Site-archief

Eerste gedicht voor Maria Magdalena

Paul Snoek

.

Op deze eerste zondag in oktober, nu de dagen weer korter worden en het weer guurder, is het tijd voor een erotisch gedicht van de Vlaamse dichter Paul Snoek (1933-1981)  pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat. Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België. Hij was tevens kunstschilder. Zijn pseudoniem is afkomstig van de naam van zijn moeder Paula Snoeck. ‘Eerste gedicht voor Maria Magdalena’ komt uit de bundel ‘Gedichten 1954 – 1968’ uit 1969.

.

Eerste gedicht voor Maria Magdalena

.

Jij en je lichaam een sluipmoord

goddelijk heidens en honing.

.

Ik bid dat ik de bij ben aan je dijen

de angel van de wesp die je kust in mijn mond.

.

Dat ik liefdes droeve traangeur

aan de dijkbreuk van je heupen adem

.

en in de lippen van je sluitend lichaam drink je zout,

het hardgeworden eiwit van je zee.

.

Advertenties

Het najaar begint goed

Ongehoord! september podium

.

Na een lange welverdiende vakantie gaat stichting Ongehoord! op zondag 25 september weer van start met een dichterspodium in de centrale bibliotheek van Rotterdam (4e etage, auditorium). De vakantieperiode hebben de bestuursleden van Ongehoord! benut om de inzendingen van de 5e Ongehoord! gedichtenwedstrijd te beoordelen en om zodanig van de bijna 170 inzendingen een shortlist te maken voor de jury om te beoordelen. Hierover zal in de loop van de maand meer bekend worden gemaakt.

Maar dus eerst weer een podium. Op 25 september (aanvang 14.00) hebben al een vijftal dichters toegestemd om hun poëzie te komen voordragen. Dit zijn:

  • Gerard Scharn (winnaar Ongehoord! gedichtenwedstrijd 2014)
  • Stokely Dichtman (o.a. lid van het collectief Wakkerlicht)
  • Niels Landstra (dichter uit Breda, publiceert binnenkort zijn nieuwe bundel ‘Droef het zwieren)
  • Jaap van Oostrum (stadsdichter van Maassluis en light verse dichter)
  • Martin Wijtgaard (neopostromatisch dichter en dit jaar deelnemer van de Poëziebus)

Meer informatie op de website http://www.stichtingongehoord.com

We zijn nog op zoek naar een muzikant en een prozaschrijver dus hou de websites in de gaten. Toegang op 25 september is als altijd gratis.

.

Ongehoord!_logo_breed_zwart_rgb

Een zwemmer is een ruiter

Paul Snoek

.

Paul Snoek (1933-1981) was het pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat (Hij nam de naam van zijn moeder aan Paula Snoeck). Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België.  Hij debuteerde met de bundel ‘Archipel’ in 1954 en er verschenen in totaal 22 bundels van zijn hand. Tijdens zijn leven ontving hij onder andere de Jan Campertprijs (1971) en de Driejaarlijkse Staatsprijs voor de Vlaamse poëzie (1969) voor ‘De zwarte muze’.

Paul Snoek wordt gerekend tot de vijfenvijftigers (als een reactie op de vijftigers). Zij organiseerden zich rond het tijdschrift Gard Sivik, een naoorlogs avant-garde tijdschrift dat zich ook bezighield met het ethische. Zij zetten zich af tegen de ethische implicaties van de ‘Tijd en Mens’-generatie. Ze gingen op zoek naar meer esthetisch georiënteerde poëzie. Met andere woorden, het ethische was voor hen ondergeschikt aan het esthetische. Zij moesten niets meer weten van een direct engagement. Bij hun ging het om de schoonheid van de gedichten.

Zijn werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten. Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften. Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.

.

Uit de bundel ‘Hercules’ uit 1960 het gedicht ‘Een zwemmer is een ruiter’.

.

Een zwemmer is een ruiter

Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.

En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
is met armen en benen aloude geheimen vertellen
aan het altijd allesbegrijpende water.

Ik moet bekennen dat ik gek ben van water.
Want in het water adem ik water
word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
en toch nog eenzaam blijven.

Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.

.

paul snoek

Hommage aan Paul Snoek van Jef Snauwaert (pasteltekening/schilderij op papier, 1983)

.

snoek_hercules

Met dank aan Wikipedia, DBNL.org en Poezie-leestafel.info

 

 

Ereburger

Luuk Gruwez

.

Luuk Gruwez (1953) is een Vlaams dichter, essayist, columnist en prozaschrijver. In 1973 debuteerde hij met de bundel ‘Stofzuigergedichten’.

De poëzie van Gruwez wordt wel eens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren ’60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Bij Luuk Gruwez gaat deze vorm van romantiek altijd gepaard met een flinke portie (zelf)ironie. In zijn latere poëzie valt op dat de onderwerpkeuze breder wordt en de vorm meer verhalend.

Gruwez is een dierbaar ingezetene (geweest) van Deerlijk daar hij al in 2004 tot ereburger is benoemd (hij bracht er zijn jeugd door) en in 2011 ontving hij de culturele trofee van de gemeente als erkenning nadat hij in 2009 de Herman de Coninckprijs voor zijn gedicht ‘Moeders’ ontvangt. In 2009 schreef Gruwez het gedichtendag-essay ‘Pizza, peperkoek & andere geheimen’.

Van Luuk Gruwez het gedicht’Het troostconcours’ uit 1995 uit de bundel ‘Vuile manieren’.

.

Het troostconcours

.

Er werd een wedstrijd in troosten gehouden.
Eén bracht een zondag mee met gregoriaans.
een worgengel, een zoon van God
en drie heel knappe jonge priesters.
Een schip naar Paramaribo.
Gezoen achter een sleutelgat.
– Men geeuwde zeer voornaam en hij verloor.

Eén bracht er mee: een kindertijd
met voetzoekers en knalbonbons,
de geur van jute en van boenwas.
Zijn lang bewaarde eerste kies
en al zijn nederlagen in de liefde.
De mooiste ziektes, roem, de fraaiste graven.
– Het kon de jury niet bekoren.

O wat het allemaal niet deed:
een doedelzak, een hangbuikzwijn,
een heroïnehoer van vijftien jaar,
het hoofd van een gestorven meisje
met nog confetti in het haar.
En het plezier van obers voor hun dienblad
om zowat vijf voor middernacht.

Een laatste bracht er tranen mee en groot applaus,
een spraakgebrek, wat kippenvel, zichzelf.
Hij won, maar niemand weet waarom,
hij won en weende. Levenslang.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Met dank aan Wikipedia, Gedichten.nl en http://versindaba.co.za/

 

Dichter in het verzet

Louis de Bourbon

.

Louis Jean Henri Charles Adelberth de Bourbon (1908 – 1975) was een bijzonder mens, dichter en prozaschrijver.  Hij was een achterkleinzoon van de in 1845 te Delft overleden Franse troonpretendent Karl Wilhelm Naundorff, wiens nazaten – ten onrechte, zou later blijken – gerechtigd waren de naam Bourbon te voeren. In 1998 werd middels DNA onderzoek aangetoond dat Naundorff niet verwant was met de familie de Bourbon en dus geen nazaat van Lodewijk XVI.

Louis de Bourbon studeerde in Nijmegen (rechten) en publiceerde vanaf 1932 werk in onder andere in ‘Het Venster’ en later in ‘De Gemeenschap’ waarvan hij ook redacteur werd. Van 1938 tot 1941 was hij burgemeester van Escharen. In 1941 werd hij benoemd tot burgemeester van Oss. Vanwege toenemende onvrede over de maatregelen van de Duitse bezetter nam Bourbon ontslag in 1943. Hij dook onder en ging in het verzet. De Duitse bezetter veroordeelde hem bij verstek ter dood. Daags na de bevrijding van Oss (19 september 1944) werd Bourbon als waarnemend burgemeester van Oss aangewezen. In 1946 trad hij terug en wijdde zich vooral aan de letteren. In de Nederlandse Poëzie Encyclopedie staat in een stukje over jonge katholieke dichters (de jong-katholieke poëten) uit de jaren dertig van de vorige eeuw:

“Een onthutsend groot aantal van hen (van de jong-katholieke poëten) belandde in nationaal-socialistisch vaarwater. Daarom was ik des te opgeluchter toen ik vandaag Louis de Bourbon in het lopende NPE-onderzoek behandelde. Niet alleen een goed dichter, maar ook nog eens een oprecht en dapper mens.”

In totaal publiceerde hij 8 dichtbundels. Uit de bundel ‘In Ballingschap’ uit 1939 het gedicht ‘Sonnet in de Lente’.

.

Sonnet in de Lente

.

Aan Gudrun

De winter is voorbij, het groen is blond
aan alle boomen en de bloesems bloeien,
over de weiden zweven vlinders rond,
die met de eerste voorjaarsbloemen stoeien.
De rog staat hoog en in mijn kleine dorp
neigt de natuur zich naar het nieuwe leven;
de zeug wordt zwaar en wacht haar eerste worp,
en meisjes zingen in de lichte dreven.
Om jouw gezicht speelt nog wat avondzon,
het doet mij denken aan de lentedagen
toen tusschen ons dat vreemde spel begon.
Zoo is het goed, reik mij opnieuw je mond,
laat onze liefde nieuwe bloesems dragen,
want eeuwig als de aarde is ons verbond.
.
LdB
Met dank aan Wikipedia en NPE
%d bloggers liken dit: