Site-archief

Declamatorium

Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie

.

In 1979 publiceerde Standaard Uitgeverij het ‘Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie’ bijeengebracht door Teresa Van Marcke. Nu heb ik het woord declamatorium even opgezocht (dat het een afgeleidde is van declamatie was me duidelijk) en het betekent “Een dichtstuk dat bij de voordracht wordt begeleid en afgewisseld door muziek of zang” of ook wel “voordracht”. Hoe dat precies zit (het is tenslotte een geschreven bundel) blijkt uit het voorwoord. Daarin schrijft Teresa Van Marcke: “Voor dit werk ging de keuze in de eerste plaats naar het gedicht, geschikt om voor te dragen. Te hermetische poëzie werd vermeden”.

De bundel bevat een reeks aan gevestigde namen maar ook een reeks nieuwe namen (let wel: gevestigde of nieuwe namen in 1979!). “Dichters die de gevoeligheden van deze tijd en vooral van de jonge mens van nu, trachten te verwoorden”. In een aantal thema’s zoals ‘Bezinning/vragen’, ‘Vreugde/liefde/innigheid’, ‘Ontgoocheling/angst/pijn’, ‘aanklacht/eis/strijd’, ‘Reportage/verhaal’ en ‘Humor/ironie’, worden ruim 400 gedichten en dichters gepresenteerd. Zoals gezegd bekende namen (hoewel volgens het voorwoord een aantal Nederlandse dichters verstek liet gaan) maar dus ook onbekende en nieuwe dichters. Zo kan een dichter als Herman de Coninck naast een (voor mij onbekende) dichter als Albert de Longie staan en Halbo C. Kool naast Hendrik Marsman.

Ik heb uit het hoofdstuk ‘Aanklacht/eis/strijd’ gekozen voor het openingsgedicht van Paul de Bolle. Van deze dichter heb ik verder geen informatie gevonden en dit gedicht had wat mij betreft ook in het hoofdstuk ‘Humor/ironie’ kunnen staan.

.

Wanneer ik een soldaat zal zijn

dan grif ik gedichten in de kolf

van mijn geweer

en de man die dan zeggen zal

schiet

die sla ik met mijn gedichten

dood

.

Advertenties

Wij

Een liefdesgedicht

.

Anne Sexton (1928 – 1974)  wordt gerekend tot de zogenaamde ‘confessional poets’of de ‘bekentenis dichters’, sterk autobiografisch schrijvend, steeds sterk haar vrouwelijke identiteit benadrukkend, met blootlegging van de meest intieme details uit haar leven, onder het motto ‘poëzie moet pijn doen’. Sexton had geen makkelijk leven, ze leed aan anorexia en manische depressiviteit en haar psychiater raadde haar aan poëzie te gaan schrijven. Haar gedichten werden gepubliceerd in The New Yorker, Harper’s Magazine en Saturday Review.

In 1960 debuteerde ze met de bundel ‘To Bedlam and Part Way Back’ en hierna volgde nog een aantal bundels maar ook postuum verschenen nog 5 boeken na haar overlijden in 1974. Ze was tijdens haar leven heel succesvol met haar poëzie, in 1967 won ze de Pulitzer Prijs voor poëzie. Ze was bevriend met Sylvia Plath en na dat Plath zelfmoord had gepleegd dacht ook Sexton na over zelfmoord en of dat voor haar misschien ook het beste zou zijn (ze had sinds 1956 al een aantal pogingen gedaan). Uiteindelijk deed ze een geslaagde poging in 1974.

Uit de bundel ‘Kreupel hart, gedichten’ het door Katelijne de Vuyst vertaalde liefdesgedichtgedicht ‘Wij’ waarin ze een het proces van een liefde beschrijft.

.

Wij

.

Ik was gehuld in zwart

bont en wit bont en

je kleedde me uit en toen

zette je me in gouden licht

en toen kroonde je me

terwijl achter de deur sneeuw

viel in schuine schichten.

Terwijl een dikke laag sneeuw

als sterren neerdaalde

in kleine calciumdeeltjes,

waren wij in ons lichaam

(de kamer die ons zal begraven)

en was jij in mijn lichaam

(de kamer die ons overleven zal)

en eerst wreef ik je

voeten met een handdoek droog

omdat ik je slavin was

en toen noemde je me prinses

Prinses!

.

O, toen

stond ik op mijn gouden huid

en liet de psalmen achterwege

en liet de kleren achterwege

en jij maakte de breidel los

en jij maakte de teugels los

en ik maakte de knopen los,

de botten, de verwarring,

de ansichten uit New England,

de januarinacht van tien uur ’s avonds,

en we rezen op als koren,

are na are van goud,

en we oogstten,

we oogstten.

.

Huilen is gezond

Willem Wilmink

.

Het kan aan mij liggen maar ik heb het idee dat ik tegenwoordig mensen makkelijker hoor spreken over hun huilgedrag. Op de televisie, in kranten en magazines en in mijn persoonlijke omgeving, huilen is geen taboe (voor vrouwen noch mannen). Op zichzelf een gezond gegeven, huilen is een heel gezonde manier van omgaan met pijn, stress, verdriet en verlies. Willem Wilmink schreef in de bundel ‘Het beloofde land’ uit 2002 een mooi positief gedicht over huilen en hoe gezond dat is.

.

Huilen is gezond

.

Leg nu die krant maar even neer,
echt lezen doe je toch niet meer,
huil nou maar even.
Ja, tegen iemands lichaam aan
zou dat natuurlijk beter gaan,
maar huil nou even.

Dat jij de enige niet bent,
dat is een troost die je al kent,
dus huil maar even.
Een ander troosten voor verdriet
dat kan ook niet, dat kan ook niet,
maar huil toch even.

Altijd maar flink zijn is niet goed:
als je niet weet hoe ’t verder moet,
huil dan toch even.
Straks, met nog tranen langs je kin
denk je ineens: ik heb weer zin,
om door te leven.

.

Poëziebus 3

Lies Jo Vandenhende

Lees de rest van dit bericht

Fysici en Lyrici

Boris Sloetski

De dichter Boris Sloetski ( 1919-1986) werd geboren in Slavjansk (of Slovyansk), een industriestad die tegenwoordig in de Oekraïne ligt, in een typisch arbeidersmilieu. Boris volgde echter een literatuurstudie aan de Maxim Gorki instituut in Moskou. Sloetski’s poëzie behandelt vooral algemeen menselijke problemen. Hij schrijft oorlogslyriek vol pijn en vol trauma. Hij schrijft over individuele lotgevallen zonder sentimenteel of pathetisch te zijn. Een veelvoorkomend thema in zijn werk is de Joodse problematiek (antisemitisme en de Holocaust). Ook schrijft hij veel over ouderdom en dood. Een soort meta-thema in zijn werk is de didactische taak die hij ziet voor de dichter. Voor hem is de dichter “niet een telefoon- maar een telegraafdraad”. Sloetski was één van de dichters die Joseph Brodsky hebben beïnvloed.

Uit 1959 het gedicht ‘Fysici en Lyrici’ vertaald door Peter Zeeman.

.

Fysici en Lyrici

.

We houden fysici in ere.

Voor lyrici heeft niemand tijd.

Ik ben niet aan het speculeren,

het is een soort wetmatigheid.

.

We faalden dus in het onthullen

van wat ons te onthullen stond!

Dus onze jambetjes zijn prullen,

je komt er niet mee van de grond.

En onze paarden? Die ontberen

het Pegasus-gevoel geheid…

We houden fysici in ere,

voor lyrici heeft niemand tijd.

.

Dit alles is allang bewezen.

Geen mens die zich hiertegen kant.

Ach, pijnlijk hoeft dit niet te wezen,

nee, het is eerder interessant

te zien hoe onze rijmen slinken,

als schuim dat aanspoelt op het strand,

hoe grootsheid waardig weg zal zinken

in logaritme en verstand.

.

sloetski

Boris Sloetski in 1945 als soldaat in het Rode leger.

Boris_Slutsky(grave)

Graf van Boris Sloetski op de Piatnitsky begraafplaats in Moskou (foto Christina Bedina)
Met dank aan Spiegel van de Russische poëzie en Wikipedia.

Winters gedicht

Winterpijn

.

Een dubbele laag glas, omrand door het hardste hout

genoeg bescherming zou je zeggen

.

toch doet het uitzicht hem pijn

maagdelijk wit, de wollige wattendeken

.

knisperig fris lijkt het hem te roepen

sneeuw als de eeuwige sirene

.

zijn gezicht vertrekt, handen grijpen de wielen

hij zet zit schrap en draait zijn rolstoel

.

hij voelt de warmte van de kachel en ervaart

de leegte van de kleine woonkamer als nooit tevoren

.

%d bloggers liken dit: