Site-archief

Rechtdoor…

Joan Brossa

.

In 1983 is het aantal bezoekers aan het Park in Rotterdam waar zich Poetry International afspeelt ongekend groot. In de kranten spreekt men van 40.000 bezoekers. Een verklaring van dit aantal is onder andere te vinden in het feit dat de dichter Breyten Breytenbach na 7,5 half jaar gevangenschap in zijn geboorteland Zuid Afrika is vrijgelaten en is teruggekeerd naar Parijs. In de voorgaande edities van Poetry International was altijd extra aandacht voor Breytenbach als protest tegen zijn gevangenschap en als steun. Al in die tijd spreken de kranten over Rotterdam als ‘de poëziehoofdstad van de wereld’.

De dichter Joan Brossa (1919 – 1998) staat ook op Poetry International in 1983. Deze dichter uit Barcelona was daarnaast toneelschrijver, grafisch ontwerper en beeldend kunstenaar. Hij schreef alleen in de Catalaanse taal. Brossa was een van de grondleggers van zowel de groep als de publicatie bekend als Dau-al-Set (1948) en een van de toonaangevende vroege voorstanders van visuele poëzie in de Catalaanse literatuur. Hoewel hij in de voorhoede stond van de naoorlogse dichters. Hij schreef ook honderden formeel perfecte sonnetten , saphic odes en sestinas evenals duizenden gratis en directe gedichten. Zijn creatieve werk omarmde elk aspect van de kunsten: cinema, theater, muziek, cabaret , para-theatrale kunsten, magie en het circus.

In de bundel ‘100 Dichters uit 15 jaar Poetry International is onder andere het gedicht ‘Rechtdoor…..’ van hem opgenomen in een vertaling vanMadelon Zuyderhoff of zoals de titel luidt in het Catalaans ‘Tira Avall…..’.

.

Rechtdoor…..

.

Ga rechtdoor. Neem dan de eerste straat

rechts. na deze een stukje te hebben

gevolgd, vind je een straat die

naar boven loopt; die ga je af

tot aan de tweede kruising

en dan kom je op een plein; de

weg aan de linkerkant leidt

naar het huis dat je zoekt.

.

Maar ik weet niet of je binnen kunt,

want ze zijn nooit thuis.

.

Tira avall

.

Tira avall. Pren el carrer

de la dreta. Després d’haver

caminat un tros, en trobaràs un

altre que trenca amunt; segueix-lo.

Pren el segun carrer que trobis

i arribaràs en una placa; el

passatge de l’esquerra et portarà

a la casa que busques.

.

Però no sé si podràs entrar-hi

acostumen a no ser-hi mai.

.

Advertenties

Dit is voor mijn lichaam

Poëtisch verzet

.

Onder de noemer ‘Dichter in verzet’ heb ik al geschreven over dichters die zich verzetten tegen overheersers, dictators, bezetters, maar ook over dichters die zich verzetten tegen een stroming in de literatuur of poëzie, dichters tegen ontbossing en ander onrecht. Maar dit keer heeft de Brusselse dichteres Astrid Haerens een bittere aanklacht tegen de onveiligheid van vrouwen op straat onder de titel “Signaal: Stop”.

De verzetsgedichten zijn op 21 mei en ook tijdens nachtelijke plakacties opgedoken in verschillende steden – Oostende, Brugge, Gent, Antwerpen, Brussel, Vilvoorde, Hasselt, Luik – op precies die plekken waar vrouwen zich ooit ongemakkelijk hebben gevoeld, of daadwerkelijk zijn belaagd, lastiggevallen, aangerand, verkracht. In steegjes, parken en parkeergarages, in de metro of aan de bushalte. Geenszins een ludieke actie, benadrukken de initiatiefnemers, wel een symbolisch protest.

De initiatiefnemers zijn de leden van de ‘Partij voor de Poëzie’ die maar een programmapunt heeft: Meer poëzie, altijd, overal.   De Partij voor de Poëzie brengt sinds een jaar of wat af en toe een gedicht in de openbaarheid, met een maatschappelijk thema en in meerdere talen. De dichters van de PvdP schrijven altijd samen en blijven anoniem. Maar dit keer dus niet. De Parij van de Poëzie liep al een tijd rond met de gedachte om aan dit onderwerp aandacht te besteden middels een aanplakactie, maar deze kwam in een stroomversnelling na de moord op Julie Van Espen, de 23 jarige studente die vermoord werd na een poging tot verkrachting.

Astrid Haerens zegt hierover “Mijn vriendinnen en ikzelf kregen allemaal al te maken met kleinere en grotere seksuele agressie. Het is hoog tijd dat we de publieke ruimte weer opeisen in plaats van bepaalde plekken te vermijden na onaangename ervaringen.” en ook: Het is niet de bedoeling om zoveel mogelijk stickers te plakken op plekken met een slechte herinnering. “Dit moet gesprekken op gang brengen, het bewustzijn aanscherpen.” Het gaat ook niet uitsluitend over vrouwen, maar over iedereen die zich bedreigd voelt. Ook thuis en op het werk. Het gedicht laat niet veel aan de verbeelding over:

.

Dit is voor mijn lichaam
dat op 12/11 werd aangeraakt
in de voetgangerslift
hardhandig zonder toestemming
schroeiende lucifers op mijn heupen
groeit wild vlees

.

 

Waar is de eerste morgen?

Levende experimentele poëzie in Vlaanderen

.

Van een vriendin kreeg ik onder andere de bundel ‘Waar is de eerste morgen?’ een bundel uit de Ad Multosreeks van uitgeverij A. Manteau uit 1960. Een bundel over de “levende experimentele poëzie in Vlaanderen” samengesteld en ingeleid door Jan Walravens. Het leuke aan dit soort oude bundels is dat er dichters in worden opgevoerd die aan het begin staan van hun carrière of al wel bekend zijn maar inmiddels (bijna 60 jaar later) in veel gevallen al zijn overleden of waarvan nooit meer iets is vernomen. In de inleiding veel aandacht aan de groep en het literaire tijdschrift ‘Tijd en Mens’ een Vlaams vrijzinnig literair tijdschrift, opgericht in 1949 door Jan Walravens en Remy van de Kerckhove. Het verscheen voor de laatste maal in 1955. Het bestond maar vijf jaar, maar had toch veel invloed op de vernieuwing in de naoorlogse Vlaamse literatuur.

Vooral van Hugo Claus verschenen nogal wat gedichten in dit tijdschrift, hij was dan ook nauw betrokken bij ‘Tijd en Mens’, net als onder andere Louis Paul Boon, Tone Brulin, Albert Bontridder, Jef van Tuerenhout, Maurice D’Haese en Ben Cami. Behalve de eerste twee allemaal dichters die ik niet ken of kende.

In de inleiding wordt ook de verbinding gelegd met de Nederlandse moderne of experimentele poëzie, maar ook worden de verschillend benoemd. Zo was de deze beweging boven de Moerdijk volgens de inleider “jeugdiger, onstuimiger maar ook esthetischer, terwijl in Vlaanderen men meer streefde naar “bezinning en ethische bekommernis”.

In deze fijne bundel worden een groot aantal dichters die in de Tijd en Mens periode actief waren opgevoerd maar ook een aantal opvolgers die meer neigde richting de Franse surrealisten. Een groot aantal bekende namen komen voorbij zoals de genoemde Louis Paul Boon en Hugo Claus maar ook dichters die minder bekend zijn als Jaak Brouwers, Claude Korban en Ben Cami.

Ben Cami  (1920 – 2004) was een Vlaams dichter, leerkracht en goede vriend van Louis Paul Boon. Hij gebruikte in het begin van zijn carrière het pseudoniem Johan Benth. Na zijn studie Germaanse talen is Cami tot 1975 leraar aan verschillende rijksscholen. Hij was één van de oprichters van het experimentele Vlaamse tijdschrift Tijd en Mens en zat in de redactie van dit tijdschrift. In 1950 debuteerde Cami met de poëziebundel ‘In de tijd verloren’, waarna hij diverse werken uitbracht met daarin een boodschap van protest. Cami schreef overwegend poëzie, maar ook aforismen en korte verhalen.

Uit de bundel ‘Waar is de eerste morgen?’ het gedicht ‘Thuiskomst’ van Ben Cami.

.

Thuiskomst

.

In puur blauw ijs van winters licht

Vinden wegen rivieren steden

Hun plaats opnieuw in het bekend bestel.

.

Een oud man vraagt:

Wie won de oorlog, vrienden?

Het klinkt misplaatst en wreed.

.

Langs de wegen staren uit magere knapengezichten

Dezelfde ogen ons aan,

Hunkerend.

.

 

Rijden onder invloed

Driving Under Influence

.

Op de website van http://www.nobac.org/ (waar bac staat voor blood-alcohol-content) is een pagina geheel en al gewijd aan gedichten over het rijden onder invloed van alcohol: DUI (driving Under Influence). Deze website is er gekomen ala een blijvende herdenking aan de 14 jarige Mark Andrew Engle, die door een dronken pickup bestuurder werd doodgereden.

Door gedichten te plaatsen proberen de beheerders van de website gemeenschappen in de Verenigde Staten structureel te wijzen op de gevaren van het rijden onder invloed. Op de website staan al bijna 50 gedichten over dit onderwerp. Veel zijn als gedicht niet veel meer dan een wanhoopskreet over een verloren geliefde of familielid, een enkeling tilt het hierboven uit zoals Tiffany J. L. Alfonzo in het gedicht ‘The black stars on the streets’.

.

The black stars on the streets

Stars stud the Colombian streets,
Not to mark celebrity whereabouts,
Not to mark the places where dignitaries stood,
Not for fame or fortune.

The stars lie dully on concrete canals,
No luminous twinkle illuminate long nights,
Nights so warm but with deathly chills,
Nights as dark as the stars on the streets.

Four-pointed stars dot the streets,
Black stylized crosses mourn murderous deaths,
Gilded with mutely glittering gold,
Marking many an abridged young life.

They show through headlights without dazzle,
In the stormiest of nights they weep,
Through their four-pointed veils
They wail out the words, this person died here.

Stars in the sky pompously twinkle,
Glowing over the city as signs of life and popularity,
But the stars on the street are fallen stars,
The stars all die once their people die on the pavement.

Through the headlights of those willing
To merrily drink the alcoholic chalices of vices,
They warn the drivers with their four mournful, sad points
Beseeching them for attention and vigilance.

Before claiming the vices of libations,
Remember the mournful stars on the streets,
Ride with the driver free of alcoholic vices
So that anyone will not be painted in black and gilded in gold.

.

ddd

Hoogten van Macchu Picchu

Pablo Neruda

.

De in 1904, in Chili geboren dichter Pablo Neruda is het pseudoniem van Neftali Ricardo Reyes Basoalto. Als hij op 16 jarige leeftijd voor het eerst publiceert in een literair tijdschrift doet hij dat onder de naam Pablo Neruda. Als hij 19 is publiceert hij zijn eerste bundel ‘Crepusculario’.Als hij protesteert tegen de Chileense president Videla moet hij onderduiken. Gedurende deze periode schrijft hij zijn meesterwerk ‘Canto General’.

De bundel ‘Hoogten van Macchu Picchu’ bevat een selectie van gedichten uit deze Canto general. De gedichten zijn gekozen en ingeleid door Huub Ooosterhuis. Oosterhuis werd voor de verspreiding van het werk van Pablo Neruda onderscheiden met de Pablo Neruda medaille. De gedichten in deze bundel zijn vertaald door Bart Vonck en Willy Spillebeen.

Uit het hoofdstuk ‘Amerika, ik roep je naam niet tevergeefs aan’ heb ik voor het gelijknamige gedicht gekozen.

.

Amerika, ik roep je naam niet tevergeefs aan

.

Amerika, ik roep je naam niet tevergeefs aan.

Als ik het zwaard onderwerp aan het hart,

als ik het litteken duld in mijn ziel,

als een nieuwe dag van jou

door de ramen in mij binnendringt,

dan ben en blijf ik in dit licht dat me baart,

leef ik in de schaduw die me bepaalt,

slaap en ontwaak ik in je wezenlijke dageraad:

zoet als de druiven en verschrikkelijk,

geleider van de suiker en de straf,

overspoeld door sperma van je ras,

gezoogd met bloed van je erfgoed.

.

MP

PN

Ben Cami

(Bijna) vergeten dichters

.

In de categorie vandaag de (bijna) vergeten dichter Ben Cami (1920 – 2004). Ben Cami werd in Engeland geboren maar verhuisde al heel snel met zijn ouders naar België. Na zijn opleiding tot regent Germaanse talen in Gent, was hij tot aan zijn pensioen in 1975 werkzaam als leraar in o.a. Lennik en Geraardsbergen. Via Louis Paul Boon, die bij hem in de klas zat, kwam hij in contact met Jan Walravens (belangrijk in Vlaanderen als literair theoreticus en belangrijk voor het doordringen van het existentialisme in Vlaanderen). In 1938 (Ben moest nog 18 worden) wordt het gedicht ‘Het menschdom marscheert’ onder pseudoniem (Johan Benth) gepubliceerd in de literaire rubriek van het Socialistische dagblad Vooruit.

Na zijn studie Germaanse talen is Cami tot 1975  leraar aan verschillende rijksscholen. Hij was vervolgens een van de oprichters van het experimentele Vlaamse tijdschrift Tijd en Mens. Hij zat in de redactie met onder andere Louis Paul Boon, Jan Walravens en Hugo Claus. In 1950 debuteerde Cami met de poëziebundel ‘In de tijd verloren’, waarna hij diverse werken uitbracht met daarin een boodschap van protest. Cami schreef overwegend poëzie, maar ook aforismen en korte verhalen.

.

Dertig seconden voor je hart stilviel
 
Dertig seconden voor je hart stilviel
Sprak je, dacht je, en waar sterf je nu,
Waar zwerft
Het onomschrijfbare dat je nu bent?
Welke agonie leeft nu stom
In je dode tong en lip?
Je wil ons horen,
Je wil ons zien.
Ik neem je bijna koude hand.
Als je me voelt, ben ik ijs
Tegen het ijs van je eenzaamheid.
.

Uit: Ten Westen van Eeden uit 1998

.
Ben Cami
Met dank aan Wikipedia en Schrijversgewijs.be
%d bloggers liken dit: