Site-archief

Stad van schrijvers

Antwerpen

.

In 2004 was Antwerpen Wereldboekenstad of zoals het officieel heette World Book Capital 2004. Vanwege haar bijzonder rijke aanbod als boekenstad (Antwerpen beschikt over prachtige archieven, bibliotheken en musea alsmede twee grote boekenbeurzen, uitgeverijen en boekhandels, literaire festivals en een veelvoud aan literaire organisaties). Enige jaren geleden heb ik samen met een aantal collega bibliotheekdirecteuren een bezoek gebracht aan Antwerpen en toen viel me al op dat de gemeente een ambtenaar speciaal voor boeken en literatuur had, iets wat ik nergens ooit ben tegen gekomen.

Wat Antwerpen ook boekenstad maakt is het grote aantal schrijvers dat er woont en werkt. In 2004 zette de stad samen met partners een uitgebreid programma op, ABC2004. Artistiek coördinator was Michaël Vandebril.  Met steun van de Antwerpse bibliotheken werd het project ‘Levende schrijvers’ opgezet, een portrettengalerij van 26 ‘Antwerpse’ auteurs. Een deel is in Antwerpen geboren en getogen in de stad een ander deel is er komen wonen en werken.

De fotograaf Andy Huysmans portretteerde dichters, romanciers, scenaristen en theaterauteurs in hun huiselijke omgeving. Alle schrijvers werd gevraagd een gedicht of tekstfragment te kiezen bij de foto. Alle foto’s en gedichten/tekstfragmenten verschenen in een boek met de titel ‘Levende schrijvers’.  Veel dichters dus met bekende namen als Bart Moeyaert, Hugo Claus, Peter Holvoet-Hanssen, Joke van Leeuwen en Ramsey Nasr. Maar ook Marcel van Maele (1931 – 2009). Deze dichter, beeldhouwer, prozaïst en toneelschrijver schreef ‘rebelse’ poëzie, in taal vol neologismen die breekt met semantische en syntactische  regels. Hij was een van de leidende figuren van het tijdschrift Labris (1962-1976), waarin een experimentele stijl prominent aanwezig was. Hij was lid van de Zestigers . Van Maele was de laatste 20 jaar van zijn leven volledig blind.

In de bundel is hij met foto en het gedicht ‘Onverwoord’ opgenomen.

.

Onverwoord

.

Als fluistervinken ingedut

wachten woorden op mondig worden

en dromen forellen en metgezellen,

flarden heimwee en zaligheid.

.

En de dichter, hij nadert

de bron waarin de woorden worden

en legt er een oorsprong ver

zijn oren te kijk.

.

En later als het water luider wordt,

als de klanken zich verbeelden,

als de taal haar tanden in de tongen slaat,

spring in ’t veld oplaaiend lawaai.

.

En hoe bij het doven van de geluiden

woorden ontstaan, hoe ze naar handen tasten

zodat de dichter ze kneden moet. En hij die

watertandend naar woorden dorst mag mee

naar zee.

.

Liefdesgedicht

Willem R. Roggeman

.

De Vlaamse Willem R. Roggeman (1935) is ook prozaschrijver. Hij schrijft, naast gedichten, essays over literatuur en beeldende kunst. Hij debuteerde in 1958 met de bundel ‘Rhapsody in blue’ in Antwerpen waarna nog vele tientallen poëziepublicaties zouden volgen. Hij was lid van de redacties van de literaire tijdschriften Diagram (1963-1964), Kentering (1966-1976), De Vlaamse Gids (1970-1992), Argus (1978-1981), Atlantis (2001-2002) en Boelvaar poef (vanaf 2006).

Roggeman maakte deel uit van de ‘Vijfenvijftigers’ en de Honest Art Movement. Ook ontving Roggeman verschillende prijzen voor zijn werk zoals de Dirk Martensprijs van de stad Aalst, de Louis Paul Boonprijs en de Prijs van de stad Brussel.

Ondanks dit alles kende ik Roggeman niet. Het is dat ik een gedicht van zijn hand voor het eerst tegenkom in de bundel ‘Geen dag zonder liefde’. Het gedicht ‘Liefdesgedicht’ komt uit zijn bundel ‘De droom van een robot’ uit 1976.

.

Liefdesgedicht

.

Ik weet dat je mooi

dood zal gaan.

Met een glimlach

om je lippen b.v.

of met een bloem in je hand.

En in de volgende dagen

zal het stof wat dikker liggen

op de vensterbank.

Het zal heel mooi weer zijn.

Mooi en hard blauw.

Ik zal rondlopen

met vreemde gedachten

en het hoofd

nog wat dieper tussen de schouders.

Dan komt er een troostend woord

van iemand van wie

je het nooit had verwacht.

En verder

zal alles blijven

bij het oude.

.

Poëzieweek activiteiten

Poëzieweek in Rotterdam

.

De Poëzieweek komt eraan (27 januari – 2 februari) en ik wil hier graag aandacht besteden aan twee gratis activiteiten in Rotterdam op zondag 30 januari 2022, van 14:00–17:00 uur. Allereerst de activiteit van  Dichters Daniel Dee, Rien Vroegindeweij, Marjoleine van Aperen en Inge ‘gruppo bombita’ Bonthond; Dichter bij Jan en Piet. De dichters verzorgen poëzieworkshops voorzien van praktijkvoorbeelden, de presentatie is in handen van Menno Smit. De workshops zijn in het Jan van der Ploeghuis aan de Hooglandstraat 67 in Rotterdam en de toegang en deelname is gratis.

Mocht je liever naar een boekpresentatie gaan in Rotterdam, dan kun je op precies dezelfde dag op precies hetzelfde tijdstip terecht in Jazzcafé Dizzy aan de ’s Gravendijkwal 127 waar de Rotterdamse dichter Frank Fabian van Keeren een nieuwe bundel presenteert met de titel ‘Wederom geen erehaag’. Deze nieuwe bundel staat vol absurditeiten en quasi schoonheden. ‘Wederom geen erehaag’ is een unieke verzameling van dichtvormen en stijlfiguren. Als docent Nederlands beheerst van Keeren deze schrijfkunsten als geen ander. Zijn kennis van literatuur en geschiedenis maken het lezen voor iedereen een plezier. ‘Wederom geen erehaag’ is een dichtbundel waar zowel literair geschoolden, als ook zijn puberende vmbo-leerlingen leesplezier aan beleven.
Van de website van Frank Fabian van Keeren het gedicht ‘Rondeel’.
.

Rondeel 

.

Waarom vertrek je zonder om te zien?
Ik ben alleen vergeten hoe je heet
Ik kom er straks ook wel weer op misschien
En zeg nou zelf: het was een leuke date

.

De seks was om te smullen bovendien
We gingen urenlang als een komeet
Geen grond dus voor gemopper of gegrien
Ik ben alleen vergeten hoe je heet

.

Al noemde ik je net dan Evelien
Ik zei toch al meteen dat het me speet?
En doe nou niet of jij nooit wat vergeet
Kom op nou, moppie, tel gewoon tot tien
Ik ben alleen vergeten hoe je heet

.

Houston we have a problem

Lotte Dodion

.

De Vlaamse dichter, performer en polyvalent (veelzijdig, meer dan één waarde bezittend) teksttalent Lotte Dodion (1987) ken ik al sinds 2011 toen ze als jonge aanstormende dichter op het Ongehoord! podium stond in Rotterdam als (toen nog) Mander dichter. Een Meander dichter was een dichter die ons (van Ongehoord!) werd aangeraden om te programmeren omdat deze talentvol was.  Lotte was toen 24 en inderdaad een aanstormend talent.

Daarna was ze één van de Vlaamse dichters op de Poëziebus in 2015 en programmeerde Ongehoord! haar opnieuw in 2016 op de jubileum editie in de Jacobustuin in Rotterdam. In maart van dat jaar verscheen haar poëziedebuut ‘Kanonnenvlees’ bij uitgeverij Atlas Contact dat zeer goed werd ontvangen.

Haar werk verscheen in bloemlezingen en in literaire tijdschriften als Plebs en Gierik NVT. Ze treedt op, verzorgt workshops en is inderdaad een veelzijdig woordkunstenaar. De laatste jaren werkte ze voor Vonk & Zonen, een literair productiehuis dat naast eigen producties ook een gastvrij huis is voor plannen van dichters en dromers. Een jonge literaire organisatie die sterk inzet op nieuwe vormen om literatuur te presenteren.

Vanaf 1 september dit jaar is ze echter weer terug op haar oude plek, als freelancer in de letteren. Op haar website https://www.lottedodion.be/ is alles over haar werkzaamheden te lezen. Daar staan ook gedichten van haar hand waaronder het mooie maar wrange ‘Houston we have a problem’.

.

Eddy’s verstrooiing

Anton Korteweg

.

Voor de rubriek dichters over dichters, kwam ik in de bundel ‘Ouderen zijn het gelukkigst’ uit 2009 van Anton Korteweg, het gedicht ‘Eddy’s verstrooiing’ tegen over de verstrooiing van de as van dichter Eddy van Vliet op 12 oktober 2002 in Watou in België.

Eduard Léon Juliaan (Eddy) van Vliet (1942 – 2002) was een Vlaams schrijver, dichter en advocaat. Regelmatig werd de poëzie van Eddy van Vliet als neoromantisch bestempeld of geplaatst in de literaire richting van de nieuwe romantiek. Neoromantiek is een synoniem van postromanticisme of laat romanticisme. Het is een langdurige beweging die begint aan het einde van de negentiende eeuw en het is een herleving van de romantiek in de kunst en de literatuur.

In 1971 won Eddy Van Vliet de Arkprijs van het Vrije Woord voor ‘Columbus Tevergeefs’. In 1975, mocht van Vliet de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen en in 1989 kreeg hij de Staatsprijs voor poëzie in België.

Anton Korteweg (1944) schreef het gedicht dus naar aanleiding van het verstrooien van de as van van Vliet in Watou, het kleine dorpje in West Vlaanderen, bijna op de grens met Frankrijk, waar tussen 1980 en 2008 de Poëziezomer Watou werd georganiseerd door Gwy Mandelinck – zelf een dichter – en zijn echtgenote Agnes Hondekyn. Het vormde al die jaren gedurende twee zomermaanden een unieke dialoog tussen internationale beeldende kunst en poëzie.

.

Eddy’s verstrooiing

(voor P.P.

‘Zoals een man pist, met de wind mee, zo

verstrooie men as.’

Chinese wijsheid

.

Maar andersom heeft ook wel wat: een zwarte,

gekromde regenjas met wapperende panden,

als boos tegen de storm optornend op een hoefpad

een man uitzaaiend, en daarachter wij,

.

een rijtje treurenden: wat mooie blonde vrouwen

met zonnebril, maar ook zwartharige zonder,

want Eddy was een te benijden echte

dichter geweest, steeds goed omringd, morsige

door drank – en dichtzucht aangetaste koppen en

hardlijvige vriendachtigen, – dat volk

woei de dichter toen in de gezichten.

.

We nipten daarna in De Hommelhof

zijn as van haar en huid, eigen en andermans,

en dachten bedremmeld die Eddy.

.

Ik was er trouwens niet bij

maar zie het weer duidelijk voor me.

.

grafmonument voor Eddy van Vliet in Watou

Mazen in de tijd

Wiel Kusters

.

‘Brabant, literaire reis langs het water’ uit 2011 uitgegeven door de Stichting Achterland uit Zeist. Deze uitgeverij profileert zich als bruggenbouwer tussen literatuur en maatschappij. Onder het motto ‘Op zoek naar de eigen plek’ bouwt Stichting Achterland sinds haar oprichting in 1992 aan een serie boeken over Nederlandse steden, streken en provincies, met thema’s als ‘een literaire reis door de tijd’ of ‘een literaire reis langs het water’.

In de boeken staan steeds twee tegenover elkaar liggende pagina’s, met links een foto van een markante plek en rechts een literair fragment (proza of poëzie) dat met de plek een directe of associatieve relatie heeft. De literaire teksten zijn overwegend van bekende Nederlandstalige auteurs, al wordt er soms ook voor vertaald werk gekozen of dat van minder bekende (vaak jonge) auteurs. Meestal betreft het bestaande teksten, soms ook werk dat in opdracht tot stand komt. Een literair-historische introductie en een woord vooraf van een gemeente-, provincie- of regiobestuurder gaan aan de ‘landmarks’ vooraf.

Van alle provincies zijn er boeken gemaakt en gepubliceerd. In dit geval heb ik het boek over Brabant ingezien en daaruit gekozen voor een gedicht van Wiel Kusters (1947) over de rivieren die door het Brabantse land meanderen.

.

Mazen in de tijd

.

Van Maas noch Moldau

van de Arno niet

niet van de Rijn

kunnen wij

getuige zijn.

.

Zij gaan aan ons

voorbij.

Nooit zijn wij

onszelf gelijk.

.

Op de over

wordt het later.

Met het water

stijgt de tijd.

.

Van jou noch mij

van anderen niet

niet van zichzelf

kan de Maas

getuige zijn.

.

Nooit is zij

zichzelf gelijk.

Wij stromen haar

voorbij.

.

In het water

wordt het later.

Op de oever

daalt de tijd.

.

Sex

Hans Vlek

.

Dichters en psychiatrie; het is een bekend gegeven dat er dichters zijn die in psychische problemen zijn gekomen, opgenomen zijn en (zelfs) vanuit die positie poëzie hebben geschreven. Aan de andere kant van het spectrum zijn er psychiaters ( Rutger Kopland) die dichter zijn. Van de dichters die psychische problemen hebben gehad is Gerrit Achterberg misschien wel het bekendste voorbeeld. Maar ook dichters als Hans Andreus, Joost Zwagerman, C.B. Vaandrager, Boudewijn Büch en Hans vlek kampten met psychische problemen.

Hans Vlek (1947 – 2016) vind ik een intrigerende dichter, al was het alleen maar door de titels van zijn dichtbundels als ‘Onnette sonnetten’, ‘De toren van Babbel’ , ‘Hangmat voor Henoch’, ‘Boghazkøy’ en ‘De kylix van liber’. Hans Vlek was dichter en kunstschilder organiseerde popconcerten, schreef artikelen over popmuziek en literatuur en trad ooit naakt op in Maastricht tijdens een poëzie manifestatie. Ook was hij redacteur van Manifest en medewerker aan onder andere De Gids en Tirade.

In ‘Onnette sonnetten’ uit 1980 staat een bijzonder gedicht getiteld ‘Sex’ waarin Vlek het schrijven van een gedicht vergelijkt met de geslachtsdaad.

.

Sex

.

Dit is een ode aan het papier.

Lichaam van mijn muze, lekker dier

waarmee ik niet slaap maar waak

en zachtkens aan uw wezen raak

.

Hier zit ik schrijfmachinaal te vrijen

en een vers ineen te breien alsof

ik tussen twee welgevormde dijen bezig

ben diep binnen te glijen in

.

het immer maagdelijk wit

waarop ik nu te staren zit met

mijn woord als een lid en

.

ejaculerend zoals dit

weer eens keurig geschreven staat

als een bevredigende geslachtsdaad.

.

De lage landen

Heidi Koren

.

Pas geleden kreeg ik het tijdschrift ‘de lage landen’ in handen, een lijvig boekwerk dat de traditie voortzet van het tijdschrift ‘Ons erfdeel’ dat verscheen van 1957 tot 2019. De lage landen is een uitgave van Ons Erfdeel vzw. en biedt kwalitatieve informatie en reflectie over de culturele en maatschappelijke ontwikkelingen in de lage landen (Nederland en België dus). Daarnaast bouwt Ons Erfdeel bruggen, wereldwijd, tussen mensen die geïnteresseerd zijn in de cultuur van de lage landen.

Kortom een mooi streven van een mooie vzw en, misschien nog wel belangrijker, dat doen ze o.a. middels een zeer fraai uitgegeven en vormgegeven tijdschrift. Bijna 200 pagina’s met inhoudelijk zeer interessante artikelen en, zoals het een tijdschrift betaamt dat spreekt van cultuur, is er ook ruimte voor literatuur en poëzie. Tweemaal per jaar bloemleest Jozef Deleu, hoofdredacteur  van het poëzietijdschrift  ‘het Liegend Konijn’ vier gedichten uit recent verschenen bundels in ‘de lage landen’.

Ook in het november nummer van 2020 (de 63ste jaargang) heeft hij dit gedaan en ik lees gedichten van Anna Enquist, Jacques Hamelink, Mahlu Mertens en Heidi Koren. En het gedicht van Heidi Koren pakte me, misschien omdat ik pas geleden nog schreef op dit blog over ‘oude handen’ in een gedicht van Edward van de Vendel https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/11/30/oude-handen/ . Zet deze twee gedichten naast elkaar en je hebt een Dubbel-gedicht over het ouder worden van handen. Het gedicht van Heidi Koren komt uit de bundel ‘Wie dit leest is gek’ uit 2020.

.

Handen

.

Ik kan me mijn handen nog goed herinneren zoals ze waren

toen ze nog de handen waren van een jonge vrouw.

Nu heb ik die handen niet meer.

.

De handen van mijn moeder liggen in mijn schoot. Ik kijk naar ze.

Soms pak ik met de ene het vel van de andere op en

tel de seconden

dat het rechtop blijft staan voor het weer gaat liggen.

.

Mijn moeders handen aaiden soms over mijn gezicht.

Ze pakten me in mijn nek als de heuvel te stijl was of

mijn beentjes te moe.

Dat doen deze handen niet.

.

Die doen wat mijn handen altijd al deden.

In mijn schoot liggen.

Tikken op het toetsenbord.

Over het gezicht van mijn kind aaien.

Haar hand pakken.

.

Met mijn moeder in mijn eigen staan.

Nooit begrijp ik hoe dat kan.

.

Stem van alarm, stem van vuur

Basil Smith

.

In de bundel ‘Stem van alarm stem van vuur’ uit 1981 staat geëngageerde poëzie uit Latijns Amerika, Afrika en Azië. De bundel werd uitgegeven door Het Wereldvenster,. de NOVIB en het NCOS in Brussel. In de bundel staat een keur van dichters uit deze drie werelddelen. Vele namen zijn voor mij volledig onbekend en af en toe staat er een naam tussen die ik herken of ken. Zo staan Frank Martinus Arion, Anton de Kom, Carlos Drum,mond de Andrade en Pablo Neruda in de bundel maar van de Afrikaanse dichters en Aziatische dichters zijn vrijwel alle namen mij vreemd.

Tussen de Caraïbische dichters staat de naam van de Jamaicaanse dichter Basil Smith. Van hem is het gedicht ‘Mijn erfenis’ opgenomen in een vertaling van Jan Boelens. Op zoek naar meer informatie kom ik niet veel verder dan dat van hem gedichten zijn opgenomen in het literaire magazine ‘Savacou’ . Dit ‘Journal of the Caribbean Artists Movement’ was een tijdschrift voor literatuur, nieuwe verhalen en ideeën dat in 1970 werd opgericht als een kleine coöperatieve onderneming, geleid door Edward Kamau Brathwaite, op de Mona-campus van de University of the West Indies, Jamaica. In editie 3/4 van 1970/1971 zijn drie gedichten van Smith opgenomen.

In een andere bloemlezing ‘Aftermath: An anthology of poems in English from Africa, Asia, and the Caribbean’ is het gedicht ‘Tom Tom opgenomen evenals in het magazine ‘Black World’ uit 1973. Maar in ‘Stem van alarm stem van vuur’ staat dus het gedicht ‘Mijn erfenis’ zonder enige verwijzing.

.

Mijn erfenis

.

Mijn erfenis van van de nacht,

van stro-droge hutten,

van beschilderde gezichten,

en van trommels.

.

In mijn herinnering zijn

droge bergtoppen,

groene velden en bomen

die nooit vergrijzen of sterven

.

Daarom word ik niet begrepen,

gehaat om mijn dikke lippen

en mijn herinnering aan trommels.

.

De eerste foto van God

Cees Nooteboom

.

Pas geleden was ik in het GEM, het museum voor actuele kunst in Den Haag en in een van de tentoonstellingen, een overzichtstentoonstelling van het werk van fotograaf Eddy Posthuma de Boer, hing een foto van hem met daarbij een gedicht. Het betrof hier het gedicht ‘De eerste foto van God’ van Cees Nooteboom.

Dit gedicht en deze foto verschenen voor het eerst in het tijdschrift Avenue, in het september nummer van 1982. Avenue was een Nederlands modetijdschrift opgericht in oktober 1965 en het heeft bestaan tot 1994. Het was een glossy, geïnspireerd op het toonaangevende Parijse modeblad Vogue. De bedenker was Joop Swart, een van de grondleggers van World Press Photo. Hij werd ook de hoofdredacteur.

Ik herinner mij de Avenue als een mooi vormgegeven, voornaam en stevig magazine waar inderdaad de fotografie belangrijk was maar waar ook ruimte was voor reportages, literatuur en poëzie. In dat magazine verscheen dus de foto van Eddy Posthuma de Boer waarbij dichter/schrijver Cees Nooteboom het gedicht ‘De eerste foto van God’ schreef.

.

De eerste foto van God

.

Zo zag ik eruit na die eerste dag
Ik alleen met mijn stenen van steen.
Ik alleen met mijn luchten van lucht.

.
Dat was de dag waarop ik nog gelukkig was,
de aarde nog woest en ledig.
Pas daarna schiep ik de bomen,
de dieren, het leger en die fotograaf.

.
Dikwijls heb ik heimwee naar de dag
waarop ik hem maakte, als allereerste.
Hij en ik, samen in mijn schepping,
ik in mijn paarse jasje tussen mijn luchten van lucht,
hij met zijn oog als een spiegel op mijn stenen van steen,

.
en verder niets.

.

%d bloggers liken dit: