Site-archief

Hel en Paradijs

Ilja Koetik

.

Nu de oorlog tussen Rusland en de Ukraïne voortduurt nam ik ‘Spiegel van de Russische poëzie’ uit 2000 nog eens ter lezing uit mijn boekenkast. Juist om mezelf ervan te overtuigen dat het niet perse de Russen zijn die deze vreselijke oorlog hebben gewild maar dat het een president die denkt nog te leven in vroeger duister tijden. In deze bundel kwam ik het gedicht ‘Hel en Paradijs’ tegen van de dichter Ilja Koetik.

Tekenend voor deze bundel is dat ook juist in de Ukraïne geboren dichters zijn opgenomen. Ilja Koetik (1961) is geboren in Lvov maar studeerde letteren in Moskou. Hij vormde samen met Jerjomenko en Zjdanov de groep van de zogenaamde ‘metarealisten’ die zich afzetten tegen het socialistisch realisme en via verbeeldingskracht nieuwe realiteiten aftastten. Deze talentvolle dichter en vertaler woont in de Verenigde Staten en doceert daar Russische literatuur.

In 1993 verscheen in ‘De tweede ronde’ het door Peter Zeeman vertaalde gedicht ‘Hel en Paradijs’ dat door de huidige situatie ineens een extra lading krijgt.

.

Hel en Paradijs

.

In deze duisternis, in het holst van deze nacht

zijn wij gekooid, als in een kist of koker.

In ons zijn Hel en Paradijs bijeengebracht,

als rook en zuurstof in de longen van een roker.

.

Ze zijn geen polen maar,. naar ik veronderstel,

als lucifers dicht bij elkaar gelegen.

Zo hebben deze twee een plaats gekregen,

dus Paradijs naast Paradijs en Hel naast Hel.

.

Maar wordt het donkerder op aarde, uur na uur,

verlaat een engel goedgezind de Hemelhaven,

strijkt op zijn glijvlucht langs het Hellezwavel

en geeft ons met zijn flakkerende vleugel vuur.

.

Advertentie

De grote meren

Joseph Brodsky

.

De Amerikaanse (maar in Leningrad geboren) dichter Joseph Brodsky (1940-1996) was een van de drie Amerikaanse dichters die de Nobelprijs voor de Literatuur won en die net als de andere twee, Czesław Miłosz en Derek Walcott, niet in de  Verenigde Staten geboren was. Brodsky ontving de Nobelprijs voor de Literatuur in 1987, 15 jaar na zijn emigratie naar de VS.

In 1989 verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij de bundel ‘De herfstkreet van de havik’ een keuze uit de gedichten 1961 – 1986. Een keur aan vertalers heeft zich voor deze bundel aan het werk gezet waaronder Jan Robert Braat, Arie van der Ent, Charles B. Timmer en Peter Zeeman maar ook de Leidse Slavisten met Karel van het Reve. Deze laatste tekende voor de vertaling van het gedicht ‘De grote meren’ geschreven in Ann Arbor in 1972.

.

De grote meren

.

Toen, in het paradijs de kaakchirurgen,

wier dochteren per post al jaren lang

inkopen doen in Londen, en wier tang

de kies van het verstand weet los te wurgen,

was ik, van wiens gebit zijn staan gebleven

ruïnes gaver dan het Parthenon,

van een verrotte natie de spion,

geheim agent, en in het dagelijks leven

professor in de kunst van het vertalen.

Ik woonde in een college aan het meer,

waar ik de plaatselijke jeugd steeds weer

op dinsdag door de mangel stond te halen.

.

En alles wat ik maakte in dat land

werd onontkoombaar tot gedachtenstrepen.

Ik viel amechtig op mijn ledikant,

mijn jas nog aan, en als ik ’s nachts dan even

een ster verschieten zag op het plafond,

dan kwam die, naar de regels der verbranding,

voordat ik inderhaast iets wensen kon,

vlak naast mijn wang tot een abrupte landing.

.

Neem mijn verzen in acht

Osip Mandelstam

.

In de heerlijke dikke pil ‘Iedereen dichter’ poëzie is een manier van leven, van Ivo van Strijtem uit 2018 is een hoofdstuk gewijd aan de Russische dichters. Twee van deze Russische dichters zijn Anna Achmatova (1889-1966) en Osip Mandelstam (1891-1938). Osip Emilievich (Joseph Khatskelevich) Mandelstam was een dichter en essayist en stamde uit een geslacht van Poolse joden.

In 1917, het jaar van de Russische revolutie, schreef Mandelstam een gedicht waarvan de eerste regels over Anna Achmatova gaan. Het is, zoals van Strijtem treffend stelt, een gedicht tussen onschuld en pijn en zit vol prachtige poëtische beelden. In haar memoires schrijft Achmatova over dit gedicht dat de eerste vier regels gaat over hen beide, zij had koorts en nam haar temperatuur op.  Achmatova en Mandelstam waren collega dichters, zeer goede vrienden en ze bekommerden zich om elkaar.

Het gedicht is genomen uit de bundel ‘Neem mijn verzen in acht’ uit 2010 van Osip Mandelstam, samengesteld door Yolande Bloemen en Peter Zeeman in een vertaling van Nina Targan Mouravi.

.

Zing de krekelklok een liedje,

ritsel beverig de koorts,

ruist de kachel droog, dan weet je:

rode zijde staat in brand.

.

Hebben muizen deze schrale

levensbodem aangeknaagd,

’t is de dochter, ’t is de zwaluw

die mijn schuit heeft losgemaakt.

.

Murmelt op het dak de regen-

zwarte zijde staat in brand.

Maar de vogelkers zal horen

uit de diepste zee: vergeef.

.

Want de dood is maar onschuldig,

en je kan er niets aan doen

dat je hart nog altijd nagloeit

van de nachtegalenkoorts.

.

Weemoed op het schip

Pavel Katenin

.

De Russische classicistische dichter , toneelschrijver en literair criticus die ook heeft bijgedragen aan de evolutie van de Russische romantiek Pavel Aleksandrovich Katenin (1792 – 1853) was een fervent theaterbezoeker die Shakespeare afkeurde als vulgair en obscuur en Corneille en Racine bewonderde vanwege hun nobele dictie en helderheid. Katenin was van adel en hij onderscheidde zich in de oorlog tegen Napoleon, maar hij werd het leger uitgeschopt vanwege zijn liberale opvattingen.

Vanaf 1827 trok hij zich terug op zijn landgoed. Katenin debuteerde in 1810 waar hij zich ontwikkelde tot een gewaardeerd dichter en criticus. Katenins vroege ballades hadden een merkbare invloed op de Russische ballades van Poesjkin, die Katenin hoog in het vaandel had staan ​​en bijna de enige was die recht deed aan zijn poëzie. In zijn latere werk werd Katenin overdreven archaïsch en brak hij uiteindelijk met de smaak van de dag. Bij alles wat hij deed, was hij een echte meester in techniek, maar het ontbrak hem aan het creatieve vuur dat alleen infecteert en aantrekt. In een vertaling van Peter Zeeman uit ‘Spiegel van de Russische poëzie’ het gedicht ‘Weemoed op het schip’.

.

Weemoed op het schip

.

De wind waait uit het noorden, en het zware anker

Ketent ons zeilschip aan de bodem van de zee.

De uren lijken stil te staan, de dag duurt langer.

Ik voel met treurig, triest, het zit vandaag niet mee.

.

De vreugdevolle tijd van troost moest snel weer wijken:

De dood, die ongenode gast, sloeg alles neer;

Mijn hart lijkt bijna onder kommer te bezwijken:

Hoe stelt een riethalm tegen stormen zich teweer.

.

Zo’n drie jaar lang heb ik met ’s levens storm gevochten,

Al drie jaar heb ik mijn gelieven niet gezien.

Het weer is slecht, en dat begon al in de ochtend:

Ga draaien, wind! Of vind je dat ik dit verdien?

.

Als ik mijn moeder en mijn vrienden mag omarmen

Zal ik misschien opnieuw weer zielsgelukkig zijn.

Verkil niet, vurig hart, laat hoop je weer verwarmen,

Kijk uit, onstuimige, en doe jezelf geen pijn.

.

November

Innokenti Annenski

.

De in Omsk (Rusland) geboren dichter, vertaler en essayist Innokenti Annenski (1855 – 1909) is een vrij onbekende dichter uit Rusland. Hij was dan ook een laatbloeier met een klein oeuvre, die pas na zijn dood erkenning kreeg en dan ook nog in een kleine kring van kenners waaronder Boris Pasternak (toch niet de minste). Hoewel hij al vanaf jongs af aan schreef publiceerde hij pas zijn eerste werk in 1901.

Annenski schreef bondige, precieze symbolistische lyriek (dat wil zeggen dat alles wat beschreven wordt staat voor iets anders) met een melancholieke inslag, die de tragiek van het bestaan tot onderwerp heeft. Onmiddellijk na zijn dood in 1909 werd zijn bekendste dichtbundel ‘Het cypressehouten kistje’ gepubliceerd. Daarna ontstond pas zijn grootste populariteit, tussen 1910 en 1920, niet alleen vanwege zijn verzen, maar ook vanwege zijn geroemde vertalingen van Franse symbolisten als Baudelaire, Rimbaud en Verlaine.

In 1996 verscheen de bundel ‘Vier Petersburgers’ bij uitgeverij De Bezige Bij met daarin onder andere het gedicht ‘November’ van Annenski in een vertaling van Peter Zeeman.

.

November

.

Het avondrood is dof, verschoten,

En doods de gele dageraad.

Een tak door het kozijn omsloten

Hing gister net zo desolaat…

.

Slechts dit wordt mij tot troost geboden:

Al wat ik schrijf wordt delicaat

Met milde tinten overgoten,

In zilverwitte glans gebaad.

.

De nevel houdt de zon gevangen…

Nu in de sneeuw een slee bespannen,

De wolken volgen in hun jacht,

.

Je over schel gefluit verblijden

En deinend door de witte pracht

Naar onbegrensde verten glijden…

.

Joenna Morits

Winterdag

.

In de dikke bundel ‘Spiegel van de Russische poëzie’ lees ik het gedicht ‘Winterdag’ van Joenna Morits. Vreemd genoeg vind ik achterin bij de bronvermelding niet waar het gedicht eerder is gepubliceerd of door wie het is vertaald. Wel vind ik in de bundel dat Morits (1937) in Kiev is geboren en heeft gestudeerd aan het Gorki Instituut voor Literatuur in Moskou. Morits schrijft meditatieve lyriek, veelal met de natuur als belangrijkste inspiratiebron. Dat blijkt zeker uit het gedicht ‘Winterdag’.

.

Winterdag

.

Al wat ik zie vanuit mijn raam –

De grandioze wereldorde –

Zal in mijn dikste schrift niet gaan,

Laat zich ternauwernood verwoorden.

.

Het bos is van kristal, het meer,

De ribes en de rechte hagen.

De bleke zon is in de weer

De januaridag te schragen.

.

De weg bukt onder sneeuwgewicht,

Zwart glanzen losse ravenveren,

Maar verder is het klaar en licht

Van kwetteren en kwinkeleren.

.

De ster die weinig anders doet

Dan licht te werpen op mijn leven

Praat met me op gelijke voet

En staat haar schijnsel weg te geven.

.

Misschien bestaat geluk daarin,

Misschien is dit het magistrale,

Dat niemand deze dag nadien

Letter voor letter kan herhalen.

.

Saai

Igor Cholin

.

De Russische dichter Cholin (1920 – 1999) werd geboren in Moskou. Hij werd bekend door zijn zogenaamde ‘Barakpoëzie’, korte gedichtjes waarin op een laconieke wijze het communale leven van het gewone Russische volk tijdens de Sovjet tijd wordt beschreven.

Tijdens het Sovjet bewind werden alleen gedichten voor kinderen van zijn hand gepubliceerd. In de jaren 50 was hij de informele leider van de Metro Avant Garde in Moskou. Deze stroming verzette zich tegen de leiders van het land en dat maakte Cholin een dissident.

Zijn werk voor volwassenen werd pas in de late jaren 80 en de jaren 90 van de vorige eeuw gepubliceerd. Tot die tijd verscheen zijn werk vooral als Samizdat literatuur.

In vertaling van Peter Zeeman het gedicht ‘Saai’.

.

Saai

.

Een blauwe einder, bos, contouren van een kerk.

Het gladde water van een meer lijkt van email.

Seringen staan in bloei. Een vierkant rozenperk

geblakerd door de zon. Er smeult een vuilnisbelt.

.

Een kleine jongen klom manhaftig in een berk.

Gooit takjes naar beneden. En nog een detail:

Een greppel met een dronkaard, starend naar het zwerk.

Verloederd is hij, vies, zijn kin een stoppelveld.

.

Zijn trouwe hond ernaast. het beest heet Wildebras.

Ook laveloos – hij vrat de kots op van zijn baas.

Dan vangt het dier te janken aan, onhonds van toon.

.

Ziedaar het landschap waar ik elke zomer woon.

Geen kip op straat. Mijn datsja een gevangenis.

Zo saai, zo godvergeten saai als het hier is.

.

Cholin

                                                                                              Vrij vertaald: Niemand van jullie gaat slapen Cholina

Igor Cholin

 

 

Fysici en Lyrici

Boris Sloetski

De dichter Boris Sloetski ( 1919-1986) werd geboren in Slavjansk (of Slovyansk), een industriestad die tegenwoordig in de Oekraïne ligt, in een typisch arbeidersmilieu. Boris volgde echter een literatuurstudie aan de Maxim Gorki instituut in Moskou. Sloetski’s poëzie behandelt vooral algemeen menselijke problemen. Hij schrijft oorlogslyriek vol pijn en vol trauma. Hij schrijft over individuele lotgevallen zonder sentimenteel of pathetisch te zijn. Een veelvoorkomend thema in zijn werk is de Joodse problematiek (antisemitisme en de Holocaust). Ook schrijft hij veel over ouderdom en dood. Een soort meta-thema in zijn werk is de didactische taak die hij ziet voor de dichter. Voor hem is de dichter “niet een telefoon- maar een telegraafdraad”. Sloetski was één van de dichters die Joseph Brodsky hebben beïnvloed.

Uit 1959 het gedicht ‘Fysici en Lyrici’ vertaald door Peter Zeeman.

.

Fysici en Lyrici

.

We houden fysici in ere.

Voor lyrici heeft niemand tijd.

Ik ben niet aan het speculeren,

het is een soort wetmatigheid.

.

We faalden dus in het onthullen

van wat ons te onthullen stond!

Dus onze jambetjes zijn prullen,

je komt er niet mee van de grond.

En onze paarden? Die ontberen

het Pegasus-gevoel geheid…

We houden fysici in ere,

voor lyrici heeft niemand tijd.

.

Dit alles is allang bewezen.

Geen mens die zich hiertegen kant.

Ach, pijnlijk hoeft dit niet te wezen,

nee, het is eerder interessant

te zien hoe onze rijmen slinken,

als schuim dat aanspoelt op het strand,

hoe grootsheid waardig weg zal zinken

in logaritme en verstand.

.

sloetski

Boris Sloetski in 1945 als soldaat in het Rode leger.

Boris_Slutsky(grave)

Graf van Boris Sloetski op de Piatnitsky begraafplaats in Moskou (foto Christina Bedina)
Met dank aan Spiegel van de Russische poëzie en Wikipedia.

De cirkelgang van de tijd in een lichaam

Jelena Sjvarts

.

Jelena Sjvarts (1948 – 2010) was een dichteres uit Sint Petersburg die op jonge leeftijd begon met dichten. Haar eerste officiële bundel kon echter pas in 1989 verschijnen. Jelena Sjvarts werd tijdens de periode van de ‘stagnatie’ niet gepubliceerd. Wel was ze bekend in undergroundkringen. Haar gepassioneerde voordrachten waren populair. Ze interesseerde zich voor drama. Ze studeerde theater, muziek en film, en voor haar levensonderhoud vertaalde ze toneelstukken. Sjvarts was een excentrieke, talentvolle dichteres met een flink oeuvre. Haar werken zijn geschreven in dezelfde sfeer als het werk van o.a. Chlebnikov en Koezmin.

.

De cirkelgang van de tijd in een lichaam

.

Dit meisje is door iemand grootgebracht,

in haar ogen kabbelt lichtblauw water,

in haar liezen is het donker, splijt de nacht,

en ook een roze sterre staat er.

.

En in haar hart, hoe laat zou het daar zijn?

Ergens tussen wolf en hond.

Kobalt en schemerig golft het satijn

daar waar een naald het centrum wondt.

.

In haar hoofd begroet een tuin het wonder

van weer een nieuwe dageraad,

maar in haar nek gaat rood de zon al onder

en nacht kruipt in haar ruggengraat.

.

Uit: Optima, 1997 (vertaling Peter Zeeman)

.

jelena_Sjvarts

En nog een Rus / Tsjoevasj

Gennadi Ajgi

.

Gennadi Ajgi wordt geboren als Gennadij Nikolajevitsj Lisin. Hij leefde van 1934 tot 2006 en was een Russisch tweetalig dichter. Ajgi schreef behalve in het Russisch ook in het Tsjoevasj. Tsjoevasjië is een autonome republiek van de Russische federatie waar vooral Bulgaarse Turken wonen.

Sinds 1960 bedient Ajgi zich op aanraden van Pasternak van het Russisch. Hij vertaalde Franse en Russische Lyriek in het Tsjoevasjisch. Sterk verbonden met de Avant-Garde kan hij gezien worden als de literaire tegenhanger van de abstracte schilder Malevitsj.

Ajgi gold lange tijd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur maar heeft deze nooit gekregen. Tijdens de periode van de Sovjet Unie mocht zijn werk van 1964 tot 1989 niet worden gepubliceerd. Dit verhinderde echter niet dat zijn werk toch in 24 andere landen werd uitgebracht en zelfs in 44 andere talen werd vertaald. De Nederlandse vertaling van enkele van zijn gedichten is verzorgd door Peter Zeeman en Willem Weststeijn.

Voor zijn werk ontving hij diverse prijzen , zoals in 1972 de Prix de l’Académie Francaise, in 1993 de Petrarca Prijs en in 2000 de Pasternak Prijs.

.

De weg

.

Wanneer geen mens ons liefheeft

beginnen we

onze moeders lief te hebben

.

Wanneer geen mens ons schrijft

denken we aan

oude vrienden

 

En woorden zeggen we alleen nog maar

omdat zwijgen ons bang maakt

en bewegingen gevaarlijk zijn

.

Maar op het eind- bij toeval beland in verwilderde parken

wenen we om trieste trompetten

van trieste orkesten

.

 

Ajgi

%d bloggers liken dit: