Site-archief

Als vrouwen me niet tegenhouden

Citroengeel

.

De Poëziebus gaat weer rijden en tot die tijd stel ik je aan enkele deelnemers voor die dit jaar meerijden. Vandaag is dat Steff Geelen (Citroengeel). Steff is schrijver en performer, studeerde Antropologie aan de Amsterdam University College en Kunst- en cultuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Steff schrijft poëtisch proza en gedichten waar vaak minstens één dier in verschijnt en droeg voor op o.a. Roots Festival, Radio 1, in de Tolhuistuin en in Het Amsterdam Museum. Daarnaast maakt Steff theater bij Likeminds Factory en maakte Steff van 2016-2018 onderdeel uit van het talentontwikkelingstraject Poetry Circle Nowhere. Steff is organisator en oprichter van Uitgesproken Queer, een platform dat LHBT+ (woord)kunst stimuleert in Utrecht.

.

Als vrouwen mij niet tegenhouden,
val ik in ze, zoals je door iets heen
kan vallen wanneer je weerstand verwacht.

Ik bleef alleen vrijwilliger bij de Regenboog,
omdat iemand me er kind bleef noemen.
Wanneer ik broccoli sneed of vegetarische burgers bakte, er iemand was die zei:
Je doet het toch goed, kind.
Ik werd daar week van.

Zo het hebben van talloze moeders die verschijnen in een moment, vervangen zijn
het volgende.

Als dat echt was,
kon ik er op elk moment een opbellen
of tegenkomen in de supermarkt bij de komkommers.
En dat ze me overal kleinigheden toestoppen: toffee en zuurtjes en meer snoep
zoals vroeger. En dat iedereen
met ongepast advies kwam.
Er iemand was die zei:
Trek die vale sokken uit.
Er zit een gat in je broek.
Kind, kam je haren eens.

Als vrouwen me niet vasthouden, dan vouw ik mezelf door ze heen, verweef me
met hun handen, vraag hen kleren
van me te maken, zodat ik om hun schouders,
rug, over zachte buik hang.

Ik kan het niet laten, ik wil
altijd dichterbij zijn, waar het zacht
is zijn. Ik wil altijd meer terug en meer verder, meer kind en meer moeder zijn

Iets mij laten sussen, wiegen
Iets hebben om te sussen, wiegen.

.

Advertenties

Ik zie u gaarne met een boek

Poëtisch mini novelle

.

Voor mijn verjaardag kreeg ik een heel charmant en prachtig vormgegeven bundeltje van Randall Casaer getiteld ‘Ik zie u gaarne met een boek’. Eigenlijk is dit een kunstwerkje in de vorm van een boek. Ik weet van kleine uitgeverijtjes die zich specialiseren in het uitgeven van dit soort kleine hebbedingetjes. Dit kleinood is uitgegeven door uitgeverij Vrijdag in Antwerpen en vormgegeven door Leen Depooter – quod. voor de vorm. De tekst en de bijzondere illustraties zijn van Randall Casaer. Deze hele bundel draait om een vrouw die een boek leest en de verteller die om haar aandacht bedelt. Op elke tekening (en dat zijn er 21!) is de vrouw lezend te zien, volledig verdiept in de tekst van het boek.

Volgens de website van Randall Casaer http://www.randallcasaer.com is hij “artiest, auteur, tekenaar, mensenfluisteraar,  winkelier, grommelpot”. Randall  debuteert in 2007 met de graphic novel ‘Slaapkoppen’ en haalt daarmee zowat alle beschikbare debuutprijzen binnen. Het werk vindt bovendien zijn weg naar het buitenland met vertalingen in het Frans, Engels en Italiaans. De graphic poem ‘Ik zie u gaarne met een boek’  over een ménage à trois: een man, een vrouw en een boek verschijnt in 2013. Het boek scoort goede kritieken, in België én in Nederland.

De tekst is in het Vlaams en verteld het verhaal van de verteller op een poëtische wijze. Hoewel de tekst soms niet helemaal goed leesbaar is (gele letters op een witte achtergrond) word je meegesleept in zijn verlangen naar haar blik op hem (of jou als lezer) in plaats van op het boek dat ze in haar handen heeft. Een mooi, lief en vooral heerlijk boekje voor poëzie en kunst liefhebbers. Hier het begin van de bundel.

.

weet ge wat het is, mevrouw

hoe het komt dat ik u gaarne zie

als gij een boekske hebt waarin ge kijkt en leest

of lijkt te lezen

.

en late we geen twijfel zaaien:

ook zònder boek

zie ik u gaarne staan

.

maar soms

zoals vandaag

het allerliefste mét

.

het is wanneer uw aandacht in een boek zit

dat er een stukse van mijzelf

dat door de band wat schuchter is

u langer durft bestaren

.

 

Wij zijn breekbaar

Recensie

.

In april 2017 schreef ik een recensie over de bundel ‘Ik zie mensen’ van de dichter Koen Snyers. Inmiddels is zijn nieuwe, vierde bundel uit getiteld ‘Wij zijn breekbaar’. In deze bundel “eert Koen Snyers het breekbare leven met een slingerend verhaal, met teksten die aarzelen tussen poëzie en proza. Koen liet zich inspireren door gesprekken met zeven mensen en de porseleinkunst van Wendy van Geel”.

De opzet en de manier van schrijven, dichten in ‘Wij zijn breekbaar’ deed meteen herkenbaar aan. Ook in ‘Ik zie mensen’ is de bundel opgebouwd uit een lang proza-achtig gedicht, of poëtische vertelling.

De bundel is opnieuw goed verzorgd, goeie lay out, mooi lettertype. De poëtische vertelling is opgeschreven in twee kolommen per pagina, waarbij opvalt dat per pagina een stukje van het verhaal wordt toegevoegd. Ook in deze bundel zijn de losse stukken als losse delen goed leesbaar maar pas wanneer je de hele bundel leest komt duidelijk naar voren dat Koen Snyers een rasverteller is, met een goed oog voor zijn omgeving zo lijkt het. De vertelling is een reis die je wordt voorgeschoteld door de dichter/schrijver.

Voor wie zo nu en dan een gedicht wil lezen zou de typografie kunnen afschrikken maar wanneer je de bundel willekeurig openslaat, is dat wat geschreven staat steeds de moeite waard en kan het je aan het denken zetten. De woorden die ik schreef over ‘Ik zie mensen’ zijn dan ook op deze bundel van toepassing namelijk dat vooral de gevorderde poëzielezer veel plezier zal beleven aan de bundel maar dat ook de beginnende lezer, mits deze zich niet meteen laat afschrikken door de prozavorm, veel moois kan ontdekken in Koen zijn nieuwe bundel.

Als voorbeeld hier een passage uit de bundel.

.

Vandaag wandel ik van seconde naar seconde
in een bos. Ik zie bomen, veel bomen.
Ik vraag me af waar bomen nog van
dromen als hun stam honderd jaarringen
telt en hun kruin boven de wereld uitwaaiert.
/
Bomen staan er, altijd. Ze houden het
overzicht, hebben zicht op de tijden, toen
feiten nog feiten waren, toen er geen fictie
was die als feiten werd verkocht. Zo
blijft er de illusie van de boom die zijn
eigen kruin neerlegde op de grote waterplas
in het bos, nadat hij hiernaartoe wandelde
op houten benen. /

.

Wil je meer weten van deze bundel of het werk van Koen Snyers ( of van het KAAi collectief van Koen samen met Sarah Vaesen) ga dan naar http://koensnyers.zeghetmettekst.be/

.

Bob Dylan

Tarantula

.

Afgelopen weekend liep ik op de pier van Scheveningen en daar had zich een boekenverzamelaar/winkeltje geïnstalleerd aan de kop op de boulevard. Uiteraard moet ik dan even kijken wat het poëzie aanbod is en dat viel niet tegen. Daar kwam ik ‘Tarantula’ van Bob Dylan tegen, een eerste Nederlandse druk uit 1972.

Nu ben ik geen fan van Dylan (sorry Alja), of eigenlijk geen fan van zijn muziek maar ik weet dat Alja Spaan een hele grote fan is van Bob Dylan dus kocht ik het boekje voor haar met in mijn achterhoofd dat ze het waarschijnlijk wel zou hebben. Maar je weet nooit. Ze had al een exemplaar.

Dat is niet erg want dit gaf me een kans om het geschreven werk van Dylan van wat dichterbij te leren kennen (de man had niet voor niks de Nobelprijs voor de literatuur gekregen tenslotte). En dat viel niet tegen.

Na een korte introductie van Dylan als artiest meldt de uitgever dat “Tarantula een fantastisch, briljant boek is, stormachtig en vol verbijsterend proza-poëzie. Ongeduldig, rusteloos en surrealistisch als alle beroemde Dylan-teksten. Door de ogen van Dylan zien we in fragmenten de Amerikaanse samenleving: mensen, plaatsen en levensstijlen in een chaotisch geheel waarvan de kern op excentrieke Dylanwijze wordt blootgelegd.” De uitgever eindigt met: Een feestelijk relikwie uit een periode die misschien voorbij lijkt maar zeker niet is vergeten.

Dat beloofde wat. Ik weet niet wat Bob Dylan had gebruikt toen hij dit schreef maar het komt me allemaal nogal psychedelisch over, het doet me erg denken aan het werk van Vaandrager; vreemd, verwarrend, heel associatief, beeldend en heel jaren zestig/zeventig (interpunctie die te pas en te onpas wel of niet wordt gebruikt), vrij van elke vorm van vorm of richting.

En toch heeft het iets boeiends, het spel met de taal, de ongewone en onverwachte wendingen , het soms volledig uitblijven van structuur of vorm waaraan je je als lezer kunt vastgrijpen. Het ene stuk (het boek bestaat zoals de uitgever al schreef uit fragmenten) is beter te behappen (ik zeg hier expres niet begrijpen) dan het andere, sommige stukken zijn net iets beter plaatsbaar in tijd en plaats dan andere.

Tussen deze stukken tekst, die soms als een brief aan iemand eindigen, staan stukken die veel van poëzie weghebben. In het fragment ‘Prelude voor het platte plektrum’ dat volgens mij gaat over de domheid van de mens, religie die alles plat slaat, het losbreken van de familie en thuis, staan een viertal tekstfragmenten die, onder elkaar geplaatst een gedicht vormen dat niet alleen min of meer begrijpelijk is maar ook zeer genietbaar.

.

‘zijn er nog vragen?’ vraagt

de instrukteur. een blond

jongetje op de eerste rij

steekt zijn vinger op en vraagt

‘hoe ver is het naar mexico?’

.

‘wie wil er iets buitengewoons worden?

vraagt de instrukteur. het slimste

kind van de klas, dat dronken op school

komt, steekt zijn vinger op en zegt

‘ik meneer. ik wil een

dollar worden meneer’

.

‘wie kan me vertellen

hoe de derde president van de

verenigde staten heette?’ een

meisje met haar rug vol inkt

steekt haar vinger op en zegt

‘ernst tobbe’

.

‘kan iemand in de klas

met het preciese uur vertellen

waarop zijn of haar vader

niet thuis is?’ vraagt de

instrukteur. iedereen laat

opeens zijn potloden vallen

en rent de deur uit-iedereen

behalve het jongetje op de

laatste rij natuurlijk, die een

bril draagt en zijn appel

meebracht

.

Voor de liefhebber van vreemde geschriften uit een periode waarin vreemd eerder gold als gangbaar dan als bijzonder is ‘Tarantula’ een boek dat dit tijdsbeeld als geen andere weergeeft. Voor Dylan fans ongetwijfeld een voorbeeld van zijn genialiteit. Voor mij boeiende literatuur vanuit de taal gezien, een introductie in wat Bob Dylan dus ook is of was. Ik zal er geen plaat van hem extra om gaan draaien maar ik snap nu beter de ‘rijkdom’ van de taal van Dylan die ik eerder alleen kende van zijn songteksten.

.

Boze wolven; een recensie

Evy van Eynde

.

Op 15 juli 2013 besprak ik op dit blog de bundel ‘Wanneer kom je buiten spelen’, een poëziebundel van Evy van Eynde. Nu is haar nieuwe boek ‘Boze wolven’ verschenen bij Boekenplan in Maastricht. Dit keer vele korte verhalen in 4 hoofdstukken en een hoofdstuk 5 met zes gedichten.

Op de achterflap staat te lezen dat in Boze wolven “kwetsbare personages zich in eenzaamheid en het onheilspellende van het alledaagse leven wentelen”. En “bevreemdende metaforen en beelden laten de lezer achter met een oncomfortabel gevoel”. Maar “toch zijn de verhalen niet zonder hoop”.  Genoeg om met veel interesse de bundel te gaan lezen.

Evy schrijft in een bijzondere stijl, veel korte zinnen, bijna surrealistische maar zeer poëtische taal en gebruik makend van prachtige metaforen, beelden en woorden. De invloed van het Vlaams raakt mij telkens weer, de woorden, zinswendingen en uitdrukkingen die ik soms wel, soms niet ken lees ik met veel plezier. Kiekenkot, de koer, vijzen, ineen stuikt, eens je gekozen hebt; ik smul ervan.

Wat me opvalt tijdens het lezen is dat ik soms het gevoel heb lange gedichten te lezen, prozaïsche poëzie of poëtisch proza. Dan weer licht en ijl, dan weer rauw en direct. Prachtige poëtische zinnen als “alvorens je hersenen een verhaal opdissen, heeft je lichaam de werkelijkheid al geproefd” en “Ik zal bebloed en bekrast aankomen in de hemel. Want die is voor mij weggelegd. Dat heb ik zo beslist.”

Mijn favoriete hoofdstuk is het vierde ‘De grote oorlog’ met de verhalen Pietje I, II en III. Over kippen die Pietjes heten en Mechelse Koekoeks. Triest, wrang maar zo mooi met mededogen geschreven.

Ook de 6 gedichten in hoofdstuk 5 ‘Nachtvlinders’bevallen me zeer. Ze sluiten aan bij de verhalen in die zin dat de taal en de beschrijvingen bijna automatisch voortvloeien uit de verhalen van daarvoor.

Persoonlijk hoop ik dat de volgende bundel de verhalen zal bevatten die Evy op haar website (https://evyvaneynde.wordpress.com/)  heeft geplaatst over Rosse Sandra, Kale Freddy en Mottig Jackske zoals ‘Een joekel van een vent’. De bundel die daarvan verschijnt zal ik wederom met groot plezier lezen en graag onder jullie aandacht brengen.

Omdat dit blog over poëzie gaat sluit ik af met een gedicht uit ‘Boze wolven’ over een van mijn favoriete vogels.

.

Nachtraaf

.

Hij trekt door het land

Splijt gestrand verdriet

dat onderhuids tiert

.

Klieft vleugels

uit de sterrenhemel

en verlaten grond

waar in de verte

.

Een huis langzaam kruipt

in de boom ernaast in de

tuin in het dorp  waar

de mensen mieren zijn.

.

boze wolven

koekoek

%d bloggers liken dit: