Site-archief

Kanneelgebed

Don Beukes

.

Het mooie van social media (naast heel veel minder aangename kanten) is dat je met de hele wereld in verbinding staat of kan staan. Zo kreeg ik via Facebook (the groep Poetry Club) contact met de Zuid Afrikaanse dichter Don Beukes. Don Beukes werd geboren in Kaapstad en studeerde Engels, geografie en psychologie voordat hij docent werd in Zuid Afrika en in Groot Brittannië. Inmiddels is hij gepensioneerd en in 2016 werd zijn eerste poëziebundel gepubliceerd ‘The Salamander Chronicles’ waarin thema’s als onderdrukking, pesten, politiek, globalisme, seksisme, misbruik, geboorte, dood, vluchtelingen en racisme aan de orde komen.

Zijn tweede boek ‘Icarus Rising – Volume One’ is een verzameling Ekphrastic-poëzie ( Ekphrastic-gedichten richten zich op kunstwerken, meestal schilderijen, foto’s of standbeelden) waarbij de meeste gedichten gebaseerd zijn op originele kunstwerken en in nauwe samenwerking met kunstenaars uit Zuid-Afrika, Amerika en het Verenigd Koninkrijk zijn geschreven.

Zijn Zuid-Afrikaanse publicatie-debuut van veertien exclusieve gedichten verscheen in augustus 2018 met drie andere prominente Zuid Afrikaanse auteurs (Bevan Boggenpoel, Leroy Abrahams en Selwyn Milborrow) in een unieke bloemlezing ‘In Pursuit of Poetic Perfection’, die na publicatie meteen op nummer 1 terecht kwam op de lijst van ‘Afrikaanse Literatuur’ op Amazon Kindle. Zijn poëzie is gepubliceerd in tal van literaire tijdschriften en tijdschriften in de VS, Canada, India, Bangladesh en de Filippijnen, evenals in verschillende bloemlezingen. Sommige van zijn gedichten zijn ook in het Albanees vertaald en in het Afrikaans en het Farsi.

Hij is van plan zijn publiciteitssucces te gebruiken om op een dag zijn eigen stichting in Zuid-Afrika te vestigen om de leesvaardigheid op scholen te verbeteren en om een ​​leescultuur in verarmde gemeenschappen te bevorderen. Don heeft ook een blog waarop je veel meer kunt lezen: https://donbeukes.wordpress.com

Van Don ontving ik een prachtig gedicht met getiteld ‘Kanneelgebed’ of in zijn eigen vertaling in het Engels ‘Cinnamon prayer’.

.

Kanneelgebed

.

As ek net jou spesery geure elke dag

kan aantrek, weet ek my siel sal weer

aansterk, maar jou daaglikse onsigbare

stem laat my weer jou soete woorde

verken – Geen meer goeiemôre soentjies

van my Godgegewe noentjies, geen meer

trane van blydskap soos ek saam lag met

my kosbare skat, terwyl ek gereed maak vir

markdag elke Maandag en heuningbloeisel

soene jou kant toe blaas.

.

Mense knik nog nou en dan medelyend

my kant toe, selfs ons nommer een

mededinger, wat soms ons robynrooi

waatlemoen effens proe – Kan jy glo hy

lok nou andere my kant toe?

Ek glimlag maar net gedwee terwyl ek

eerbiedig proe aan jou hemelsoet kanneeltee-

Gemeng met liefdevolle smeltende

herinneringe – Net die aromatiese

teenwoordigheid van jou verbied

my om onophoudelik te rou

vir jou.

.

Ek dra nog steeds die hemp wat jy in

Mauritius gekoop het, selfs al is die blou

nou verflou – Elke kledingstuk aanraking

teen my dorre woestynvel laat my

glimlaggend altyd wonder – Is ek nog

steeds jou kanneel koning?

.

Ek is omring deur jou – Elke spesery en

kruiedrankie herinner my aan jou – Die

kanneelgevulde plooie in my hand brandersvir jou,

Soms verbeel ek my ek gewaar jou oorkant my,

maar dan voel ek soos ’n jong verliefde gek en

fluister dan saggies my daaglikse

kanneelgebed…

.

Cinnamon Prayer

.

If I could wear your spicy

essence each and every day

I know I will not go astray

but only your daily echo illuminates

your fading halo – No more early

morning kisses from my heaven sent

missus, no more tears of joy just

to hear you say hey, as I leave

for market day, blowing your

honey blossom kisses my way.

.

People still nod sympathetically to

me, even our rival stall enemy –

can you believe he reluctantly

offered me his best ruby red watermelon?

I just proudly smile, honouring your

memory whilst sipping your favourite

cinnamon tea – infused with

loving melting reverie – Only the

aromatic presence of you prevents

my ginger grieving; my daily solitude.

.

I still wear the clothes you

mended, however much faded – each

brush of cloth against my parched skin

always gets me asking – Am I still your

cinnamon king?

.

I am surrounded by you – each spice

and herb reminds me of you – The cinnamon

filled crevices in my hands burn for you

I sometimes think I glimpse you over

there but then I just recite my daily

cinnamon prayer…

.

Wil je meer van Don Beukes lezen ga dan naar http://ourpoetryarchive.blogspot.com/2018/02/don-beukes.html 

.

 

Advertenties

Leve de camouflage!

Arjen Duinker

.

De dichter, prozaschrijver, columnist en cryptogrammenmaker Arjen Duinker (1956) studeerde psychologie en filosofie in Amsterdam, Groningen en Leiden. Hij debuteerde in Hollands Maandblad in 1980 en sindsdien verschijnen er met regelmaat gedichten en verhalen van zijn hand in literaire bladen als De Gids, De Revisor, Armada, Raster, Ons Erfdeel en Tirade. Voor zijn werk kreeg hij o.a. de Jan Campertprijs en de VSB Poëzieprijs. In 2009 verscheen van hem de bundel ‘Buurtkinderen’ en uit deze bundel komt het gedicht ‘Leve de camouflage!’.

.

Leve de camouflage!

.

Het oninteressante is concreet als een hond.
Vorstelijk als een rog, uniek als een kikker,
Het oninteressante is sentimenteel als een vlo,
Ruimhartig als een baviaan, zacht als een raaf.

Laten we de dierenwereld verder vergeten…

Het oninteressante is aandoenlijk als een tas,
Abstract als een koekje, schoon als een bril.
Het oninteressante is nieuwsgierig als een kapstok,
Vrij als een zeem, schitterend als een tafel.

Laten we de wereld van de dingen vergeten, en snel…

Het oninteressante is magazijnchef,
Loodgieter, demagoog, landmeter,
Psychiater, laborant, vuilnisman,
Hofnar, touwslager, empirist.

laten we ook de wereld van de functies onmiddellijk vergeten!

Leve de camouflage!

.

Omdat daar toch niemand zat

Hans Faverey

.

De dichter Hans Faverey (1933-1990) werd geboren in Paramaribo en kwam in 1939 naar Nederland. Aan de Universiteit van Amsterdam studeerde hij psychologie.  Sinds 1965 was hij als klinisch psycholoog verbonden aan de Universiteit Leiden. Hans Faverey begon gedichten te schrijven in de hoogste klassen van het Amsterdams Lyceum, toen hij via de stimulerende lessen van F. Lulofs kennis had gemaakt met de moderne Nederlandstalige poëzie. Tussen 1953 en 1957 schreef hij niet, omdat hij naar eigen zeggen zijn gedichten niet goed en muziek mooier vond. De poëzie van Faverey is modern en klassiek tegelijk, makkelijk en moeilijk. Soms verontrustend, met een dramatische ondertoon. Hij speelt een spel, hij goochelt, hij is de meester van het onverwachte, en hij heeft humor. In 1990 kreeg hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.

Uit de postuum verschenen bundel ‘Springvossen’ uit 2000, samengesteld door Lela Zeckcovic, de weduwe van Faverey, het gedicht ‘Omdat daar toch niemand zat’.

.

Omdat daar toch niemand zat

.

Omdat daar toch niemand zat,
en omdat het niet dicht zit,
is het weer tijd voor een wandeling
langs de oevers van het strand, daar
waar het woud zich plotseling inhield,
of zich gaandeweg heeft verwijderd.

Dit denkt iemand die niet weet
dat hij in deze tekst zit
en er nooit meer uitkomt,
hoe hij ook morrelt aan zinnen
en met betekenissen schuift.

Beter zo dan andersom,
wanneer de kou onverwacht inzet;
en beter nooit dan te laat.
Dat ben ik weer die dit denk.

In mijn afwezigheid hier
verschuilt zich een triomf
die nooit uitgevierd raakt.

.

De muze viert feest

Paul Rodenko

.

Afgelopen Oud en Nieuw verbleef ik in Drenthe en vandaar uit bracht ik een bezoek aan twee kringloopwinkels in Groningen. Bij kringloopwinkels is het altijd maar afwachten of: Ze veel boeken hebben, de kans dan groot is of ze ook veel poëziebundels hebben en of ze de boeken een beetje gerangschikt hebben. Ik kom toch regelmatig in kringloopwinkels waar alle boeken maar een beetje door elkaar staan of waar de poëzie tussen de (vele) romans staan. In de eerste winkel die ik bezocht stonden de poëziebundels wel apart maar niet aangegeven. Daar kocht ik voor nog geen tientje maar liefst tien bundels.

In de tweede kringloopwinkel alweer geen aanduiding van poëzie maar toch gevonden. Daar kocht ik voor nog een drie keer niks drie bundels.  Dat Groningen een literair klimaat had wist ik en ik weet ook dat er aan poëzie ‘gedaan’ wordt. Dat de opbrengst zo groot zou zijn was echter een verrassing. En er zaten een paar fraaie exemplaren bij. Zoals de bundel ‘De muze viert feest’.

Deze bundel uit 1960 (het Boekenweekgeschenk dat jaar) is een uitgave van de Vereniging ter bevordering van de belangen des boekhandels voor de jeugd! Het bevat een ‘Bonte verzameling feestgedichten bijeengebracht door Gerriot Borgers” met tekeningen en een typografie van J.H. Kuiper. Achterin de bundel waarin vrijwel alle belangrijke dichters uit die tijd zijn vertegenwoordigd een index op eerste regel, op naam van de dichter en een korte beschrijving van de dichters uit de bundel.

Ik heb dit keer gekozen voor een gedicht van Paul Rodenko waarvan achterin de bundel staat: Geboren 26 XI 1920 in Den Haag. Studeerde Slavische talen en psychologie te Leiden en Parijs. Redacteur van ‘Columbus’, ‘Podium’ en thans vast medewerker van ‘Maatstaf’. Woont te Warnsveld. Het gedicht dat van Rodenko staat is heel toepasselijk in deze maand getiteld ‘Januari’.

.

Januari

.

Groene stemmen en gele stemmen en de lente

Van een jonge sneeuw

Het raadsel van de trams ontraadseld

De lucht vol ochtendgymnastiek

.

Wij rinkelen onze lach wij drinken

De koppige vorst als een kroningsgedicht

Wij dragen ons blinkende tweelinggezicht

Wij horen bijeen als een stel akrobaten

En onder de kapspiegel van onze ogen

Onder het kraaien geduld van de bomen

Onder de sneeuwhazerij van woorden

Vinden wij in het contact onzer handen

Bloedwarme zonnen en kolibri’s uit

.

 

%d bloggers liken dit: