het navelstaren

der barbaren

wordt bij hun buren

vaak kil turen.

.

Th. Sontrop

.

Ode aan een bandrecorder

.

Met een kater

luister ik

naar het inschenken der borrels.

.

J. Bernlef

.

Kunst

.

‘Wie van de aanwezigen

houdt er van kunst?’

.

‘Ikke.’

.

‘Prachtig! Dan kunt u

mij vast wel even helpen

met het ophangen van de

schilderijen.’

.

Jules Deelder

.

Capitaine Mobylette

.

Van zwart haar moet ‘k zo huilen.

Van blond krijg ik ’t benauwd…:

ach! vind je ’t erg als jij vannacht

je bromfietshelm ophoudt?

.

Lévi Weemoedt.

.

Advertenties
%d bloggers liken dit: