Site-archief

Klankdicht

Antony Kok

.

Als de dichter Antony Kok (1882-1969) al bekend is bij de poëzieliefhebber dan is dat als medeoprichter van het internationaal vermaarde kunsttijdschrift De Stijl en de schrijver van één gedicht: ‘Nachtkroeg’. De bekendheid van ‘Nachtkroeg’ is te danken aan Paul Rodenko, die het gedicht in 1954 opnam in zijn bloemlezing uit de poëzie der avant-garde: Nieuwe griffels schone leien. Op 17 maart 2013 schreef ik over deze bundel en mijn bijzondere exemplaar https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/03/17/nieuwe-griffels-schone-leien/. Inderdtijd was Kok daar toen wel blij mee. Hij had er zich al bij neergelegd dat zijn literaire werk in de vergetelheid zou raken.

In de periode tussen 1915 en 1923 stortte Kok zich in het avontuur van de experimentele literatuur. Dit werd mede veroorzaakt door zijn vriendschap met schilder, architect en schrijver Theo van Doesburg (1883-1931).  Vanaf het begin hebben ze in een briefwisseling elkaars ideeën over kunst en literatuur toevertrouwd. Van Doesburg probeerde zijn vriend tot grotere literaire prestaties te stimuleren. Op 11 februari 1916 schrijft hij aan Antony Kok: ‘Verzen lezen is verzen luisteren. Men leest de woorden en luistert naar den zin er van in zijn binnenste. Zoo heb ik je verzen gelezen: beluisterd’. Maar Van Doesburg wil meer van Kok: ‘ Je verzen zeiden me niet genoeg. Stuur mij verzen, die mij brengen, waar geen sterveling geweest is. Stuur mij verzen, die mij optillen van mijn stoel en mij plaatsen in den hemel. Naar zulke verzen snak ik!’

In 1920 schreven Piet Mondriaan, Theo van Doesburg en Antony Kok hun ideeën op in ‘De Stijl’ een manifest over de literatuur: over de oude en de nieuwe kunst, het individuele versus het universele en de hervorming van de kunst en cultuur. Op alle gebieden van de kunst en cultuur dus ook op die van de poëzie. Het gedicht ‘Klanken’ uit 1916 is een typisch voorbeeld van de beoogde nieuwe poëzie. In een aantekening geeft Kok aan dat hij de op straat door een voorbijganger uitgesproken zin: ‘De straat daar rechts daar zullen we heen’ verstond als ‘Statewets da wubbel dahee’.

.

 

Advertenties

Leef je vragen

Rainer Maria Rilke

.

Tussen 1903 en 1908 schreef Rainer Maria Rilke een aantal brieven. De compilatie van deze brieven verscheen onder de titel ‘Briefe an einen jungen Dichter’ . In deze 10 brieven geeft Rilke antwoorden op vragen van Franz Xaver Kappus die zich tot Rilke had gewend met vragen over zijn eerste literaire werk.

De brieven met de antwoorden op Kappus vragen zijn verstuurd vanuit verschillende plaatsen in Europa zoals Parijs, Rome, Viareggio en Zweden. In de brieven onthoudt Rilke zich van kritiek op het werk van Kappus maar geeft hij hem  persoonlijke adviezen en toont hij hem een breed scala aan onderwerpen die het leven in petto heeft.

Zo schrijft Rilke: ‘Ik vraag u geduld te hebben met de onopgeloste vragen in uw hart en te proberen de vragen zelf lief te hebben. Zoek niet naar antwoorden die niet gegeven kunnen worden, want antwoorden zijn het leven niet. Het gaat er om te leven. Leef de vragen. Misschien leeft u geleidelijk aan zonder het te merken in uw antwoord’

Rainer Maria Rilke wordt gezien als een van de belangrijkste dichters van het Modernisme (die een radicale verandering voorstond op alle terreinen van het leven tegen de traditie).

van Rilke het gedicht ‘De Panter’.

.

DE PANTER

In de Jardin des Plantes, Parijs

Zijn blik is van het voorbijgaan van de staven

zo moe geworden, dat hij niets meer houdt.

Hem is ‘t, of duizend staven hem omgaven,

of achter duizend staven enkel leegte grauwt.

De weke gang van krachtige lenige schreden

die zich in allerkleinste kringen draait,

is als een dans van kracht rondom een midden

waarin een grote wil is dolgedraaid.

Soms schuift het zwaar pupilgordijn

geluidloos op -. Dan glijdt een beeld naar binnen,

gaat door de stilte van de strak gespannen zinnen

naar ‘t hart – waar het verdwijnt.

.

Met dank aan Ad Haans van Cubra.nl

.

Rainer_Maria_Rilke,_1900

%d bloggers liken dit: