Site-archief

Weet je nog hoe je moet drijven?

Sanne de Kroon

.

In 2020 deed dichter Sanne de Kroon (1997), Master of Arts Taalwetenschappen en dichter, mee met de Nijmeegse Literatuurprijs. De Nijmeegse Literatuurprijs is een initiatief van De Gelderlander, de Openbare Bibliotheek Zuid-Gelderland, Nieuwe Oost | Wintertuin, Poëziecentrum Nederland en literair tijdschrift Op Ruwe Planken. Het geheel staat onder leiding van de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen.

Het doel van de Nijmeegse Literatuurprijs is literair talent uit Nijmegen en omgeving een duwtje in de rug geven. De beste inzendingen worden gepubliceerd, winnende auteurs worden aan een podium geholpen. De winnaar van de hoofdprijs krijgt 250 euro. De ingezonden teksten werden kritisch bekeken door een jury. Uit de longlist van 11 inzendingen werd een shortlist gekozen van drie auteurs: Dat zijn Sanne de Kroon (met drie gedichten), Tamar Slooves  (met het verhaal ‘Daar praten we niet over’) en Esther van Raay (met het verhaal ‘Dirk’). De jury bestond in 2020 uit Heidi Koren (schrijver/dichter), Frederik van Dam (Radboud Universiteit) en Marijn Hogenkamp (uitgeverij Atlas Contact).

Tamar Slooves werd winnaar maar Sanne de Kroon ( die de publieksprijs kreeg) werd tweede met haar gedichten. Over het gedicht ‘Weet je nog hoe je moet drijven?’ schreef de jury: Met het tweede gedicht zet deze dichter de lezer meteen bij de eerste regel stil. “Mijn vader leeft al een jaar onder water”. Het is raak. ‘Weet je nog hoe je moet drijven?’ laat zien waar geworsteld
wordt en hoe dat eruit ziet vlak voordat iemand kopje onder gaat. Korte zinnen, boordevol oersterke beelden. Met dit gedicht toont de inzender zich dichter en dat smaakt naar meer!

.

Weet je nog hoe je moet drijven?

.

Weet je nog hoe je moet drijven?
Mijn vader leeft al meer dan een jaar onder water.
De dagen drijven aan hem voorbij.
Soms kan hij ze grijpen.

.
Laten we samen een metafoor bouwen,
die sterk genoeg is om je gewicht te dragen.
Moeilijk zal het niet zijn, want
je wordt met de dag lichter.

.
Je praat steeds meer over anorexia.
Niet voor jezelf, maar
er zijn mensen die zich helemaal niet goed voelen,
zonder dat daar een reden voor is.
Ze draaien hun schouders als ze door een deur moeten,
denkend dat ze niet zullen passen.

.
Maar papa, we weten toch al lang dat happiness
een theesmaakje is,
dat je plafond een magneet is en elk bed
gemaakt is van blijfzand.
Iedere keer dat je opstaat,
is een kleine overwinning.

Op een dag zal ik een enorme broccoli in de tuin planten,
die diepe wortels zal maken die alles zullen overwoekeren.
Mijn vader zal hem in minuscule stukjes snijden.
Bouillonblokjes uit zijn wikkels halen en
op zijn handen laten smelten als bruisballen.
En eindelijk zal alles soep zijn.

.

Plekken waar het misgaat

Merel van Slobbe

.

In de categorie ‘Jonge dichters’ vandaag dichter Merel van Slobbe. Merel van Slobbe (1992) schrijft gedichten en verhalen. Ze studeert filosofie aan de Radboud Universiteit, waar ze in 2016 campusdichter was. In 2017 won ze de Meander Dichtersprijs en in 2018 werd ze tweede bij de Turing Gedichtenwedstrijd. Ze zit in een talentontwikkeltraject van Productiehuis De Nieuwe Oost. Het gedicht ‘Plekken waar het misgaat’ was een van de gedichten waarmee ze meedeed bij de Meander Prijs 2017. Lees meer van en over haar op haar website https://merelvanslobbe.com/

.

Plekken waar het misgaat

.

We zitten op het dak en denken
als we het verschil tussen dicht en te dicht
bij de rand maar zouden weten.

We proberen woorden te verzinnen
voor het moment vlak voor je breekt
bij gebrek aan beter noemen we elkaar astronaut.

Ik zeg: op sommige dagen raak ik nog steeds
in elk winkelcentrum mijn moeder kwijt.

Het liefst zou ik navelstrengen verzamelen
ik zou ze bewaren op de plekken waar het misgaat:
tussen dode vetplanten
in een lege agenda.

In plaats daarvan leren we
op hoeveel verschillende manieren een koffiekopje
kan breken op de keukenvloer.

Het is niet erg:
ooit zal elk kopje het opgeven.

Dus gooi jezelf voorzichtig van de rand
ik vond een klein heelal tussen je lichaam
en alle dingen waar het aan kapot gaat.

.

Evolutie

Mikhail Katsnelson

.

In 2013 gaf de Radboud Universiteit in Nijmegen ter gelegenheid van de uitreiking van de Spinozaprijs aan professor Mikhail Katsnelson, in opdracht van het bestuur van de universiteit, de bundel ‘Vijftien gedichten’ uit. Deze bundel bevat 15 gedichten in zowel het Russisch, het Engels als het Nederlands van theoretisch fysicus Mikhail Katsnelson. Deze vertrok in 2002 uit Rusland tegen wil en dank naar het westen. Met de Sovjet Unie was ook de grote natuurkunde traditie verkruimeld. In 2004 werd hij hoogleraar in Nijmegen. Naast zijn werk als hoogleraar blijkt Katsnelson ook poëzie te (kunnen) schrijven. Uit deze bundel het gedicht ‘Evolutie’.

.

Evolutie

.

De pijn en verveling van hen, die de Aarde vóór ons bevolkten

zijn door leem en steenkool bewaard, door kalksteen en zandsteen,

maar meer nog door olie. Misschien worden wij ooit olie

net zo, en vormen we brandstof voor nieuwe dieren,

wat zullen ze zich wel niet inbeelden, alsof ze verstand hebben.

We zullen hun leven vergiftigen, ongemerkt – ziedaar de wraak van

de overwonnenen.

.

15

Kopland in het laboratorium

Experimenten met taal (en dichters)

.

Op de website van de Radboud Universiteit kwam ik een bijzonder lezenswaardig artikel tegen over een experiment bij het Max Planckinstituut voor psycholinguïstiek over de taal van dichters.

De onderzoekers Mauth, Baayen en Schreuder hebben niet echt een hypothese: de experimenten hebben vooral een verkennend karakter. Ze zijn bij hun ontwerp van de tests uitgegaan van de houding die dichters tot de taal aannemen. Baayen: “Ze lezen, herlezen, voelen en proeven de woorden. Ze laten associaties in zich wakker worden.”

In dit artikel wordt Rutger Kopland gevolgd bij het afnemen van de tests en daarna. De theorie van de onderzoekers stelt dat de lexical connectivity bij dichters groter is. Het lexicon in het brein lijkt nog het meest op internet, met allemaal hyperlinks die alsmaar verder kunnen worden uitgebouwd. Geoefende taalgebruikers zouden meer verbindingen maken, aldus de theorie.

Maar Kopland heeft zijn twijfels over de gemaakte aannames bij de eerste test. Een uitspraak over dé dichter, dé poëzie kunnen de proeven niet doen. De bestaande dichtstijlen lopen te veel uiteen. Aan de test deden 15 dichters mee waaronder Tsead Bruinja en Piet Gerbrandy.

Van het tweede experiment heeft hij hogere verwachtingen. Hierin moeten de dichters in korte tijd bepalen of woordcombinaties ook in betekenis overeen komen. De schoonheid van poëzie schuilt immers vooral in onverwachte betekenisvalkuilen. De dichter speelt met afgesproken betekenisregels, overtreedt ze. Met open ogen en niet in een roes. Dat maakt dichten leuk. Maar daartoe moet een dichter de taal door en door kennen. Zich zeer doordacht afvragen wat een woord betekent. Zich verwonderen dat het woord een betekenis heeft. Dat is Koplands materiaal.

Interessante materie voor wie zich met dichten en dichters bezig houdt. Kopland citeert aan het eind van het interview met hem de beginregels van het gedicht ‘Boomgaard’ uit ‘Een man in de tuin’ uit 2004.

.

Boomgaard

.

Woorden weten van zichzelf niet waarvoor ze

gemaakt zijn — en zo is het met alles in de wereld

niets weet waarvoor het er is

en ook wij weten het niet

.

Ik kijk door het raam de boomgaard in en zie hoe

woorden voor vogels, bomen, gras, voor wat er is daar

daar niets betekenen en ook de boomgaard zelf

heeft geen betekenis

.

In mijn hoofd zoekt iemand naar woorden voor

iets dat nog geen gevoel is en nog geen gedachte

.

en langzaam begin ik te voelen en te denken

dat ook de boomgaard daarnaar zoekt — dat wij

hetzelfde zoeken, de boomgaard en ik

.

een man

RU

Het hele artikel lees je hier: http://www.ru.nl/@688775/pagina/
%d bloggers liken dit: