Site-archief

Dichter van de maand juni

Antjie Krog

.

Het is alweer een half jaar geleden dat ik een dichter van de maand had (Peter Verhelst) en nadat ik op Facebook om suggesties vroeg kwamen er heel veel namen los (meer dan 30). Voorlopig kan ik dus nog wel even voort. De dichter van de maand krijgt elke zondag een plek op dit blog in een bepaalde maand.

Teruglezend is de Zuid Afrikaanse dichter Antjie Krog (1952) geen onbekende op dit blog. Magda Haan stelde voor haar dichter van de maand te maken en omdat het alweer even geleden was dat ik een Zuid Afrikaanse  dichter in het zonnetje zette, is Antjie Krog dichter van de maand juni en zal ik elke zondag in juni een gedicht van haar plaatsen.

Als eerste gedicht van deze bekende en (ook in Nederland) zeer gewaardeerde dichter een gedicht uit de bundel ‘Kleur komt nooit alleen’ uit 2002 getiteld ‘dichter wordende”.

.

dichter wordende

.

om op een ochtend wakker te worden midden in klank

met vocaal en klinker en diftong als voelspriet

om met aarzelende zorg de lichtste beroering

van licht en verlies in klank te ijken

.

om jezelf onmiddellijk geknield te vinden

boven de hoorbaar kloppende wand

van een woord – zoekend naar het precieze

ogenblik waarop een versregel volloopt in klank

.

wanneer de betekenis van een woord zwicht,

begint te glijden en zich eindelijk overgeeft aan geluid

van dat ogenblik af smacht het bloed naar de incantatie

van taal – de enige waarheid staat geveld in klank

.

de dichter dicht met haar tong

zij haalt adem – ja, diep uit haar oor

.

 

Al thuis

Dichter van de maand december

.

Voor de laatste keer dit jaar voor de laatste keer in december, een gedicht van de dichter van de maand Peter Verhelst. Het betreft hier het gedicht ‘Al thuis’ uit de dichtbundel ‘Zon’ die eind 2019 verscheen. Voor de liefhebber heb ik het gedicht ook toegevoegd als ‘Gedicht met stem’ van Youtube, een film van Jan ter Heide, prachtig voorgedragen door Jos van Hest.

.

Al thuis

.

Dat je uit de auto stapte
en dat ik snel doorreed om je op te halen
straat in, straat uit, dat ik niet meer wist waar je was,
zei ik, terwijl je ongeduldig naast me zat te knikken,
sneller, zei je, maar je was alweer uitgestapt
toen ik mezelf zag voorbijrijden, tot zo, zei ik nog,
terwijl ik je al kon zien staan aan de overkant,
hevig zwaaiend, terwijl je instapte, zweterig
snel snel fluisterend en ik zwaar ademend
om die andere auto waarin ik zat de pas af te snijden.

.

Terwijl het ochtendlicht boven de zee gloorde,
kwam jij het huis uit, links en rechts speurend
of ik al thuiskwam. Die glimlach in het eerste licht
toen je me zag, alsof je in de nek werd gekust.

.

Hemelbed

Peter Verhelst

.

Voor de op een na laatste keer deze maand een gedicht van Peter Verhelst als dichter van de maand december. Dit keer het gedicht ‘Hemelbed (het mijne) dat komt uit de bundel ‘Witte bloemen’ uit 1991 dat bijzonder is door de vorm, een sonnetachtige vorm, maar ook door de inhoud. De bundel ‘Witte bloemen’ is geen doorsnee dichtbundel maar een rond de esthetiek van het geweld opgebouwde bundel die vergelijkbaar is met films als Blue velvet, Wild at heart en Twin Peaks. Als je meer hierover wil lezen kijk dan op https://www.dbnl.org/tekst/_poe007199101_01/_poe007199101_01_0091.php

.

Hemelbed (het mijne)

.

Gent. Een wijnglas stukslaan van verveling en

Leven in bed waar hij als een paarse bloem omhoogschiet

Langs mijn vingers. Ik kan hem doden maar ik giet

Hem in de vorm van een zoon in mijn schoot. Tweelingen

.

Aan één navelstreng, die elkaar bijten, ik en mijn golem.

Hem het bloed van onder de nagels pesten tot hij krom

Van razernij naar mijn zweepje danst. Dat is waar het om

Gaat: God zijn en weten wat te doen met hem;

.

Zijn vissebloed drinken tot hij ligt te happen naar lucht,

Die lege pop misbruiken, vuile ziektes tekenen op dat ruwe

Vel, de tong uit zijn mond zuigen als een vrucht,

.

Hem laten eten van de haat op mijn vuist als een valk?

Nee, hij was altijd het zonnetje, laat hem gensters spuwen

en daarna met rozen en al zijn bed in van ongebluste kalk.
.
.

Dichter van de maand

Peter Verhelst

.

Zondag in december dus opnieuw een gedicht van de dichter van deze maand de Vlaamse dichter Peter Verhelst (1962). Dit keer koos ik voor het gedicht ‘De dag dat we van de berg afdaalden’ uit de bundel ‘Zing zing’ uit 2016. Wie een uitgebreide analyse van dit gedicht wil lezen verwijs ik graag naar de website van Meander, onder de kop Meander klassiekers werd in 2018 een analyse van dit gedicht door Joost Dancet gepubliceerd https://meandermagazine.nl/2018/12/klassieker-226-peter-verhelst-de-dag-dat-we-van-de-berg-afdaalden/ .

.

De dag dat we van de berg afdaalden
_
We hoopten als na een lawine
helemaal opnieuw te beginnen.
_
We namen in onze voetstappen plaats – die leistenen
schoenen, kwarts, topaas, zirkoon.
We voelden vertrouwde kniepijn, raapten van de grond
wat we tijdens het klimmen hadden achtergelaten
of wat we ons niet langer herinnerden.
_
Bij de rivier brak het onzichtbare koor
zich in de stroming telkens weer in scherven.
_
De hele afdaling hadden we het gevoel
niet helemaal en tegelijk nooit eerder zo dicht te zijn gekomen.
Een kudde galoppeerde achter struiken en grassen,
okeren stofwolk, drijvende avondlucht.
_
We stampten onze voetstappen van ons af –
onyx, amethist, saffier.
_
Heel even dacht ik in de achteruitkijkspiegel te zien
hoe we op de achterbank – wang tegen de ruit
onszelf op de berg dachten te zien.
_
Glimlachend.
Nooit eerder
reden we zo traag van ons weg.

.

Dichter van de maand

Peter Verhelst

.

In de maand december zal ik elke zondag weer de dichter van de maand presenteren met een gedicht. Dichter van de maand december is de Vlaamse dichter Peter Verhelst. Peter Roger Arthur Marcel Verhelst (1962) is een Vlaams dichter, romancier en theatermaker.Verhelst is een gelauwerd dichter, zo ontving hij onder andere de Paul Snoekprijs, De Gedichtendagprijs, de Jan Campert-prijs, de Herman de Coninckprijs en de Ida Gerhardt Poëzieprijs voor zijn werk en werken.

Vandaag een gedicht van zijn hand uit de bundel ‘Wij totale vlam’ uit 2014 getiteld ‘Ik had je hier niet verwacht’.

.

Ik had je hier niet verwacht

.

Wil je even bij me zitten?

De wrijvende beweging van je vingers.

.

Ik heb nooit eerder aan iemand verteld hoe ik … toen ik klein was …

.

We zijn altijd op zoek geweest naar andere kleine dingen

die kleine dingen die pijn doen onschadelijk maken. het meest broze.

.

Je vingernagels glanzen alsof iemand ze in mijn mond heeft genomen.

.

We waren zo graag een bloem geweest,

een vliegtuigje, een reiger. Iets warms.

Alles zouden we proberen.

.

Net als je dacht te weten hoe iets te gebruiken, ging het stuk.

.

Koor

Peter Verhelst

.

In 1987 debuteerde de Vlaamse dichter Peter Verhelst (1962) met de bundel ‘Obsidiaan’. Dertig jaar later, inmiddels een belangrijk en gelauwerd dichter ( Verhelst ontving onder andere de Paul Snoekprijs, De Gedichtendagprijs, de Jan Campert-prijs, de Herman de Coninckprijs en de Ida Gerhardt Poëzieprijs) verschijnt in 2017 de bundel ‘Koor’ een bloemlezing uit zijn meest opzienbarende poëzie.

In de bundel ‘Koor’ is door de dichter zelf een keuze gemaakt uit eerder gepubliceerd werk aangevuld met ongepubliceerde gedichten. Om uit zoveel bijzondere en mooie gedichten een keuze te maken is zelfs voor mij een opgave maar uiteindelijk kies ik voor het (liefdes-) gedicht ‘Tegen het vergeten’. Ik kies hier bewust voor dit gedicht omdat het mooi aansluit bij een categorie die ik hier alweer een paar jaar geleden begonnen ben; (bijna) vergeten dichters. Ook die dichters waar we nooit meer wat van horen hebben vaak zulke mooie poëzie geschreven, reden waarom ik ze regelmatig weer terug haal. Bij een dichter als Peter Verhelst zal dit waarschijnlijk niet snel gebeuren. Daarom is de combinatie tussen zijn gedicht en deze categorie dichters een waardevolle.

Oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘Wij totale vlam’ uit 2014 ‘Tegen het vergeten’.

.

Tegen het vergeten

.

Niet hoe je was, hoe je op je ellenbogen achterover leunend, zo bleek was je,
hoe we keken – niet vergeten,
niet het zich zuchtend openvouwen – nooit vergeten,
niet hoe het had kunnen zijn, hoe we hadden willen zijn.
.
Wat van ons verloren is gegaan.
Wie van ons verloren ging.
Laten we ons elkaar zo herinneren
voor de herinneringen dingen met ons doen:
.
een dunne lijn rood, gloeiend in de avondlucht,
hoe we, op onze ellenbogen achterover leunend, naar elkaar keken,
een fonkeling in het wachten, een nauwelijks hoorbare zucht.
.
Wit
oplossend als suiker
in het vallende duister.
.
De echo van je zucht.
.
De echo van de echo van je zucht.

.

 

Wat ons had kunnen zijn

Poëzieweek 2018

.

De Poëzieweek van 2018 is alweer achter de rug. Een week boordevol aandacht voor de poëzie, wedstrijden, prijswinnaars, podia, voordrachten en artikelen over poëzie in vele verschillende media. Een week is al meer dan, alleen, een Gedichtendag maar nog steeds is alles wat met poëzie te maken heeft gepropt in die ene week. Ik pleit dan ook, nog steeds, voor een Maand van de poëzie. Zoals ze bijvoorbeeld in de Verenigde Staten kennen (The Poetry Month).

En natuurlijk is ook het Poëzieweekgeschenk weer weggegeven. Dit jaar was dit de bundelde van Peter Verhelst met de titel ‘Wat ons had kunnen zijn’.

Veel poëzieliefhebbers zullen in de poëzieweek een poëziebundel hebben aangeschaft, misschien wel om dit geschenk te verkrijgen. Twee voor de prijs van één.  Maar er zullen ongetwijfeld ook een hoop liefhebbers van de dichtkunst zijn die dit niet hebben gedaan. Die mensen zou ik willen zeggen, ga alsnog naar je boekhandel, koop daar een poëziebundel van je keuze (er is zoveel moois om uit te kiezen) en vraag de boekhandelaar alsnog om de bundel van Verhelst.

Om je alvast n de stemming te brengen (en alsnog over te halen) hier een gedicht uit de bundel.

.

Souffleur

.

Wat ons had kunnen zijn:

.

onder al ons roepen zwijgt de man

die hier niet was

over de vrouw die hij heeft gekend,

.

en roept onder al ons zwijgen de vrouw

die hier is geweest

met de man die ze nooit heeft ontmoet.

.

We zitten elk in een kamer uit te kijken

over de zee naar wat daar opduikt, zonlicht,

maar we weten niet wie we zijn,

nooit zien we wie uit het water komen

en zonder onze naam te kennen naar ons kijken.

Tot de branding wit wordt

en ze weer wegzwemmen.

.

Zo graag

.

had ik iedereen behoed voor het ergste, maar

het beste moest nog komen.

.

Zorro

Peter Verhelst

.

Van 25 januari tot en met 31 januari 2018 is het weer Poëzieweek in Nederland en Vlaanderen. Nog altijd geen poëziemaand helaas, ik blijf ervoor pleiten, een week is echt te kort. Maar terug naar de Poëzieweek in 2018. Regisseur van de Poëzieweek in 2018 is de Vlaamse dichter Peter Verhelst (1962). Natuurlijk ken ik het werk van Peter Verhelst maar ik zag tot mijn grote schik dat ik nog nooit een blogbericht vaan hem heb besteed. Shame on me. Peter Verhelst is namelijk misschien wel de meest gelauwerde dichter uit Vlaanderen. Hij won en kreeg voor zijn poëzie en poëziebundel zo ongeveer elke denkbare prijs die er is. Zijn werk is in veertien talen vertaald en hij schrijft niet alleen poëzie maar ook proza, theaterstukken en jeugdliteratuur (waar hij ook al verschillende keren prijzen voor heeft ontvangen).

Uit de 14 dichtbundels die hij heeft gepubliceerd heb ik uiteindelijk gekozen voor een gedicht dat misschien niet zo voor de hand ligt maar waar ik persoonlijk iets mee heb, niet zozeer met de inhoud (al is die zeker bijzonder) maar meer met de titel ‘Zorro’. ‘Zorro is het Spaanse woord voor Vos en onze kater (die helaas een paar jaar geleden is aangereden en overleden) heette zo.

Daarom uit de bundel ‘Vrede is eten met muziek’ uit 2005 het gedicht ‘Zorro’.

.

Zorro

.

Tussen Mexicaans gras hadden ze ons te pakken.

(Hun laarzen gewet.)

Ze hadden onze huidskleur niet en drongen
ons lichaam naar binnen. Trokken ons binnenstebuiten.
Lieten strepen na in de vorm van halve swastika’s.

Verder niks.

.

Bermtoeriste

Hester Knibbe

.

Na afgelopen dinsdag benoemd te zijn tot stadsdichter van Rotterdam was de koek nog niet op voor Hester Knibbe deze week. Woensdagavond werd in een drukbezochte Kunsthal bekend dat ze ook nog eens de VSB poëzieprijs heeft gewonnen met haar bundel ‘Archaïsch de dieren’. Genomineerden waren Piet Gerbrandy, Alfred Schaffer, Hester Knibbe, Peter Verhelst en Sasja Janssen.

Volgens de jury stelt Knibbe in haar bundel grote levensvragen op een “stevige, klankrijke en hedendaagse” manier, zonder dat ze “bezwijken onder hun eigen gewicht”. Zo gaat het bijvoorbeeld over de vraag waarom de mens op aarde is of over hoe we de doden kunnen herdenken. “Antwoorden zijn er niet te vinden in deze gedichten; de goden geven niet thuis”, aldus de jury van de VSB poëzieprijs.

Hester won met haar bundel een prijs van € 25.000,- en een glassculptuur.

Van haar hand een ouder gedicht uit 2009 verschenen in Het Liegend Konijn met als titel ‘Bermtoeriste’.

.

Bermtoeriste

Men houdt het oog steeds op de weg gericht
niet op de berm waarin ik ooit bij toeval werd
gedropt en nu verwijl als vreemde

deftigheid. Ik sta hier in een soort
verlatenheid en niemand in de weg, men
sjeest langs mij, ik word niet opgemerkt. Behalve

soms door iemand die zich niet fixeert op eigen
pad, mij plots gewaarwordt, afstapt, zich aandachtig
naar mij overbuigt, verrast betast en

concludeert: ach wat een zeldzaamheid, o
delicate kelk, dat je hier

zoiets ziet! Kijk, dan
verheug ik mij, verwelk ik niet voor niets

.

HK

Hester_Knibbe-Archaisch_de_dieren-KLEIN

 

Met dank aan gedichten.nl

 

%d bloggers liken dit: