Site-archief

Moeders en roken

Dubbel-gedicht

.

Toen ik in de bundel uit 1999 ‘Familie duurt een mensenleven lang’ De honderd mooiste Nederlandstalige gedichten over vaders, moeders, dochters en zonen, samengesteld en ingeleid door Menno Wigman, het gedicht ‘Moeder’ van Gerrit Achterberg las, deed het me denken aan een gedicht dat ik ooit las van Nannie Kuiper. Na enig zoeken (waar vind je die tussen zovele andere bundels) kwam ik hem tegen. Het betreft hier de bundel ‘Ik heb alleen maar oog voor jou’ een bundel gedichten voor jongeren en volwassenen.

Opvallend genoeg hebben beide gedichten niet 1 maar 2 overeenkomsten. Ze gaan beide over een moeder en beide over roken. Het gedicht ‘Moeder’ van Gerrit Achterberg is genomen uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1991 en het gedicht ‘wat is ze kwaad’ van Nannie Kuiper is uit 1997.

.

Moeder

.

Ik zat met moeder aan de haard. zij breide

en ik deed niets dan sigaretten roken.

Ze zei; Jongen, je moet niet zoveel roken;

Je moet er vanaf morgen mee uitscheiden.

.

Ik ben het haardvuur nog wat op gaan stoken;

horende hoe het zachtjes in mij schreide,

omdat het niet kon worden uitgesproken,

wat zich vlakbij voor eeuwig wou bevrijden.

.

wat is ze kwaad

.

wat is ze kwaad

mijn moeder

nu ze net

ontdekt heeft

dat ik peuken rook

in bed

.

en in haar handen

ligt mijn nachtrust

tussen al die

stukjes sigaret.

.

Broer

Dubbel-gedicht

.

Over families zijn vele gedichten geschreven. Over vaders, moeders, zoons, dochters maar vreemd genoeg ben ik niet veel gedichten tegen gekomen over broers. Toch heb ik er twee kunnen vinden die nogal verschillend zijn en daarom zo interessant.

Het eerste is van de dichter en schilder Hendrik de Vries (1896 – 1989). Hendrik de Vries was een vroege surrealist. Het onderbewuste speelt een cruciale rol in zijn poëzie. Hij kreeg tijdens zijn leven o.a. de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, de Constantijn Huygens-prijs en de P.C. Hooft-prijs. Uit ‘Hoor! Zo is nooit gezongen! Hoor! uit 1986 komt het gedicht ‘Broer’.

Het tweede gedicht is van Bob Fosko (1955) pseudoniem van Geert Timmers, muzikant, tekstschrijver, acteur, recensent, producer, presentator, stem en programmamaker en bij mij vooral bekend als zanger van de Raggende Manne. Van hem is het gedicht ‘Ik wil je broer niet zijn’ uit de bundel ‘Nacht vd Poëzie’, een uitgave n.a.v. de 30ste nacht van de Poëzie uit 2011.

.

Broer

.

Mijn broer, gij leedt

Een einde, waar geen mens van weet.

Vaak ligt gij naast mij, vaag, en ik

Begrijp het slecht, en tast en schrik.

.

De weg met iepen liet gij langs,

De vogels riepen laat. Iets bangs

Vervolgde ons beiden. Toch woudt gij

Alleen gaan door de woestenij.

.

Wij sliepen deze nacht weer saam.

Uw hart sloeg naast mij. ‘k Sprak uw naam

En vroeg, waarheen gij ging.

Het antwoord was:

.

“Te vreselijk om zich in te verdiepen

Zie: ’t gras

Ligt weder dicht met iepen

Omkringd.”

.

Ik wil je broer niet zijn

.

midden in de nacht hoor ik de bel

slaperig maar nieuwsgierig doe ik

open.

daar sta je weer met je plastic zak

je zegt: ‘ik wilde naar mijn broer toe

lopen’,

maar ik ben je broer niet, stomme

trut!

wel lekker hier komen slapen

en ondertussen effe lekker….

ja….

.

ik wil je broer niet zijn

zie je dat dan niet

ik wil je broer niet zijn!

zie je dat dan niet?

.

ik ben geen familie van je

dat zou je wel willen he…

moet je kijken wat je doet…

zie je niet dat mijn handen trillen…

kom maar binnen hoor

ik maak wel chocola

maar dan moet ik weer naar bed

ik ga niet uren liggen lullen

zo is het maar net

.

ik wil je broer niet zijn

.

foto: Jean-Pierre Jans

 

Het was voorspeld

De mooiste gedichten over weer of geen weer

.

In de loop der jaren zijn er veel, heel veel poëziebundels verschenen rondom een bepaald thema. Inmiddels bezit ik er al vele tientallen van. Zo zijn er bundels over muziek, voetbal, dieren, moeders, kinderen, tuinieren, seks, Europa, het geloof, de oorlog (wereldoorlog I en II), de vrede, katten en ga zo maar door. Het aardige van dit soort bundels vind ik de variëteit in dichters en vormen van poëzie die samenstellers bij elkaar weten te vinden. Pas geleden heb ik weer een nieuw exemplaar aan mijn verzameling kunnen toevoegen, dit keer met als thema ‘het weer’, Nederlandser kun je het bijna niet krijgen.

In 2004 gaf uitgeverij Mozaïek uit Zoetermeer, de bundel ‘Het was voorspeld’ uit met als ondertitel ‘de mooiste gedichten over weer of geen weer’. Deze zelfde uitgeverij gaf al eerder themabundels uit over koeien en rivieren en dijken. Deze bundel werd samengesteld door Rien van den Berg en Liesbeth Goedbloed en bestaat uit gedichten van bekende dichters (Gerrit Achterberg, Herman de Coninck, Anna Enquist,Judith HerzbergToon tellegen, Vasalis en Willem Wilmink) en minder bekende dichters (Peter van Lier, Lenze L. Brouwers, Koos Geerds en Rouke van der Hoek). Onderwerpen zijn vormen van neerslag, de maanden, de seizoenen, weermannen maar ook de wind, de wolken en de zon.

Ik koos voor en gedicht van dichter Menno Wigman getiteld ‘Stil maar, wacht maar’.

.

Stil maar, wacht maar

.

Wat een geluk dat Holland niet bestaat.

Alleen een tenger land van mist en klei,

alleen miljoenen doden zonder steen,

alleen het ultimatum van de zee.

.

En wat een troost dat er geen morgen is,

dat er nooit sprake was van sneeuw en hagel,

zon en voorjaarswind – helemaal niks.

.

Alleen het ultimatum van het licht.

.

Tot zover het weerbericht.

.

 

Mooi gesjeesd doodgaan

Luuk Gruwez

.

In de fijne bundel ‘Poëten in het parlement’ bloemlezing 2002 van Vlaanderen & Co, las ik het bijzondere en gevoelige gedicht van Luuk Gruwez zonder titel. Gruwez (1953) is dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1973 met de poëziebundel ‘Stofzuigergedichten’. Voor de bundel ‘Een huis om dakloos te zijn’ ontving hij de Guido Gezelleprijs van de stad Brugge. In 2009 ontvangt hij voor het gedicht ‘Moeders’ de Herman de Coninckprijs. Gruwez is ereburger van Deerlijk. Het onderstaande gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Dikke mensen’ uit 1990.

.

Dood, wees nu hoffelijk, want mijn moeder komt.

Zij komt met handtas en haar beste hoed,

gekrenkt tot in haar poederdoos,

arm ding, dat alle glorie verloor.

.

Zij komt een juf gestikt in een mevrouw.

Haar ziel nog in een zakdoek gesnikt,

haar lichaam zo gerantsoeneerd

dat het maar goed was voor een halve eeuw.

.

Dit liefelijk karkas met pruikenbol,

ik kan het domweg niet vergeten.

Hoe zij in alles was gesjeesd,

misschien in doodgaan nog het meest.

.

%d bloggers liken dit: