Site-archief

Aandacht voor poëzie

CPNB

.

Van 2013 tot en met 2020 werd de Poëzieweek (als opvolger van de Nationale Gedichtendag) medegeorganiseerd door de CPNB (de Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek). In die jaren was er een week lang (inter-)nationale aandacht voor poëzie in Nederland en België. De Poëzieweek was een uitbreiding ten aanzien van die ene gedichtendag en eigenlijk is een week per jaar extra aandacht voor poëzie natuurlijk nog karig, lees hierover mijn pleidooi op dit blog. Maar goed, de uitbreiding van een dag naar een week was een mooi initiatief. Tot in 2020 de CPNB besloot uit de organisatie van de Poëzieweek te stappen.

Het argument van de CPNB (wat ik op zichzelf wel begrijp) was dat er teveel losse aandacht was voor allerlei genres en niches (week van het kookboek, maand van het spannende boek, week van de geschiedenis, week van de filosofie e.d.) en men wilde zich meer op het propageren van het boek in het algemeen gaan toeleggen waarin dan aandacht zou zijn voor al die genres en niches. Dus geen week vol poëzie maar poëzie (lees: een gedicht) bij de verschillende momenten in het jaar.

Daar is best wat voor te zeggen al creëer je daarmee geen extra aandacht voor de poëzie, het wordt daarmee meer een bijgerechtje dan een hoofdgerecht. En wat vooral erg jammer is, is dat met het terugtrekken van de CPNB een belangrijke, landelijke organisatie zich uit de Poëzieweek terugtrok. Met alle gevolgen van dien. De Poëzieweek wordt nog steeds georganiseerd door een aantal welwillende enthousiaste organisaties uit Nederland en Vlaanderen maar een grote partij (uit Nederland) ontbreekt die het verschil kan maken.

Als je kijkt naar de website van de Poëzieweek 2022 en de activiteiten (dat kan niet meer maar dat heb ik gedaan toen het nog kon) bleek mij al dat bijna tweederde van alle activiteiten in Vlaanderen plaatsvond. En als je het persbericht over de Poëzieweek 2022 leest dan kun je niet anders concluderen dan dat de Vlamingen ons zijn voorbijgestreefd in hun aandacht voor poëzie tijdens deze week. En nogmaals, de Nederlandse organisaties die in de organisatie zitten van de Poëzieweek in Nederland doen wat ze kunnen binnen de beperkingen die ze financieel en qua bezetting hebben. Maar zoals het was toen de CPNB erbij betrokken was zal het niet meer gaan worden vrees ik.

Wanneer ik dan de terugblik lees van de CPNB waarin in ronkende taal gesproken wordt van het bereiken van een groter en diverser publiek heb ik daar toch echt mijn vraagtekens bij. Zeker als je het afzet tegen het bereik tijdens de Poëzieweken toen de CPNB nog partner was. En hoe fraai de gedichten ook zijn die ze het afgelopen jaar hebben laten printen op briefkaarten en op posters mis ik een sterke landelijke partner tijdens de Poëzieweek, een partner die de Vlamingen hebben in het Poëziecentrum. Ik hoop dat de Poëzieweek nog een lang leven beschoren is en dat de aandacht voor poëzie in Nederland ook echte aandacht is, waar je niet onder uit kan.

Voor iedereen die de losse aandacht van de CPNB bij bestaande campagnes gemist heeft hier een mooi voorbeeld van dichter Abdelkader Benali met het gedicht ‘El Viajero zegt: Nee!’ een gedicht bij Wereldvluchtelingendag 2022.

.

Zeer zeker mijn geliefde

Dichters van morgen

.

Toen ik begin jaren ’80 mijn opleiding volgde aan de P.A. Tiele Academie in Den Haag, was een van mijn docenten (Nederlandse Letterkunde) Han Foppe (1939). Hij was toen onder andere actief in de jury van de prijzen van de Jan Campert-Stichting (1980 – 1997). Ik herinner me dat wij als studenten werden uitgenodigd om bij de uitreiking te zijn in het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek. Han Foppe was een man met een groot hart voor de Nederlandse Literatuur. Door hem en zijn enthousiasmerende manier van lesgeven ben ik ‘Bougainville’ van F. Springer (prachtig boek) en ‘Mijn naam is Garrigue’ van Henk Romijn Meijer gaan lezen.

Wat schetst mijn verbazing (en toch ook weer niet helemaal) toen ik zijn naam tegen kwam in de (gedigitaliseerde) bundel ‘Dichters van morgen’ van Ad den Besten. Een bloemlezing uit de poëzie van jonge dichters uit 1958 op https://www.dbnl.org/tekst/best004dich01_01/best004dich01_01.pdf . Han Foppe (toen 19 jaar en leerling van een Kweekschool) had meegedaan aan de Windroos-poëzieprijsvraag 1957 en had het geschopt tot (1 van de drie) eervolle vermelding(en), dit naast de drie prijswinnaars (waarvan ik geen enkele naam ken).

Ad den Besten schrijft in het voorwoord dat veel gedichten en manuscripten hem als uitgever werden toegestuurd maar dat hij evenzovele moest terug sturen. Hij merkt ook op dat “de meeste uitgevers zagen kennelijk meer heil in – begrijpelijkerwijs- het werk van bepaalde ‘arrivé’s’ of – onbegrijpelijkerwijs- de produkten van allerlei nulliteiten”. In die zin is is er eigenlijk weinig veranderd sinds de jaren ’50 (behalve dan dat het in eigen beheer uitgeven van een dichtbundel tegenwoordig zoveel makkelijker en professioneler kan worden gedaan). Tegelijkertijd schrijft hij elders in zijn voorwoord:  De kans is groot dat van verschillende van deze ‘dichters van morgen’ morgen geen sterveling meer een gedicht zal vinden” en “In die zin moet de titel Dichters van morgen dan ook worden verstaan: ik heb in deze bundel plaats geboden aan een 59-tal vaak héél jonge auteurs-evenveel als er in de laatste druk van Stroomgebied staan! -, dichters wier verzen m.i. een belofte inhouden voor morgen, dichters die ik, de een meer, de ander minder, in toekomstperspektief kan zien.”

Verreweg het grootste deel van in deze bundel bijeengebrachte gedichten, kwamen tot de uitgever ( De Windroos) na een oproep tot deelname aan de Windroos-poëzieprijsvraag 1957, waaraan alleen dichters die op 1 januari 1958 nog geen 35 jaar waren. Han Foppe was dus één van die deelnemende dichters. Het gedicht dat een eervolle vermelding kreeg ‘Zeer zeker mijn geliefde’ kun je hieronder lezen.

.

Zeer zeker mijn geliefde

.

zeer zeker
mijn geliefde is
van zuiver hout
van notenhout uit spanje
en zij is
van een donzige grassoort
waarop het heerlijk
is te liggen
en van een soort
die men nergens meer vindt
jawel mijn geliefde
zij is geboren
uit een berkeboom
en haar vader was gras
en haar nichten zijn
van een water
waarvan men slechts kan dromen
en dan haar broeders
die grote tijgers zijn
en o mijn geliefde
haar zonen
zij moeten welhaast
de grote vogels zijn
waarvan de schetsen
nu reeds
in ons voorhoofd
zijn gegrift
en haar dochters
o haar dochters
wellicht zijn het tijgers
van gras
zijn het tijgers
van louter wilgenhout
o haar dochters
die zeer zeker
van zuiver stem
zullen zijn

.

Optreden en voordrachten

Festival Dichter bij de Bar

.

Op zaterdag 15 en zondag 16 maart vindt in Delft het festival plaats met een keur aan dichters en muzikanten.  Meer dan 40 verschillende deelnemers zetten dit weekend Delft op zijn kop. Of zoals de organisatie, stichting Verzet de Zinnen, het beschrijft:

Op 15 & 16 maart zal Delft veranderen in een groot podium voor dichters, singer-songwriters, prozaïsten en rappers. Een keur aan artiesten speelt in winkels, café’s en op straat. Meer dan 40 artiesten treden op waar nodig…
De centrale festivallocaties zijn: Kadmium Delft, Plan B Delft, van alles en nog iets en NO13. Hier zijn tijdens het gehele festival de programmaboekjes te verkrijgen en hier treden de artiesten ook allemaal wat langer op.
Het mooie van dit festival is dat jij als publiek niet hoeft te verhuizen, de artiesten komen naar jou toe!

Ook ik zal hier aanwezig zijn en mijn poëzie voordragen. Behalve op de twee dagen zelf in de stad heb ik een vaste tijd op zaterdag (in Kadmium, Koornmarkt 48f om 17.20 uur) en op zondag ( in Plan B, Boterbrug 9-15 om 15.20 uur). In Kadmium zullen ook mijn gedichtenbundels te koop zijn tegen een zeer aantrekkelijke festivalprijs.

Dus hou je van poëzie, van de festivalsfeer en van veel verschillende optredens? Kom dan naar Delft dit weekend en laat je verrassen!

.

Kijk voor het volledige programma en de plaatsen waar het allemaal plaats vindt op https://www.facebook.com/events/671792132862146/?fref=ts

Bar

%d bloggers liken dit: