Site-archief

Maaltijden

Dubbel-gedicht

.

Als het over eten gaat of maaltijden kun je in poëzie alle kanten op. Want wat te denken van het dubbel-gedicht van vandaag dat over maaltijden gaat. Aan de ene kant een ontbijt en aan de andere kant het laatste avondmaal. Twee totaal verschillende gedichten die aan elkaar gekoppeld zijn door het feit dat het hier twee dagelijkse maaltijden betreft en toch zijn ze zo anders en gaan ze feitelijk over heel verschillende zaken. Ingmar Heytze vroeg deze week op Facebook aan zijn vrienden waarom je eigenlijk een titel boven een gedicht zou zetten. Ik heb daar als antwoord opgegeven dat een titel nieuwsgierig maakt naar de inhoud van een gedicht. in dit dubbel-gedicht speelt nieuwsgierigheid een grote rol, welk aspect van de maaltijd speelt hier de hoofdrol, of speelt de maaltijd in deze gedichten eigenlijk wel een rol? Oordeel zelf.

Het eerste gedicht is van Hendrik van Teylingen (1938-1998) en is getiteld ‘Ontbijt’. Dit gedicht komt uit de bundel ‘De baron fietst rond’ uit 1966.

Het tweede gedicht is getiteld ‘het laatste avondmaal’ en is van Lucebert (1924-1994). Dit gedicht komt uit ‘Van de roerloze woelgeest’ uit 1993.

.

Ontbijt

.

Stilleven met vrouw, kind en man.

De man merkt nog niet dat hij eet.

De vrouw heeft voordat ze het weet

een stapel vaat voor zich alleen.

.

Het kind kijkt kauwend voor zich heen:

de regen is gemeen, die slaat

maar op de ruiten los zodat

het rammelt – ze huilen ervan

.

De vrouw schenkt galakoffie in,

afwezig als een koningin.

.

Haar enig majesteitsvertoon:

twaalf krulspelden, gevoegd tot kroon.

.

De rijksappel zit in zijn tas.

Hij rijst, nijgt stil en pakt zijn jas.

.

het laatste avondmaal

.

het laatste brood verkoold

de laatste dia van het avondrood

het laatste lichaam in het massagraf

het tillen van het laatste lichaam

het eerste optillen van het lichaam

ten leste het voortslepen van de laatste resten

de laatste zelfgenoegzaamheid

het rechten van de schouders

het spannen van de spieren van schouders en borst

het laatste avondmaal in het licht

van het laatste avondmaal

mooi bruin schemerlicht valt over het haar

valt over de schouders geen vlek

geen bloed aan de slapen op de geloken ogen

die door de wimpers turen naar het verkoolde brood

met een zelfgenoegzaamheid met het laatste weten

zij hebben het in de gaten de laatste gaten

hebben zij tevreden waargenomen

het grote graf is gesloten

het laatste zand erover het zand aangestampt

er tussendoor even de laatste dia genomen

rode dia dag die laatste dag

zo rood kleurde dat het leek dat de hemel

vol bloed lag vol zweet en bloed

bloed en zweet droop op de tafel

het avondmaal smaakte naar zweet en bloed

midden op de tafel stond naast het brandende broodrooster

de laatste beker leeg als een onthoofd lichaam

azijn de laatste waan van wijn

het laatste van het laatste lag

voor het oprapen maar niets meer smaakte

.

 

Met Slauerhoff

Dichters over dichters

.

In de bundel ‘De hazen en andere gedichten’ uit 1979, de debuutbundel van dichter Ed Leeflang (1929 – 2008) waarvoor hij in 1980 de Jan Campertprijs zou krijgen, staat in de cyclus ‘Van poëzie’ een fraai gedicht van zijn hand over collega dichter J. Slauerhoff (1898 – 1936). In de rubriek ‘Dichters over dichters’is dit gedicht helemaal op zijn plaats. Uit de tekst komt de waardering van Leeflang voor Slauerhoff heel goed naar voren, het verwijst naar diens werk en leven en zou je het werk van J. Slauerhoff niet kennen dan wordt je na lezing van dit gedicht vanzelf nieuwsgierig.

.

Met Slauerhoff raakt ik het verst van huis,

want het verleden was zijn vormeloze vrouw,

maar in de leegte van het landschap zou

de wijze haar eens ontmoeten, begerig en schijnbaar kuis.

.

Niet het leven aan boord, niet de stadsgezichten,

maar het balsturig ongeloof aan geluk

en de trouw achter de ontrouw in zijn gedichten

geheimzinnig en toch onopgesmukt,

het dubbelzinnig verwarring stichten

maakten mijn eigen stuurloosheid bijna wenselijk.

.

Poëzie voor vluchtelingen; iedereen

in mijn omgeving was doelbewuster, beter

toegerust voor toekomst, benijdenswaardig

uit één stuk

.

Nu hij toch gestorven was –

zijn doodsfoto zei het ontluisterend ongebruikelijk –

kon ik misschien in die gedichten wonen, ze

stonden toch leeg en ik ging voldoende gebukt,

dacht ik, zodat het zijn moeite tenminste

zou lonen.

.

%d bloggers liken dit: