Site-archief

Arme rijkdom

Hubert Corneliszoon Poot

.

Van mijn broer kreeg ik een alleraardigst bundeltje uit de Libellen-serie, nummer 252 uit 1937, van Hubert Corneliszoon Poot getiteld ‘Bloemlezing uit zijn gedichten’. Ingeleid en samengesteld door Martien Beversluis. Wat ik vooral zo leuk vind aan dit bundeltje is, naast de mooie grafische vormgeving, de afbeelding op de achterkant van een Libelle met daarnaast een motto: Met een boekske in een hoekske en ook Cum Libello in Angello (zoiets als een engel met een boekje).

De dichter Poot (1689 – 1733) is gek genoeg vooral bekend geworden van het grafschrift dat De Schoolmeester (de dichter Gerrit van de Linde, 1808 – 1858) voor Poot schreef: Hier ligt Poot, Hij is dood.  Zijn werk aansluit bij zowel de klassiek georiënteerde poëzie van iemand als Vondel, als bij de gevoelige stemmingspoëzie uit de 18e eeuw.

Ik heb voor het gedicht ‘Arme rijkdom’ gekozen omdat, ondanks dat dit gedicht al een paar eeuwen oud is, nog steeds heel actueel is en waarin geldzucht of hebzucht wordt gehekeld.

.

Arme rijkdom

.

Arme gierigaards, hoe na

zit gij bij uw zilver warmer?

Door uw rijkdom wordt gij armer

met uw schatten groeit uw schâ.

Want die rinkelende banden

houden u (met recht verfoeid)

deerlijk op den hals geboeid.

Dit is ’t goed dier waarde panden

Ai! wordt wijzer toch en houdt

eindlijk op van mijne graven. –

Zijt niet langer rijke slaven,

Gouden vrijheid gaat voor goud!

.

Vreest gij, dat de kerkhofkuilen

zullen steigeren in prijs?

Dat gij dus, bedaagd en grijs,

lust en rust om geld loopt ruilen?

Of denkt g’eens met fijn metaal

’t Straffe sterflot om te koopen?

Cresus zou dat vruchtloos hopen.

Krassus sneuvelde door ’t staal,

daar hem goud ontzet noch Staten.

Schoon de razende fortuin

Iemands geldhoop tot een duin

aan doet groeien…. ’t zal niet baten,

.

als de dood hem, eer hij ’t gist,

voortstuwt, volgens last van boven

uit zijn hoven naar de hoven,

van zijn kisten…. in de kist.

Gaat dan, goudgriffioenen! Zweeft

met uw levendig geraamte.

Al uw goud is rood van schaamte,

nu het zulke meesters heeft.

.

 

Liederen van den Arbeid

Martien Beversluis

.

Soms vind ik boekjes bij tweedehands- of kringloopwinkels waar ik oprecht heel blij van word. De bundel ‘Liederen van den Arbeid’ is zo’n boekje. Geschreven door Martien Beversluis (toch geen familie van?) met bandteekening en illusrtraties van Nans Amesz, uit 1932, uitgegeven door N.V. De Arbeiderspers.

Waarom ik hier zo blij van word mag duidelijk zijn, dit zijn bundels die je nooit meer ergens vindt, die vergeten zijn, weg gedaan, door hun onderwerp, taal, duidelijke signatuur (socialistisch) niet meer van deze tijd.  En juist daarom zijn ze zo leuk om te lezen en te delen.

In het voorwoord staat: “Deze verzen, verzameld onder de titel Liederen van den Arbeid, zijn door mij geschreven in het voorjaar en den zomer van 1929. Zij hebben hun ontstaan te danken aan het verzoek der V.A.R.A. om op den avond van 30 april en den morgen van 1 mei 1929 eenige liederen voor te dragen, die in overeenstemming waren met het karakter van deze socialistische wijdings-uren… Ik heb dit werk aan hen, die mij nader brachten tot het socialisme aan Greet en Ger. Zwertbroek gewijd. Blaricum 1929”.

Alleen zo’n voorwoord al plaatst deze bundel in een lang vervlogen tijdgewricht waar wij ons niets meer bij kunnen voorstellen. De illustraties zijn prachtig en passen heel goed bij de tijdsgeest van begin dertiger jaren. In de bundel worden beroepen beschreven, sommige die al reeds lange tijd niet meer bestaan (De Sleepers, de Schuthaag, Boetende vrouwen, de Dorschers) en andere die je niet meteen verwacht in een ‘socialistische’ bundel (De Sterrewacht). Na gedichten over deze beroepen aan het eind van de bundel een kleine cyclus van 8 gedichten met als titel ‘Rondom de mijnschacht’.

Daarover wellicht later meer maar nu een gedicht uit de bundel over de Bouwers.

.

De Bouwers

.

Nog waait de wind alheerschend om

de plek, waar eens het heiligdom,

het woonhuis zal verrijzen.

Wat lage muurtjes geven aan,

waar eens de wanden opwaarts gaan,

en naar den vrijen hemel staan

de palen al te wijzen.

.

Daar staan gebukt de bouwers, die

van steen op steen de symmetrie

doen groeien en ontplooien.

Die dragen steenen heen en weer,…

en zetten ze tot stapels neer.

Er komen werkers meer en meer,

om de opbouw te voltooien.

.

Dan, als de muur al hooger rijst,

gaan trap en steiger om de lijst

van dit nog wondend wonder.

De mannen dragen, last na last,

op hunne schouders opgetast,

en dreunend gaan hun stappen vast

rondom en op den vlonder.

.

Het groeit, het groeit van steen tot steen.

Gebinten buigen er door heen,

in wijs beraamd getoover.

Het klimt, het klimt van plint tot plint,

van plank naar plank naar hoog gebint.

Dan… sluit het dak de ruimte blind.

Dan waait de wind er over.

.

Het huis staat!- maar van binnen klinkt

de arbeid, die nog dagen zingt,

en wegsterft, als in droomen.

Tot, na die stilte, op een dag

het huisgezin met nieuw gezag

brengt ’s levens leed en schaterlach.

Dan is het huis volkomen.

.

Maar ginds gaat naar de vrije lucht

een nieuwe muur, een nieuw gerucht

van metselaars en sjouwers…

Voort gaat het werk van plan tot plan,

van hand tot hand, van man tot man,

als een eendrachtige opdracht van

dat kloppend koor: De Bouwers.

.

Zoo staan wij allen om die plek.

Zoo gaan wij om dit klein bestek

des Tijds, die ons voorbij glijdt.

Maar weten ons geduldig sterk,

als bouwers aan het prachtig werk,

dat opklimt naar het open zwerk,

het zwerk van onze vrijheid.

.

img_6489

 

img_6491

 

Proletarische dichtkunst

Martien Beversluis

.

Afgelopen weekend bracht ik een bezoek aan de nieuwe Paagman vestiging in het centrum van Den Haag in het oude pand van De Slegte. In de boekwinkel zijn nog altijd op de eerste verdieping tweedehands boeken en antiquaren boeken te koop. Ik mag daar altijd graag in de sectie poëzie rondsnuffelen.

In de poëziekast kwam ik een bijzondere dichtbundel tegen. De bundel ‘Arbeiders-noodlot’, Proletarische dichtkunst. Een bloemlezing uit de moderne Duitsche arbeiderspoezie der laatste jaren. In Nederlandsche verzen omgezet door Martien Beversluis. uit 1930, uitgegeven door H. ten Brink in Arnhem.

Martien Beversluis (1894 – 1966) werd in 1922 lid van de SDAP (voorloper van de PvdA) en werd in 1928 literair medewerker voor de VARA. Voor deze omroep verzorgde hij het radioprogramma ‘Internationale socialistische poëzie’. In dit kader moet denk ik ook zijn bemoeienis te plaatsen zijn met de bundel ‘Arbeiders-noodlot’. Duitse Arbeiderspoëzie in Nederlandse verzen omgezet.

In de jaren dertig werd hij lid van de communistische partij en in de oorlog (1941) bij de NSB. In de jaren na de oorlog krijgt hij een publicatieverbod en uiteindelijk blijft hij tot zijn dood actief als dichter van voornamelijk religieus getinte verzen.

Uit deze bundel het gedicht’Aan de draaibank’.

.

boeka

 

boekc

 

boekd

 

boekb

 

%d bloggers liken dit: