Site-archief

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Bekendmaking thema

.

Zoals al aangekondigd werd op dit blog zal er in 2020 weer een Gedichtenwedstrijd worden georganiseerd door de stichting Ongehoord!  Het bestuur van Ongehoord! heeft besloten dat het thema van dit jaar een (kort) gedicht van de, ons pas geleden ontvallen, Rotterdamse dichter Jules Deelder zal zijn.

Het thema van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is: De omgeving van de mens is de medemens

Binnenkort zal op de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com bekend worden gemaakt wat de voorwaarden zijn van deelname aan de wedstrijd, de prijzen, waar en hoe je gedicht in te zenden en nog meer informatie.

Om je vast al wat inspiratie te geven hier een gedicht van Robert Anker uit de bundel ‘Nieuwe veters’ verzamelde gedichten 1979 – 2006 uit het jaar 2008.

.

In het chroom

.

Kijk, daar staat ze, levensgroot.

Ze heeft haar hand in haar broek.

Ze steekt haar tong tussen haar lippen.

Hoe ze omkijkt in het straatbeeld dat je zoekt.

.

Je loopt het restaurant in waar ze zit.

Je loopt de palmen in, de spiegels en het chroom.

Ze rookt, ze kijkt verrast als ze je ziet.

.

Je doet een stap terug van de bel

en kijkt omhoog. Regen, asfalt.

.

Foto: FreeImages.com

Ongehoord! poëziewedstrijd 2020

Nieuwe editie

.

Stichting Ongehoord! komt terug. Na in 2019 alleen een (zeer succesvol) podium te hebben georganiseerd in de Jacobustuin zal er in 2020 opnieuw een poëzie- of gedichtenwedstrijd worden georganiseerd. De Ongehoord! poëziewedstrijd beleefde haar eerste editie in 2012 en beleefde haar voorlopig laatste editie in 2017. Door allerlei ontwikkelingen en bestuurswisselingen lag deze wedstrijd in 2018 en 2019 stil.

Maar er is dus goed nieuws! Volgend jaar is er opnieuw de mogelijkheid om het felbegeerde beeldje (de eerste prijs van deze wedstrijd) te bemachtigen door mee te doen. De voorwaarden en het thema zullen medio januari (rond de Dag van de poëzie) worden bekend gemaakt op de website van stichting Ongehoord! en op dit blog.

Prijswinnaars van deze wedstrijd zijn:

2012: Hervé Deleu

2013: Anneke Wasscher

2014: Alja Spaan

2015: Gerard Scharn

2016: Hein van der Schoot

2017: Gijs Smit

.

Wil jij je naam aan dit rijtje toevoegen hou dan de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com en/of dit blog in de gaten. Uiteraard zullen we bij de start van deze wedstrijd de publiciteit zoeken en er volop ruchtbaarheid aan geven. Om je alvast een beetje in de sfeer te brengen heb ik een gedicht van de eerste (Vlaamse) winnaar van deze wedstrijd uitgekozen. Het is niet het gedicht waarmee Hervé in 2012 won, dat kun je hier lezen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/11/12/verslag-van-een-prijsuitreiking/ maar een gedicht uit zijn in 2013 verschenen bundel ‘De geur van de maan’ getiteld ‘Tango’.

.

Tango

.

Ze strijkt gracieus haar haren strak,

glimmend veld in ravenzwart,

siddert als een espenblad

wanneer haar kleed haar lijf omvat.

.

Ijdel glijdt z’haar schoenen in,

de hak als fallus opgericht,

staccato stampt ze putten in

’t parket dat kraakt als een gedicht.

.

Hij leidt haar dwingend in het rond,

zij is het vuur, hij is de lont,

hun lijnen smelten tot één romp

die wentelt tot de passie komt.

.

Hun blikken haken elkaar vast,

’t begeren in haar schoot gevat,

door ’t overrijpe breekt de bast,

zij wordt een vrucht in eigen nat.

.

Synchroon bewegen ze hun lijf,

uit elke vezel druipt het geil,

de tango geeft hen lust en pijn

tot ’t eind hen rukt

uit hun verzadigd zijn…

.

Papieren veulens

Hanneke van Eijken

.

Op 24 juni trad dichter Hanneke van Eijken op bij het podium van de stichting Ongehoord! in café Faas in Rotterdam tijdens Route du Nord. Hanneke was toen nog een onbekende en niet gepubliceerde dichter (geen bundel) maar ik herinner me van dat optreden dat ze veel indruk maakte. Haar poëzie was somber maar, zoals ik schreef in het verslag van die middag, ze wist haar publiek er van te overtuigen dat ze zelf een heel opgeruimd karakter had.

In 2012 verscheen haar debuutbundel en deze werd gelijk bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2015, en genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs 2014. Ingmar Heytze schreef in het Algemeen Dagblad het volgende over deze bundel: “Het is poëzie waar je als lezer zowel met je hoofd als je hart goed bij kunt, zonder dat je het gevoel krijgt dat er iets van het mysterie van de taal en de wereld verloren gaat. De dichter Herman de Coninck schreef ooit dat hij de poëzie zou willen populariseren zonder haar ingewikkeldheid op te geven. Dat is precies wat Hanneke van Eijken doet.”

Uit haar debuutbundel koos ik het gedicht ‘Waar we krabben vingen’.

.

Waar we krabben vingen

.

In dit dorp woont een handvol meisjes

op hoge benen

staan ze aan de haven, standvastig

staren ze over de kustlijn

.

meisjes met een zeemanshart

weten zich niet te kleden

ze hijsen zich in grote hemden

ze wapperen

als vlaggen op de dijk

hun blanke kinnen glimmen

.

ze vangen krabben

met wollen draadjes

ze zwemmen je hoofd in, ankeren

in de bodem van je schedel

ze varen zelden uit

.

Anadroom

Rosalie Hirs

.

Toen ik hoorde dat het televisieprogramma ‘Man bijt hond’ weer terug komt op de televisie (bij SBS 6) en wel met dezelfde bekende stem van Michael Abspoel, moest ik terug denken aan een prachtige middag in de Jacobustuin in Rotterdam, aan het Zomerpodium van Ongehoord! van 2014. Michael Abspoel en dichter Peter WJ Brouwer, die een programma over Jacques Brel verzorgden.

Maar ik moest ook aan het gedicht van Rozalie Hirs denken getiteld ‘Man bites dog” uit haar bundel ‘Locus’ uit 1998. Omdat ik dit gedicht al eerder plaatste https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/07/12/man-bijt-hond/ heb ik dit keer voor een ander gedicht van haar hand gekozen te weten het gedicht ‘Anadroom’.

.

Anadroom

.

Ongeacht het geslacht van de vis,

draagt de vis het mysterie van een inwendig

[voortplantingsorgaan.

Een kut zogezegd.

.

Waar is het paaibed?

In de spiegel van de gade,

in koele omhelzing van glibberige schubben –

het goed valt op de grond.

Zaad is melkstof –

kroon op drilmassa.

En het vleesgeworden kind

is vis – met gevulde kuilen

in ondiep water is de doodsangst van de school

tijdelijk uitgeschakeld.

,

 

 

Onze Chinese buurman werd vroeger Ching-Kong-Presley genoemd

Daniël Dee

.

Op zondag 7 juli droeg hij gloedvol voor op het Zomerpdoium van Ongehoord! in de Jacobustuin,  uit zijn nieuwe bundel ‘Onze Chinese buurman werd vroeger Ching-Kong-Presley genoemd’ en vandaag wil ik hier een gedicht uit delen. De titel van deze bundel (het is een mondvol dat geef ik toe maar ja daar heb ik nu eenmaal voor gekozen) komt van zijn dochter. De dochter van Daniël is volop bezig met stickerboeken met teksten en daar is het idee uit geboren om een dichtbundel uit te geven zonder titel. Dat is te zeggen, je mag zelf de titel kiezen.

Ik had natuurlijk voor ‘Weekdier’ of ‘Zoveel te doen’ kunnen kiezen of voor een wat zakelijker titel als ‘Alinea uit de notulen van de dertiende bijeenkomst van het geheime genootschap van coïtofoben’ maar ik weet niet wat Coïtofoben zijn dus is het de Chinese buurman geworden. Interessant is natuurlijk te onderzoeken welke titels er zoal gekozen zijn, welke favoriet zijn en welke echt nooit gekozen worden. Misschien dat Daniël Dee daar eens een klein onderzoekje naar kan starten.

Hoe dan ook, de bundel bevat weer veel te genieten. De ‘stem’ van Daniël Dee klinkt niet alleen door in de titels van de gedichten maar zeer zeker ook in de inhoud en de vorm van de gedichten. Absurdistisch, humoristisch droog, persoonlijk, met zelfspot, direct, Rotterdams zou ik zeggen. Opnieuw een bundel van zijn hand die ik met veel plezier aan het lezen ben.

En de stickers voorin van de titels die ik niet gekozen heb? Misschien geef ik die aan iemand met een stickerboek, of plak ik ze op bundels waarvan ik de titel minder spannend vind. Nu hier het titelgedicht van (mijn) de bundel.

.

onze chinese buurman werd vroeger ching-kong-presley genoemd

omdat hij een vetkuif had en elvis adoreerde

.

nu zou dat niet meer kunnen

nu zou dat racisme heten

.

iedereen had een bijnaam bij ons in de buurt

.

onze buurman had een struise vrouw

ze was heel blond heel groot en heel dik

.

mijn vader noemde haar een aangespoelde potvis

.

het was een publiek geheim

dat hij van haar hield om de kinky seks

.

ik wist nog niet eens wat normale seks was

.

elke ochtend voor hij op zijn zündapp naar de fabriek croste

nam hij een neut en na zijn werk ging hij verder met drinken

.

kwade tongen beweren dat hij aan de lopende band dronk

.

op een dag was de struise buurvrouw ineens zwanger

niet veel later was ze vertrokken

.

daarna ging het niet meer met ching-kong-presley

zijn vetkuif dunde uit en soms hoorde ik hem schreeuwen in de nacht

.

en toen werden we europees kampioen

.

 

Nieuwsgierig? Kom gewoon langs!

Zomerpodium Ongehoord!

.

Vandaag in de Jacobustuin in Rotterdam (op 5 minuten lopen van het centraal station) in de Jacobusstraat, het Zomerpodium van Ongehoord!. En waarom je daar naartoe zou moeten komen? Elf redenen waarom je het toch zou moeten doen:

1.Dirk Kroon, 2. Evy van Eynde, 3. Daniël Dee, 4. Karin van Kalmthout, 5. Alex Gentjens, 6. Anna Borodikhina, 7. Frans Terken, 8. Emma Beukelman, 9. De mooiste (binnen)stadstuin van Rotterdam en 10. Drankjes, (gratis) hapjes, mooi weer en fijne mensen, 11. Open podium!

Vanaf 12.00 uur is de tuin geopend en vanaf 13.00 uur zal het programma beginnen. Wil je (maximaal) drie gedichten voordragen op het Open Podium geef dit dan aan (van te voren of in de pauze) bij de presentator Maiko. Toegang is uiteraard gratis.

Kom dus genieten van Rotterdamse poëzie, Vlaamse poëzie, prachtige dichters, en de mooie muziek van Emma. Om je alvast een klein stukje op weg te helpen hier een gedicht van de Vlaamse Evy van Eynde die je zal betoveren met haar prachtige performance. 

.

Infinitief

.

In een droom sprak je
(altijd alleen in dromen)
zonder wrok (ik stond op 
het punt je te stropen, in je
te kruipen, je vel binnenstebuiten, 
je honderdduizend snikkels geprikt
in de buisjes van mijn koortsige bloed
naar het oppervlak van mijn huid)

Ben je vergeten
dat ik steeds al vol leegte
dat we oneindig mogelijk
buitensporig en wankel

dat mijn bast barst
van sappen, meanderend
in en uit elkaar, in die marge
van het bestaan waar wij

ons onbegrensd

vieren

.

Ondergronds advies

Karin van Kalmthout

.

De van Brabantse afkomst maar in Rotterdam woonachtige dichter en freelance docent creatief schrijven, Karin van Kalmthout (1984) schrijft al vanaf jonge leeftijd poëzie, maar pas in Rotterdam vond die stille liefde voor het woord een weg naar buiten. Karin geeft al sinds 2005 schrijfworkshops voor o.a. SKVR, Poetry International en Huis van Gedichten en legt zich toe op het geven van het vak Nederlands aan de Horecavakschool. Ze draagt haar poëzie bij poëzie- of spoken word-podia als Woorden Worden Zinnen, Frontaal, Spraakuhloos, Het Lezersfeest en op 7 juli 2019 in de Jacobustuin op het Zomerpodium van Ongehoord!. Voorlopige hoogtepunten zijn haar deelname aan de Poëziebus 2018 en de organisatie van de eerste editie van Woordcomplot begin 2019.

Haar poëzie is vaak een beetje dromerig en rebels tegelijk, maar altijd zacht en vol liefde. De poëzie kenmerkt zich doordat zij gebruik maakt van veel notities tijdens het kijken en luisteren naar andere dichters en performers. Andere inspiratiebronnen zijn jazz en latinmuziek (met name van Kaapverdische oorsprong), spiritualiteit en de kracht van de vrouw die ze uit feminisme weet te halen. Maar ook haar ervaringen tijdens de reizen die ze maakte en de ontmoetingen die ze tijdens die reizen had.

Op haar website http://karinvankalmthout.nl  vind je naast gedichten alle informatie over Karin.

/.

Ondergronds advies

.

Twijfel niet

Niet aan jezelf, Niet aan de stad

Reis eerst naar het hart

Vanuit daar ken je overal komen

Neem je wortelbagage mee

Anders val je om bij het

Eerste wisselen van de rails

Vraag gerust waar je moet zijn

Macaroniplein, daar zijn we

allemaal wel eens geweest

Kies je eigen kleur

Maar verander als het moet

Hecht je niet aan de eerste die instapt

Uitstappen kunnen ze hier goed

Wees niet bang om te verdwalen

Uiteindelijk wordt alles één

Geniet van de reis aan de onderzijde

van deze ongeslepen stad

.

Minnezinne in moerstaal

Delia Bremer & Ria Westerhuis

.

Ik ken het dartele poëzieduo Delia en Ria al sinds een optreden bij Reuring in 2013. Daarna droegen ze voor bij Ongehoord!, zagen we elkaar regelmatig op poëziepodia zoals bij de Poëziebustoer en een festival in hun thuisregio. Toen ik hoorde van hun initiatief om hun succesbundel ‘Minnezinne’, (erotische) poëzie in de Drentse taal, een meer landelijk vervolg te geven heb ik dit meteen aan Evy van Eynde doorgegeven van wie ik toen een bundel ‘Zal ik liefde noemen’ aan het uitgeven was via MUG books. Zij reageerde en staat nu als één van de 49 dichters in deze fraaie bundel. In ‘Minnezinne in Moerstaal’ staan gedichten in vele dialecten en talen, van Utregs, Limburgs, Drents tot plat Haags, Achterhoeks, Deventers ( ik wist niet dat daar ook een eigen dialect gesproken werd), Vlaams, Suid-Afrikaans en Schleswig-Holsteins.

Een bonte verzameling van gedichten waar je soms wat meer en soms wat minder je best voor moet doen om ze te kunnen begrijpen. De bundel is netjes uitgegeven door Ter Verpoozing in Peize en bevat twee foto’s die vreemd genoeg hetzelfde zijn. De verbindende schakel tussen de gedichten (behalve dat ze in de eigen taal zijn geschreven) is de liefde, de liefde voor taal en lijf. In die zin blijven Delia en Ria dichtbij hun originele bundel.

Ik heb de bundel met heel veel plezier gelezen. Wat een rijkdom biedt onze taal als je oog hebt voor de verschillen. Het was niet eenvoudig om een keuze te maken. Uiteindelijk heb ik gekozen voor het gedicht ‘Zomerfeest’ van Henk Jalvingh in het Zuidwest-Drents (ja de verschillen zijn groot, zelfs in een provincie als Drenthe). Voor taalliefhebbers die een beetje ondeugende poëzie kunnen waarderen is deze bundel een feest. Maar ook voor taalliefhebbers hebben Delia en Ria iets moois neergezet, waarvoor dank.

.

Zomerfeest

.

Was ’t de wien,

De breuierige nacht,

Wij hadden nargens over nao edacht,

En vertrukken ongezien.

.

Mooi was ze,

En lustvol.

Gien idee hoe dit uutpakken zol.

Maor ze was mij al bij de ritse.

.

Ongeremd,

Stroomden oenze hormonen.

Zoenen, likken, betasten en komen.

Gien meinse die wat vernemt.

.

Waor waaj?

Wij waren oe kwiet!

Dat is waor ’t de volgende morgen over giet.

Ik glundere, en geef ’t gesprek een andere draai.

.

Banaliteit van de liefde

Peter Goossens

.

Al enige tijd ligt de nieuwste bundel van de Vlaamse dichter Peter Goossens getiteld ‘Banaliteit van de liefde’ bovenop mijn stapeltje van nog te lezen dichtbundels. Afgelopen week had ik wat tijd om het te lezen en na ‘Als’ uit 2017 dat ook al de liefde al thema had (driehoeksverhouding) nu een bundel over de liefde in algemene zin. De achterflap vermeldt dat het hier empathische poëzie betreft en als men hier mee bedoeld dat de dichter zich weet in te leven in het leven en de gevoelens van de ander dan klopt dat denk ik wel, al had ik hier en daar het gevoel dat ik meer las over de dichter zelf dan over ‘de ander’. In het ene gedicht is de verteller heel duidelijk aanwezig (Schuinsmarcheerders) in een ander gedicht richt hij zich letterlijk tot de ander (De eeuwige minnaar) maar in alle gedichten gaat het over de relatie van de ene mens tot de andere en is de liefde in al haar facetten het thema.

In zes hoofdstukjes (totaal 28 gedichten) zijn de vaak wat langere gedichten ingedeeld. Vaak zijn het de minder aangename kanten van de liefde die Peter beschrijft (verlaten zijn, ontrouw, onvermogen lief te hebben) maar de inhoud is als steeds bij Peter interessant en nieuwsgierig makend. Soms is een gedicht vertederend en dan ineens heel recht voor zijn raap. Peter gebruikt grote woorden in zijn poëzie waardoor ik soms moeite heb met de geloofwaardigheid maar ik herinner mij dat ook in zijn eerdere werk dit het geval was en dat, tijdens een voordracht (hij stond eind december op het podium van Ongehoord!) dat (kleine) bezwaar helemaal wegvalt.

Ik heb voor het gedicht ‘Het klinkt als klatergoud in vallend water’ gekozen, juist omdat de titel en de inhoud van dit gedicht op gespannen voet lijken te staan. En omdat het in het begin een ongemakkelijk gevoel teweeg brengt (#metoo?) totdat je verder leest.

.

Het klinkt als klatergoud in vallend water

.

Ik weet nog de eerste klets op je billen,

wat een nieuwe ervaring.

Hoe je dan een prooi werd.

.

MIJN PROOI

.

Ik weet nog hoe mij lippen zich krulden,

hoe ik geduldig wachtte

voor de tweede klets

.

KLETS

.

Ik weet nog hoe je lichaam zich kromde

en een lange zuchtige kreun zich tussen je lippen ontsnapte.

Hoe je billen zich aan mij toonden

en je met iets meer ongeduld wachtte,

.

KLETS

.

Het is koud waar ik niet ben

Een recensie

.

De dichter Jelmer Esmyn van Lenteren, die ik leerde kennen toen hij op mijn verzoek voor kwam dragen in het park achter het theater in Maassluis, was ik enige tijd uit het oog verloren ( No pun intended) maar nu is hij weer helemaal aanwezig met voordrachten in den lande en een nieuwe bundel. ‘Het is koud waar ik niet ben’ is uitgegeven door uitgeverij Proces Verbaal in een nette zwart/wit uitgave.

De bundel begint met een gedicht van mijn favoriete dichter Herman de Coninck die meteen al iets van de inhoud weggeeft, over een verlies, een vrouw die iemand verlaat en daarnaast een aantal woorden als: ogen en keek. Voor wie Jelmer een beetje kent weet dat hij heel slecht zicht heeft en ( volgens de achterflap) bijna blind is.

Op de achterflap van deze, overigens nette, uitgave van uitgeverij Proces Verbaal staat te lezen: “Soms neurotisch, dan weer psychotisch, bewandelt van Lenteren de grens tussen alles wat het leven in de weg staat en het leven zelf”. Deze omschrijving doet deze bundel recht. Voor wie in deze zinnen een obstakel ziet voor het lezen van de poëzie van van Lenteren, geldt slechts een advies; niet doen. Want de poëzie van Jelmer is niet eenvoudig niet voor de lezer van rijmen en verzen die handelen over alledaagse zaken, de liefde in romantische vorm of van poëzie met een kop en een kont.

Dit is poëzie voor de wat meer getrainde lezer die uit de vaak complexe lange zinnen de schoonheid kan halen die er wel degelijk in verborgen zit. Dit is nuchtere proza poëzie of poëtisch proza, verhalen in strofen, soms staccato opgeschreven dan weer in lange in elkaar vloeiende zinnen die tezamen een web vormen waarin de essentie van het gedicht verborgen ligt. Hierin herken je onder andere het neurotische en psychotische van de achterflap volgens mij.

Uit ‘De lineaal’.

“De cursus voor gevorderden begint. Wie dat weet, is aanwezig. Wat ontbreekt: present. Weerstand buiten spel gezet, comfortzones thuisgelaten. Naambordjes zijn overbodig; wie zichzelf kent / heeft een witregel dat te bewijzen. Vrij gegeven: informatie kan vertrouwelijk blijven.”

 

De taal van Jelmer is hoekig maar leesbaar, ongebruikelijk en vol observaties. Maar altijd is Jelmer de alwetende dichter van vele zinnen die klinken als onversneden waarheden.

 

’De tijd kan grofweg worden opgedeeld in wandelen, wikken en wegen over al dan niet  van het begane pad te gaan’ (uit ‘Gang’)

‘Lage tonen, takken van bomen, bloeddruk zijn respectievelijk veelal onmisbaar, doorgaans lastig, ongevaarlijk’ (uit Het systeem’)

’Kanaliseren dient in goede banen te worden geleid, weerstand is onwenselijk’ ( uit: De lineaal)

’Kleding maakt de man, de vrouw die kleding, het hok de gedachte wetten de overtreding. Kijk niet uit naar wat je wenst; het heelal is eindig en toch onbegrensd’ ( uit: Hoe verder men keek’)

 

De bundel bestaat uit drie hoofdstukken: Limbo, de hel en de hemel. Ik heb gezocht of ik in de gedichten een verband kon vinden met de namen van de hoofdstukken maar dit is me (nog) niet gelukt. Dit is poëzie die niet eenvoudig is maar die beklijft, die ik steeds weer opnieuw erbij pak om me te verbazen over hoe Jelmer met de taal speelt, hoe hij zijn zinnen aan elkaar rijgt. De bundel eindigt met het gedicht ‘Dankwoord’. Ik wil Jelmer en uitgeverij Proces Verbaal bedanken voor ‘Het is koud waar ik niet ben’ een aanwinst in vele opzichten.

.

Dankwoord

.

Dit is het gedicht dat ik zonder jou nooit had geschreven.

Het wil jou bedanken voor toen je mijn ergernis omzette

in een geschenk. Je deed het me zonder in te pakken

met woorden en praktisch slechts overdrachtelijk cadeau.

.

Ik koester het nu wel zo. Je zei wel dat je wilde

dat je net als ik altijd woorden klaar had. We spraken

over het verschil tussen introvert, extravert, onze definities.

.

Net in het gesprek waarin jij mij hebt gered

hadden we een discussie. Voor het eerst

sinds wat normaal niks is op een mensenleven

een tijd waarin je me het menselijkste van mij

.

hebt laten zien. Aan mezelf. Aan jou. Aan zovelen.

We hadden meer voor het eerst, de tweede, derde keer.

.

Veel meer ook niet. Toch: het verstilde me. Ik zweeg, zweette.

Wist niets. Was wat jij aan mij zei te benijden verloren:

woorden. En jij deed wat niemand eerder deed

zonder me ermee te vermoeien, zei dat ik er allicht

.

een gedicht aan kon wijden. Je hebt me geleerd

dat een simpel advies moeiteloos kan boeien.

.

%d bloggers liken dit: