Site-archief

Banaliteit van de liefde

Peter Goossens

.

Al enige tijd ligt de nieuwste bundel van de Vlaamse dichter Peter Goossens getiteld ‘Banaliteit van de liefde’ bovenop mijn stapeltje van nog te lezen dichtbundels. Afgelopen week had ik wat tijd om het te lezen en na ‘Als’ uit 2017 dat ook al de liefde al thema had (driehoeksverhouding) nu een bundel over de liefde in algemene zin. De achterflap vermeldt dat het hier empathische poëzie betreft en als men hier mee bedoeld dat de dichter zich weet in te leven in het leven en de gevoelens van de ander dan klopt dat denk ik wel, al had ik hier en daar het gevoel dat ik meer las over de dichter zelf dan over ‘de ander’. In het ene gedicht is de verteller heel duidelijk aanwezig (Schuinsmarcheerders) in een ander gedicht richt hij zich letterlijk tot de ander (De eeuwige minnaar) maar in alle gedichten gaat het over de relatie van de ene mens tot de andere en is de liefde in al haar facetten het thema.

In zes hoofdstukjes (totaal 28 gedichten) zijn de vaak wat langere gedichten ingedeeld. Vaak zijn het de minder aangename kanten van de liefde die Peter beschrijft (verlaten zijn, ontrouw, onvermogen lief te hebben) maar de inhoud is als steeds bij Peter interessant en nieuwsgierig makend. Soms is een gedicht vertederend en dan ineens heel recht voor zijn raap. Peter gebruikt grote woorden in zijn poëzie waardoor ik soms moeite heb met de geloofwaardigheid maar ik herinner mij dat ook in zijn eerdere werk dit het geval was en dat, tijdens een voordracht (hij stond eind december op het podium van Ongehoord!) dat (kleine) bezwaar helemaal wegvalt.

Ik heb voor het gedicht ‘Het klinkt als klatergoud in vallend water’ gekozen, juist omdat de titel en de inhoud van dit gedicht op gespannen voet lijken te staan. En omdat het in het begin een ongemakkelijk gevoel teweeg brengt (#metoo?) totdat je verder leest.

.

Het klinkt als klatergoud in vallend water

.

Ik weet nog de eerste klets op je billen,

wat een nieuwe ervaring.

Hoe je dan een prooi werd.

.

MIJN PROOI

.

Ik weet nog hoe mij lippen zich krulden,

hoe ik geduldig wachtte

voor de tweede klets

.

KLETS

.

Ik weet nog hoe je lichaam zich kromde

en een lange zuchtige kreun zich tussen je lippen ontsnapte.

Hoe je billen zich aan mij toonden

en je met iets meer ongeduld wachtte,

.

KLETS

.

Advertenties

Het is koud waar ik niet ben

Een recensie

.

De dichter Jelmer Esmyn van Lenteren, die ik leerde kennen toen hij op mijn verzoek voor kwam dragen in het park achter het theater in Maassluis, was ik enige tijd uit het oog verloren ( No pun intended) maar nu is hij weer helemaal aanwezig met voordrachten in den lande en een nieuwe bundel. ‘Het is koud waar ik niet ben’ is uitgegeven door uitgeverij Proces Verbaal in een nette zwart/wit uitgave.

De bundel begint met een gedicht van mijn favoriete dichter Herman de Coninck die meteen al iets van de inhoud weggeeft, over een verlies, een vrouw die iemand verlaat en daarnaast een aantal woorden als: ogen en keek. Voor wie Jelmer een beetje kent weet dat hij heel slecht zicht heeft en ( volgens de achterflap) bijna blind is.

Op de achterflap van deze, overigens nette, uitgave van uitgeverij Proces Verbaal staat te lezen: “Soms neurotisch, dan weer psychotisch, bewandelt van Lenteren de grens tussen alles wat het leven in de weg staat en het leven zelf”. Deze omschrijving doet deze bundel recht. Voor wie in deze zinnen een obstakel ziet voor het lezen van de poëzie van van Lenteren, geldt slechts een advies; niet doen. Want de poëzie van Jelmer is niet eenvoudig niet voor de lezer van rijmen en verzen die handelen over alledaagse zaken, de liefde in romantische vorm of van poëzie met een kop en een kont.

Dit is poëzie voor de wat meer getrainde lezer die uit de vaak complexe lange zinnen de schoonheid kan halen die er wel degelijk in verborgen zit. Dit is nuchtere proza poëzie of poëtisch proza, verhalen in strofen, soms staccato opgeschreven dan weer in lange in elkaar vloeiende zinnen die tezamen een web vormen waarin de essentie van het gedicht verborgen ligt. Hierin herken je onder andere het neurotische en psychotische van de achterflap volgens mij.

Uit ‘De lineaal’.

“De cursus voor gevorderden begint. Wie dat weet, is aanwezig. Wat ontbreekt: present. Weerstand buiten spel gezet, comfortzones thuisgelaten. Naambordjes zijn overbodig; wie zichzelf kent / heeft een witregel dat te bewijzen. Vrij gegeven: informatie kan vertrouwelijk blijven.”

 

De taal van Jelmer is hoekig maar leesbaar, ongebruikelijk en vol observaties. Maar altijd is Jelmer de alwetende dichter van vele zinnen die klinken als onversneden waarheden.

 

’De tijd kan grofweg worden opgedeeld in wandelen, wikken en wegen over al dan niet  van het begane pad te gaan’ (uit ‘Gang’)

‘Lage tonen, takken van bomen, bloeddruk zijn respectievelijk veelal onmisbaar, doorgaans lastig, ongevaarlijk’ (uit Het systeem’)

’Kanaliseren dient in goede banen te worden geleid, weerstand is onwenselijk’ ( uit: De lineaal)

’Kleding maakt de man, de vrouw die kleding, het hok de gedachte wetten de overtreding. Kijk niet uit naar wat je wenst; het heelal is eindig en toch onbegrensd’ ( uit: Hoe verder men keek’)

 

De bundel bestaat uit drie hoofdstukken: Limbo, de hel en de hemel. Ik heb gezocht of ik in de gedichten een verband kon vinden met de namen van de hoofdstukken maar dit is me (nog) niet gelukt. Dit is poëzie die niet eenvoudig is maar die beklijft, die ik steeds weer opnieuw erbij pak om me te verbazen over hoe Jelmer met de taal speelt, hoe hij zijn zinnen aan elkaar rijgt. De bundel eindigt met het gedicht ‘Dankwoord’. Ik wil Jelmer en uitgeverij Proces Verbaal bedanken voor ‘Het is koud waar ik niet ben’ een aanwinst in vele opzichten.

.

Dankwoord

.

Dit is het gedicht dat ik zonder jou nooit had geschreven.

Het wil jou bedanken voor toen je mijn ergernis omzette

in een geschenk. Je deed het me zonder in te pakken

met woorden en praktisch slechts overdrachtelijk cadeau.

.

Ik koester het nu wel zo. Je zei wel dat je wilde

dat je net als ik altijd woorden klaar had. We spraken

over het verschil tussen introvert, extravert, onze definities.

.

Net in het gesprek waarin jij mij hebt gered

hadden we een discussie. Voor het eerst

sinds wat normaal niks is op een mensenleven

een tijd waarin je me het menselijkste van mij

.

hebt laten zien. Aan mezelf. Aan jou. Aan zovelen.

We hadden meer voor het eerst, de tweede, derde keer.

.

Veel meer ook niet. Toch: het verstilde me. Ik zweeg, zweette.

Wist niets. Was wat jij aan mij zei te benijden verloren:

woorden. En jij deed wat niemand eerder deed

zonder me ermee te vermoeien, zei dat ik er allicht

.

een gedicht aan kon wijden. Je hebt me geleerd

dat een simpel advies moeiteloos kan boeien.

.

Vrijplaats

Evy van Eynde

.

Voor de laatste keer nu dan toch erotiek op zondag en wel van een door mij zeer gewaardeerd Vlaams dichter Evy van Eynde. Evy ken ik reeds vanaf 2013 toen ze me uitnodigde bij de presentatie van haar bundel en bijbehorende theatervoorstelling ‘Wanneer kom je buiten spelen’. Sinds die tijd volg ik haar, vroeg ik haar te komen voordragen bij Ongehoord! in Rotterdam en lees ik haar website https://evyvaneynde.wordpress.com/ waar ze behalve poëzie ook andere teksten, waaronder sprookjes, met ons deelt. De poëzie van Evy is oprecht, fantasievol, persoonlijk en daarnaast zijn haar zinnen en woorden regelmatig poëtische vondsten zoals je ze graag leest.

Naast al het andere wat Evy doet schrijft ze zo nu en dan ook erotisch getint materiaal zoals het volgende gedicht.

.

Vrijplaats

.

Ik wil ons inniger verschuilen
in die gedachten
bezoedelde ruimte

– de rafelranden van onze nagels
de slaap in onze ogen
het geil in ons lijf –

tussen weloverwogen
doorschijnende verhalen
van rijstpapier en maagdenvlies

waarin we wachten op iets
dat nooit meer rijpen zal

Onbedekt wil ik ons lezen
onder tafel op een feest
louter gezoem

rondom het bonzen
van jouw hart
in mijn keel

.

Wakker vallen

Recensie

.

Els de Groen ken ik van een optreden bij Ongehoord! in december 2016. Dat Els de Groen nogal wat in haar mars heeft blijkt uit de uitgebreide biografie op haar website http://www.elsdegroen.nl/ . De vele boeken die Els de Groen schreef (voor volwassenen en kinderen) zijn tot nu toe 27 maal vertaald, in 13 talen, en er zijn wereldwijd 1.750.000 exemplaren van verkocht. Centrale thema’s in haar werk zijn onze omgang met macht, vrijheid en verantwoordelijkheid. In de vrijheid van onze keuzes ligt ook de beperking van onze vrijheid besloten.

Nu is haar nieuwe dichtbundel ‘ Wakker vallen’ gepubliceerd bij uitgeverij In de Knipscheer. Ook in deze bundel komen de centrale thema’s uit haar eerdere werk terug maar daarover straks meer. De bundel is mooi uitgegeven, in vele kleuren met illustraties (op 1 na) van Els zelf. Het lettertype van de titels daar ben ik persoonlijk niet zo enthousiast over, die doet wat gedateerd aan. Maar dat er verder veel aandacht aan het uiterlijk van de bundel is geschonken is bewonderendswaardig. Mooie kwaliteit papier, goed formaat, met extra voor en achterflap met informatie. Op de extra flap aan de voorpagina schrijft Els een verklaring van de titel:

Britten en Fransen vallen verliefd, fall in love, tombent amoureux, Nederlanders vallen in slaap. Wakker vallen doet niemand. Waarom eigenlijk niet? Waarom sluiten we vriendschap als we openen bedoelen? Waarom is vogelvrij allerminst vogelveilig? Taal is boeiende materie. Wie woorden kantelt, verandert het perspectief en daarmee zijn kijk op de wereld. Wakker vallen is meer dan een spel met de taal. De vorm tornt aan de inhoud en wakkert je verbeelding aan. Dat is een heilzaam proces.

De inhoud van dit stuk tekst kan ik zeer waarderen maar maakt de bundel deze woorden waar? Dat Els in ‘ Wakker vallen’  met taal speelt is duidelijk maar het blijft wat betreft die ‘kanteling’ toch vooral bij de  voorbeelden zoals ze hierboven noemt. Niet dat dat erg is, haar poëzie is helder, goed leesbaar en beschrijvend zoals in het hoofdstuk ‘ Mensen’ in het gedicht ‘ Deskundige’:

 

Hij krijgt een glaasje water en

dezelfde stoel als gewone gasten

maar wanneer hij plaatsneemt is het op een troon en

houdt hij een rede in

zijn dasspeldmicrofoon.

 

Els achtergrond als Europarlementariër en schrijver en de thema’s waarmee ze zich al jaren bezighoudt komen vooral naar voren in het hoofdstuk ‘ Macht en Onmacht’. Hierin komen het rechtvaardigheidsgevoel en de democratische waarden van Els de Groen duidelijk naar voren in gedichten over recht, politici, solidariteit en staatshoofden. Daarnaast put ze uit eigen ervaring vanuit de reizen die ze maakte in de gedichten over Aleppo, Gaza, Sarajevo en Kaapstad. Maar ook haar woonplaats Nijmegen wordt niet over geslagen.

De gedichten in deze bundel zijn geen doorwrochte gedachten-experimenten, ze zijn niet doorspekt van symboliek en er staan geen vaste of ingewikkelde versvormen in. Ze maakt zo nu en dan gebruik van rijm (eindrijm, binnenrijm) en alliteraties en afbrekingen worden slechts sporadisch gebruikt. Hier is een dichter aan het woord die wat te vertellen heeft, die een boodschap aan de wereld wil sturen en vooral de inhoud laat prevaleren in haar poëzie.

Deze bundel bevat vele kleine schilderijtjes in woorden in gewone taal met hier en daar een twist. Els haar belezenheid en haar woordenrijkdom maken haar poëzie interessant en genietbaar.

Uit deze bundel het gedicht ‘Trump’ dat eerder ook in het literair tijdschrift Extaze verscheen.

.

Trump

.

Ook orkanen krullen hun lippen

als ze vanbinnen koken

en in vuilbekkerij toch hun

mond weer voorbijpraten.

.

Ook orkanen hebben hun ogen

diep in windstille zakken

en zijn blind voor de schade

die hun armen aanrichten.

.

Ook zeeën schikken hun kapsels

op de kop van de wereld

broeierig van gedachten aan geld

als water – smeltwater wordend.

.

Topkok

Rieneke Minderman-Grobben

.

Begin van dit jaar overleed een bijzondere dichter en geweldige vrouw Rieneke Minderman-Grobben, Rotterdamse uit Charlois, altijd volledig gekleed in het roze. Ik kende Rieneke al jaren, ze was een vaste dichter bij de podia van Ongehoord! en ook daarbuiten kwamen we elkaar regelmatig tegen ook op podia die ik organiseerde, altijd in het gezelschap van haar man Jan.

Vlak voor haar overlijden heeft Joop van der Hor de bundel ‘De wereld volgens Grobben’ samengesteld en uitgegeven waarmee Rieneke als mens en dichter blijft voortbestaan ook nu ze niet meer onder ons is. Ik ben Joop daar zeer dankbaar voor. Rieneke schreef haar gedichten steevast op papieren rollen die ze in haar roze koffertje meedroeg (en waar altijd een lintje omheen zat) maar ze waren verder nergens te lezen. Door de publicatie van ‘De wereld volgens Grobben’ blijven haar gedichten bewaard.

Hoewel ik veel van haar gedichten ken (vaker gehoord uit haar mond) staan er ook nog genoeg in de bundel die ik niet kende. Voor iedereen die de poëzie van Rieneke niet kent maar zeker ook voor een ieder die haar wel kende en haar een warm hart toedroeg (en wie deed dat niet) hier één van mijn favoriete gedichten van haar hand ‘Topkok’.

.

Topkok

.

Ik droomde ik was Topkok

Ik zwaaide de scepter in een restaurant

Een dagmenu of à la carte

Gereserveerd door kelner of ober of gerant!

Schil aardappel, de bint

De eigenheimer

Of de opperdoes en smelt ondertussen

in een grote pan

De van goudreinetten appelmoes

Ik snij

Ik pluk

Ik snipper

Ik pers

Ik kneus

Ik pof

Ik hak

Ik stamp

Ik mix

Ik schaaf

Ik zeef

Ik pel

Ik bak

Ik braad

Ik stoof

Ik smoor

Ik sudder

Ik grill…

En hoe!

Voeg ondertussen

Vers gemalen peper én zeezout toe!

Ik pocheer

Ik lardeer

Ik trancheer

Ik gratineer

Ik blancheer

Ik pureer

Ik pommadeer

Ik fileer

Ik roqueer

Ik schockeer

En

Smeer..

Een boterham

Ik blus

Ik sus

Ik kus

De baas in de bezemkast

Wijn op temperatuur

Oven voorverwarmen

Sfeerverlichting aan

Thermostaat een graadje hoger

Dek de tafel met damast

En wel in ’t wit

Borden voorverwarmen

Bestek van zilver keurig gepoetst

In alle soorten én netjes in ’t gelid

Servet in de ring

Glazen in diverse soorten

Van flonkerend kristal

Coolers voor de wijn, champagne

Kaarsen in de kandelaar

Én … ondertussen

Is het eten beet of half gaar

De gasten schuiven volgens tafelschikking aan

De kledingcode:

Casual of naar believen chique

Het restaurant heeft sterren

Èn de ligging is uniek

De ober buigt en gaat serveren

Men begint

Te eten

Te schransen

Te schaften

Te slempen

Te bikken

Te zwelgen

Te buffelen

Te smikkelen

Te smullen

Te bunkeren

Te peuzelen

Te kanen …

Te dineren

.

Afijn:

Mijn taak als Topkok zit erop

Eet u allen smakelijk

Ik, ik ga hem smeren

En!!

Tussen ons gezegd

’t is geen geheim

U mag het allen weten

Ik! …

Ik ga lekker

Bij mijn moeder eten!

.

Rieneke Grobben-Minderman

Gedicht op een muur

Op 23 maart jongstleden overleed de bijzondere Rotterdamse dichteres Rieneke Grobben-Minderman. De flamboyante maar tegelijkertijd zo nuchtere dichter uit Charlois was al langere tijd ziek. Ze is 73 jaar geworden. Rieneke was jarenlang een vaste en zeer gewaardeerde gast van het Ongehoord! podium in Rotterdam. Op mijn verzoek trad ze ook op in Maassluis om ook daar een blijvende indruk achter te laten. Rieneke ging altijd gekleed in het roze en was daardoor een opvallende verschijning in de stad Rotterdam. Dertien jaar geleden begon ze in het openbaar gedichten voor te dragen. De meeste gingen over Rotterdam, de stad waar ze naar eigen zeggen zielsveel van hield. Dat dat geen loze kreet was bleek vooral uit haar gedichten op de rol. Deze gedichten waren geschreven op een papieren rol die steevast uit haar roze koffertje werden opgediept en veelal over haar geliefde stad gingen. Rieneke was een trouwe fan van Radio Rijnmond en droeg op zender vaak gedichten voor.

In de laatste periode van haar leven verbleef ze in een hospice. Daar werd ze overspoeld met kaartjes. Ook ik heb haar verschillende kaartjes gestuurd waarbij ik niet zozeer keek naar afbeeldingen maar meer naar kleur; een kaartje aan Rieneke moest roze zijn. De dichteres kreeg onlangs een steegje in Oud-Charlois, met een eigen roze straatnaambordje, als eerbetoon. Ze onthulde het bordje zelf en bracht daarbij uiteraard een gedicht ten gehore.  Ook bracht ze begin dit jaar nog een eigen dichtbundel uit: De Wereld Volgens Grobben. Rotterdamse gedichten en verhalen.

In Charlois aan de Brielselaan tegenover de Meneba is nu een eerbetoon aan Rieneke aangebracht op een muur. Dit deel uit haar gedicht ‘Rotterdam’ met het voor haar zo kenmerkende woord ‘afijn’ erin is aangebracht door Reclame atlier Mineur en een mooi eerbetoon aan een geweldige vrouw en dichter die we zullen gaan missen.

Morgen 15/4/18 om 16 uur is de presentatie van het hele gevelgedicht door Derek Otte en Jordy Dijkshoorn ! Inloop v/a 15.30 uur House of Hope aan Bas Jungeriusstraat 254. Daarover: http://www.dezoeknaarschittering.nl/onthulling…/ (met dank aan Jiske Foppe voor de toevoeging).

 

.

                                                                                                                                                                   En zo is het geworden (bij de officiële onthulling)

                                                                                                                                                                                                     Rieneke bij Ongehoord!

Requiem

Eline Crols

.

Alweer zo’n jonge veelbelovende dichter uit het Vlaamse land, dit keer Eline Crols (1994) . In september was ze nog te zien en te horen op het podium van Ongehoord! in de centrale bibliotheek van Rotterdam en in 2017 was ze een van de deelenemende dichters aan de toer van de  Poëziebus.  Op de website van het Collectief Dichterbij waar ze deel van uitmaakt staat ze als volgt aangekondigd: Eline Crols laat zich voor haar schrijfsels inspireren door vissen, spaghettisaus, versprekingen en nog het liefst van al door de creativiteit van anderen. Ze zou de hele dag interdisciplinaire projectjes willen uitwerken met een kopje koffie binnen handbereik. In afwachting daarvan vult ze haar hoofd met cursussen Nederlands en Frans in de opleiding Taal- en Letterkunde. Op haar  blog https://langoureus.wordpress.com  deelt ze woorden met iedereen die ze lezen wil.

Van haar hand het gedicht ‘ Requiem’  uit 2015.

.

Requiem

.

We zongen tot we zonken
Valse noten, te zwaar voor kabbelende beekjes
We dronken tot we verdronken
In regenstralen, rode wijn, in rozenblaadjes

We aten tot we tafelmanieren vergaten
En we spaghettislurpend
– tomatensaus is prachtig op melkwitte huid –
naast, op, over, aan elkaar klitten
als diezelfde spaghetti
waaraan jij tijdens het koken vergat
olijfolie toe te voegen

We verwelkten tot we verwolken
en wolken niet langer
figuurtjes vormden op ons netvlies
maar vijvertjes in onze ogen

We wandelden waar kronkelpaadjes ons leidden
Tot we – wild heen en weer geslingerd –
alleen nog maar leden

We vielen tot we ons
– misselijk door de geur
van liefde in ontbinding –
uitgeput overgaven

.

Foto: Hans Stockmans

Goblin

Merlijn Huntjens

.

In 2013 stond hij op een podium van Ongehoord! in Maassluis en sindsdien volg ik hem, tegenwoordig is hij stadsdichter van Heerlen, en consulent Literatuur bij het Huis van de kunsten in Limburg. Ik heb slechts zijn kleine bundel ‘Ja, blokfluit’ in huis maar telkens als ik hierin lees word ik vrolijk.

De bijzondere, iet wat bevreemdende gedichten toveren altijd een glimlach op mijn gezicht. Toch eens informeren bij hem of er al nieuw werk van hem is, ik las ergens dat hij twee bundels heeft gepubliceerd maar ben er nog niet achter hoe de andere is getiteld.

Merlijn Huntjens (1991) heeft samen met theatraal performer Nina Willems (1986) PANDA (“Poetry And New Dramatic Arts”) opgericht. Dit is een multidisciplinair kunstenaarscollectief dat op eigen initiatief of in opdracht projecten bedenkt en uitvoert. Daarnaast heeft Merlijn aan verschillende Poetry Slams meegedaan.

Uit ‘Ja, blokfluit’ het gedicht ‘Track #5: Goblin’.

.

Track #5: Goblin

.

Al lig je zo goed,

de kleine staat er.

Hij lacht,

hij pakt je bij je slurf,

ademt in je mond, in je neus,

hij liegt.

.

De lichten, lampen, het kunstmatige helder;

ze zijn niet prettig noch fijn noch lekker geil.

achter elk sterrenlicht, achter elke prettige maan,

schuilt een fuckertje, een demon, een goblin,

van het zwart.

.

Nina Willems & Merlijn Huntjens

 

Derde prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017

Rian Visser

.

De derde prijswinnaar Rian Visser, was door omstandigheden niet in de gelegenheid om haar prijs op te halen of haar gedicht voor te dragen. In haar plaats heb ik bij de prijsuitreiking, nadat bekend was gemaakt dat ze de derde prijs had gewonnen, haar gedicht voorgedragen. Het juryrapport over dit gedicht luidt:

.

Juryrapport 3 – Niemand kan mij spreken

Vele dorpen en steden nemen asielzoekers op. Vele mensen in die dorpen en steden begrijpen niet wat deze mensen hier doen. Vele mensen willen het ook niet begrijpen. Vele mensen willen het wel begrijpen. Net als de dichter van dit gedicht.

Het gedicht Niemand kan mij spreken, was in al haar eenvoud voor de jury bijna geen discussie waard. In eenvoudige taal in een paar zinnen opschrijven dat we elkaar soms moeilijk verstaan of niet begrijpen is heel knap. Het is dan ook niet te sentimenteel. Het doet recht aan wat dagelijks aan de hand is.

Ik citeer:

Zij is een taal

die wij niet spreken.

Zij is een geschiedenis

die wij niet leren.

Een mens is meer dan een mens. Veel is bekend, vertrouwd. Maar, veel is -door verscheidene factoren- ook onbekend. Om dat onbekende van elkaar te gaan ontdekken is lef nodig. En de dichter van Niemand kan mij spreken heeft lef. Met dit gedicht laat de dichter niet alleen zijn/haar lef zien, het geeft de lezer ook hoop. Hoop op toekomst van poëzie en hoop op toekomst met ons allen.

.

Niemand kan mij spreken

.

Sinds een paar weken

zit in mijn klas

een meisje dat vluchtte.

Ze doet goed haar best

om ons te verstaan.

 

Maar vandaag heeft ze mij

verdrietig aangekeken.

Ze zuchtte en zweeg.

Ik denk dat ik het begrijp.

 

Zij is een taal

die wij niet spreken.

Zij is een geschiedenis

die wij niet leren.

 

Daarom ga ik het proberen.

Min ’ayna ’anti?

Waar kom jij vandaan?

.

June Bobbe

Tweede prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017

Marjolein Roozen

.

De tweede prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017 ging afgelopen zondag naar Marjolein Roozen en haar gedicht ‘3025 AA tot 3026 AN’. De jury schreef over dit gedicht en uitgesproken door Mark Boninsegna:

.

Juryrapport 2 – 3025 AA tot 3026 AN

Dit gedicht heeft de jury heel erg blij gemaakt. Als je van inhoud van postcodegebieden zoiets moois, simpels kan maken. De postcodes in dit gedicht zijn niet alleen Rotterdams, het gedicht is Rotterdams!

De overige juryleden waren zelfs even bang of ík het gedicht niet geschreven had. Het zou een mooie Bokito uit de mouw geweest zijn.

Maar zoals Jaap Montagne zei: Het telefoonboek oplezen is geen poëzie. Maar wat er in een postcode gebied allemaal te doen is en hoeveel verscheidenheid aan mensen en bedrijven, ik zou zeggen:  “Lebara, Lebara”.

Of hoe Alexander Franken het zei: Een allegorie waar veel uit te halen valt. Er is niet enkel een opsomming gemaakt, er is mee gespeeld. Op een manier dat het klopt en lekker loopt.

“Lebara,Lebara,Lebara,

Lebara,Lebara,Lebara,Lebara”

Of zoals ik het zeg: No nonsens in al zijn glorie.

.

3025 AA tot 3026 AN

 

Tandir, Dubai, Diam,

Torino, Tai Wah,

Ri Htim, Kousar, Kasabi,

Warung Rilah, El Aviva,

 

Het Pijpenhuis, Shaami Huis, Eethuis Marrakech,

Huisarts Stam & Stronkhorst,

 

Lebara,Lebara,Lebara,

Lebara,Lebara,Lebara,Lebara

 

Polski, Portuguesa,

HAS, Salan, Driouch,

Marokko, Delfshaven,

Andalus,

 

Vinodol, Wibra, Wokki,

Lebriz, Etos, Caftar,

 

De grootste slok,

Zeezicht,

Sidonia, Aan Zet.

.

%d bloggers liken dit: