Site-archief

Dit straatje

Idwer de la Parra

.

In 2016 debuteerde Idwer de la Parra (1977) met de  bundel ‘Grond’ waar hij meteen twee prijzen voor ontving; de Poëziedebuutprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs.  Hij publiceerde in Revisor en won in 2015 de Vondel CS-poëzieprijs met zijn gedicht ‘Kom terug’. Hij studeerde aan de kunstacademie en aan de toneelschool en is werkzaam als kruidenteler en tuinman. In 2023 wordt zijn nieuwe bundel verwacht getiteld ‘Vlerk’.

In het laatste nummer van de Poëziekrant is het gedicht ‘Dit straatje’ opgenomen en dat wil ik hier graag met jullie delen.

.

Dit straatje

.

Een kromme, een met leien in luwtes bemoste,

met soms een wanhopig verdomme dat verder

.

dan spouwmuren draagt, de wind wordt

tot buigen bewogen, de zangklok door meeuwen

.

bevangen, de schemer gejaagd, een aan het licht

komen krakken, verzonken kasseien en

.

stoepranden uit hun verband geraakt – de enige

pijler, de zadelpen, roest, het laatste principe,

.

de liefde, verwoest – maar ach, wat ik al eerder al

zag, op de resten zal wel iets groeien.

.

Advertentie

De Titaan

Literaire krant

 

Enige tijd geleden was ik in de leeszaal van de Koninklijke Bibliotheek tussen afspraken in, en dan mag ik altijd graag even een stop maken bij de kast met literaire- en poëzietijdschriften. Ze hebben daar een ruim aanbod (alleen MUGzine ontbreekt nog maar daar wordt aan gewerkt) en die keer lag daar een krant met de naam ‘De Titaan’. Ik kende de krant niet dus was eigenlijk meteen al nieuwsgierig. In januari 2014 verscheen het eerste nummer van literair tijdschrift De Titaan. De Titaan is een krant van twaalf pagina’s vol literatuur en was initiatief van de Tilburgse schrijver Martijn Neggers.

Het was een initiatief want het nummer dat ik las was het laatste nummer dat was verschenen. Boven der namen van de redactieleden stond ‘Na vier jaargangen houdt de Titaan op te bestaan. En ook de website titaan.nu bleek al uit de lucht. Wat ik erg leuk vond waren, behalve de verkoopleus: ”s Lands literairste visverpakking’, de vele gedichten die in de krant waren opgenomen.

De Titaan had een aantal vaste rubrieken. Op de voorpagina van ieder nummer stond een ZKV (zeer kort verhaal), in ieder nummer stond een essay over een schrijver die niemand meer kent en in elke editie stond een paginagrote cartoon. Ook introduceerde De Titaan in 2015 een nieuw genre: de zelfrecensie. In die rubriek recenseerde een beroemde schrijver zijn/haar eigen boek.

De redactie bestond (ten tijde van het laatste nummer winter 2017/2018) uit Anneroos Goosen (1987), Andrew Cartwright (1966), Lukas Meijsen (1986), Martijn Neggers (1987) en Bart Smout (1983).  De laatste versie van De Titaan, editie 15/16 was gevuld met ‘The greatest hits’. Toch jammer dat deze krant niet meer bestaat. Uit de laatste editie komt het gedicht ‘Als je hard duwt past alles’ van Roos Vlogman (uit #5).

.

Als je hard duwt past alles

.

Seks is niets anders dan het verschuiven van huid,

vlees dat zachtjes uitdijt.

We zijn te ver uitgedijd, denk ik.

.

Ik lig al minutenlang te proberen in elkaar te passen

en jij ligt daar op mij, te proberen je in mij te passen.

Als we doorzetten, komen we er wel.

.

Ik moet denken aan de jongen met de glutenallergie.

Bij een kijkoperatie werd er een slangetje met een camera in zijn keel geduwd.

Hij had het zich anders voorgesteld.

.

Van de haptonoom moet ik alles opschrijven wat goed gaat.

In gedachten schrijf ik: ik ben naakt en dat is goed zo.

.

Ik stap uit bed en zie mijn tenen.

De nagels zijn in halve maantjes geknipt.

,

Remco Campert

Het raadsel

.

In een Awater van vorig jaar (de speciale editie rond de poëzieweek uitgegeven samen met de Poëziekrant) las ik een uitgebreid verslag of analyse van het gedicht ‘Het raadsel van de Overtoom’ van de pas geleden overleden dichter Remco Campert door dichter Rob Schouten (1954). Het gedicht komt uit de bundel ‘Straatfotografie’ uit 1994.

Omdat het zo’n eenvoudig gedicht lijkt maar juist wanneer je het leest en herleest complexer is dan het lijkt. En omdat er een tijd was dat ik daar bijna dagelijks kwam. Had ik dit gedicht toen gekend, dan had ik vast en zeker met andere ogen naar de Overtoom gekeken.

.

Het raadsel van de Overtoom

.

Een meisje van twaalf vraagt of ik weet
waar op de Overtoom de muziekschool is
ik weet het niet heb je het nummer niet
de Overtoom is zo lang maar verderop
dat rode gebouw zie je wel is een school
misschien is het daar maar daar is het niet
blijkt als ze me achterna komt gelopen
daar is het niet zegt ze ik ga maar terug
naar mijn moeder en vraag haar het nummer
zegt ze en aarzelt (haar mond) en blijft staan
alsof het om iets anders gaat en kijkt me aan
(haar ogen) of ik de oplossing weet
maar ik ben al op weg naar iets anders
dat ik ook niet oplossen kan

.

terwijl zij natuurlijk de oplossing was

.

Godface

Asha Karami

.

In 2019 debuteerde de, in India geboren, Asha Karami bij uitgeverij De Bezige Bij, met de dichtbundel ‘Godface’. Ik vind dit een intrigerende titel en in een interview met Karami zegt je zelf over de titel: “In het gedicht ‘Godface’ staat een regel die ik droomde: ‘godface’ riep ik ‘a god that kills you’ – in hoeverre bedenk je je dromen? –, dus daar heb ik een gedicht omheen geschreven.”

Karami is daarnaast een ietwat mysterieuze dichter. In India geboren, haar moeder trouwde met een Iraanse man en kwam zodanig in Nederland terecht. Naast haar schrijfwerk is zij jeugdarts en yogadocent. Tevens is zij werkzaam als arts bij vechtsportgala’s wat ook al bijdraagt aan het eerder genoemde. Haar bundel ‘Godface’ bevat poëzie en prozaïsche stukken. Voor deze bundel ontving ze  nominaties voor Herman de Coninckprijs, Grote Poëzieprijs en E. du Perronprijs. Ze ontving een eerste beurs voor debutanten van het Nederlands Letterenfonds en mocht als schrijver resideren bij de Jan van Eyck Academie. De residentie leidde tot het cureren van programma’s voor Perdu, waarbij kunstenaars en schrijvers werden gevraagd nieuw werk te maken rondom de thema’s: Neurodiversity; Food, Embodiment & Language; Effect of Sound an Poetry on the Body & Breath (geen idee waarom dit allemaal in het Engels is). .

Haar gedichten, essays en korte verhalen verschenen in o.a. nY, Het Liegend Konijn, Tirade, Poëziekrant, Terras, Revisor, De Groene, DW B, Cimedart, Extra Extra en De Gids en online op SampleKanon, MisterMotley, DIG, Notulen van het Onzichtbare, Optimist, en Ooteoote. Met kunstenaar Johan van Dijke maken ze poëziefilms. Daarnaast is ze adviseur poëzie bij Literatuur Vlaanderen en jurylid bij de maandelijkse poetryslam in Festina Lente in Amsterdam.

Haar poëzie wordt beschreven als verkennend, open, intuïtief, zoekend en onderzoekend. Zelf zegt ze hierover dat: “Door te doen wat ik wilde en wat ik interessant vond, en door in mijn onderbewuste te duiken en met dromen bezig te zijn. Ik hoop dat dat afgeeft op de lezer”. Oordeel zelf aan de hand van het gedicht ‘Ik was een bastaard’ uit de bundel.

.

Ik was een bastaard

.

ik lig op de bank

terwijl ik mee moet doen met de revolutie

.

open mij alsjeblieft beste

je bent een aardig persoon geweest

.

hebben de mensen dat gemerkt

en welke culturen zijn dan kwaadaardig

.

ik had me voorgenomen dat drie

van mijn vijf gezichten op elkaar zouden lijken

.

open mij nu

binnen zit de verrassing

.

goud in de natuur gevonden is altijd geel:

het is het contrast dat ons verbindt aan het verleden

.

ik heb hier een ingang gemaakt voor als je er nog in wilt

.

ik ga dood dat beloof ik

jij gaat dood dat beloof ik

.

Plattegrond

Frouke Arns

.

Voormalig stadsdichter van Nijmegen (2015-2016) Frouke Arns (1964) studeerde Engelse Taal- en Letterkunde in Nijmegen. Naast dichter is ze auteur, literair vertaler en tekstschrijver. Haar gedichten werden gepubliceerd in onder meer de Poëziekrant, Het Liegend Konijn, Schrijven Magazine, Het Parool en nrc.next. In 2013 verscheen haar debuutbundel ‘Mensen die je misschien kent’ bij uitgeverij Marmer. In 2017 volgde ‘Eigen terrein’ ,met daarin alle gedichten die ze tijdens haar periode als Stadsdichter van Nijmegen schreef. In 2018 kwam haar derde bundel, ‘De camembertmethode’ bij De Arbeiderspers uit, die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs 2019.

Zo won ze onder andere de Meander Dichtersprijs (2017), de literaire prijs van de Stad Harelbeke en de jury- en publieksprijs van de Nijmeegse editie van ‘Aan het woord!’ Twee van haar gedichten werden opgenomen in de bundel ‘De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2015’. In De Revisor, jaargang 2016 werden drie van haar gedichten geplaatst waaronder het gedicht ‘Plattegrond’.

.

Plattegrond

.

Berlijn was jong aan haar oevers, het bier liep over straat.
Op een bank zat een vrouw te bellen, haar vlees hing
aan alle kanten over, haar stem kristalhelder in de nacht.
.
Ik werd aangesproken in het Spreepark door een Penner
die me wegwijs wilde maken; in ruil daarvoor hield hij zijn hand op.
Bij Zenner dansten dames met watergolven zich terug hun jeugd in.
.
Blote heren lagen in het Tierpark op beladen gras. Augustus, de stad was open-
gebroken en klam, overal resten van muur en wespen. Eentje stak;
ik voelde het gif de hele nacht gonzen.
.
Later zag ik hoog vanuit de koepel wat de stad beneden niet prijsgeeft
– sprakeloos lag zij aan mijn voeten – van scheiding geen sprake.
Wolken dreven de dag uiteen.
.
Bij het monument
had iemand gevraagd wat het gekost heeft en
iemand had geantwoord: miljoenen.
.

Boekwinkel

Martin Veltman

.

In 1996 bracht uitgeverij De Arbeiderspers ‘De Veltman-verzameling’ uit. Een verzamelbundel van de werken van Martinus Antonius (Martin) Veltman (1928 – 1995). Veltman was een Fries dichter en tekstschrijver. Hij schreef poëzie die vanaf 1953 gepubliceerd werd (onder de naam Martin A. Veltman).

Zijn reclameteksten zijn echter bekender geworden dan zijn gedichten. Tot deze teksten horen Heerlijk, helder, Heineken (ook door anderen geclaimd, bijvoorbeeld door Alfred Heineken) en ‘s Lands grootste kruidenier blijft op de kleintjes letten (voor Albert Heijn). In 1962 was hij samen met Giep Franzen en Nico Hey oprichter van het reclamebureau FHV.

In ‘De Veltman-verzameling’ is ook de bundel ‘Zout’ opgenomen uit 1988 en daaruit komt het gedicht zonder titel over de boekhandel. Dit gedicht werd ook opgenomen in de Poëziekrant jaargang 20 (1996) in de rubriek ‘Het sienjaal’ waarin Yves T’Sjoen middels een gedicht bundels die te weinig opgemerkt dreigen te blijven signaleert.

.

De boekwinkel bracht dagen
van weemoed naar mij terug:
hoe de jongen het waagde
poëzie te verstaan,
en danste op de brug.
En hoe hij had gelezen
zo ver de woorden gaan.
En nooit meer zou genezen.
.

Sofie Verdoodt

Steen

.

Het leuke van verzamelbundels lezen is, behalve dat je over een thema vele gezichtspunten, stijlen en ideeën voorgeschoteld krijgt, ook de gelegenheid om nieuwe dichters te leren kennen. Die laatste ervaring had ik toen ik aan het lezen was in ‘600 gedichten over leven, liefde en dood’ nieuw groot verzenboek, samengesteld door Jozef Deleu.

Op de op een na laatste bladzijde van de gedichten in het boek staat het gedicht ‘Steen’ van de Belgische dichter Sofie Verdoodt (1983). Sofie Verdoodt publiceerde gedichtencycli in onder meer Poëziekrant, De Volksverheffing en De Brakke Hond. Haar werk werd bekroond in talrijke poëziewedstrijden. Als doctor in de kunstwetenschappen schrijft ze over film en kunst, doceert ze en werkt ze als filmprogrammator.

In 2014 debuteerde ze bij poëzieCentrum met de bundel ‘Doodwater’ en voor zover ik kan nagaan is het bij dit debuut gebleven. Op haar website wordt de titel van de bundel uitgelegd: “Bijgelovige zeelieden koesterden een diepe angst voor het verschijnsel ‘doodwater’ dat voorkwam in voornamelijk Scandinavische wateren. Een kleiner vaartuig blijft in cirkels varen of raakt stuurloos door een bovenlaag van zoet of brak water dat de stroom ophoudt. Dit maritieme begrip werd in de volksmond een uitdrukking voor symbolische stilstand en aanzuigende doodsdrift.”

En: “Over haar gedichten hangt vaak een dreiging, iets onheilspellends waarvan je weet dat het er is, ook al staat het er niet. Het staat je te wachten.” Alle reden dus om het gedicht ‘steen’ uit deze bundel hier met je te delen.

.

steen

.

je dood sloeg een kleine krater in de tuin

met het oorverdovende

van stilvallende motoren

ik ruim vandaag weer puin

en vind de zwarte doos van mijn herinnering

.

het is je steen die leunt tegen mijn voeten

als de drempel die ik nemen moet

om uit je vacht te groeien

kleefkruid hecht zich aan mijn huid

de aarde voedt zich met jouw bloed

.

ik kijk naar hoe het je vergaat

hoe je je afwendt van het licht

jij en de bloemen groeien slechts

een andere richting uit

.

wie een kuil graaft

krijgt hem nooit meer dicht

want met een graf is het niet anders

dan met alle dingen

.

de stenen zullen groter worden

een mens moet altijd klein beginnen

.

 

Hals over kop

Yerna Van den Driessche

.

De Vlaamse dichter Yerna Van den Driessche (1949) studeerde als laborante en volgde tegelijkertijd een vier jarige toneelopleiding. Als kind had zij al een grote voorliefde voor poëzie maar begon haar literaire loopbaan ernstig op te nemen vanaf 2005 door deel te nemen aan talrijke poëziewedstrijden. Ze behaalde meerdere prijzen zoals in 2008 de ‘Prijs van de Stad Harelbeke’. In 2008 was ze ook laureaat ‘Literaire Creatie’ aan de ‘Stedelijke Academie voor Muziek en Woord’ te Ieper.

In 2009 debuteerde zij met de dichtbundel ‘Reconstructie’ waarna nog drie bundels volgde. De laatste in 2020 getiteld ‘Op twee benen lopen is moeilijk’. Gedichten van haar werden gepubliceerd in ‘Het Liegend Konijn’, ‘Poëziekrant’, ‘Deus Ex Machina’ en op de literaire sites ‘Meander’ en ‘Digther’.

In 2017 verscheen ‘Schaken met de dood’. Uit deze bundel staan een aantal gedichten in ‘Het liegend konijn 2019/1. Ik koos uit deze gedichten het liefdesgedicht ‘Hals over kop’.

.

Hals over kop

.

hij is het middelpunt van mijn universum

paal in het moeras van een losgeslagen zomer

.

in een wirwar van knisperend katoen

verhitte verstrengeling van huid haar en handen

is hij een blinde die mij toekomst biedt

.

de dag versplintert in de geruststellende geur

van soepel leer en verwarmde zetels

van lichamen die elkaar begrijpen

.

we nemen afscheid

hij oogverblindend met een kushand

ik met de koosnaam – junior – op mijn lippen

.

Als een zachte steen

Marleen de Crée

.

In de Poëziekrant nummer 1 uit 2022 lees ik dat de Vlaamse dichter en plastisch kunstenaar Marleen de Crée in oktober 2021 is overleden. Marleen de Crée-Roux (1941 -2021) kende ik nog niet zolang als dichter. Voor het februarinummer van MUGzines #6 vroegen we haar als bijdragend dichter. Ze reageerde heel spontaan en enthousiast en we konden de drie gedichten die ze aanleverde plaatsen in het magazine. En nu lees ik dat ze aan een ongeneeslijke ziekte leed. Ook haar man Jean leed aan een ongeneeslijke ziekte en ze zijn samen uit het leven gestapt.

Marleen en Jean waren overal present in het Vlaamse culturele leven. Zij woonden tal van presentaties bij van collega dichters, ze verzorgden de stand van uitgeverij P en Poëziecentrum op de jaarlijkse Antwerpse Boekenbeurs. Marleen was een dichter die haar werk rustig en zonder opsmuk voordroeg, de teksten moesten voor zich spreken.

Ze debuteerde met de bundel ‘Ofelia speelt met de maan‘. Haar poëtisch oeuvre telt meer dan 20 dichtbundels waarvan verschillende bekroond werden met o a  de Maurice Gilliamsprijs, de August Beernaertprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en de prijs van de Vlaamse Poëziedagen.

Uit de bundel ‘Passage’ uit 1987 komt het gedicht ‘langzaam, als een zachte steen’.

.

langzaam, als een zachte steen…

langzaam, als een zachte steen,
rol ik aan de flarden van je naam.
sprakeloos wil je me overnachten.
ik stapel bed en ogen vol met wachten
op je grillig haar, je stem, het branden
aan de bakens om me heen.
ik denk: er is geen onschuld langer
dan de kamer, mijn mond, je hart
dat beeft, het ruilen van gedachten.
dan rol ik langzaam als een zachte steen.

.

Tot ook ik verwaai

Peter Swanborn

.

Peter Swanborn (1963) ken ik al een aantal jaar, in 2016 was hij jurylid van de Ongehoord! Poëzieprijs en in 2017 was hij te gast als dichter bij het Zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin. Swanborn is via de geologie en de fotografie in de literatuur terechtgekomen. Sinds 1997 is hij als literair medewerker verbonden aan de Volkskrant. Zijn gedichten en artikelen verschenen o.a. in De Gids, Poëziekrant, De Zingende Zaag, Passionate en Tortuca.
In 2007 verscheen Peter Swanborns poëziedebuut, ‘Bij het zien van zijn lichaam’, in de Contrabas-reeks. Deze bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut van 2007. Zijn poëzie is vertaald in het Engels, Duits, Frans, Spaans, Sloveens, Perzisch, Indonesisch en Japans.

In de bundel ‘Tot ook ik verwaai’ uit 2009 geeft hij een indringend beeld van wat dementie (van zijn moeder in dit geval) met een mens en zijn omgeving doet.
In heldere, eenvoudige bewoordingen beschrijft hij hoe het is om te beseffen dat je hersenen niet meer werken, om te weten dat je niets meer weet. De nachtmerrie van het dwalen door een vreemd huis waarvan iedereen zegt dat jij er woont. de schrik van het niet meer herkennen van mensen die zeggen dat ze je kinderen zijn.

De bundel is opgedeeld in drie delen. In het eerste deel wordt de beginnende dementie van de moeder beschreven. Ze is op dat moment nog in haar eigen woning.
In het tweede deel is de dementie gevorderd; de moeder is opgenomen in een verpleegtehuis.  In het derde deel wordt er door de familie naar de dood van de moeder toegeleefd.

De thematiek van de bundel, de beschrijving van de voortschrijdende ziekteverschijnselen van dementie en de ontzetting over de aftakeling van de moeder, waren heel herkenbaar voor mij al is elke situatie uniek. Peter beschrijft het proces met veel empathie en mededogen zoals in het gedicht ‘Badkamer’.

.

Badkamer

.

Bibberend, smekend, doe ik het goed zo?

Zij, naakt na tachtig jaar, in een warme wolk

water. Ik, vol ongemak, zoekend naar een

antwoord, een houding, een handdoek.

.

Doe ik het goed zo? Hou je maar vast

aan die beugels. Die hebben we niet voor niets.

Hier heb je zeep. Nee, dat mag je zelf doen.

Kan je best of wil je dat een zuster?

.

En ik denk aan de keren dat zij, vroeger,

mij moest wassen, de badzaal. de zinken

bak, de ruwe doek langs mijn natte benen.

.

En de schrik bij eerste schaamharen,

nu moet je maar zelf. De ongrijpbare afstand

eindelijk verdwenen. Doe ik het goed zo?

.

%d bloggers liken dit: