Site-archief

Voedselverspilling

Ivanka de Ruijter

 

De nieuwe stadsdichter van Wageningen, Ivanka de Ruijter (1993) is afgestudeerd Neerlandica, maar studeerde ook twee jaar Autonome Beeldende Kunst aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Naast kunstenaar is ze boekhandelaar bij Boekhandel Kniphorst in Wageningen, stadsdichter (vanaf 2018) en recensent bij het literair weblog Tzum. Op haar website http://ivankaderuijter.nl/ is naast genoemde zaken ook beeldende kunst van haar hand te bekijken.

Naar aanleiding van het klimaatontbijt over voedselverspilling afgelopen juni in Wageningen schreef zij het gedicht ‘Recept van wat restte’.

.

Recept van wat restte

.

Men neme de restjes van wat werd gegeten
Overbodige paprika’s, brakke berkenboleten
Men neme een ui van net ietsje te oud
strooit met specerijen – waar de geliefde van houdt

Men neemt wirrewarwortels, bleke bleekselderij
en snijdt dan dit alles met het keukengerei
Serveer de kromkommers, als een lach in het groen
Vul naar eigen wens aan, wel liefst volgens seizoen

Oogst bij de Eng wat niet mee werd genomen

Gooi dat in de pan, laat daarna nog wat stomen.

Ruik wat, en proef dat en wrijf in uw handen

Verheug u, dek tafel, en laat niets verbranden.

Nodig iedereen uit, vergeet niet te testen
En dien dan trots op: het gerecht van wat restte

.

                                                                                                              Ivanka voor boekhandel Kniphorst in Wageningen

Vergane liefde

Jelle Ravestein

.

Afgelopen woensdag mocht ik voor de tweede keer voorzitter van de jury zijn die de stadsdichter van Maassluis ging kiezen. In een overvolle Hooftzaak waren drie kandidaten die meedongen naar de titel stadsdichter van Maassluis. De avond werd gepresenteerd door de huidige stadsdichter Jaap van Oostrum. Naast de drie kandidaten, werd door een aantal mensen op het open podium een gedicht voorgedragen. De kandidaten hadden vooraf een stadsgedicht, een vrij gedicht en een motivatie ingestuurd.

De jury bestond uit Neerlandica Gerry Hanneman, wethouder van Cultuur Corinne Bronsveld en mijzelf dus. De kandidaten Mary Koreneef, Jelle Ravestein en Jaap van der Hoest droegen allen de twee gedichten voor en nadat het huiskoor van De Hooftzaak het publiek vermaakte met liedjes trok de jury zich terug om een beslissing te nemen. Het was nog geen eenvoduige beslissing, alle drie de kandidaten hadden sterke punten. Uiteindelijk werd Jelle Ravestein als winnaar en stadsdichter van Maassluis 2018-2020 gekozen. Hieronder één van de gedichten waarmee hij meedong naar deze titel.

.

Vergane liefde

.

De vensters huilen onzichtbaar

waar muur en dak moeten schragen.

Binnenkamers heerst de stilte

van slechts nog dragen zonder klagen.

.

Dit huis gebouwd op dromen

van nooit meer laten gaan.

Zijn fundamenten wankelen

of er nooit liefde heeft bestaan.

.

Hier huizen jaren van herinnering

van hoe het was, zou moeten zijn.

De muren vertellen hun verhaal

van ooit zo goed, vertrouwd en fijn.

.

Nu woont er kille onverschilligheid

gepaard met ‘laat mij maar begaan’.

Krakende vloeren zijn verlaten.

.

 

Gemaal de Zaayer

Tineke van Gils

.

De keramiste Tineke van Gils uit Schipluiden, is beroemd geworden met haar aardewerk en ze is vooral bekend om haar asglazuren , celadon en Dehua porselein. Haar werk is onder andere te vinden in de belangrijkste Chinese musea. Zij is echter ook neerlandica en schrijft ook poëzie.

Woonachtig in de gemeente Midden-Delfland heeft zij over deze prachtige plattelandsgemeente in het hart van de randstad (tussen Den Haag, Delft, Maassluis en Rotterdam) een gedicht geschreven.

Dit gedicht is door het Hoogheemraadschap van Delfland geplaatst op het gemaal de Zaayer in Maassluis. Hieronder kun je het gedicht lezen.

.

Midden-Delfland

 

Van Krabbeplas tot Woudsepolder,

van Mandjeska’ tot Boonervliet,

het wintervoer ligt hier op zolder,

de kikker huist hier in het riet.

Dit grazige land met zijn greppen en vlieten

en kreekruggen waar boerderijen staan,

met trekkades waar de paarden liepen

en kwakels om over het water te gaan,

waar de wind vrij waait uit alle streken,

het geluid tot aan de einder draagt,

waar de mist in de avond als een deken

het water ontstijgt en het vee vervaagt.

Weids is dit land met zijn vaarten en tochten

waar wilgen geknot langs de paden staan;

voortdurend wordt hier met het water gevochten –

laat dit land niet ten onder gaan.

 

Want – dit is het land tussen kassen en steden,

de gastvrije grond waar verleden en heden

langs Gaag en Schie elkaar ontmoeten,

waar stad en land elkaar begroeten.

Sta op uit de veren

er is heel wat te doen,

nóg rust hier de hemel

op een bedje van groen.

.

Zaayer

%d bloggers liken dit: