Site-archief

Definitie van de liefde

Francisco de Quevedo

.

De Spaanse edele, politicus, schrijver en dichter Francisco Gómez de Quevedo y Santibáñez Villegas of Francisco de Quevedo (1580 – 1645) was een van de belangrijkste dichters van zijn tijd. De stijl waarin de Quevedo schreef wordt de ‘Conceptismo’ genoemd. De Conceptismo was een stijl uit de Barokke periode van de Portugese en Spaanse literatuur en duurde van het eind van de 16e eeuw tot en met de 17e eeuw. Conceptismo wordt gekarakteriseerd door snel ritme, directheid, eenvoudig taalgebruik, grappige metaforen en het spelen met woorden. De Quevedo was de belangrijkste vertegenwoordiger van deze stijl waarbij zijn ironie en scherpe satire opviel. Conceptismo zette zich af tegen een andere literaire stroming uit die tijd de Culteranismo die wordt gekenmerkt door een opzichtige woordenschat, complexe syntactische volgorde, meerdere gecompliceerde metaforen, maar ook door een zeer conventionele inhoud.

In de bundel ‘Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren’ de westeuropese poëzie in honderd gedichten, zijn een aantal gedichten van de Quevedo opgenomen in het Spaans en in een vertaling van Peter Verstegen. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Definiendo el amor’ of ‘Het definiëren van de liefde’.

.15

Het definiëren van de liefde

.

Ze is én kou die schroeit én ijzig branden,

een wond die schrijnt én zich niet voelen laat,

een droom van ’t goede, een aanwezig kwaad,

een rust die als vermoeidheid overmande.

.

Is zorgeloosheid die tot zorgen leidt,

is lafheid die voor dapperheid moet doorgaan,

is eenzaam in een menigte teloorgaan,

is liefde die slechts eigenliefde vleit.

.

Ze is een vrijheid die gekerkerd is,

en dat zal blijven tot ons laatste beven;

een ziekte die na ’t kuren erger is.

.

Zo is de liefde en zo is haar hel.

Zie toch: zij kan, in alles aan zichzelf

tegengesteld, met niets in vriendschap leven!

.

Advertenties

Staatsmijn Wilhelmina

Manuel Kneepkens

.

In ‘Gedicht’ een driemaandelijks tijdschrift voor poëzie onder redaktie van Remco Campert, nummer 6 uit 1975 staat het gedicht van dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog Manuel Kneepkens (1942) met de titel ‘Staatsmijn Wilhelmina’.

.

Staatsmijn Wilhelmina

.

Zomers rolde je er met de bolderwagen of autoped

Moedertje Rusland in: de toendras en de steppen

van de Slikvijvers

die zwarte open wonden van de Hades, verraderlijk

achter hun camouflage van de prinsesmargrieten

.

op vrijdagavond, na werktijd, mochten de kompels er

tussen knoopkruid, bereklauw, de geur van kruizemunt

een kruiwagen slik weghalen, extra loon

.

eigenlijk waren die vijvers zwaar Verboden Toegang

want het Meisje van Hans Andersen, die van het

Wittebrood

was daar verdronken en ook de plompe groene kikkers

op late zomeravonden kwaakten er zo zwaarmoedig

dat men zich waande onder de grote grauwe

.

paddestoel

.

boven de verlaten parken van Hiroshima

.

Grotesk en sinister

Gabriele d’Annunzio

.

In de loop der tijd zijn er vele dichters geweest die niet helemaal geestelijk gezond, maniakaal of gewoon gek waren. Een belangrijke dichter in deze dubieuze groep was Gabriele d’Annunzio  (1863 – 1938), een Italiaans schrijver, dichter en politicus. Zijn literaire stijl ontwikkelde zich en veranderde geregeld, centraal blijft min of meer de ontwikkeling tot een soort hedonisme zoals dat begin 20e eeuw opleefde. Zijn vroegere werk is lyrisch, ietwat ontremd over het uiten van emoties, waarin naturalisme te herkennen is. Zoals vaker in hedonistische poëzie, komt in zijn latere werk, onder invloed van Friedrich Nietzsche, Arthur Schopenhauer en Richard Wagner, het übermensch-motief centraal te staan. Desalniettemin werd hij als schrijver en dichter bewonderd door Proust en Joyce.  Zijn uit 48 stuks tellende werk verkent het sensuele, brutale, erotische en het bizarre. Onnodig te zeggen dat zijn werken door het Vaticaan werden verboden.

Hoewel hij vernoemd was naar een engel beweerde hij bijvoorbeeld dat hij het vlees van kinderen had gegeten. Hoewel hij slim was (op zijn zestiende kon hij in 6 talen schrijven en spreken) ontwikkelde hij een minachtend oog voor de mensheid. Onder invloed van Nietzsche zag hij zichzelf als een superman ( übermensch) boven de gewone kudde. D’Annunzio ging in 1897 de politiek in, vluchtte in 1910 naar Frankrijk omdat hij grote schulden had en werd tijdens de Eerste Wereldoorlog jachtpiloot. In deze periode ontwikkelde hij zijn nationalistische en proto-fascistische opvattingen. Hij geloofde dat het noodzakelijk was voor Italië om internationaal respect te winnen door de levens jongeren in de strijd op te offeren. Zijn overdreven retoriek, raciale opvattingen en het in zetten van zwarthemden om tegenstanders aan te vallen, waren van grote invloed op Mussolini, die hem later cadeaus, waaronder een vliegtuig en onderdeel van een slagschip, stuurde voor zijn tuin.

Zijn gekste onderneming kwam in 1919, toen hij en zijn aanhangers hun eigen stadstaat op Fiume of Rijeka  (een stad in Kroatië) vestigden nadat de vredesconferentie van Parijs het aan Kroatië had gegeven. D’Annunzio leidde de stad met een bizarre mengeling van fascisme en estheticisme. Hij zette raciaal exclusief beleid en een leiderschapscultus in, terwijl tegelijkertijd muziek werd opgenomen als een fundamenteel onderdeel van de grondwet en de bloemen om zijn bed dagelijks driemaal ververst moesten worden. Hij verwachtte drie keer per dag seks met zijn huishoudster. Er gingen geruchten dat hij ribben had laten verwijderen, zodat hij zichzelf oraal kon bevredigen. Zijn laatste minnaar bleek een Nazi-agent te zijn, die hem mogelijk met gif vermoordde.

Ondanks al deze bizarre ontwikkelingen en uitspraken als: “elke kogel uit onze geweren moet een Sloveen of een Kroaat doden” (1919) nam hij eind 1920 D’Annunzio bezit van een in beslag genomen villa aan het Gardameer, waar hij leefde tot aan zijn dood in 1938. In 1921 werd hij lid van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique. In 1924 werd hij geadeld en verkreeg de titel Prins van Montenevoso.

Ondanks al de bizarre wendingen en uitlatingen in zijn leven was D’Annunzio dus ook dichter. Hier een voorbeeld (vertaling Frans van Dooren).

.

(In het maanlicht)

.

O mes van de slinkende maan

dat schittert op ’t eenzame water

o zilveren sikkel, welk oogstveld van dromen

staat wuivend onder jouw tedere licht!

Kortstondige vleugjes van blaren

en zuchtjes van bloemen vervloeien

van ’t bos naar de zee: geen zangen, geen kreten

geen klanken verstoren de oneindige rust.

Bevangen door liefde en behagen

valt ieder die ademt in slaap …

O slinkende sikkel, welke oogstveld van dromen

staat wuivend onder jouw tedere licht!

.

(O falce di luna calante)

.

O falce di luna calante

Che ballisu l’acque deserte.

o falce d’argente, qual messe di sogni

ondeggia al tuo mite chiarore qua giu!

Ancha brevi di foglie

e ospiti di fiori dal bosco

esalano al mare: non canto, non grido

non suono pe ‘l vasto silenzio va

Apresso d’amor, di piacere

i popolde’vivi s’addorme …

O falce calante, qual messe di sogni

endeggia al tuo mite chiarore qua giu!

.

(bijna) vergeten dichters

S.W. Schortinghuis

.

Een enkele keer kom ik in een kringloopwinkel of op een rommelmarkt een dichtbundel tegen waar ik, puur en alleen om de kaft, al blij van word. De bundel ‘Gedichten’ van S.W. Schortinghuis is zo’n bundel. Een ouderwets, bijna schoolschriftachtige omslag, in een soort bruin nep-leer maar gewoon van papier.

En als je dan de bundel opent begint deze met een inleiding in de vorm van een gedicht. Uit dit gedicht kun je opmaken dat de dichter Schortinghuis (1840 – 1931) vijfentachtig jaar was toen deze bundel verscheen in Winschoten in 1925.

Sijze Wilto Schortinghuis, zoals zijn volledige naam luidt, was ambtenaar, politicus, bankier, dichter en ook burgemeester van Finsterwolde (1871). Hij publiceerde in lokale kranten gelegenheidsverzen, die dus in deze bundel staan.

Omdat het zo’n charmant gedicht is hier de inleiding van de bundel.

.

INLEIDING

.

In de plaatselijke bladen
Schreef ik in den laatsten tijd
Zeer eenvoudige gedichten,
Waaraan d’ aandacht werd gewijd.
‘k Mocht dit menigwerf ervaren,
Mondeling en ook per brief;
En, — ik wil het graag bekennen,
Die waardeering was mij lief.

Toen ‘k onlangs in Februari
’t Vijf-en-tachtigst jaar besloot,
En van velerhande zijde
Warme sympathie genoot,
Maakte men, zooals reeds vaker,
Zijne wenschen openbaar
Om die verzen uit te geven
In één bundel bij elkâar.

Menig had, — zoo werd gesproken, —
Uit mijn woorden troost vergaard,
En het uitzicht op de toekomst
Werd bij ’t voortgaan opgeklaard. —
Ik, die in mijn lange leven
Menig leed te dragen had,
Voel mij dankbaar, dat ik and’ren
Troost mocht brengen op hun pad.

Allen, die dit zullen lezen,
Breng ik mijnen blijden groet!
‘k Wensch hen, op de reis door ’t leven,
Levenslust en levensmoed,
’t Staat maar vast, dat elk, die handelt
Naar zijn’ duren, heil’gen plicht,
In zijn’ blijde en droeve dagen
Wandelt in vertroostend licht.

.

Umbrisch getijdenboek

Hans Franse

.

Bij de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 werd Scheveninger Hans Franse tweede. Als prijs mogen de winnaars optreden op het Ongehoord! podium in Rotterdam en afgelopen 12 februari was het zover. Hein van der Schoot, Wouter Veldboer en Hans Franse traden op en wisten het publiek te boeien. Vooral bij Hans Franse (1940) was duidelijk dat hij tijdens zijn leven ervaring had opgedaan met spreken en voordragen voor groepen (politicus, theaterdirecteur, leraar). Tegenwoordig brengt Hans de lente en de zomer door in zijn huis op een berg in Umbrië. Dat was ook de reden dat hij niet aanwezig kon zijn bij de feestelijke prijsuitreiking afgelopen jaar.

Franse schreef twee boeken over Umbrië en in 2015 verscheen bij Edizioni Era Nuova srl. in Italië de tweetalige bundel uit getiteld ‘Umbrisch getijdenboek’ of ‘Le ore canoniche umbre’ poesie in Nederlandese e italiano.

De gedichten in deze bundel zijn gebeden, zo lees ik op de achterflap. Zijn gebedenboek begint met de muzikale stilte van de luisteraar in de hemelse natuur van Umbria en eindigt met het beschouwen van de luidruchtige stilte van voorbijgangers in het wereldse Perugia. Ook al stelt de dichter zich als heiden op, toch zijn de woorden vervuld van mystieke verlangen. Niet alle meditaties zijn zwaar en verheven, er zijn ook luchtige intermezzo’s zoals een vermakelijke schets van een processie en een lofzang op de Sangiovese wijndruif.

Ik heb gekozen, voor ik de achterflap ;las overigens, voor het gedicht ‘Processie’ juist om de combinatie van het verhevene en de vette knipoog aan het einde van het gedicht.

.

Processie

.

De cirkel van gesloten muren

weerstond de tand des tijds,

maar het gebit van de huizenrij

vertoond verval en gaten,

hier en daar opgevuld

met amalgaam van andere tijden.

Er waren toen nog heilige heiligen

die zegenend relikwieën

onder andere tegen kiespijn aandroegen

om het eindeloze verval te weerstaan.

Eenmaal per jaar worden

de heiligen gevierd

en loopt de bevolking

gezellig keuvelend en biddend

achter de muziek aan

voor de grote feestelijke middagmaaltijd

terwijl de oude pastoor met veel moeite

het Allerheiligste vasthoudt

en net doet alsof hij het

echt belangrijk vindt.

.

hf

img_6675

Gebed aan de muzen

Gedicht op een vaas van 2000 jaar oud

.

Tijdens een recente opgraving van een Thracisch graf uit de eerste eeuw in Bulgarije, ontdekten archeologen iets totaal onverwachts: een aarden vat gegraveerd met Griekse letters. De tekst leek te zijn gedrukt gedrukt op het vat, in plaats van er in gesneden, en werd gekrabbeld in schijnbaar willekeurige richtingen; terwijl sommige van de woorden horizontaal werden geschreven, lopen andere verticaal of diagonaal.

En wat nog vreemder is, de archeologen kwamen er bij het vertalen van de tekst achter, dat het niet het werk van een 1e eeuwse  Thracische dichter was maar dat van de  Griekse dichter en politicus Solon uit de 5e eeuw voor Christus.

Dat Solon’s gedicht “Gebed aan de Muzen,” geschreven stond op een balsamarium (een vat dat wordt gebruikt om zalf of olie in op te slaan) van klei was verrassend. Maar de vreemde opstelling van de belettering op het vat maakte de vondst nog mysterieuzer.

Het is de archeologen, onder leiding van Kostadin Kisyov, directeur van het Plovdiv Museum voor Archeologie, echter gelukt om dit mysterie op te lossen. Kisyov stelt dat het schrijven op de balsamarium waarschijnlijk toeval was. Op een gegeven moment werd het vat gewikkeld in perkament, en het gedicht dat afgedrukt stond op het perkament gaf gewoon af.

De theorie verklaart waarom het schrijven op de balsamarium werd gedrukt in meerdere richtingen, maar het verklaart niet waarom een ​​Thracische uit de 1e eeuw werd begraven met een Grieks gedicht uit de 5e eeuw voor Christus.

Volgens Kisyov, er is een vrij eenvoudige verklaring voor. Het is waarschijnlijk dat de persoon die het vat meenam op zijn reis, waarschijnlijk een goed opgeleide geestelijke was en een fan van klassieke poëzie. Kisyov: “Deze werken werden in de oudheid verkocht als boeken. De eigenaar van dit perkament verwierf het omdat hij graag een gedicht van Solon wilde bezitten. ”

De tekst die op het vat te lezen staat luidt:

[Geef mij gezegende welvaart van de goden en] van de hele mensheid ooit het bezit van een goede reputatie; [en dat ik kan zijn een genot voor mijn vrienden, en een aandoening voor mijn vijanden, door de eerste gerespecteerd zijn], door de anderen bezien met angst.

.

vat

Met dank aan mentalfloss.com

Michael Higgins

President van Ierland en dichter

.

Wat is dat toch, schrijvers en dichters en politiek. Op de een of andere manier blijken schrijvers en dichters zich in het openbare debat en zeker als er sprake is van verzet tegen een junta of dictatuur nogal te manifesteren. Dat is geen nieuw gegeven. Als er dan een democratiseringsproces op gang komt wil het nog wel eens voorkomen dat deze zelfde schrijvers en dichters actief zich in de politiek gaan begeven.

Een ander verhaal is het in het geval van Michael Higgins. Higgins (1941) werd geboren in het Ierse Limerick (een betere achtergrond om dichter te worden kun je je bijna niet wensen).  Hij studeerde in Galway, doceerde politicologie en sociologie. Tijdens zijn studie werd Higgings politiek actief. Voor Labour, werd hij gekozen tot lid van de City Council van Galway. In latere jaren zou hij ook een aantal keer tot Lord Mayor (burgemeester) worden gekozen.

In 2011 werd hij gekozen tot President van Ierland. Voor die tijd publiceerde hij een aantal dichtbundels als ‘The Betrayal(1990), ‘The Season of Fire’ (1993), en ‘An Arid Season’ (2004).

In februari 2015 werd echter voor het eerst weer een gedicht van hem gepubliceerd sinds hij aantrad als president met de titel ‘The prophets are Weeping’. Sinds oktober 2014 heeft hij eraan gewerkt en het gedicht gebruikte hij op zijn officiële kerstkaart. Higgins werd voor dit gedicht geïnspireerd door de vluchtelingenstromen in Irak en Syrië. Zijn laatste bundel stamt alweer uit 2011 ‘New and selected poems’.

.

The Prophets are Weeping:

.

To those on the road it is reported that

The Prophets are weeping,

At the abuse

Of their words,

Scattered to sow an evil seed.

Rumour has it that,

The prophets are weeping.

At their texts distorted,

The death and destruction,

Imposed in their name.

The sun burns down,

On the children who are crying,

On the long journeys repeated,

Their questions not answered.

Mothers and Fathers hide their faces,

Unable to explain,

Why they must endlessly,

No end in sight,

Move for shelter,

for food, for safety, for hope.

The Prophets are weeping,

For the words that have been stolen,

From texts that once offered,

To reveal in ancient times,

A shared space,

Of love and care,

Above all for the stranger.

.

Michael-D-Higgins-Ireland-007

 

%d bloggers liken dit: