Site-archief

Zo blijf je in de herinnering

Jaap Harten

.

In 1954 debuteerde de dichter Jaap Harten (1930 – 2017) bij de Bezige Bij met de bundel ‘Studio in daglicht’. Harten woonde in Den Haag en werkte daar bij het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Dit museum liet hij een grote som geld na, na zijn overlijden. De poëzie van Harten heeft een pregnante en harde zeggingskracht, of zoals Hans Andreus de poëzie van Harten beschreef: “Harten’s beelden hebben scherpte en fantasie, de toon van zijn gedichten is bijna koel, met juist genoeg afstand tot de stof en het onderwerp”.

In 1966 verscheen van Jaap Harten de dichtbundel ‘Totemtaal’ en uit deze bundel het gedicht ‘Zo blijf je in de herinnering’.

.

Zo blijf je in de herinnering

.

‘Zonder hoed geen heer’-

dus: zonder hoed.

.

Het hoofd een krotwoning vol pijpestelen,

vuurdeeltjes en persiflages. Woorden

morriger dan muizen in een val.

.

Ik reageer het snelst op rauw uitgestoten

taal: keukenmeiden-

drama’s in de 1e pers. enk. en bouwkeet-

gevloek hebben mijn voorkeur

.

zoals ook een plotselinge dood

mijn voorkeur heeft: die van Anton Webern bv.

in 45 per ongeluk kapot-

geschoten door een amerikaanse legerkok

.

die sindsdien, altijd wanneer

hij dronken was herhaalde:

.

I wish I hadn’t killed that man!

.

Advertenties

Wat ik graag zie

Anton Korteweg

.

Ik kreeg van Ons Erfdeel vzw een foldertje toegestuurd met de aankondiging dat dichter Anton Korteweg een bloemlezing had samengesteld met vijfentwintig duetten van gedichten en schilderijen in een soort Musée imaginaire (een papieren museum zoals Ted van Lieshout het ooit noemde). In deze bloemlezing gedichten van bekende dichters (o.a. Hugo Claus, Judith Herzberg, Ida Gerhardt, Ingmar Heytze en Vasalis) en schilderijen van ook niet de minste (Rembrandt, Vermeer, Renoir, Gauguin etc.). Aan de omvang en de zorg die aan deze bundel is besteed (voor zover je dat uit een folder kan opmaken) lijkt de aanschafprijs van €35,- me legitiem.

Door deze folder ben ik weer werk van Anton Korteweg gaan lezen. Anton Korteweg (1944) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap te Leiden. Hij was enige tijd leraar Nederlands, wetenschappelijk medewerker Moderne Nederlandse Letterkunde te Leiden en vervolgens sinds 1979 hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te ‘s-Gravenhage. In die periode heb ik nog contact met hem gehad als lid van het comité van aanbeveling van het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart.

Zijn poëzie werd aanvankelijk gekenmerkt door de beschrijving van kleine alledaagse gebeurtenissen en de melancholische gevoelens waaraan deze appelleren. Daarbij speelt de ironisering van deze gevoelens een rol die bereikt wordt door dubbelzinnig taalgebruik en toespelingen op verheven onderwerpen in een alledaagse context. Naast zijn eigen dichtwerk was Korteweg poëzierecensent en verzorgde hij al eerder verschillende bloemlezingen.

.

Uit zijn bundel ‘In handen’ uit 1997 het volgende gedicht.

 

Wat ik graag zie

.

Wachtend voor ’t stoplicht, in ’t halfdonker nog,
op het Bevrijdingsplein, half acht, zag ik,
een vrachtwagen van Domomelk langsdenderen
met op de frisse flanken het bericht
dat, ingang heden, eindelijk het verschil
tussen houdbaar en lekker is verdwenen.

Ik ben niet jong meer, maar toen na een poosje
het dan toch tot me doorgedrongen was:
wij, jij en ik, we mogen ons elkaar
weer laten smaken, waarom ben ik toen
zo hard ik kon niet naar je terug gefietst?

.

Bestond ik uit taal niet

Anton Korteweg

.

Dichter en neerlandicus Anton Korteweg (1944) was hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Ik ken Anton ook als één van de leden van het comité van aanbeveling van het Maarten ’t Hart Documentatiecentrum. Maar velen kennen hem als dichter van inmiddels meer dan 15 dichtbundels.

In de bundel ‘Ze kwamen om een dichter te zien’ een keuze uit veertig jaar Poetry International, zijn twee gedichten van Korteweg opgenomen. Het eerste ‘Bestond ik uit taal niet’ uit 1994, toont aanvankelijk nogal gecompliceerd van taal maar na een paar keer gelezen te hebben valt het kwartje en blijkt de intelligente manier van schrijven van Korteweg.

.

Bestond ik uit taal niet

.

Bestond ik uit taal niet, ik moest me niet denken.

Taal is een ziekte, kondigt de dood aan.

Er valt niet te stoeien; men worstelt vergeefs.

.

Gezonden zijn, hoeven niet zich te schrijven.

Praten niet eens met zichzelf. Ze zijn als

wie langs het strand, dat is leeg en van hen, rent.

.

Zwijgende zee; een hemel die dicht is.

pratende mond niet, geen denkend hoofd.

Er rent maar een lichaam van benen.

.

empty-beach-bo-chambers

%d bloggers liken dit: