Site-archief

Triosonate

De bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur

.

Uit 1986 stamt de bundel ‘Gelezen worden ze ontelbre malen; de bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur’. In deze bundel vele bekende gedichten maar ook (voor mij) veel onbekende gedichten. En dan doel ik niet op de middeleeuwse werkjes van anoniemen of de gedichten uit de 16e , 17e en 18e eeuw maar ook gedichten van dichters uit de vorige eeuw waar ik in ieder geval nog nooit van had gehoord. Of de titel de lading dekt is dus maar de vraag. Ik denk dat het hier in veel gevallen gedichten betreft die indertijd heel bekend waren (en deels nog steeds).

De dichter die ik hier  naar voren wil halen is Jan Wit (1914 – 1980). Het gedicht waarmee Wit in de bundel is opgenomen is getiteld ‘Triosonate’ en verscheen in 1982 in de bundel ‘Terwijl ik wacht wat mij de wereld doet’.

Jan Wit was dichter, predikant en hymnoloog (onderdeel van de studie van kerkmuziek). Jan Wit, die blind was, was van 1948 tot 1967 als predikant verbonden aan de Waalse gemeente van Nijmegen. Hij schreef een groot aantal teksten voor het Liedboek voor de Kerken. In 1969 ontving hij een eredoctoraat aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als theologiestudent behoorde hij tot de vriendenkring van Theo van Baaren en Gertrude Pape en droeg hij in de oorlogsjaren bij aan het baldadige en surrealistische maandblad met een oplage van één exemplaar ‘De Schone Zakdoek’  http://schonezakdoek.blogspot.nl.

.

Triosonate

.

Er blies een vrouw op een fluit

van zomaar, van zomaar, van zomermiddagslaapje.

Er blies een vrouw op een fluit

van zomaar je kleren uit.

.

Er sloeg een man op een trom

van toe nou, van toe nou, van toenadering zoeken.

Er sloeg een man op een trom

van toe nou, dat doe je erom.

.

Toen trok een kind aan een bel

van even, van even, van evenwichtsorgaantjes.

Toen trok een kind aan een bel

van eventjes mag toch wel?

.

Collage uit De Schone Zakdoek (1941)

Advertenties

Carol

Versvorm

.

De Carol komt van het Italiaanse carola dat stamt uit de Middeleeuwen. Later werd het een religieus lied en heden ten dage is de carol vooral bekend van de Christmas Carol.

Een carol bestaat uit het schema: A1A2 bbbA1 cccA2 ….  dddA1 A1A2 waarbij het refrein af en toe herhjaald mag worden bij een langer gedicht. Het metrum is vrij en de regels kort.

Hieronder een voorbeeld van Aat Terpstra en Ton Schuringa van versopmaat.nl

.

Gedweep met Japan

Ik krijg er wat van

We zijn goed bevriend met een stel in de stad

Hij is heel innemend en zij is een schat

Maar waar wij wat moeite mee hebben is dat

gedweep met Japan

Je komt bij ze binnen, de schoenen gaan uit

De voeten gewassen, met lotus gekruid

Een zijden kimonootje strak op de huid

Ik krijg er wat van

Je zit bij die mensen direct op de vloer

Je krijgt wel een kussen; het helpt je geen moer

Je knabbelt een koekje van vogelenvoer
Gedweep met Japan

Gedweep met Japan

Ik krijg er wat van

Je moet steevast eten en krijgt altijd vis

Alsof dat het enige is dat er is

Ik ben dan zo dat ik mijn biefstukje mis

Ik krijg er wat van

Ze doen wel hun best, maar ja, alles is rauw

De wijn is te warm en de groente te lauw

Als logisch gevolg van traditiegetrouw

Gedweep met Japan

En traditioneel is vooral het bestek

Een bron van frustratie en uren gesprek

Ik krijg visioenen van zuurkool met spek

Ik krijg er wat van

Gedweep met Japan

Ik krijg er wat van

We danken het stel voor het fijne diner

Onvast door de honger en door de sake

Ontvluchten wij, waggelend als een pygmee

’t gedweep met Japan

De tuinvijver glinstert mystiek door de maan

Onwezenlijk kijken de karpers mij aan

Ze eten mijn braaksel en sterven spontaan

Dat krijg je ervan

Gedweep met Japan

Ik krijg er wat van

.

VLAG-JAPAN1

Met dank aan: https://sites.google.com/site/versvormen/

Jean Pierre Rawie

Rondeel

.

Gisteren kwam ik ergens in een stuk over poëzie een stukje over Jean Pierre Rawie tegen. In de late jaren negentig van de vorige eeuw heb ik het genoegen gehad Jean Pierre Rawie te mogen ontmoeten toen hij voordroeg tijdens een schrijversmarkt in de gemeente waar ik toen werkte. Een bijzonder heerschap was het, een dandy. Tenminste, ik denk dat hij graag als zodanig door het leven wilde gaan. Wat mij toen al opviel (ik was toen nog niet zo bezig met poëzie) was dat zijn gedichten zo mooi van structuur waren, zo makkelijk in het gehoor lagen en een beetje gedateerd aandeden. Dat laatste was mijn onwetendheid. Hoewel ik zelf geen bestaande structuren of vaste vormen gebruik in mijn poëzie waardeer ik ze wel degelijk. Jelou (jeloupoems.blogspot.nl) een door mij gewaardeerd dichter kan dit ook heel mooi.

.

Als voorbeeld een gedicht van Jean Pierre Rawie met als titel en als vorm, de uit de Middeleeuwen afkomstige versvorm, rondeel.

Rondeel: 4 regels + 4 regels +5 regels, rijmschema abba + abab + abbaa

.

Rondeel

.

Mijn wonder jij aanminnige vriendinnen,
ik heb mijn nachten wel met u doorwaakt:
gij waart gemeenlijk zo innemend naakt
en liet u zo welwillend voor mij winnen.
.
(Uw warme lijfjes tegen ’t witte linnen,
de legerstede die tevreden kraakt;
mijn wonderlijk aanminnige vriendinnen,
ik heb mijn nachten wel met u doorwaakt.)
.
Soms schiet het mij pas naderhand te binnen
hoezeer wij ons au fond hebben vermaakt
(al is het vaak te spoedig uitgeraakt,
maar viel er aan iets diepers te beginnen,
mijn wonderlijk aanminnige vriendinnen?)

.

Bron: Gedichten.nl

Uit: Wij hebben alles nog te goed (2001)

%d bloggers liken dit: