Site-archief

dankdag voor het gewas

rotterdam

.

In 1966 verscheen bij uitgeverij nijgh & van ditmar de bundel ‘dankdag voor het gewas’ van Wim Hazeu. In het exemplaar dat ik bezit heeft Wim Hazeu het volgende geschreven: “waar dichter en dokter tesamen komen, glanst de droppel die het leven is” Nieuwkoop 1972. Daaronder zijn naam en in pen er later bijgeschreven (door degene van wie de bundel was destijds waarschijnlijk) dat het hier een bundel uit 1966 betreft.  Deze uitgave (nieuwe nijgh boeken 14) is een duidelijk voorbeeld van hoe men met de taal omging in de jaren zestig; geen hoofdletters of leestekens, namen met een kleine letter geschreven (delft, rotterdam) maar wel wintercursus met een c en ekskursies met een k.

Toen ik de bundel kocht kwam ik erachter dat er in de bundel een getypt vel uit 1976 zat met daarin een behandeling van het gedicht ‘elegie’ dat overigens niet in deze bundel staat. Kortom een klein pareltje uit de dichtkunst van de afgelopen decennia. Wim Hazeu (1940) is een geëngageerd dichter met een uitgebalanceerd taalgebruik. Hazeu publiceerde een aantal poëziebundels, romans en is de laatste jaren vooral bekend van zijn biografieën van schrijvers en dichters (Vestdijk, Achterberg, Aafjes, Slauerhoff). Naast zijn schrijfwerk was Hazeu ook actief als journalist, radio- en televisieprogrammamaker en uitgever.

Uit ‘dankdag voor het gewas’ heb ik gekozen voor het drieluik ‘rotterdam’.

.

rotterdam

.

1

.

met de roltrappen

proberen zij

– de vrouwen

een stukje hemel te vergaren

en met een feestkleed

van f 49,50

dalen zij

– de vrouwen

de trappen af

met het feestkleed

voor iedereen

– de vrouwen

weggelegd

.

2

.

men slaat heipalen

in de trommelvliezen

die gemakkelijk scheuren

kraanmachinisten staan hoger

genoteerd

dan het beursgebouw

en het vrije volk

geeft het laatste metronieuws

over de doodgravers

.

3

.

hier

in de omarming van gebouwen

zijn wij overbodig

zittend op een terras

kijken miljoenen stenen

op ons neer

stenen van het laatste uur

.

Liefde kon maar beter naamloos zijn

Shadab Vajdi

.

In 2000 publiceerden uitgeverij De Geus en Amnesty International de bundel ‘Liefde kon maar beter naamloos zijn, met gedichten van 150 vrouwelijke dichters vanuit de hele wereld. De poëzie in deze bundel gaat over “het streven naar vrijheid en gerechtigheid, het verlangen naar een betere wereld de verhouding tussen mannen en vrouwen, de vrouwelijke identiteit. Maar ook over vervolging, onderdrukking en oorlog.” Kortom een bundel met gedichten die alle aspecten van het leven raakt.

De bundel heeft een wat merkwaardige geografische indeling (Rusland en de voormalige Sovjet Unie, West-Europa, Midden-Europa, Latijns-Amerika, Zuid-Azië, Oost-Azië, Engels taalgebied, Afrika, Midden-Oosten en Nederlands taalgebied) en bereikt daarmee op een wat gekunstelde manier volgens mij zo’n beetje elk continent.

Dat doet echter niets af aan de rijke inhoud van de bundel. Vele (voor mij nog) onbekende dichters zijn vertegenwoordigd. Sommige gedichten zijn activistisch van toon, andere hebben juist veel humor en weer andere zijn maatschappij kritisch. Een zeer leesbare mix van stijlen en thema’s kortom.

Ik koos voor een gedicht van de Iraanse Shadab Vajdi (1937). In Iran was ze docent Perzische literatuur en vanaf 1976 werkte ze als producer en radiomaker bij de BBC world service. Vanaf 1992 is ze part-time docent Perzische taal en literatuur aan de universiteit van Londen.

.

Analfabeet

.

Ik ken een man

die alle inscripties op eeuwenoude stenen leest

en die bekend is met

de grammatica van alle talen, dood of levend,

maar die de ogen van een vrouw

die hij denkt lief te hebben

niet kan lezen

.

 

November

Freddy de Vree

.

De Vlaamse dichter, essayist en radiomaker Freddy de Vree (1939 – 2004) is in Nederland geen bekende naam.  Hij schreef behalve onder zijn eigen naam ook onder het pseudoniem Marie-Claire de Jonghe, en mogelijk ook Conny Couperus. Freddy de Vree was een eigenzinnige, anarchistische en dandyeske persoonlijkheid. Hij schreef aanvankelijk in het Frans, maar schakelde daarna over op het Nederlands. Hij was redactielid van een paar literaire tijdschriften en publiceerde bij De Bezige Bij verscheidene dichtbundels. Hij was jarenlang werkzaam als programmamaker en producer bij de Vlaamse culturele radiozender Radio-3. Een tijdlang runde hij ook de kleine uitgeverij Ziggurat in Antwerpen, die luxueuze bibliofiele edities van onder andere Hugo Claus heeft uitgegeven.

Uit zijn bundel ‘ Drie ogen zo blauw’  uit 1987 het, voor deze maand, toepasselijke gedicht ‘ November’.

.

November

.

Als een vuur ging twijfel nogmaals door de seizoenen.

Zuur sloeg neer, tyfus vergalde de boomgaard.

Nevels, ammoniak, kleffe rijm, dan zon. Slak weer.

.

Schuilen? In het ontwaarde huis dat jammerde als een hees kind

werd men niet verwacht. Op de sloten slakken van roest.

.

Het eigen spoor kwijt. Keldergedierte

ritselt langs splinters en planken.

In de hoge te droge zolder vermoedt men klauwvogels.

Geen stoel, geen kast, een ineengezakte tafel met een lege lade.

In de spoelbak mos en brijige schimmel. Men ziet de wilde tuin,

gegeseld door het zware weer, niet door de bedorven ramen.

Men weet de verdieping leeg, de slaapkamer verlaten

(geen bed, wat kraken van de vloer), het bad groenzwart.

Stapelplaats voor verloren leven. Afgedane zaken.

Thuis.

.

Jurkje

Pat Donnez

.

De Vlaamse journalist en radiomaker Pat Donnez (1958) is vooral bekend van radioprogramma’s zoals Titaantjes (met de slogan Over wat het is, of had moeten zijn), Bromberen en Leef Lang! en van zijn reeks over Godfried Bomans. Donnez woont in Mechelen. In 2007 verscheen van Donnez de dichtbundel ‘Het is een mooi leven (zolang je niet bestaat)’.

Aan de gedichten in dit debuut is jarenlang door Donnez geschaafd. Ze getuigen van een ongewone helderheid en directheid. Maar ze zijn bedrieglijk eenvoudig. Albert Hagenaars schreef over deze bundel: “Donnez kan goed observeren en legt zijn bevindingen vast in een open, makkelijk leesbare stijl met humoristische, vaak licht ironische toets”. Uit deze bundel het gedicht ‘Jurkje’.

.

Jurkje

.

Nee, je hoeft geen jurkje
te dragen
als je dat niet wilt
ook niet dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes
waar je sandalen zo
goed bij passen
en je slipje –
dàt jurkje dus

en als we gaan wandelen
en je jurkje –
je weet wel
dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes –
waait op
zodat ik je slipje zie
dat er zo goed bij past
net als je sandalen

en als je je op mijn
vloerkleed legt
dat zo goed past
bij dat heel bijzondere
blauwe jurkje
met glanzende streepjes
en ik je slipje voel
dat je nu niet draagt
en je vraagt
eerlijk, ik hoor niet in een
jurkje, hè?

geloof me dan als ik zeg
nee, jij hoort niet in een jurkje
ook niet dat heel bijzondere
blauwe met streepjes –
glanzend blauwe streepjes

.

Meer gedichten van Pat Donnez staan op zijn website http://www.patdonnez.be/gedichten.php?

.

cjoostjoossen1

                                                                     Foto: Joost Joossen

pd

De Zeehond

Jos De Haes

.

Via Facebook kreeg ik van Bout Vercnocke een tip over de Vlaamse dichter Jos De Haes (1920 – 1974). De Haes was behalve dichter ook essayist en radiomaker. Hij publiceerde gedichten in het tijdschrift ‘Podium’ (1943-1944), waarvan hij hoofdredacteur was. Hij ontmoette er Frank Meyland, Anton van Wilderode, Hubert Van Herreweghen, en Christine D’Haen.

Daarna publiceerde hij in ‘Poëziespiegel’ waar hij Paul De Rijck, Hubert Van Herreweghen, André Demedts en Albert Westerlinck ontmoette. In 1950 werd hij recensent bij ‘Dietsche Warande en Belfort’ en werd in 1960 redactielid.

In 1961 werd hij diensthoofd van de literaire en dramatische uitzendingen van de BRT en werkte hij aan het programma ‘Vergeet niet te lezen’.  Hij publiceerde 4 dichtbundels en gedichten in verzamelbundels. Hij ontving onder andere voor zijn werk de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse  provincies, de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie en Guido Gezelle-prijs van de Koninklijke Vlaamse Academie.

Het gedicht ‘De Zeehond’ komt uit de cyclus ‘De Pool’ in de bundel ‘Gedaanten’ van 1954. De gedichten uit die cyclus zitten vol symboliek. Zo ook ‘De Zeehond’ waarin, kort gesteld, de mens vecht tegen de dood met de moed der wanhoop, als een zeehond die onder de ijskorst zwemt maar uiteindelijk toch het ademwak, het leven vindt.

De YouTube opname van Jo De Meyere komt uit een tv-uitzending van rond 1970.

.

De Zeehond

.

Het is te vinden in ’t ademwak

het ijsgat met de smalle schacht,

waardoor ik aan het oppervlak,

liggend in reukzout en koud water,

leven zuig uit sneeuwlichte nacht.

.

IJspegels brekend met mijn tand

zoek ik in ’t licht der sneeuw rondom

en vind haar Engel aan de rand

de vogel keizerpinguin staat er,

een kegel als Haar wijsheid stom

en als Haar eeuwig willen strak

.

Het is te vinden in ’t ademwak,

longpijp in ’t rustigste der vlezen,

diep ademhalen en genezen.

.

De-Haes-0

Ivo de Wijs

Sonnet

.

Vandaag wil ik graag de koning van de Light Verse in het zonnetje zetten namelijk Ivo de Wijs (1945). Ivo de Wijs is oud-leraar Nederlands, cabaretier, tekst- en liedjesschrijver, en radiomaker. Als dichter en samen met andere dichters (bijvoorbeeld Drs. P.) is hij verantwoordelijk voor vele mooie en bijzondere bijdragen aan de Nederlandse liedkunst en poëzie.

Uit ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ uit 1985 het gedicht ‘Sonnet’.

.

Sonnet

.

Ze wil me overwegend niet geloven

Als ik oprecht zeg dat ik haar bemin

Ze schenkt me, spottend lachend, nog ‘ns in

Of schampert:’Zit je niet zo uit te sloven!’

.

De mooie pathetiek van ons begin

Borrelt bij mij nog af en toe naar boven

Maar wordt door haar met liefde weggewoven

Het hoeft niet meer, we zijn nu een gezin

.

Het hoeft niet meer, want tussen haar en mij

Werd het gewone, bijna ondermaatse

Het dagelijkse tot een soort symbool

.

Wat hield ik van haar toen ze onlangs zei:

‘Ik moet een nieuw spiraaltje laten plaatsen

Haal jij vandaag de kinderen uit school?’

.

Ivo

 

200

Hans van de Waarsenburg

Ach, de tijd

.

Op 15 juni, afgelopen maandag, overleed de dichter Hans van de Waarsenburg. Na Drs. P. de tweede dichter van naam in korte tijd. Hans van de Waarsenburg was dichter, literatuurcriticus, schrijver van kinderboeken, radiomaker en heel actief binnen de Nederlandse letteren. Zo was hij van 1988 tot  1994  kroonlid van de Raad voor de kunst, afdeling Letteren en van 1995 tot 2000 voorzitter van het P.E.N. – Centrum voor Nederland. In 1997 werd hij voorzitter van The Maastricht International Poetry Nights, een tweejaarlijkse, internationale poëziemanifestatie die in 2014 voor de zesde keer werd georganiseerd.

In 1973 ontving van de Waarsenburg de Jan Campert-prijs voor poëzie voor zijn bundel ‘De vergrijzing’.

Uit ‘Tussen nat mos en een begrafenis’ uit 1973 het gedicht ‘Ik zie haar nog wel eens…’

.

Ik zie haar nog wel eens…

.
Ik zie haar nog wel eens
blond en aangepaste lippenstift
verkreukeld perkament van dichtbij

een vrouw met bontjas in een bus
tas dichtbij haar
lippen dicht op elkaar want je weet
nooit wat er kan gebeuren

de ogen vosachtig wantrouwend
achter de kooi van een modieuze bril

dan zit ze op de bank en praat
ratelend uit een oud plakboek
en kijkt me aan

haar buik is leeg
de eierstokken reeds lang verwijderd

één koude oorlog heb ik daar vertoefd
en moet toen reeds, in ’43 , afscheid
hebben genomen.

.

Spike Milligan

Light verse dichter

.

In deze week van de Ierse dichters vandaag Spike Milligan. Spike Milligan (1918-2002) is misschien niet direct bekend als dichter (eerder als komiek, schrijver, acteur en radiomaker) maar toch is zijn vers ‘On the Ning Nag Nong’ in 1998 uitgeroepen tot beste Engelstalige kinderversje. Milligan is met name in Australië enorm populair.

Zijn literaire producties op het gebied van parodie, poëzie en autobiografie worden gekenmerkt door een eigen Milligan-stijl dat wil zeggen nonsensicaal, absurdistisch en zelfs surrealistisch.

Spike Milliganwordt aangeduid als degene die de weg plaveide voor de humor van het internationaal bekendere Monty Python maar hij kreeg ook onomwonden de eer toegezwaaid de peetvader te zijn geweest van alle alternative comedy zoals die vanaf de jaren tachtig gestalte heeft gekregen op televisie, radio, in theaters en clubs. Milligan ligt begraven op het St Thomas’s Church Cemetery in Winchelsea. Zijn grafschrift luidt: “Dúirt mé leat go raibh mé breoite” (Ik zei toch dat ik ziek was). Dit is aangebracht in het Iers om nietsvermoedende bezoekers van het kerkhof te ontzien.

Hieronder een aantal versjes van Milligan.

.

A silly poem

.

Said Hamlet to Ophelia

I’ll draw a sketch of thee

What kind of pencil sghall I use?

2B or not 2B?

.

Goodbye S.S.

.

Go away girl, go away

and let me pack my dreams

Now where did I put my yesteryears

made up with broken seams

Where shall I sweep the pieces

My God, they still look new

There’s a taxi waiting at the door

but there’s only room for you

.

On the Ning Nang Nong

On the Ning Nang Nong

Where the cows go Bong!

And the monkeys all say BOO!

There’s a Nong Nang Ning

Where the trees go Ping!

And the teapots jibber jabber joo.

On the Nong Ning Nang

All the mice go Clang

And you just can’t catch ‘em when they do!

So it’s Ning Nang Nong

Cows go Bong!

Nong Nang Ning

Trees go Ping

Nong Ning Nang

The mice go Clang

What a noisy place to belong

Is the Ning Nang Ning Nang Nong!!

.

Spike

 

I told you

Met dank aan thepoemhunter.org en Wikipedia.

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: