Site-archief

Middeleeuws dagboek van de liefde

Henric van Veldeke

.

In de kringloop kwam ik een alleraardigst boekje tegen getiteld ‘Middeleeuws dagboek van de liefde’ een vertaling van ‘Medieval; Lovers’ Book of days’ maar dan met Nederlandse gedichten en dichters. In dit boekje uit 1995 dat werd samengesteld en vertaald door Textcase in Groningen staan versjes en gedichten van middeleeuwse schrijvers en dichters. Of zoals op het boekje zelf te lezen staat: In dit dagboek vindt u een keur van Middelnederlandse liefdespoëzie, rijkelijk aangevuld met schitterende illustraties uit de middeleeuwen. De gedichten en de schilderijen hebben in de loop van zo’n vijf- tot zevenhonderd jaar niets aan schoonheid en zeggingskracht verloren.

Vaak zijn de dichters anoniem omdat er domweg geen namen bekend zijn van degene die het schreven en in een aantal andere gevallen staan er de namen bij van degene die het schreef. Zoals in het geval van Henric van Veldeke (uit de 12e eeuw).

.

Die minne bede ich

.

Die minne bede icht ende mane,

Die mich hevet verwonnen al

Dat ich die schonen daartoe spane

Dat zij mere mijn geval

Geschiedt mir als den zwane

De zinget als er sterven zal,

Zo verlieze ich teveel daarane.

.

Maar ook een alleraardigste versje van een anonieme schrijver uit de 13e eeuw:

.

O lieve herte,

Mij doet smerte

Uw verre wezen;

Waar ik u bij

Zo waar ik vrij

Ende al genezen.

.

 

Beatrijs

P.C. Boutens

.

De Beatrijs, zoals velen van ons deze titel herinneren uit onze middelbare schoolperiode, is een Middelnederlandse Marialegende uit de veertiende eeuw. Het enige handschrift waarin de legende overgeleverd is, dateert van kort voor 1374 en wordt bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Omdat het oorspronkelijke werk geen titel had, gebruikte W.J.A. Jonckbloet bij zijn publicatie in 1841 de naam van het hoofdpersonage, Beatrijs en deze titel heeft het sindsdien altijd behouden.

In 1907 (bron KB, volgens de publicatie die ik bezit was de eerste druk in 1908) publiceerde de dichter P.C. Boutens (1870 – 1943) een bewerking van de Beatrijs. Deze bewerking telt slechts 380 regels waar het origineel maar liefst 80 folia (bladen van een boek die alleen aan de voorkant genummerd zijn) heeft met 37 regels per folia. Het Nederlands in de versie van Boutens doet gedateerd aan maar is natuurlijk ook een hertaling uit het Middelnederlands.

Omdat 380 regels wat veel is heb ik me hier beperkt tot de laatste 5 stroffen uit deze bundel met voorp een prachtige illustratie van Rie Cramer.

.

Dit is de sproke van Beatrijs.

Ik schreef haar uit op weinige blaên

In zulk een klare en simple wijs

Als kinderen verstaan.

.

Want van al heiligen wier voet

De weiden treedt van hemelsch tijm,

Had niemand met Maria zoet

Zoo teêr geheim –

.

Maria die woont hoog en stil

Boven der englen prijs en lof,

Die kiest van zielen wie zij wil,

Tot rozen in haren hof –

.

Die weet hoe schoon karmijnen roos

Verbleeke in ’t vuur van felle smart,

Hoe schoon berouw tot purper blooz

Der blanke rozen hart –

.

Die zelve leed aan Jezus’ voet

Smart die geen heerlijkheid vergeet:

Maria die meest beminnen moet

Al hart dat zwaard doorsneed.

.

 

%d bloggers liken dit: