Site-archief

Aan het verre lief

M. Vasalis

.

Hoe fijn is het om voor je boekenkast te staan en zomaar een dichtbundel te pakken en daarin te gaan lezen zonder datje van te voren heb bepaald welke bundel dat is. Ik doe het met regelmaat. Op die manier lees je bundels op een andere manier, veel verrassender, waarbij je opnieuw ontdekkingen doet.

dit gebeurde toen ik de bundel ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1954 van Vasalis uit mijn boekenkast pakte en ik begon te lezen. Niet alleen kwam ik een uit de krant geknipt gedicht tegen waar de knipper ‘Vasalis’ op had geschreven ( heerlijk dit onverwachte vondsten in tweedehands boeken) maar ik stuitte ook op het gedicht ‘Aan het verre lief’.

In dit licht melancholieke gedicht lijkt Vasalis het verre lief te beschrijven als iets uit de natuur waardoor het geheel een romantische lading krijgt.

.

Aan het verre lief

.

Ik denk aan ledematen in de ochtendstond,
fris als tulpenstelen, rond
en stroef.
Ach lief.
En aan het ondergronds geluk
dat door de aders van de ziel
stroomt en in plotseling gelach
opspringt, hoog als de eerste dag.
Denk aan de aandacht en de rust
als bij ’t bestijgen van een berg.
Daarboven sneeuw, brandend van wit.
Zo zou het zijn: langzaam en aandachtig,
ingespannen, stijgende, tot het wit-gloeiend eind,
dat heilig is, eenzaam en wijd.

.

                                                                                                                                                                 Schilderij: William Turner

Stof zijn wij

Brein en poëzie

.

Voor de bundel ‘Stof zijn wij, brein en poëzie’ zochten Rutger Kopland en Neerlandicus Reinier Spreen gedichten bijeen waarin hersenen en hersenfuncties een rol spelen. Rutger Kopland (pseudoniem van Rudi van den Hoofdakker) die als hoogleraar biologische psychiatrie, hoofd was van een afdeling waarin onderzoek wordt gedaan naar de relatie tussen hersenen en gedrag, was de juiste dichter om deze bundel met Reinier Spreen samen te stellen.

De gedichten in dit bundeltje, dat werd uitgegeven in 2002 door Vergouw Publishing, getuigen van het besef dat het brein een wonderbaarlijke stoffelijke machinerie is, die ons met onszelf en met de wereld om ons heen verbindt.

In deze bundel staan 25 gedichten van dichters als o.a. Leo Vroman, Wiel Kusters, J. Bernlef, M. Vasalis, Gerrit Kouwenaar en Gerrit Achterberg. Het gedicht dat ik koos is van Willem van Toorn, is getiteld ‘Geheugen’en verscheen eerder in ‘Gedichten 1960 – 1997’ uit 2001.

.

Geheugen

.

Hoe je bestaat in mijn hoofd:

op filmpjes van oude tijd

in lussen opgehoopt.

Beelden verstild, maar bereid

.

tot leven te komen zodra

licht van verlangen of spijt

door kristallen schijnt.

Een straat. We kijken je na.

Deur waar je achter verdwijnt.

.

Of: haast onzichtbaar klein

diep in een landschap bewaard,

deel van een ansichtkaart

uit een ontroerd domein

kennelijk. Wie je heeft gespaard

in dat boordevol hoofd van mij

moet wel haast ik zijn.

.

Waar dit je bijna raakt

loopt de film op zijn eind.

.

Sprookje

De Vogel Phoenix

.

Uit mijn boekenkast heb ik vandaag de bundel ‘De vogel phoenix’ van M. Vasalis uit 1948 gepakt. Omdat het zo’n prachtige bundel (zowel inhoudelijk als fysiek, na 69 jaar ziet mijn exemplaar er nog als nieuw uit) maar ook omdat ik in het gedicht ‘Sprookje’ iets herkende.

.

Sprookje

Voor mijn Moeder en Dochtertje

.

Zij luistren beiden naar haar oud verhaal,

wondere dingen komen aangevlogen,

zichtbaar in hun verwijde oogen,

als bloemen, drijvend in een schaal.

.

Er is een zachte spanning in hun wezen,

zij zijn verloren en verzonken in elkaar,

-het witte en het blonde haar –

geloof het maar, geloof het maar,

alles wat zij vertelt is waar

en nooit zal je iets mooiers lezen.

.

Die moeder

Elisabet Eybers

.

Soms kom ik in mijn boekenkast de meest vreemde boeken tegen. Nu weer een boek van Joke Forceville-van Rossum met de titel ‘Als je het mij vraagt’ uit 1983. Joke begint in haar voorwoord over de welvaart in ons land en dat deze bijna spreekwoordelijk is (!). Omdat zij veel gelezen heeft en daarbij zoveel is tegengekomen dat blij maakt, te denken geeft, helpt, troost en vragen stelt, wil ze anderen hier ook deelgenoot van maken. Er zijn dringender redenen geweest om een boek uit te geven dunkt me. Dit boek bestaat dan ook uit een enorme hoeveelheid foto’s, spreuken, verhaaltjes, korte essay-achtige stukken, overdenkingen en gedichten. Waarschijnlijk heb ik dit boek daarom ooit voor een euro gekocht bij een kringloopwinkel.

Het boek doorbladerend wilde ik het al weg doen tot ik een prachtig gedicht tegenkwam van Elisabet Eybers getiteld ‘Die moeder’. Elisabet Eybers (1915 – 2007) was een Zuid Afrikaans dichter. Ze groeide op en studeerde in Johannesburg maar vestigde zich in 1961 in Amsterdam en nam de Nederlandse nationaliteit aan. Toch bleef ze schrijven in het Afrikaans. Haar werk wordt gekenmerkt door humor, ironie en zelfspot. Als voorbeeld hiervan onderstaand gedicht uit 2006, geciteerd in haar overlijdensadvertentie:

Godsdienstigheid beweer
Die siel bly voortbestaan
Terwyl ek self begeer
Om grondig te vergaan

Ze wordt met M. Vasalis en Ida Gerhardt tot de drie grote naoorlogse dichteressen van Nederland gezien. Voor haar werk ontving ze vele prijzen waaronder drie keer de Hertzogprijs, de Herman Gorterprijs, de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooft-prijs voor haar hele oeuvre. Ze publiceerde maar liefst 30 bundels poëzie in haar leven.

.

Die moeder

.

Die vreemde oorsprong van jou lewe het,

soos lig deur ’n kristal, deur my gevloei

in al die maande toe ek één was met

die stil geheim van jou verborgene groei.

.

En nou kan niks ons skei – want is jy niet

afhanklik en gebonde aan my bloed

wat met sy onbegryplike chemie

jou wonderlik gevorm het en voed?

.

En of die uur ver en vergete word,

en of die jare tussen jou en my

hul seile span, die see sy golwe stort,

of self die Dood sy somber baken steek,

nogtans sal jy aan my gebonde bly

met die onsigb’re naelstring wat nie breek.

.

n_jong_elisabeth_eybers

Wachten in de ochtend

Dichter van de maand

.

Voor de laatste keer dit jaar de dichter van de maand. In december is dit M. Vasalis en voor de maand januari heb ik gekozen voor dichter Hagar Peeters. Maar nu dus nog één keer als dichter van de maand een gedicht van Vasalis. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘Wachten in de ochtend’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 2006.

.

Wachten in de ochtend

.

Ik zat te wachten in een groot en leeg café
in bont gedoken, rillend in mijn eigen vuur
En alle bleke kelners wachtten mee…
zij spraken weinig, met gedempte stem:
‘ze wacht op hem, ze wacht op hem, op hem…’
er was geen klok, geen tijd, alleen maar duur.

De rode bomen brandden in het park omhoog
en het gebladert rilde in hun naakte brand;
ik zag het, en ik zag een vreemde hand
vóór mij op tafel, mager en die soms bewoog
op ’t rode kleed-de voorhang  van een tabernakel.

Toen was ik niets meer dan maar één tentakel
blindelings gestrekt, met één blind oog voorop
en één doof oor, één sprakeloze open mond
gestrekt en zoekend tussen duizend mensen
en afgeleid door geen, één dringend wensen
totdat hij enkel maar die ene vond,
diens oog kon zien, het oor kon horen
en die de mond had uitverkoren
en die de kreet daaruit verstond.

Tot hij daar was….. tot hij daar stond
en ik, nog ganselijk verloren
hem nauw kon zien, hem nauw kon horen.

.

pub

Dichter van de maand December

M. Vasalis

.

Uit de bundel ‘Parken en woestijnen’ uit 1940 koos ik vandaag voor een stemmig gedicht over de dood. Ook dit jaar was de dood en het sterven weer alom. Voor Vasalis was dit ongetwijfeld net zo maar toch wist zij met een knipoog over de dood te dichten.

.

De Dood

.

De Dood wees mij op kleine, interessante dingen:

dit is een spijker – zei de Dood – en dit een touw.

Ik zie hem aan, een kind. Hij is mijn meester

omdat ik hem bewonder en vertrouw,

de Dood.

.

Hij wees mij alles: dranken, pillen,

pistolen, gaskraan, steile daken,

een bad, een scheermes, een wit laken

‘zomaar’- voor als ik eens zou willen

de dood.

.

En vóór hij ging, gaf hij me nog een klein porretje…

‘ik weet niet, of je ’t al vergeten was,

het komt misschien nog wel te pas

voor als je eens niet meer zou willen

sterven,

maar wie let je?

zei de Dood.

.

bad

Dichter van de maand december

M. Vasalis

.

In de fijne bundel ‘Apollo’s reis door Nederland’ uit 1956 waar ik eerder deze week al over schreef, staat een mooi gedicht van Margaretha (Kiekie) Droogleever Fortuyn-Leenmans of zoals de meeste mensen haar kennen M. Vasalis, met als titel ‘Afsluitdijk’. Omdat zij in december mijn dichter van de maand is was het makkelijk kiezen dit keer.

Oorspronkelijk verschenen in ‘Parken en woestijnen’ uit 1940.

.

Afsluitdijk

.

De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos
links ligt de zee, getemd maar rusteloos,
wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.

Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken
van twee matrozen, die bedwongen gapen
en later, na een kort en lenig rekken
onschuldig op elkanders schouder slapen.

Dan zie ik plots, als waar ´t een droom, in ´t glas
ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken,
soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken
de geest van deze bus; het gras
snijdt dwars door de matrozen heen.
Daar zie ik ook mezelf. Alleen
mijn hoofd deint boven het watervlak,
beweegt de mond als sprak
het, een verbaasde zeemeermin.
Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.

.

vasaliscover_210_293_s_c1_c_c_0_0_1

Dichter van de maand december

M. Vasalis

.

Toen ik het lijstje van de dichters van de maand bekeek van het afgelopen jaar, viel me iets op; louter mannen als dichter van de maand. Dat kan natuurlijk niet dus vanaf nu meer vrouwelijke dichters (tenslotte zijn er zoveel prachtige vrouwelijke dichters). Om te beginnen met één van mijn favoriete dichters M. Vasalis.

Ik heb de afgelopen jaren al verschillende malen over haar geschreven en gedichten van haar gedeeld maar nu is ze dus de hele maand december op elke zondag Dichter van de maand.  Als eerste gedicht heb ik gekozen voor een minder bekend gedicht van haar uit de bundel ‘Vergezichten en gezichten’  uit 1954, getiteld ‘Vuur’.

.

Vuur

.

Die jong zijn zullen nauwelijks herkennen

het vuur, dat door de schaamte feller aangeblazen,

de oude vrouw, verdwaasd door liefde

het water zoeken doet.

Oude Ophelia, distels in de dorre handen,

de sintelstem die nog te zingen waant.

Maar ’t water is hetzelfde en het oud geboomt

heeft groene blaadjes en het ijle lied

stottert dezelfde woorden. Mooi is het niet.

Maar ’t vuur, dat deze oude fakkel heeft gewijd,

stoort zich aan schoonheid, waardigheid, noch tijd.

.

mv

old-woman-and-man-in-love

 

Geruchten

Dirk Kroon

.

Een van de voordelen van in een stad wonen is dat er altijd wel een boekhandel is met een voorraad poëzieboeken. Nu woon ik om de hoek van één van de grootste boekhandels van Nederland (Paagman) en laten die nu ook een soort boeken outlet hebben. Uit de ‘erven’ De Slegte hebben zij een pandje aan hun toch al grote boekhandel toegevoegd met tweedehands boeken. Ik mag daar graag struinen en afgelopen zaterdag vond ik daar voor een luttele twee kwartjes de bundel van Dirk Kroon getiteld ‘Geruchten’.

Een kleine bundel met 40 gedichten uit 1986. “Actuele liefdeslyriek vindt gemakkelijk een plaats tussen verzen over historische realiteiten en de confrontatie met gekken en genieën, meesters en slaven, vogels en vrienden bijvoorbeeld” zo lees ik in de flap aan de kaft.

Dirk Kroon (Schiedam, 1946) debuteerde met ‘Materiaal voor morgen’ in 1968 en kreeg meer bekendheid na publicatie van zijn bundel ‘Vijf tijdkringen’ in 1982 en ‘Vindplaatsen’ in 1983. Kroon schrijft behalve poëzie ook boeken over schrijvers en dichters zoals M. Vasalis, J. Slauerhoff en J.H. Leopold.

Uit ‘Geruchten’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘Geheim’.

.

Geheim

.

Wat je in je hand houdt

ze zeggen dat het steen is.

.

Span je spieren langzaam

tot je vingers niet meer trillen.

.

Hef het hoofd ten hemel

en geef je volle kracht.

.

Wanneer de eerste druppels

ontspringen in je handpalm

.

en vallen – omstanders zullen

volhouden dat het eerst steen was.

.

Dat je een wonder hebt verricht.

.

dk

 

 

Muur-, lucht- en landschildering

Waterland

.

Tussen 2004 en 2008 liep het kunstproject ‘Areopagus. muur-, lucht- en landschilderingen’ in Waterland. Dieren hebben plaats moeten maken door uitbreiding van dorpen en steden. De werkgroep Muurgedichten Waterland bracht daarom in de vorm van fraaie muurgedichten een ode aan de dieren die in Waterland geleefd hebben.

In Uitdam, Ilpendam, Monnickendam, Watergang, Broek in Waterland en een aantal andere plaatsen werden gedicht op muren geplaatst van onder andere K. Schippers, Chr. J. van Geel, Tom van Deel en M. Vasalis.

Hieronder zie je een aantal voorbeelden. Voor een volledig overzicht kijk je op http://www.nancykoot.nl/gedichten.html

.

ansichtkrt_muurg_ligg.indd

ansichtkrt_muurg_ligg.indd

ansichtkrt_muurg_ligg.indd

ansichtkrt_muurg_ligg.indd

%d bloggers liken dit: