Site-archief

Stemmen van Schrijvers

Dichters en muziek

.

Aan het eind van jaren vijftig begon het – toen nog – Letterkundig Museum samen met uitgeverij Querido aan de productie van een reeks grammofoonplaten met als titel ‘Stemmen van Schrijvers’. Het museum bestond toen nog niet zo lang, en was bezig om te onderzoeken waaruit precies de verantwoordelijkheid bestond. Er werd geïnventariseerd, verzameld, schrijvers werden uitgenodigd hun handschrift in te sturen – en er werd vastgelegd hoe schrijvers klonken. Het initiatief hiertoe kwam vanuit Querido. Het zijn keurige voordrachten, van een kleine veertig schrijvers en dichters, van Leo Vroman tot Sybren Polet, Gerrit Kouwenaar tot Hans Andreus en Anna Blaman tot Cees Nooteboom. Er was één uitgeverij die het idee overnam: De Bezige Bij, in samenwerking met Philips.

Het werd geen lange reeks want maar vier platen maakten Philips en De Bezige Bij, terwijl Querido en het Letterkundig Museum er twintig produceerden. Philips maakte nog wel wat singletjes met voorlezende dichters. Literaire werk aanvullen met muziek was echter bewerkelijk, en het zou in de jaren daarna ook niet zo veel meer gebeuren. De redenen daarvoor zijn eenvoudig, zo zijn de productiekosten voor een goede opname hoog, en er viel met de verkoop van voorlezende dichters onvoldoende te verdienen om de investering terug te verdienen. Bovendien bleek radio een geschikter medium voor de schrijver dan de grammofoonplaat.

Toch waren deze platen wel de voorlopers van de performances van dichters na hen. Zo werd Bert Schierbeek op zijn EP begeleid door Hans van Zutphen achter de piano en Ferdi Posthuma de Boer op drums. Hugo Claus werd zelfs ondersteund door het Trio Pim Jacobs. Ook bij hen werkte dat uitstekend, jazz past goed bij het werk van de experimentele dichters. Er was bij vlagen daadwerkelijk sprake van samenspel of een

Veel bekende dichters dus die meededen. Ik heb gekozen voor Hugo Claus (1929-2008) want de ongepolijste Hugo Claus en de gladde Pim Jacobs, ik zie het helemaal voor me. Het gedicht ‘ Visio tondalis’  werd door Hugo Claus en Erik Voermans op muziek gezet en hier kun je het gedicht lezen. Het gedicht verscheen in de bundel ‘ De geverfde ruiter’  uit 1961.

.

Visio tondalis

.

Uit het valeland naar de borstelige lucht duwt een engel
De verraste ziel bij de billen
In een ei van licht.

.

Een gehelmde zot met een slak op zijn kop
Schiet wortels in de modder.

.

Niet in de spiegel met de slang kijkt het wijf
Maar naar de krijger in zijn kot.

.

Kat en varken roosteren een oor,
Torens branden, hoor het krijsend koor!

.

Lust, een monnik met een pin in zijn pij van spijt,
Wordt in de takken vermaledijd.

.

Met vlerken van korenaren zoekt de vlinderrat
Naar aas en het aars van een duif.

.

Oker is de aarde en doorkrabd met sporen en hoornen.

.

Daar klimt in een geldbeugel een klerk
Met spaarzame knieën. Zweepdieren besmetten de kerk.

.

Gulzig eten wij hagedissen, padden eten aan ons,
De zonde is een donkere zon.
(Ik zoog haar binnen met de melk voor het gebed;
Verdrogend bij de enkels
Naderden buidelwijven mijn jankend bed.)

.

Een kleurloos gewoeker bijt aan het gebouw der rede,
Kennis roert en wroet aan het gebeente.

,

Halsstarrig blijven de torens en de kooien branden
In vlammen en vlooien.

.

Geen boot in het suizende water.

.

Opgeblazen door kerkmuis en uil
Zit een ketter gesperd op een mes
En schuift het klokhuis van zijn buik
Over het ongenadig lemmer, het kruis.

.

Eieren breken, keien krijgen een muil in het kruid.
Een kakkerlak graaft in een kist,
Een kater likt aan de galg, een kalf verdrinkt in het lis.

.

Iedereen in zee, niemand aan de kant,
Dit is mijn moederland.
Adem wordt wind, kwijl wordt slijk
En naar mijn voeten toe groei ik
Ritselend in ijzer en ijs.

.

 

Een kwiek sexfestijn

Johnny the Selfkicker

.

Soms heb je van die dagen dat je wel even een opkikkertje kan gebruiken. Voor mij werkt dan vaak het lezen van een gedicht of, nog beter, het kijken en luisteren naar een dichter die voordraagt. Een dichter die mij altijd een zetje de goede richting in duwt met zijn voordracht is Johnny van Doorn of Johnny the Selfkicker (1944 – 1991). Kijk maar eens op YOUtube naar zijn performances, die zijn van een geweldige kwaliteit.

Maar om te lezen zijn ze ook zeer te genieten, zoals het gedicht ‘Een kwiek sexfestijn’ uit de bundel ‘Droom vrijuit’ alle gedichten uit 2014.

.

Een kwiek sexfestijn

.

Achteraf bekeken heb

Ik het toch te

Bont gemaakt:

Van zo’n 50 (mijn

Huis instormende)

Handtekening-

Jaagsters heb ik

Er 12 van

Ontmaagd &

Op 4 ervan

Rugpuncties &

Hartinjekties

Verricht &

1 ervan

Vergiftigd

Met opdiumde

Rivaten & een

Stevige Spaanse

Vlieg, –

Na dit kwieke-

SexFestijn

Week ik mijn

Roofdgeschuurd

Geslachtsorgaan

Schoon onder de

Heetwaterstralen

Van een

Homofiel getint

Badgebouw,

Alwaar ik blind

Van Penisnijd

Met een haastig

Getrokken aard-

Appelmes een

Teelbal aan

Het lichaam

Van een sex-

Rivaal ontruk…

De terugslag

Komt zwaarder aan

Dan ik had ge-

Dacht:

Uitgeblust val ik

Neer op mijn

Doorgezakte

Legerstede &

Als mokers slaat

Een treiterende

Christelijke

Marsmuziek

Door mijn

Gefolterd

Brein &

Mijn darminven-

Taris raakt

Danig in

De war, –

Mijn dagelijkse

Portie gezuurde

Mosselen kots

Ik rap de

Dakgoot in &

Door een chro-

Nisch gebrek

Aan proteïnen

Is mijn potentie

Ondermijnd &

Geërgerd speel

Ik een spelletje

Russische Rou-

Lette:

Maar helaas

Zonder succes &

Dit bedroeft

Mij zeer

.

Ik ben mogelijk

Maud Vanhauwaert

.

De Vlaamse dichter Maud Vanhauwaert (1984) is schrijver en theatermaker. Ze behaalde een masterdiploma Taal-en Letterkunde aan de universiteit van Antwerpen en een masterdiploma Drama aan het Conservatorium van Antwerpen, waar ze nu zelf doceert. Voor haar poëziedebuut ‘Ik ben mogelijk’ (2011) kreeg ze de Vrouw Debuut Prijsvoor haar bundel ‘Wij zijn evenwijdig’ (2014) de Hughues C. Pernathprijs en de Publieksprijs van de Herman De Coninck- wedstrijd. In haar werk zoekt ze naar speelse theatrale vormen om poëzie publiek toegankelijk te maken. Met haar performances trad ze op, op radio en tv, in binnen en buitenland. In 2018-2019 is ze stadsdichter van Antwerpen.

Uit haar bundel ‘Ik ben mogelijk’ een gedicht zonder titel.

.

jonge mensen die zwijgen

slappe ballen onder een stijve

lage slingers bij een verjaardagsfeest

waar zijn de moeders

die vragen hoe het is geweest

.

in deze stad waarin ze met moeite de maand neertelt

het aangeraden gebak, zonnebrillen metallisch groen

van keverschilden, vraagt ze: ik ben alleen

.

en hoewel de lucht zalmroze

we vrijelijk kunnen spreken dus van luchtroze zalm

zeg ik domweg ja, de stad is steeds

.

en dan de putjes in haar lach

alsof in elke wang een nietje zat

.

Repeteergedicht

Ruisch

.

Vandaag stond ik voor mijn boekenkaast en viel me op dat ik toch eigenlijk best veel dichtbundels van Jules Deelder heb. In de jaren tachtig las en kocht ik veel werk van deze Rotterdamse grootheid. Vooral zijn humor, zijn archaïsch taalgebruik, de onderwerpen waarover hij schreef maar bovenal zijn performances spraken me zeer aan. Het was nieuw voor mij dat poëzie, waar ik eigenlijk nog maar net mee bezig was, ook zo gebracht kon worden. De bundel ‘Ruisch’ is een weerslag van wat zijn werk zo kenmerkt; aan de ene kant de bekende thema’s zoals de dood, de oorlog en de taal en aan de andere kant zijn (soms wel heel melige) humor. Toch zijn het de zaken die de rafelranden van de poëzie raken die ik interessant vind. In een recensie van deze bundel lees ik “.. een heerlijk boek voor wie van de rafelrandjes van het leven houdt, en van de poëzie van Deelder in het bijzonder”. Ik ben zo iemand en vandaar hier een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Repeteergedicht’ over de poëzie.

.

Repeteergedicht

.

Sommige gedichten dienen
elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Andere gedichten niet.

Wéér andere bleven beter
ongeschreven.
Dat zijn verreweg de meeste.

Maar sommige gedichten
dienen elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Tot het onlosmakelijk

met ons is verweven
en met de werkelijkheid
tot waarheid is verdicht.

.

Subway Etiquette

Poëzie om gedrag te veranderen

.

In 2013 werd een project uitgevoerd in de Subway (Metro) van Londen om, met gebruik van poëzie, het gedrag van mensen in de metro te versterken en te verbeteren. Transport For London lanceerde ‘Travel better London’ om het gedrag van de gebruikers van de metro te beïnvloeden. Er is zelfs al een term bedacht voor deze vorm van poëzie namelijk ‘Poetiquette’. Dit project werd gelanceerd in samenwerking met en vanaf National Poetry Day in Groot Brittannië.

Met behulp van een aantal dichters uit Londen werden pop-up performances verzorgd op de negen belangrijkste metro stations. In deze performances werden de (slechte) gewoontes van de metrogebruikers verwerkt die het reizen met de metro onaangenaam kunnen maken.
Daarnaast mochten metrogebruikers ook zelf gedichten plaatsen op de Tumblr site van de metro. De winnende gedichten werden als poster gebruikt in het vervolg van deze campagne.
.
tube1
tube2
tube3
tube4
tube5

Poëzie uit Estland

Indrek Mesikepp

.

Op http://www.wordswithoutborders.org/ kwam ik een mooi gedicht tegen van de Estlandse dichter Indrek Mesikepp (1970) in vertaling van de Noord Ierse Miriam McIlfatrick getiteld ‘I wish there was a god’.

Mesikepp is in Estland een bekend dichter, hij heeft 5 bundels gepubliceerd en hij ontving in 2004  the Estonian Cultural Endowment’s Award voor poëzie. Zijn werk is o.a. vertaald in het Russisch, Fins, Bulgaars en Zweeds en hij is naast dichter sinds 2000 editor van het literaire magazine ‘Looming’ en Rock DJ.

Miriam McIlfatrick woont sinds 1991 in Estland. Veel van haar tijd besteedt ze aan het vertalen van poëzie uit Estland voor performances over de hele wereld. Haar vertalingen verschenen in vele journals en magazines. Eigen werk verscheen in vertaling in Estland.

.

[ I wish there was a god] 

I wish there was a god
who would see to it
that we
who work in Finland as bus drivers
small-town hairdressers
overwrought nurses
rock band roadies
liquor store assistants
dressmakers and decorators
would never know
the persistence of power freaks
the attention of moneylenders
the support of legal experts
that we would be spared
the taunts of rich folks’ kids

that those
who are paid for their words
would never learn our names

that our private lives
and our private parts
would not be touched by the art lot
who would like to connect with us
collect ideas and experience
for their books
films and stage lives

I wish there was a god
who would preserve us
from interesting people
I wish there was the sort of god
who would preserve us from a god
we invent for ourselves
to protect us from all of them
and from selecting someone
from among ourselves
who would not let us become
religious fanatics or fascists
that he would give us peace
dull workday peace

there is no god of that sort

.

Mesikepp

Miriam

%d bloggers liken dit: