Site-archief

Ja, ik wil

Willem Alexander en Maxima

.

Soms kom ik dichtbundels tegen die ik wil hebben, niet perse door de inhoud maar door het thema of de gelegenheid waarvoor ze zijn gepubliceerd of uitgegeven. Dit gaat zeker op voor de kleine bundel ‘Ja, ik wil’ Gedichten voor Willem Alexander en Maxima, van uitgeverij Meulenhoff uit 2002, uitgegeven naar aanleiding van het huwelijk van de koning en de koningin.

Dit kleine bundeltje bevat veertien gedichten uit de cassette met achttien gedichten die door de stad Amsterdam als huwelijksgeschenk werd aangeboden aan Willem Alexander en Maxima. Het cadeau werd samengesteld in opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam naar een idee van het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

In de bundel, die vooraf wordt gegaan door de toespraak van burgemeester Job Cohen, staan gedichten van een bonte verzameling dichters. Van Anneke Brassinga en Adriaan Morriën tot Def P. en Diana Ozon. Maar er staat ook een gedicht in van de Zuid Afrikaanse Elisabeth Eybers getiteld ‘Willem Alexander en Máxima’.

.

Willem Alexander en Máxima

.

Onverbiddelik aanwijs op die troon

moet hij die verwagting van almal beloon;

.

dog per ongeluk, óf per geluk, het hij

reeds sij gretige blik in die richting laat glij

.

van ’n liewe, innemende meisiemens

wat vervulling bied aan zij soetste wens:

.

tesame kan hiertoe begunstigde paar

die veeleisende opdaag klaarspeel, nie waar?

.

 

Spiegel internationaal

René Char

.

In 1988 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff de bundel ‘Spiegel Internationaal’ moderne poëzie uit 21 talen. De bundel werd samengesteld door Maarten Asscher en Laurens Vancrevel en bevat poëzie uit 21 taalgebieden van over de hele wereld (met een nadruk op Europese landen). Een aantal dichters is zeer bekend en beroemd (Günter Grass, T.S. Eliot, Seamus Heaney, Primo Levi, Octavio Paz, Anna Achmatova) maar er staan ook, voor mij, verrassingen in zoals de dichter René Char (1907 – 1988) uit Frankrijk.

Char publiceerde in 1929 zijn eerste poëziebundel en werd in zijn beginjaren aangemoedigd door Paul Éluard, een van de bekendste Franse Surrealisten. Hij trok naar Parijs, waar hij onder meer André Breton en Louis Aragon leerde kennen. In 1934 vestigde hij zijn naam met de ‘Le marteau sans maître’, een van de belangrijkste dichtbundels voortgekomen uit het surrealisme van de periode 1929-1934. Uit de bundel spreekt een samenballing van krachten die ook zijn latere werk zal kenmerken. Invloeden van Nietzsche zijn herkenbaar, maar wel steeds vanuit een originele eigen visie.

In de oorlog zit Char in het verzet maar blijft schrijven. Kort na de oorlog publiceert hij zijn bekende bundel ‘Fureur et mystère’ (1948), waarin een intense bewogenheid doorklinkt en het mysterie van de tederheid centraal staat. Deze bundel werd opgenomen in Les Mondes ‘100 boeken van de eeuw’. Char nam na de oorlog vaak openlijk politieke standpunten in. Vanaf de jaren zestig klinkt steeds sterker de angst en de hoop van het tijdsgewricht door in zijn poëzie. In die periode keerde hij zich onder andere publiekelijk tegen de stationering van atoomraketten in de Provence.

Char was goed bevriend met veel (bekende) kunstenaars als Albert Camus, Pablo Picasso, Joan Miró en Wassily Kandinsky.

In Spiegel Internationaal staat onder andere het gedicht ‘Pyreneeën’ in vertaling van Clasine Heering.

.

Pyreneeën

.

Gebergte van de grotelijks bedrogene,

Op de spits van uw koortsige torens

Verzwakt de laatste lichtschijn.

.

Niets dan leegte en lawine,

Treurnis en nood!

.

Al die karig-beminde troubadours

Zagen binnen het bestek van die éne zomer

Hun zoet en pessimistisch koninkrijk wit kleuren.

.

O! onverbiddelijk is de sneeuw

Die zich verheugt in lijden aan haar voeten,

Die wil dat wie geleefd heeft in het zand

IJskoud verstijfd zal sterven.

.

Zuidelijke gastvrouw

Maria van der Steen

.

In 1987 publiceerde uitgeverij Meulenhoff de lijvige bundel ‘De spiegel van de Nederlandse poëzie’ Dichters van de twintigste eeuw (5e herziene editie), samengesteld door Hans Warren. Het aardige van verzamelbundels uit een bepaalde tijd (in dit geval de jaren 80 van de vorige eeuw, wat de titel gelijk al een vreemde bijsmaak geeft, er waren nog 13 jaar te gaan in de twintigste eeuw toen deze bundel uit kwam) is dat er dichters in zijn vertegenwoordigd waar je veel later (in dit geval ruim 30 jaar later) nooit meer iets van hoort. Samen met dichters die nu nog steeds worden gelezen vormen zij een mooi palet van de dichterscultuur in een bepaalde periode.

Lezend in deze bundel kwam ik de dichter Maria van der Steen tegen met een aantal gedichten. Maria van der Steen is het pseudoniem van Annie Pepers (1906 – 1987).  Zij debuteerde (na eerder verschillende prozawerken te hebben geschreven) in 1970 met de poëziebundel ‘Sintels rapen’ waarna nog 10 dichtbundels en een bloemlezing zouden volgen. In haar eerste dichtbundels beschrijft Maria van der Steen eenvoudige, alledaagse toestanden, waarmee zij thematisch bij haar proza aanleunt (armoede en onmenselijkheid). Later zou zij meer feministische poëzie gaan schrijven.

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Zuidelijke gastvrouw’ dat eerder verscheen in de bundel ‘Laat maar’ uit 1971.

.

Zuidelijke gastvrouw

.

zij snijdt nog brood

op de ouderwetse manier

.

zij neemt het bijna als een baby in haar armen

-zij moet een warm hart hebben- denk ik

een rilling van bijna betrapte herkenning

gaat door mij heen

.

ik word weer klein

en sta aan tafel

.

met de punt van het mes

maakt zij een kruis

van korst tot korst

.

het lemmer klieft

het grijs van golgotha

zij schijnt het niet te merken

.

ik bespied haar feller

het brood, een donkere homp nu

draait zich tussen haar borsten rond

en om haar warme wijze mond beeft

een nauw aanvaarde glimlach

als zij zegt

terwijl zij de sneden

behoedzaam op de broodschaal legt:

.

wat zijn de jaren snel gegaan

ik had je bijna niet herkend

nu ik het kind en jij de moeder bent

.

Erotiek in poëzie

Dana Hokke

.

In 2000 schreef de Groene Amsterdammer over de toen 70 jarige ‘vergeten’ dichter Dana Hokke (alias van Dana Constandse). Deze dichter publiceerde in 1982 de bundel ‘Gebroken wit’ maar in de jaren daarna was slechts sporadisch nieuw werk van haar te lezen. Gedichten verschenen in Hollands Maandblad, Lust & Gratie, Maatstaf en in de poëziekalender van Meulenhoff maar ook in het Vlaamse Gierik en het besloten Tijdschrift Ons Kent Ons (TOKO).

Het hele artikel kun je hier lezen https://www.groene.nl/artikel/wie-schrijft-die-blijft-4

Uit haar bundel een erotisch gedicht getiteld ‘Vergelijking’.

.

Vergelijking

.

Het paren van nijlpaarden

is minstens zo subtiel

als onze logge bezigheid

in bed. Ook hier

stroomt Gods water echter

opgewekt over de akkers

of onbekommerd de delta in

al naar gelang het

zo uitkomt.

.

nijlpaarden

 

De Russen komen

Russische poëzie

.

De Russen komen eraan, tenminste als het aan mij ligt. Ik zal de komende tijd hier wat vaker aandacht besteden aan de Russische poëzie. Rusland heeft een groot aantal beroemde dichters voortgebracht. Ik zal hierbij vooral putten uit het lijvige werk van Willem G. Weststeijn en Peter Zeeman: De Spiegel van de Russische poëzie.(Meulenhoff, 2000).

Vandaag dus een eerste Russische dichter: Ivan Zjdanov. Ivan Zjdanov werd in 1948 geboren in de Altaj (Siberië), volgde een opleiding aan de pedagogische academie maar was lang werkzaam als fabrieksarbeider, toneelknecht, liftbediende etc. In zijn poëzie is Zjdanev beïnvloed door Mandelstam en Chlebnikov. Hij schrijft meditatieve-mystieke lyriek die te rangschikken valt onder het metarealisme of het metametaforisme. Twee van zijn boeken werden gepubliceerd in de Sovjettijd: Portret (1982) en Onveranderlijke lucht (1990).

.

Je staat alleen bij de ingang van dit bos,

waar ieder blad nakomeling is van verwachting,

en elke stap heel duidelijk, als laatste.

.

Geen ademtocht staat jou thans meer te wachten,

maar bij het ademen zoek je naar evenwicht –

zo halen grassen adem, wolken, jaren.

.

’t Gezicht van regen, dat behuild was op de dag

dat hij daar liep, is nu weer opgeklaard –

met zijn ogen kijk je naar de takken.

.

Je gaat de kubus in, gevormd door spiegels,

de ruimte-inhoud ritselt door een vogelnacht

en sneeuw van vorig jaar kietelt de lippen.

.

Als doodsgeluid, dat opklinkt uit het duister,

onzichtbaar nog, maar reeds bekend,

verbergt zich het gerucht, ver weg nog, in een stofje.

.

Denkt zo het hart niet over zijn kloppen na?

.

Zhdanov

Niets cadeau

Wislawa Szymborska

.

Uit de bundel ‘Einde en begin, gedichten 1957-1997’ van uitgeverij Meulenhoff uit 1999 het prachtige gedicht ‘Niets cadeau’ van Wislawa Szymborska.

.

Niets cadeau

.

Niets cadeau gekregen, alles te leen.

Tot over mijn oren in de schulden

zal ik met mezelf

voor mezelf moeten betalen,

mijn leven voor mijn leven geven.

.

Het is nu eenmaal zo geregeld

dat het hart terug moet

en de lever terug moet

en elke vinger afzonderlijk.

.

Te laat om het contract te verbreken.

De schulden moeten worden geïnd,

het vel over de oren gehaald.

.

Op de wereld loop ik rond

in de menigte van andere schuldenaren.

Sommigen zijn verplicht

hun vleugels af te betalen.

Anderen moeten of ze willen of niet

hun blaadjes afrekenen.

.

Aan de debetzijde

staat elk weefsel in ons.

Geen wimpertje, geen steeltje

mogen we voorgoed behouden.

.

De lijst is uitputtend

en het ziet ernaar uit

dat we niets zullen overhouden.

.

Ik kan me niet herinneren

waar, wanneer en waarom

ik zo’n rekening heb laten openen.

.

Het protest daartegen

noemen we de ziel.

En dat is het enige

wat niet op de lijst staat.

.

leeg

%d bloggers liken dit: