Site-archief

Ik weet geen raad met Biafra

K.H.R. de Josselin de Jong

.

Dat je geschiedenis zich herhaalt (in grote lijnen) mag bekend worden veronderstelt, in ieder geval voor degene die zich interesseren voor geschiedenis. Ik moest hieraan denken toen ik in de bundel ‘September is een lied van blauw’ van dichter K.H.R. de Josselin de Jong het gedicht ‘Ik weet geen raad met Biafra’ las.

Maar eerst de dichter, ik kende haar niet. Kitty Henriette Rodolpha de Josselin de Jong (1903 – 1991) was een Nederlands schrijver en dichter. Zij adoreerde de dichters P.C. Boutens en Adriaan Roland Holst en de prozaschrijvers Louis Couperus, Ina Boudier-Bakker en Top Naeff. In haar proza schreef ze in de lijn van psychologisch-realistische auteurs, waarmee ze in feite voortborduurde op de toen bestaande literatuur terwijl de jonge garde zich daarvan juist afzette. Haar poëzie was ook al alles behalve avant-gardistisch, ook daar de lijn van de traditie volgend.

Later inspireerde de – vaak tragische – actualiteit haar soms tot wat meer geëngageerde poëzie, waaronder verzetsgedichten. En het gedicht ‘Ik weet geen raad met Biafra’ kun je daar ook onder rangschikken. Voor de jonge lezers; de republiek Biafra was van 1967 tot en met 1970 een onafhankelijke staat in wat nu Nigeria is. Toen Biafra in 1967 zich als zelfstandige republiek uitriep kwam er een burgeroorlog met Nigeria. Dit werd een bloedige strijd, die twee en een half jaar later, nadat bemiddelingspogingen hadden gefaald, door capitulatie van Biafra beëindigd zou worden. Circa een half à twee miljoen Biafranen zijn in moordpartijen en van ontbering omgekomen.

Veel ouderen zullen zich Biafra herinneren als de eerste grote genocide in Afrika en met name de hongersnood die dat met zich mee bracht. Zelfs ik herinner me de uitspraak als je als kind iets niet lustte of wilde eten: de kindertjes in Biafra zouden er een moord voor doen (of variaties hierop).

Kitty de Jossling de Jong schreef dus een gedicht over deze oorlog, een dichter in verzet, een gedicht dat heden ten dagen weer net zo actueel is als toen. Het gedicht verscheen zoals geschreven in de bundel ‘September is een lied in blauw’ uit 1973.

.

Ik weet mij geen raad met Biafra

.

Dialoog.

.

‘Is het waar dat er honger is, zeg je,

Honger in de wereld van welvaart?’

.

‘God zij geklaagd, het is waar:

De honger schreeuwt uit de ogen,

Hij trekt de huid van de handen,

Hij zweert als koorts op de lippen,

Hij krimpt als pijn in de voeten.’

.

‘Wie zei dan: zalig te geven?

De rijke oogst van de akkers,

De overstromende bronnen,

Waar zijn die, zeg eens, waar zijn die?’

.

‘Ik weet niet, vraag mij niet verder,

Ik weet geen raad met Biafra

Waar honger kinderen stil maakt,

Zo stil, dat de dood er gaat spreken

En duizenden, duizenden sterven.

Maar help in Jezus naam, help dan…’

.

 

 

Onverdiende zoetheid

Ben Okri

.

Via een Facebookpagina kwam ik op een website over Nigeriaanse dichters. Vrijwel allemaal (voor mij) onbekende namen maakte dat ik nieuwsgierig werd naar hun werk. Maar vind maar eens gedichten van onbekende Nigeriaanse dichters, dat is nog niet eenvoudig. Tot ik de naam van Ben Okri tegen kwam. Die naam herkende ik. Ben Okri (1959) is vooral bekend door zijn romans en hij werd beroemd door zijn roman ‘The famished road’ of ‘De hongerende weg’ zoals het in vertaling in Nederland uit kwam uit 1991. Voor deze roman kreeg hij de Booker Prize voor fictie. Naast (vooral) romans, een aantal verhalenbundels en een paar non-fictieboeken schreef Okri ook twee dichtbundels., ‘An African Elegy’ uit 1992 en ‘Mental Fight’ uit 1999. Ben Okri woont en werkt in London en hij is onder meer Vice-President van het English Centre of International PEN.

Uit zijn bundel ‘An African Elegy’ het gedicht ‘Undeserved Sweetness’.

.

Undeserved Sweetness
.

After the wind lifts the beggar
From his bed of trash
And blows to the empty pubs
At the road’s end
There exists only the silence
Of the world before dawn
And the solitude of trees.

Handel on the set mysteriously
Recalls to me the long
Hot nights of childhood spent
In malarial slums
In the midst of potent shrines
At the edge of great seas.

Dreams of the past sing
With voices of the future.
And now the world is assaulted
With a sweetness it doesn’t deserve
Flowers sing with the voices of absent bees
The air swells with the vibrant
Solitude of trees who nightly
Whisper of re-invading the world.

But the night bends the trees
Into my dreams
And the stars fall with their fruits
Into my lonely world-burnt hands.

.

%d bloggers liken dit: