Site-archief

Niemand weet wie ik zal zijn wie ik was

Armando

.

Soms kom ik associatief ertoe om dichters te gaan lezen of herlezen. Zo hoorde ik gisteren iets over Parlando (een voordrachtstechniek) op de radio en dat deed me denken aan Armando.

Armando (1929) is een zeer all round artiest en kunstenaar;  beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker. Armando is zijn officiële naam; zijn geboortenaam, het pseudoniem zoals hij het noemt, bestaat voor hem niet meer. Hij heeft zijn oorspronkelijke naam in het register van de burgerlijke stand laten vervangen door Armando, een Italiaanse versie van de naam Herman, die hij te danken heeft aan zijn Italiaanse grootmoeder. Betekenissen als ‘zich wapenend’, zoals de literaire analisten in zijn naam zien, zijn dus toevallig. Armando ontving vele (ook literaire) prijzen. Zelf ziet hij zijn werk als ‘Gesamtkunstwerk’, waarvoor zijn ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van Kamp Amersfoort de basis vormen.

Veel van zijn gedichten spelen zich af of verwijzen naar de oorlog, zo ook het gedicht ‘Niemand weet wie ik zal zijn wie ik was’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1999.

.

niemand weet wie ik zal zijn wie ik was

.

niemand weet wie ik zal zijn wie ik was
u overschat mij
ik ben radeloos ik was een ander

geef mij touwen bind mij vast
dood mij niet
ik ben onschuldig ik ben de vijand

.

Advertenties

Dichter op verzoek 8

Leonard Nolens

.

In de reeks dichters op verzoek vandaag een verzoek van de dichter Alex Gentjens. Hij vroeg om aandacht in deze rubriek voor de dichter Leonard Nolens. Toen hij mij zijn voorkeur liet weten was hij aan het luisteren naar een drie uur durend interview met de dichter Nolens. Je kunt het hier herbeluisteren http://radioplus.be/#/klara/herbeluister/2025dce5-2399-11e7-904a-00163edf48dd

Leonard Helena Sylvain Nolens (1947) wordt beschouwd als één van de belangrijkste levende dichters uit het Nederlandse taalgebied. Hij wordt regelmatig genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor Literatuur. Hij is een romanticus, schrijft vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen.

Nolens debuteerde met de dichtbundel ‘Orpheushanden’. Hij werkt en woont in Antwerpen. Hij ontving voor zijn werk verschillende litaraire prijzen waaronder de Jan Campertprijs, de Constantijn Huygensprijs , de VSB Poëzieprijs en de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren.

Uit zijn bundel ‘Derwisj’ uit 2013 het gedicht ‘Jij bent schatrijk geboren’.

.

Jij bent schatrijk geboren

.

Jij en ik, dat is twee
Plus dit. Dat is drie. Dat is vragen
Om ruzie, men komt er niet uit.
Wij zitten perplex in elkaar.
Wij maken hetzelfde misbaar.
Jij en ik dat is een.

Jij bent schatrijk geboren
En kocht mij met gemak.
Dat zet ik je betaald
Op deze rekening.
Ik ben geen slapend geld
Vandaag, ik handel in ons.

Ik werk mij in het zweet
Van jou, ik bid en vloek mij
Uit de naad van ons,
Ik maak je winst op de markt.
Jij bent wat ik hier tel,
Mijn tol, mijn kapitaal.

Ik viel jou in de schoot
Van goud, ik woeker met wissels
Van ons en koop je terug
Nu ik ons doorverkoop
Aan vreemden, de truc is gelukt.
Wij staan op hetzelfde biljet.

.

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes

Eva Cox

.

De Vlaamse dichter Eva Cox (1970) begon in 1999 met het schrijven van gedichten, die ze bijzonder overtuigend uit het hoofd weet voor te dragen. In 2001 won ze dan ook de Eerste Vlaamse Poetry Slam, waar ze topperformers als Peter Holvoet-Hanssen en Vital Baeken als concurrenten had. Gedichten van haar hand werden voor 2001 alleen in ‘Het Belang van Limburg’ en op een bord op het oud-kerkhof te Hasselt gepubliceerd. Ze debuteert in september 2004 met de bundel ‘Pritt.stift.lippe’ in de Windroosreeks. In 2009 verscheen bij de Bezige Bij de bundel ‘een, twee, drie ten dans, een kleine stoet poëzie, (ultra)kort proza, vertalingen, pastiches, een duet voor één stem’ Deze bundel kreeg nominaties voor een aantal literaire prijzen. Eva Cox haar werk verscheen in verschillende literaire bladen en magazines en is in verschillende talen vertaald.

Uit haar bundel ‘Pritt.stift.lippe’ het gedicht ‘Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes’.

.

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes.
Ik dans als een strandbal rond.
Ik kan oogverblindend zijn.

Wie naar mij kijkt denk mij te zien.
Wie naar mij kijkt die ziet zichzelf.
De eigen monsterlijk vervormde grimas.

Wie van mij wegrent jaagt zichzelf weg.

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes.
De randen snijden in mijn eigen vlees.

Ik ben:
een glinsterende mozaïek
met weke rode voegen en
een hart van sneeuwwit.

.
Eva Cox
                                          Eva Cox in de Prinsentuin in 2008

Even zuiver als de ongeschreven brief

Rogi Wieg

.

Voor mijn verjaardag kreeg ik de verzamelbundel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg (1962 – 2015). Bijna 400 pagina’s poëzie, samen gesteld door Peter de Rijk, van een bijzonder dichter die ook leed aan zeer ernstige depressies. In 2015 koos hij (na drie maal eerder een zelfmoordpoging te hebben gedaan) voor euthanasie wegens ondraaglijk psychisch en lichamelijk lijden.

Rogi Wieg publiceerde veel poëziebundels en ontving verschillende literaire prijzen en was naast dichter ook schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant.

Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘In het verlengde van een vleugel’.

.

In het verlengde van een vleugel

.

Dit is de zee, zeg ik je,

de zee van de vertwijfeling,

de gelaagdheid en die van

verfijndheid, de zee als

zee voor jou. In het verlengde

van een vleugel

.

zal ik de zee zo ontdoen

van die werkelijke zee,

of heb je liever dat

het klinkt zoals water,

dat oproept en uitbeeldt

dat groot is, en misschien als de zee,

zo zonder golven ook,

wie ben je liefst, mij of een ander.

.

Opmaak 1

 

De Gids

Internationale poëzie

.

Voor 50 luttele centen kocht ik in Hengelo in een kringloopwinkel een exemplaar van De Gids uit 1994, deel 11/12. Dit deel heeft Internationale Poëzie als onderwerp. Dichters als John Ashbery, Michael Ondaatje, Anne Duden, Peter Handke en Olga Sedakova ( en nog 20 dichters) zijn in dit deel vertegenwoordigd met gedichten. Bijna 150 pagina’s leesplezier.

Ik heb gekozen voor een gedicht van Bruno K. Öijer (1951). Ik kende deze Zweedse dichter niet dus even opgezocht voor iedereen die hem ook niet kende. Öijer is in Zweden een bekend dichter. Hij debuteerde in 1973 met ‘Sång för anarkismenof ‘Lied voor het anarchisme’. Öijer is waarschijnlijk het bekendst door zijn performances op het toneel. In de jaren ’70 was hij lid van de poëziegroep ‘Vesuvius’.

Hij ontving in Zweden verschillende literaire prijzen. Uit De Gids het gedicht ‘We leggen de zwarte puzzel’ vertaald door Hans Kloos.

.

We leggen de zwarte puzzel

.

ik kwam aan de macht

ik zo groen wordt blauw gespeld

en de avond is lang

wanneer deze richt op zijn slaap

.

tapkasten

dolken van neon

ik hoor bestelde liefde afzeggen

en jij woont donker, donkerder dan je denkt

je hart slaat je

.

ik weet nog toen ik moest

de boom was hoger dan hoog

zieken trokken strootjes

om wie het land moest gaan genezen

.

je weet waar het om gaat

ik heb mijn naam gezadeld

ik rijd een gewond dier

en er zijn geen regels

wanneer wij de zwarte puzzel leggen

.

ik zag wie je bent

de ruimte spant een koude haan

de lappenpop tuurt met ogen die ontbreken

en pas in onze slaap nemen wij elkaar

ik weet dat je hebt geroeid

het overgrote deel van elke nacht

tot je eindelijk voorbij alle hulp was verzeild

.

Öijen

De Gids

Otiot

Lut de Block

.

Lut De Block (1952) studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk. Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd.

In Vlaanderen heeft ze een aantal literaire prijzen gewonnen. Haar werk is in het Engels, Frans en Afrikaans vertaald.

Uit:’De luwte van het late middaguur’ uit 2002 een gedicht geschreven voor Harry Mulisch.

.

Otiot

.

Het vlees komt los van de botten. De ziel zingt

zich weg van het lichaam. De klinkers botsen

tegen het karkas van tweeëntwintig letters aan.

In den beginne was het woord. Een alefbeet

van slijk en klei. Hoor ik haar heer of huur haar hier.

Kon ik maar al jouw klinkers zijn en weerklinken

in de klankkast van je lijf. Ik koester het skelet van

zachte consonanten. De meester van ‘de procedure’

noemde hen het zichtbare lichaam van de woorden.

De klinkers noemde hij hun ziel en dus onzichtbaar.

D KLNKRS ZN HN ZL N DS NZCHTBR. Zo bijbels

klinkt het niet in onze ingedijkte moddertaal. en ander-

maal stoor ik je rust, staar je me aan, stuur je me weg.

.

lut

Geen uitweg

Ewa Lipska

.

Ewa Lipska (1945) is een Pools dichter, columnist. Daarnaast was ze redacteur van de poëzie sectie Literaire uitgeverij (1970-1980), directeur van het Pools Instituut in Wenen (1995-1997), lid van de Poolse en de Oostenrijkse PEN Club, stichtend lid van de Vereniging van Poolse Schrijvers (1989) en lid van de Poolse Academie van Wetenschappen.

In 1967 debuteerde ze met de bundel ‘Gedichten’ en sinds die tijd publiceerde ze vele bundels, won ze vele literaire prijzen en was ze regelmatig te zien en te horen op literaire festivals in Europa en de Verenigde Staten. Daarnaast werden veel van haar teksten op muziek gezet. In vertaling van Esselien ’t Hart hier het gedicht ‘Geen uitweg’ uit 1990.

.

Geen uitweg

.

Dit is dat hotel. Deze kamer.

Het bed waarin zij hebben geslapen.

De roze magnolia’s hangen nog in de kast.

Zij hebben bijna de hele stad met liefde besmet.

Mensen vielen elkaar in de armen.

Meisjes hingen mannen om de hals

als namaaksieraden.

In de wisselkantoren

werden kussen gewisseld.

Men stierf niet meer.

De lijkwagen vervoerde pasgehuwden.

Ambtenaren lazen de gedichten van Ronsard.

Censors schrapten de horizon.

Corrigeerden het uitzicht uit het raam.

Midden op het marktplein werd

Feest der liefde van Watteau opgehangen.

Uit luidsprekers klonken

de liederen uit Dichterliebe van Schumann.

De dieren kregen vleugels aangemeten

in de vorm van harten.

De terreur der liefde regeerde het stadje.

Weigeraars werden in de afgrond gestort.

Was het mogelijk dat zij niet wilde liefhebben?

Iemand trachtte een rede te houden maar het sloeg nergens op.

Een ander had een misdaad op het puntje van zijn tong.

De ratten verlieten massaal de stad

zonder om te kijken naar het vuurwerk.

Men danste juist op het verplichte bal.

En alleen zij wisten al dat

een stap vooruit de dood betekende

en een stap achteruit slechts moord.

 

.

lipska

Lili Marleen

Gerrit Krol

.

Gerrit Krol (1934 – 2013) was schrijver,dichter en essayist met een groot oeuvre van meer dan 50 romans, dichtbundels en novelles. Hij kreeg voor zijn werk verschillende literaire prijzen en hij bekleedde een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1961 debuteerde hij met gedichten in het literaire tijdschrift Hollands Weekblad en in 1962 verscheen zijn roman ‘De rokken van Joy Scheepmaker’.

Vanuit zijn bèta achtergrond (hij studeerde wiskunde en werkte als computerprogrammeur) ontwikkelde Krol een heel eigen schrijfstijl. Hoewel hij niet veel poëziebundels publiceerde wordt zijn werk als dichter erg gewaardeerd.

Uit: ‘Het komt allemaal goed’ uit 2005 het gedicht ‘Lili Marleen’.

.

Lili Marleen

.

Het zijn de vrouwen die de mannen baren.

.

Of: hoe men de geslachten onderscheiden kan.

.

Op een stoel zit hij, wijdbeens,

maar niet lang, een

toegeworpen appel brengt

zijn benen bij elkaar – vangt

de vrouw door haar benen te spreiden

in haar rok, die wijdheid is haar gegeven.

.

De pantalon staat strak

gespannen van speld tot speld.

Dat kledingstuk is werkelijk om te zoenen.

.

Maar wie weet wat er gebeurt, in het algemeen?

.

De appel bewaard in haar schoot

is geen appel, maar

een blik soldaten,

die marcheren, een blik soldaten,

die zingen van die Laterne,

zingen van Lili Marleen.

.

Gerrit-Krol-522x391

 

lili marleen

 

Vogels

Bert Schierbeek

.

Bert Schierbeek (1918-1996) was een van de dichters die aan de wieg stonden van de Vijftigers beweging. Hij was behalve dichter ook schrijver, essayist en toneelschrijver In Twente geboren groeide hij op in Groningen en studeerde hij in Amsterdam.

In 1946 sloot hij zich aan bij de Cobra-groep, die voornamelijk bestond uit beeldend kunstenaars en werd hij redacteur van het tijdschrift Het WoordSchierbeek verzette zich tegen traditioneel taalgebruik en literaire patronen. In 1951 publiceerde hij ‘Het boek Ik’, dat wordt beschouwd als het eerste Nederlandse experimentele prozaboek. De breuk met de traditie was compleet. De roman lijkt opgebouwd te zijn zonder verhaallijn en uit niet meer dan associaties van woorden en gedachten te bestaan.

Hij werkte samen met Lucebert en Karel Appel en hij won verschillende literaire prijzen zoals de Henriette Roland Holst-prijs in 1960, de Herman Gorterprijs in 1978 en de Constantijn Huygensprijs in 1991.

Uit de postuum verschenen bundel ‘Vlucht van de vogel’ uit 1996 het titelgedicht.

.

Vlucht van de vogel
.

soms op een vleugje wind

soms in een storm

vliegen zij op

een wolk van vogels

voor de zon

.

welke dromen

bevliegen de vogels

dat zij zich

lichtvaardig

in zoveel lucht

begeven

.

vogels

 

Het gedicht Vlucht van de vogel is ook aangebracht op de gevel van een school aan de Jac. P. Thijsselaan in Oegstgeest
schierbeekMet dank aan Wikipedia.

 

 

Voor later

A. Roland Holst

.

Al eerder schreef ik over één van Neerlands grootste dichters Adriaan Roland Holst of zoals hij beter bekend is A. Roland Holst (1888- 1976). Roland Holst schreef vele poëziebundels en kreeg voor zijn werk menig literaire prijs. Zijn omvangrijke oeuvre wordt gekenmerkt door een eigen, plechtige stijl en rijke symboliek.

In 1971 verscheen bij Bert Bakker en C.A.J. van Dishoeck de dundrukbundel ‘Verzamelde gedichten’ met werken uit 14 van zijn bundels (van 1911 tot 1968) aangevuld met verspreide gedichten. Een prachtige bundel van 858 pagina’s.

Uit deze bundel het gedicht ‘Voor later’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn debuutbundel ‘Verzen’ uit 1911 als opmaat voor de komende week waarin ik liefdesgedichten centraal zal stellen op dit blog.

.

Voor later

.

‘k Geef nu aan jou mijn vreugd, mijn leed en

mijn schemergouden dromenschat,

opdat je later nog zal weten

hoe ik je eens heb liefgehad.

.

Later, als al dit schoon voorbij is,

want tijd neemt liefde, vreugde, smart –

als elk van ons weer droef en blij is

dicht aan een nieuw gevonden hart,

.

dan zal ineens alles vervagen

bij ’t zien van dit vergeten blad;

je zal weer dromen van de dagen

toen we in elkanders ogen zagen,

toen ik je zo heb liefgehad.

.

RolandHolst

%d bloggers liken dit: