Site-archief

Vooruitzicht op het najaar

Poëziewandeling en Dichter bij de dood

.

Nu het erop lijkt dat we het ergste hebben gehad met de Corona (vooralsnog en nadat iedereen gevaccineerd is) kunnen we weer verder kijken dan het hier en nu. Met een beetje geluk gaat het lukken om het gros van Nederland gevaccineerd te hebben rond de vakantie dus daarna kunnen we weer gaan denken over bijeenkomsten, poëziepodia, voordrachten en wat dies meer zij, ik kan er niet op wachten.

Zelf ga ik in augustus een poëziewandeling doen rond het pittoreske dorpje ’t Woudt in het kader van ‘Een ode aan Midden-Delfland’ en ben ik gevraagd door Marjon  van der Vegt om samen met haar dit jaar Dichter bij de dood te organiseren, het meest bijzondere podium dat je je als dichter kan wensen, bij het vallen van de avond op Allerzielen (2 november) voordragen op de mooiste begraafplaats van Den Haag en omstreken Oud Eik & Duinen, wanneer de overledenen worden herdacht.

Ik heb daar twee keer mogen staan als dichter en vond het elke keer weer een bijzondere plek en gelegenheid. https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/10/19/allerzielen-2020/

Afgelopen jaar was de eerste jubileumeditie die helaas niet doorging maar dit jaar zijn we ervan overtuigd dat het gewoon weer kan. Dichters zijn inmiddels benaderd en uitgenodigd en de voorbereidingen zijn begonnen. Omdat Allerzielen over het herdenken van de overledenen gaat wilde ik dit bericht omlijsten met een mooi gedicht over de dood.

Ik koos voor het gedicht ‘Mijn laatste dood’ van de Vlaamse dichter, schrijver, essayist en neurowetenschapper Jan Lauwereyns (1969) uit de bundel ‘De willekeur’ uit 2012.

.

Mijn laatste dood

.

Uiteindelijk stierf ik de enige echte keer het was

een dag zoals er vele waren vele

.

dagen vele doden ergens regende regen

.

elders scheen de zon in de ogen van iemand

die treurde om iets dat voorbij was finaal te vroeg gedaan

.

gewis noodzakelijk vroeger dan later en ik en

.

water vloeiden onder de brug en sommigen zagen

wel dat werkelijk niets maal eeuwig niets was

.

want stille kersenbloesembron bestond

.

en wat bestond kon nooit meer niet bestaan

zo stierf ik de enige keer in het diepste wezen getroffen.

.

Taarlo

Herman de Coninckzondag

.

Uit de bundel ‘Met de klank van hobo’ uit 1981 vandaag het “najaarsgedicht” met de titel ‘Taarlo’.

.

Taarlo

Wij lopen door het najaar met ons twee.
En dat gevoel heb ik ook in de lente
Wij lopen door veel bruine kroegenbruin van blaren
en door veel donkerrood gemis, appellation controlée,

dat dieper wordt in de kelder van de jaren.
Wij lopen door de beiger wordende bossen van Drenthe.
Hoor de wind door de henna-bomen varen
met een klank van hobo,de zwerver onder de instrumenten.

33, en in het midden van het donker woud
des levens. En met een gevoel van nergens horen
in de bossen thuis en thuis verloren.

Zullen wij later, misschien, ooit?
De zomer is voorbij, er wordt niet meer gehooid.
Het hier is nergens, en het nu is nooit.

.

Taarlo

Najaar

Paul Van Loon

.

In een Kringwinkel (Kringloopwinkel) in de Kempen kocht ik voor 50 cent de bundel ‘De vrede ligt in je armen’ van Paul Van Loon (1952). Over de dichter Paul Van Loon (niet te verwarren met de Nederlandse kinderboekenschrijver Paul van Loon) is weinig te vinden op het internet. Op de website van Ronny De Schepper ( http://ronnydeschepper.com/) vond ik het volgende commentaar over de debuutbundel van deze Gentse dichter.

‘De vrede ligt in je armen’ (Bladen voor de Poëzie, jrg.33, nr.2, 1985, 295 fr.) is de debuutbundel van Paul van Loon. In de serie liefdesgedichten identificeert de dichter zich met de geliefde. Klassieke beelden worden in nieuwe, verrassende vorm gegoten. Is van Loon niet altijd origineel in zijn beeldvorming, hij klinkt verfrissend in de verwoording. Teder en gevoelig ook.
Soms is de auteur niet van enige pathos vrij te pleiten (cyclus De Danser). De teksten van ‘Op doorreis’ klinken dan weer speelser, terwijl de 13 gedichten van ‘De laatste einder’ dezelfde gebalde rust als de liefdesgedichten uitspelen tegen een doordachte, rijke inhoud. Een debuut met reminiscenties, maar met ook waardevolle eigen klank (J.d.B. in De Rode Vaan nr.24 van 1986).

Uit deze bundel het gedicht ‘Najaar’ (De laatste einder)

.

Najaar

.

Vandaag heb ik het teveel aan woorden

bij elkaar geharkt, het overtollige

gesnoeid en alle dorre takken

uit mijn taal in as gelegd

.

Mijn einder heb ik bijgekleurd

met het weemoedige oker van oktober,

de kruiden uit de tuin vergaard

voor de geur van een gedicht

.

En ’s avonds bij de wijn, hoe

wij ons leegstaand hart verwarmen

aan de open haard van ons verlangen

.

en hoe wij zwijgzamer dan ooit

ons koesteren aan de nagloei, onder

de uitgedoofde ogen van de nacht.

.

IMG_0855 (1)

%d bloggers liken dit: