Site-archief

De zee

H. Marsman

.

Dichter, vertaler en literair criticus Hendrik Marsman (1899-1940) is bij de meeste mensen bekend van zijn gedicht ‘Herinnering aan Holland’ dat hij schreef in 1936 toen hij, na jaren in een expressionistische (soms futuristische) stijl poëzie had geschreven, meer realistischer en traditioneler poëzie ging schrijven. Voor zijn expressionistische periode behoorde Marsman  lange tijd tot de stroming van het vitalisme (wat zoveel betekent als levensdrift, de drang om intens, vurig en gevaarlijk te leven en als zodanig een afsplitsing was van het expressionisme). In 1940 verschijnt van Marsman de bundel ‘Tempel en kruis’. Over deze bundel schreef Arthur Lehning in ‘De vriend van mijn jeugd’:

“Zijn laatste cyclus van verzen heeft iets van het meeslepende en visionaire van zijn eerste werk, maar het is van een langere adem. Het thema is niet alleen dat van de cultuur, maar ook van zijn eigen leven, en de zin van het leven, en van zijn zelfbevestiging is nu niet meer het individu, vermetel en geïsoleerd tegenover wereld en kosmos gesteld, maar humaan en humanistisch met de stroom der cultuur verbonden.”

Uit deze sober uitgevoerde kleine bundel koos ik het wat kortere gedicht ‘De zee’.

.

De zee

.

Wie schrijft, schrijv’ in den geest van deze zee
of schrijve niet; hier ligt het maansteenrif
dat stand houdt als de vloed ons overvalt
en de cultuur gelijk Atlantis zinkt;
hier alleen scheert de wiekslag van het licht
de kim van het drievoudig continent
dat aan ons lied den blanken weerschijn schenkt
van zacht ivoor en koolzwart ebbenhout,
en in den dronk den geur der rozen mengt
met de extasen van den wingerdrank.
Hier golft de nacht van ’t dionysisch schip
dat van de Zuilen naar den Hellespont
en van Damascus naar den Etna zwierf;
hier de fontein die naar het zenith sprong
en regenbogen naar de kusten wierp
van de moskee, de tempel en het kruis.
Hier heeft het hart de hoge stem gehoord
waardoor Odysseus zich bekoren liet
en ’t woord dat Solon te Athene sprak;
en in de branding dezer kusten brak
de trots van Rome en van Babylon.

.

Zolang de europese wereld leeft
en, bloedend, droomt den roekelozen droom
waarin het kruishout als een wijnstok rankt,
ruist hier de bron, zweeft boven déze zee
het lichten van den creatieven geest.

.

 

Doodstrijd

H. Marsman

.

Dichter, vertaler en literair criticus Hendrik Marsman (1899 – 1940) overleed in 1940  toen de Berenice, het schip waarop hij met zijn vrouw naar Engeland vluchtte, in Het Kanaal verging, waarschijnlijk als gevolg van een torpedo van een Duitse U-boot, die een explosie veroorzaakte. Tussen 1919 en 1926 schreef hij het gedicht ‘Doodstrijd’ waar je met een beetje fantasie een voorspellende Marsman in kan lezen.

.

Doodstrijd

.

Ik lig zwaar en verminkt in een hoek van den nacht,

weerloos en blind; ik wacht

op den dood die nu eindelijk komen moet.

het paradijs is verbrand: ik proef roet,

dood, angst en bloed.

ik ben bang, ik ben bang voor den dood.

.

ik kan hem niet zien,

ik kan hem niet zien,

maar ik voel hem achter mij  staan.

hij is misschien rakelings langs mij gegaan.

hij sluipt op zwarte geruisloze voeten onzichtbaar

achter het leven aan.

.

hij is weergaloos laf:

hij valt aan in den rug;

hij durft niet recht tegenover mij te staan;

ik zou zijn schedel te pletter slaan.

ik heb nu nog, nu nog, een wild ontembaar

verlangen naar bloed.

.

In de avond

Aleksej Poerin

.

Geboren in Leningrad, ontwikkelde Aleksej Poerin (1955) zich na zijn studie scheikunde als dichter, essayist en literair criticus. Als dichter treedt hij in de voetsporen van Annenski, Mandelstam en Koesjner. Hij oogstte veel lof met de cyclus ‘Eurazië’uit 1995, een lyrische studie van het leven in militaire dienst. Uit ‘Optima’ uit 1997 het gedicht ‘In de avond’ in een vertaling van Hans Boland.

.

 

In de avond

.

Steek maar een ‘Herzegovina Fleur’ op, drink je cognac

om je op te warmen, kijk naar het zwarte, harige zwerk,

sneeuwhopen achter mica, al bijna tot aan het dak,

allerlei zilvergehaltes, aardewerk van elk merk.

.

Ga je dan naar de slaapzaal, trek je schapenvacht aan,

voel je een beeldje worden, tinkend, het vriest dat het kraakt,

lippen die smaken naar mint, cilinders van adem slaan

tegen de grond stuk, wat een geluid van scherven maakt.

.

In de tv met zijn melkwit scherm een viskom met ijs.

Kleumend en sidderend. Koortsdromen, Zweeds of Noors ge-ijl.

Hier vindt je dus het Walhalla – blauwogige, hitte, gehijs.

De kapitein Gordejtsjik is strontzat. Geen enkel heil.

.

Is het een wonder, zo’n rotzooitje, onder zijn gezag?

Tegen een muur breekt een fles, er wordt iemand opgejaagd.

Opvoeden kan hij ze toch genoeg, de godganse dag?

Is het misschien de monotonie van de drank, die knaagt?

.

Loop dan maar door naar het meer met de kapotte pomp

en de verwarmingsketel, adem de smerige damp;

niemand zal weglopen, in deze vorst, naar de zomp,

voel je gezond als een visje in een drabbige zwamp.

.

 

.

purin-aleksej

Cult dichter

Weldon Kees

.

De cult dichter of cult poet Weldon Kees (1914 – 1955) was enig kind van een Duitse vader en een Amerikaanse moeder. Behalve dichter was hij schilder, literair criticus, romanschrijver, toneelschrijver, jazz pianist, korte verhalen schrijver en filmmaker. Ondanks zijn korte leven wordt hij gezien als één van de meest belangrijke dichters van het midden van de vorige eeuw met generatiegenoten als John Berryman, Elisabeth Bishop en Robert Lowell. Zijn werk heeft veel invloed gehad op dichters in generaties na hem en is opgenomen in vele bloemlezingen.

Zijn poëzie, vooral in de laatste periode van zijn leven was sardonisch en confessioneel. Ondanks dat hij in kringen van de San Francisco Renaissance verkeerde. Kees verdween vervolgens onder verdachte omstandigheden. In 1955 vond de politie van San Francisco zijn auto bij de Golden gate Bridge met de sleutels in het contactslot. Twee vrienden van hem gingen naar zijn appartement om hem te zoeken. Daar troffen ze slechts zijn kat Lonesome aan, een paar rode sokken in de wastafel. Zijn portemonnee, zijn horloge en een slaapzak ontbraken. Er was geen geld van zijn  rekening met 800 dollar  opgenomen en geen afscheidsbrief. Na dit incident heeft nooit iemand meer iets van Weldon Kees vernomen.

 In de periode die hij actief doorbracht in de San Francisco Renaissance schreef hij het gedicht ‘1926’.
.
.
1926
.

The porchlight coming on again,

Early November, the dead leaves

Raked in piles, the wicker swing

Creaking. Across the lots

A phonograph is playing Ja-Da.

.

An orange moon. I see the lives

Of neighbors, mapped and marred

Like all the wars ahead, and R.

Insane, B. with his throat cut,

Fifteen years from now, in Omaha.

.


I did not know them then.

My airedale scratches at the door.

And I am back from seeing Milton Sills

And Doris Kenyon. Twelve years old.

The porchlight coming on again.

.

weldon-kees

.

Schilderij van Weldon Kees uit 1949 getiteld ‘8XX’

.

Weldon_Kees_-_1949

Ter nagedachtenis aan Alexander

Aleksej Poerin

.

Aleksej Poerin (1955) is een dichter uit Sint Petersburg die zich na een studie scheikunde geheel aan de literatuur heeft gewijd. Hij is thans dichter, essayist, literair criticus en poëzieredacteur van het literaire tijdschrift ‘Zvezda’ (De ster) Hij schrijft kritieken en vertaalt buitenlandse poëzie (Rilke, Nijhoff) in het Russisch. Als dichter treedt hij in de voetsporen van van onder andere Mandelstam en Koesjner. Hij oogstte vooral veel lof voor zijn cyclus ‘Eurazië’, een lyrische studie van het leven in militaire dienst.

.

Ter nagedachtenis aan Alexander

.

Weelderige, stevige, nog niet beschimmelde Perzische rozen

en zware violette, net niet volmaakte ovale druiven

in volle trossen; en op vettig-glanzend lover verpozen

sluimerende libellen, en koele marmergewelven huiven

.

in lange enfilades die de  sjahs in Herate bewaken;

en een helder-transparante vijver in de dikke, geoliede hitte

en een landschap vol kreukels, bezweet, als een liefdeslaken,

en motieven van moerassige tapijten, en het fijnmazige, witte

.

kant tegen azuur met parachutes, waar helikopters zwenken,

en geglazuurde minaretten die op paddenstoelen lijken

en weeë melodieën waarbij je aan Radji Kapur mjoet denken

en blikkerende ballonnen van aluminium , die blijken

.

te dienen voor de gaswinning ; en het gehele verleden

en de toekomst, en de onsterfelijkheid daarenboven;

dat heet allemaal Azië en om een onbekende reden

wordt het in een blikken, verzinkte grafkist geschoven.

.

poerin

 

Uit: Optima, 1997

Gedicht in hout

Hendrik Marsman

.

H. Marsman (1899-1940) was dichter, vertaler en literair criticus. Marsman behoorde lange tijd tot de Vitalisten. Vitalisme betekent zoveel als levensdrift, de drang om intens, vurig en gevaarlijk te leven. Met ‘vitalisme’ wordt allereerst een filosofie of levenshouding aangeduid waarin de verheerlijking van het leven om het leven centraal staat. Voor de vitalist is het hoogste doel van de mens te leven en kan boven het leven geen andere waarde worden gesteld. Het uitleven van de intuïtieve en driftmatige levensdrang is voor de vitalist de enige vorm van wijsheid.

In de jaren 30 van de vorige eeuw nam hij echter afstand van deze stroming en zijn werk werd expressionistischer en zelfs futuristisch. Marsman verafschuwde de Nederlandse bekrompenheid. Hij zei ooit: “Holland is en blijft een ellende. Wie hier op de grond stampt, zakt weg in de modder”.

Toch werd Marsman vooral bekend om zijn gedicht ‘Herinnering aan Holland’ uit 1936 wat aan het einde van de 20ste eeuw werd verkozen tot gedicht van de eeuw.

Het gedicht ‘Schaduw’ werd door J. Havermans in hout gesneden voor een uitgave die echter nooit is verschenen. In de categorie gedichten in vreemde vormen wilde ik jullie deze niet onthouden.

.

houtsnede

Met dank aan dbnl.org en wikipedia

.

%d bloggers liken dit: