Charles Bukowski

De poëzie lezing


Ik heb op dit log al veel en vaak een gedicht of een stuk over één van mijn favoriete dichters Charles Bukowski gedeeld. Dus waarom in deze vakantie periode niet nog een. Daarom hier het gedicht ‘The Poetry Reading’ een heerlijk, tikje vilein maar eerlijk gedicht over het voordragen van gedichten.


the poetry reading


poetry readings have to be some of the saddest
damned things ever,
the gathering of the clansmen and clanladies,
week after week, month after month, year
after year,
getting old together,
reading on to tiny gatherings,
still hoping their genius will be
making tapes together, discs together,
sweating for applause
they read basically to and for
each other,
they can’t find a New York publisher
or one
within miles,
but they read on and on
in the poetry holes of America,
never daunted,
never considering the possibility that
their talent might be
thin, almost invisible,
they read on and on
before their mothers, their sisters, their husbands,
their wives, their friends, the other poets
and the handful of idiots who have wandered
from nowhere.
I am ashamed for them,
I am ashamed that they have to bolster each other,
I am ashamed for their lisping egos,
their lack of guts.
if these are our creators,
please, please give me something else:
a drunken plumber at a bowling alley,
a prelim boy in a four rounder,
a jock guiding his horse through along the
a bartender on last call,
a waitress pouring me a coffee,
a drunk sleeping in a deserted doorway,
a dog munching a dry bone,
an elephant’s fart in a circus tent,
a 6 p.m. freeway crush,
the mailman telling a dirty joke


Blue tits

Phoebe Hesketh


Afgelopen zaterdag droeg ik voor tijdens de Dag van de Roos in het Westbroekpark in Den Haag. In dit mooie park vol bomen, struiken, rozen en andere bloemen moest ik denken aan een bundel die ik ooit kreeg van Elisabeth getiteld ‘Poems for gardeners’ samengesteld door Germaine Greer uit 2003. Deze Engelse bundel (hoe kan het ook anders, een dichtbundel over tuinieren), met een collectie gedichten van de antieke oudheid tot de 21ste eeuw staat vol tuingedichten. Over specifieke bloemen en planten, over tuinieren, over bomen en zelfs over gemaaid gras. Maar ook over de dieren in de tuin, zoals de ‘Blue tit’ of Pimpelmees. Het aardige van dit boekje is dan ook nog, speciaal voor de echte natuurliefhebber, dat achterin de bundel informatie staat over het onderwerp van het gedicht. In het geval van de Blue tit over wat de Pimpelmees eet, en waar en wanneer hij nestelt.

De dichter die ‘Blue Tits’ schreef, Phoebe Hesketh (1909-2005) kwam uit Lancashire en was vooral bekend door haar gedichten over de natuur. Zij schreef in haar lange leven 17 dichtbundels.


Blue Tits


Bobbing on willow branches, blue and yellow

Acrobatic blue tits swing and sway

In careful somersault and neat gyrations

Grub-picking deftly down and bending spray.


Now one rebuffs an alien intruder-

Humdrum sparrow, drab among the gold-

Churrs and scolds in azure crested anger,

Scuttles down a twig in blue and bold

Defiance at this urchin gutter-haunter

Till all the blues combine against one grey:

Active whirr and flutter, feathered thunder

Of tiny wings to drive the foe away.


Brave blue tit, white-cheeked like a painted toy

Jerking to life from pavement-seller’s string,

Twirls round twigs, his natural trapezes,

Darts to snap a moth upon the wing.

Plumb-as-willow-catkin, primrose-breasted,

This sky-capped morsel magnifies the Spring.



De koffer

John Ashbery


In 1977 staat Poetry International in het teken van de koffer, symbool van het reizen. Naast de gebruikelijke poëzie en dichters uit vele landen is er een tentoonstelling van oude reiskoffers. In 1977 staat de Amerikaanse dichter John Ashbery op het podium in Rotterdam. Ashbery (1927- 2017) werkte van 1955 tot 1965 voor The New York Herald Tribune in Parijs als kunstcriticus. Na zijn terugkeer in de Verenigde Staten werkte hij als docent Engels en was hij ook daar kunstcriticus. Ashbery was een avant-gardistisch dichter.

Ashbery’s vroege werk werd sterk geïnspireerd door door het werk van Auden, alsook door de obscure Franse surrealistische dichter Pierre Martory. Later werd zijn werk steeds meer modernistisch. In de jaren zestig verkeerde hij in avant-gardistische kringen, met wereldwijd de aandacht trekkende kunstenaars als Andy Warhol en John Cage.

Ashbery’s werk kenmerkt zich door vrije, spontane associatie, waarbij zijn gedichten meestal nauwelijks een echt onderwerp kennen. Hij kan heel vaag en poëtisch zijn over concrete alledaagse dingen, waarbij hij regelmatig de parodie als stijlmiddel gebruikt. Een overkoepelend thema is de relatie tussen chaos en het bewuste menselijk denken en met de kunst in zijn algemeenheid. Hoewel Ashbery vaak beweerd heeft voor een groot publiek te willen schrijven, geldt veel van zijn werk als moeilijk toegankelijk, niet in de laatste plaats door de semantische en linguïstische experimenten in zijn werk.

Uit zijn bundel ‘The double dream of spring’ uit 1970 het gedicht ‘The task’ en in een vertaling van Peter van Lieshout, ‘De taak’.


De taak


Ze maken zich klaar om opnieuw te beginnen:

Problemen, een nieuwe wimpel aan de vlaggemast

in een voorspelde romance.


Rond de tijd dat de zon laag boven het

Westelijk halfrond haar stralen vlijt, de kermis echoot,

Dringen de vluchtende landen onder andere namen bijeen.

Leegte neemt de plaats van vreugde in, en Ieder moet vetrtrekken

Weg, ver weg in de stokkende nacht, want zijn lot

Is vruchteloos terug te keren uit het licht

Voorgetoverd door verstrijkende tijd. Slechts

Luchtkastelen waren het, doorkneed in de kunst het verleden

Te grijpen en met pijn te beheersen. En de weg ligt open

Nu om regelrechtschapen te handelen in deze tijd

Verterende dichtheid waarin hij ooit leerde ademen.


Kijk eens naar de rommel die je gemaakt hebt,

Zie eens wat je hebt gedaan

Maar als dat dat al spijt mocht zijn raakt het nauwelijks

De kinderen die na het eten buitenspelen.

Belofte van kussens en meer in de nacht die straks valt.

Ik ben van plan hier wat langer te blijven

Omdat dit enkel ogenblikken zijn, ogenblikken van inzicht,

En omdat getast en gereikt nog moet worden,

Naar uiterst en vurig verlangen dat wegsmelt

Ondertussen, als afstand onder pelgrimsvoeten.


The task


They are preparing to begin again:
Problems, new pennant up the flagpole
In a predicated romance.

About the time the sun begins to cut laterally across
The western hemisphere with its shadows, its carnival echoes,
The fugitive lands crowd under separate names.
It is the blankness that follows gaiety, and Everyman must depart
Out there into stranded night, for his destiny
Is to return unfruitful out of the lightness
That passing time evokes. It was only
Cloud-castles, adept to seize the past
And possess it, through hurting. And the way is clear
Now for linear acting into that time
In whose corrosive mass he first discovered how to breathe.

Just look at the filth you’ve made,
See what you’ve done.
Yet if these are regrets they stir only lightly
The children playing after supper,
Promise of the pillow and so much in the night to come.
I plan to stay here a little while
f’or these are moments only, moments of insight,
And there are reaches to be attained,
A last level of anxiety that melts
In becoming, like miles under the pilgrim’s feet.


T. S. Eliot

Gedicht in vertaling


Soms lees je een gedicht in vertaling en dan ben je nieuwsgierig naar het origineel. In het geval van onderstaand gedicht van dichter T.S. Eliot ( 1888-1965) las ik eerst de vertaling maar voor wie het Engels machtig is, is het origineel misschien wel te verkiezen. In dit geval het gedicht ‘Aunt Helen’ in een vertaling van Bert Voeten ‘Tante Helen’.


Tante Helen


Miss Helen Slingsby, mijn ongetrouwde tante,
Woonde in een klein huis bij een deftig plein,
Verzorgd door bedienden ten getale van vier.
Toen zij doodging werd het stil in de hemel
En stil aan haar eind van de straat.
De blinden gingen dicht en de lijkbezorger veegde zijn voeten –
Hij had dit soort dingen meer bij de hand gehad.
Voor de honden werd voortreffelijk gezorgd,
Maar kort daarop stierf ook de papegaai.
De Dresdener klok bleef tikken op de schoorsteenmantel,
En de tafelbediende ging op de eettafel zitten
En hield het tweede meisje op zijn schoot –
Dat altijd zo had opgepast toen mevrouw nog leefde.
Aunt Helen
Miss Helen Slingsby was my maiden aunt,
And lived in a small house near a fashionable square
Cared for by servants to the number of four.
Now when she died there was silence in heaven
And silence at her end of the street.
The shutters were drawn and the undertaker wiped his fee
He was aware that this sort of thing had occurred before.
The dogs were handsomely provided for,
But shortly afterwards the parrot died too.
The Dresden clock continued ticking on the mantelpiece,
And the footman sat upon the dining-table
Holding the second housemaid on his knees –

Who had always been so careful while her mistress lived.




Christina Rossetti


Christina Georgina Rossetti (1830 – 1894) was een Engels dichteres en prozaschrijfster. In haar werk zijn een aantal thema’s herkenbaar zoals haar preoccupatie met de dood, religie en het afstand doen van aardse liefde. Ze komt uit een beroemde familie, zo was haar broer Dante Gabriel Rossetti lid van de Prerafaëlieten, haar broer William Michael Rossetti kunstcriticus en haar zus schrijfster Maria Francesca Rossetti. In 1850 publiceerde zij onder het pseudoniem Ellen Allayne in ‘The Germ’, het tijdschrift van de Prerafaëlieten. In 1862 verscheen haar beste en bekendste bundel, ‘Goblin Market and Other Poems’. Haar werk (niet alleen gedichten, maar ook verhalen en sprookjes, grotendeels gericht op kinderen) wordt gekenmerkt door een zekere zwaarmoedigheid, maar ook door een diep geloof. De toon van de gedichten is eenvoudig en natuurlijk. Met kunstenaars als John Donne en William Blake wordt zij gerekend tot de grote mystieke Engelse dichters.

In de bundel ‘Favourite’ an anthology of poems, illustrated with nostalgic photographs from the Francis Frith collection, staat het gedicht ‘Up-Hill’ van Rossetti.




Does the road wind up-hill all the way?
   Yes, to the very end.
Will the day’s journey take the whole long day?
   From morn to night, my friend.
But is there for the night a resting-place?
   A roof for when the slow dark hours begin.
May not the darkness hide it from my face?
   You cannot miss that inn.
Shall I meet other wayfarers at night?
   Those who have gone before.
Then must I knock, or call when just in sight?
   They will not keep you standing at that door.
Shall I find comfort, travel-sore and weak?
   Of labour you shall find the sum.
Will there be beds for me and all who seek?
   Yea, beds for all who come.


Charles Bukowski


Op zoek naar iets anders (zo gaat het vaak) kwam ik het gedicht ‘help wanted’ tegen van Charles Bukowski. En omdat ik een groot fan ben van Bukowski en omdat het weer zo’n typisch gedicht dat alleen door hem geschreven had kunnen worden, wil ik het met jullie delen.


help wanted


divine grace of


the knife is back


my radio sings to me;

drunk, i phone women in distant


I speak, not knowing what I am

saying; I listen, I hear a voice

but when I put the phone down

it’s only a phone

and the walls look at



all these women, holy jesus,

all these women everywhere

some of them are pissing

some of them are plotting

some of them are cooking beans


holy jesus

send me the one who is pissing


I need somebody to pull

the knife out


age 20 to 60

no experience necessary




Grid poëzie

Links-rechts, boven-onder


De poëzie biedt een ongekend aantal variaties op een thema; taaluitingen met de nadruk op vorm, klank en beeldspraak maar ook een ongrijpbare esthetische ervaring. Binnen de mogelijkheden die er zijn om poëzie te creëren heb ik al vaker over de vorm geschreven waarin poëzie tot ons komt. De vele versvormen die er zijn maar ook de ‘fysieke’ vorm van poëzie zoals beeldgedichten, collagegedichten, stiftgedichten en dergelijke.

Op het web kwam ik een vorm tegen die ik nog niet kende, tenminste de term voor dit soort gedichten kende ik nog niet. Het betreft hier Grid gedichten of Grid poëzie.  In Grid poëzie draait het om de leesrichting. Een Grid gedicht bestaat uit negen stukjes tekst in een overzicht van drie bij drie. Het gedicht kan van links naar rechts worden gelezen (zoals je normaal zou lezen) maar ook van boven naar beneden (en dan in de rechter richting). En in welke richting je het ook leest, het blijft een gedicht maar met een iets andere betekenis. In die zin deed deze vorm me wel wat denken aan het Jozzonet van Joz Knoop. Hieronder een aantal voorbeelden uit ‘Grid Poems Vol.1’.


Poëzie op een auto

Katie Eberhart


Schrijfster en dichter Katie Eberhart en haar echtgenoot Chuck Logsdon woonden enkele jaren in Anchorage Alaska.  Katie werkte in de loop van de jaren als onderzoeker, econoom en data-consultant, maar bleef ook schrijven. In 2010 verdiende ze een MFA van de Rainier Writing Workshop aan de Pacific Lutheran University. Katie’s gedichten en essays zijn verschenen in Cirque Journal’, ‘Sand Journal’, ‘Elohi Gadugi Journal’ en in andere magazines. In 2011 verhuisden Katie en Chuck naar Bend, Oregon, waar Katie blogt over natuur en literatuur.

In Oregon begon Katie me het beschilderen van hun auto’s. Niet meteen met poëzie al had één auto wel het opschrift ‘I brake for poems’ achterop. Tijdens de Oregon Poetry Association Conference in Forest Grove in 2012 kwam ze echter met haar nieuwste aanwinst ‘The poetrycar’. Met een permanent marker schreef ze gedichten op haar auto. Soms wilde ze de gedichten vervangen en dan moest ze met nagellak verwijderaar aan de gang en daarom is ze nu bezig met het zoeken naar magnetische letters.

Katie Eberhart gebruikt zinnen en strofes uit gedichten die ze mooi vindt zoals uit het gedicht van Jack Gilbert ‘A brief for the defence’.


A Brief For The Defense


Sorrow everywhere. Slaughter everywhere. If babies

are not starving someplace, they are starving

somewhere else. With flies in their nostrils.

But we enjoy our lives because that’s what God wants.

Otherwise the mornings before summer dawn would not

be made so fine. The Bengal tiger would not

be fashioned so miraculously well. The poor women

at the fountain are laughing together between

the suffering they have known and the awfulness

in their future, smiling and laughing while somebody

in the village is very sick. There is laughter

every day in the terrible streets of Calcutta,

and the women laugh in the cages of Bombay.

If we deny our happiness, resist our satisfaction,

we lessen the importance of their deprivation.

We must risk delight. We can do without pleasure,

but not delight. Not enjoyment. We must have

the stubbornness to accept our gladness in the ruthless

furnace of this world. To make injustice the only

measure of our attention is to praise the Devil.

If the locomotive of the Lord runs us down,

we should give thanks that the end had magnitude.

We must admit there will be music despite everything.

We stand at the prow again of a small ship

anchored late at night in the tiny port

looking over to the sleeping island: the waterfront

is three shuttered cafés and one naked light burning.

To hear the faint sound of oars in the silence as a rowboat

comes slowly out and then goes back is truly worth

all the years of sorrow that are to come.


Wees voorzichtig als je voorover bukt

Charles Bukowski


Als groot fan van Charles Bukowski lees en herlees ik zijn poëzie met enige regelmaat. Wat Charles Bukowski als geen ander kon was van iets kleins, iets alledaags een boeiend gedicht maken. Poëtisch gezien is zijn werk misschien minder spannend maar inhoudelijk en qua vorm, realistisch, rauw, zeker zeer de moeite waard. Een gedicht waarin iets kleins als uitgangspunt wordt genomen is ‘Shoelace’ of veter. Het zijn niet de grote dingen die een man naar het gekkenhuis sturen maar juist de kleine dingen, zoals Bukowski heel duidelijk beschrijft in dit gedicht.




a woman, a
tire that’s flat, a
disease, a
desire: fears in front of you,
fears that hold so still
you can study them
like pieces on a
it’s not the large things that
send a man to the
madhouse. death he’s ready for, or
murder, incest, robbery, fire, flood…
no, it’s the continuing series of small tragedies
that send a man to the
not the death of his love
but a shoelace that snaps
with no time left …
The dread of life
is that swarm of trivialities
that can kill quicker than cancer
and which are always there –
license plates or taxes
or expired driver’s license,
or hiring or firing,
doing it or having it done to you, or
roaches or flies or a
broken hook on a
screen, or out of gas
or too much gas,
the sink’s stopped-up, the landlord’s drunk,
the president doesn’t care and the governor’s
light switch broken, mattress like a
$105 for a tune-up, carburetor and fuel pump at
sears roebuck;
and the phone bill’s up and the market’s
and the toilet chain is
and the light has burned out –
the hall light, the front light, the back light,
the inner light; it’s
darker than hell
and twice as
then there’s always crabs and ingrown toenails
and people who insist they’re
your friends;
there’s always that and worse;
leaky faucet, christ and christmas;
blue salami, 9 day rains,
50 cent avocados
and purple

or making it
as a waitress at norm’s on the split shift,
or as an emptier of
or as a carwash or a busboy
or a stealer of old lady’s purses
leaving them screaming on the sidewalks
with broken arms at the age of 80.

2 red lights in your rear view mirror
and blood in your
toothache, and $979 for a bridge
$300 for a gold
and china and russia and america, and
long hair and short hair and no
hair, and beards and no
faces, and plenty of zigzag but no
pot, except maybe one to piss in
and the other one around your

with each broken shoelace
out of one hundred broken shoelaces,
one man, one woman, one
enters a

so be careful
when you
bend over.



Don Beukes


Het mooie van social media (naast heel veel minder aangename kanten) is dat je met de hele wereld in verbinding staat of kan staan. Zo kreeg ik via Facebook (the groep Poetry Club) contact met de Zuid Afrikaanse dichter Don Beukes. Don Beukes werd geboren in Kaapstad en studeerde Engels, geografie en psychologie voordat hij docent werd in Zuid Afrika en in Groot Brittannië. Inmiddels is hij gepensioneerd en in 2016 werd zijn eerste poëziebundel gepubliceerd ‘The Salamander Chronicles’ waarin thema’s als onderdrukking, pesten, politiek, globalisme, seksisme, misbruik, geboorte, dood, vluchtelingen en racisme aan de orde komen.

Zijn tweede boek ‘Icarus Rising – Volume One’ is een verzameling Ekphrastic-poëzie ( Ekphrastic-gedichten richten zich op kunstwerken, meestal schilderijen, foto’s of standbeelden) waarbij de meeste gedichten gebaseerd zijn op originele kunstwerken en in nauwe samenwerking met kunstenaars uit Zuid-Afrika, Amerika en het Verenigd Koninkrijk zijn geschreven.

Zijn Zuid-Afrikaanse publicatie-debuut van veertien exclusieve gedichten verscheen in augustus 2018 met drie andere prominente Zuid Afrikaanse auteurs (Bevan Boggenpoel, Leroy Abrahams en Selwyn Milborrow) in een unieke bloemlezing ‘In Pursuit of Poetic Perfection’, die na publicatie meteen op nummer 1 terecht kwam op de lijst van ‘Afrikaanse Literatuur’ op Amazon Kindle. Zijn poëzie is gepubliceerd in tal van literaire tijdschriften en tijdschriften in de VS, Canada, India, Bangladesh en de Filippijnen, evenals in verschillende bloemlezingen. Sommige van zijn gedichten zijn ook in het Albanees vertaald en in het Afrikaans en het Farsi.

Hij is van plan zijn publiciteitssucces te gebruiken om op een dag zijn eigen stichting in Zuid-Afrika te vestigen om de leesvaardigheid op scholen te verbeteren en om een ​​leescultuur in verarmde gemeenschappen te bevorderen. Don heeft ook een blog waarop je veel meer kunt lezen:

Van Don ontving ik een prachtig gedicht met getiteld ‘Kanneelgebed’ of in zijn eigen vertaling in het Engels ‘Cinnamon prayer’.




As ek net jou spesery geure elke dag

kan aantrek, weet ek my siel sal weer

aansterk, maar jou daaglikse onsigbare

stem laat my weer jou soete woorde

verken – Geen meer goeiemôre soentjies

van my Godgegewe noentjies, geen meer

trane van blydskap soos ek saam lag met

my kosbare skat, terwyl ek gereed maak vir

markdag elke Maandag en heuningbloeisel

soene jou kant toe blaas.


Mense knik nog nou en dan medelyend

my kant toe, selfs ons nommer een

mededinger, wat soms ons robynrooi

waatlemoen effens proe – Kan jy glo hy

lok nou andere my kant toe?

Ek glimlag maar net gedwee terwyl ek

eerbiedig proe aan jou hemelsoet kanneeltee-

Gemeng met liefdevolle smeltende

herinneringe – Net die aromatiese

teenwoordigheid van jou verbied

my om onophoudelik te rou

vir jou.


Ek dra nog steeds die hemp wat jy in

Mauritius gekoop het, selfs al is die blou

nou verflou – Elke kledingstuk aanraking

teen my dorre woestynvel laat my

glimlaggend altyd wonder – Is ek nog

steeds jou kanneel koning?


Ek is omring deur jou – Elke spesery en

kruiedrankie herinner my aan jou – Die

kanneelgevulde plooie in my hand brandersvir jou,

Soms verbeel ek my ek gewaar jou oorkant my,

maar dan voel ek soos ’n jong verliefde gek en

fluister dan saggies my daaglikse



Cinnamon Prayer


If I could wear your spicy

essence each and every day

I know I will not go astray

but only your daily echo illuminates

your fading halo – No more early

morning kisses from my heaven sent

missus, no more tears of joy just

to hear you say hey, as I leave

for market day, blowing your

honey blossom kisses my way.


People still nod sympathetically to

me, even our rival stall enemy –

can you believe he reluctantly

offered me his best ruby red watermelon?

I just proudly smile, honouring your

memory whilst sipping your favourite

cinnamon tea – infused with

loving melting reverie – Only the

aromatic presence of you prevents

my ginger grieving; my daily solitude.


I still wear the clothes you

mended, however much faded – each

brush of cloth against my parched skin

always gets me asking – Am I still your

cinnamon king?


I am surrounded by you – each spice

and herb reminds me of you – The cinnamon

filled crevices in my hands burn for you

I sometimes think I glimpse you over

there but then I just recite my daily

cinnamon prayer…


Wil je meer van Don Beukes lezen ga dan naar 



%d bloggers liken dit: