Site-archief

Plopperdeplop

Poppers plop

.

Serieuze poëzie kan soms ineens heel grappig zijn of over een onderwerp gaan dat helemaal niet serieus is. Net zo goed als minder serieuze poëzie of light verse hele zware onderwerpen als thema kan hebben. Ik moest hier aan denken toen ik in de bundel ‘ Zware pijnstillers’ uit 2012 van Rob Schouten het gedicht ‘ Poppers plop’ las. In dit gedicht worden Kabouter Plop (en nog wat cartoonachtige wezens) gecombineerd met de Oostenrijks-Britse wetenschapsfilosoof Karl Raimund Popper (1902 – 1994). Popper is bekend geworden door zijn weerlegging van het klassieke model van wetenschap als een proces van observatie en inductie, zijn pleidooi voor falsifieerbaarheid als criterium om wetenschap van non-wetenschap te scheiden en zijn verdediging van de ‘open samenleving’.

Door deze twee volslagen tegenpolen te combineren in en gedicht wordt je eerst op het verkeerde been gezet en vervolgens aangezet tot nadenken. Een knap gedicht.

.

Poppers plop

.

Kabouters hebben Korsakov

getuige K. Plop en de Smurfen

die er iedere dag opnieuw intrappen:

Gargamels list en Klus’ bedrog.

.

Toch zie je ze nooit excessief drinken.

Ik denk daarom dat het erfelijk is,

iets met het gen. Ik kan

het weten want ik heb het ook,

.

ik blijf maar kijken, volgens Popper

kan morgen alles anders zijn.

.

Advertenties

Dies Irae

Peter Coret

.

De Nederlandse dichter, schrijver, columnist en theaterman Cees van der Pluijm (1954 – 2014) publiceerde onder verschillende pseudoniemen als Peter Coret, Paul Lemmens, Steven Stalknecht en Liesbeth Porringa. Van der Pluijm was een zeer geleerd mens, hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde,  Algemene Literatuurwetenschap en Zuid Afrikaanse taal- en Letterkunde. Hij debuteerde in 1984 samen met Robert Alquin als Peter Coret met de bundel ‘Het lustprieel’. Hij was van 1994 tot 2013 columnist van de Gay Krant en hij schreef light verse onder andere met Drs. P., Robert Long en Driek van Wissen.

In de bundel ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ samengesteld door Robert-Henk Zuidinga, uit 1985 is het sonnet ‘Dies Irae’ (Dag van Toorn) opgenomen van zijn hand.

.

Dies Irae

.

De laatste daad die zin gaf aan je leven

Was de ontkenning van een troosteloos bestaan

.

Je drift heeft je het leven uitgedreven

Nu is je lichaam langzaam aan ’t vergaan

En zul je nooit meer pronken als de haan

Wiens veren ik met liefde heb beschreven

.

On klein verbond werd bitter opgeheven

De rekening blijft immer onvoldaan

.

Je liet me vallen toen ik jou liet zweven

We leefden beiden in een wrede waan

Nu zal ik nimmer meer mijn handen slaan

Aan jouw genot, of naar verzoening streven

.

Je hebt jezelf en niet je medemens vergeven

Hoe wij ons redden gaat jou niets meer aan

.

 

Don Juan Lul

Lévi Weemoedt

.

Schrijver en dichter Lévi Weemoedt (1948) pseudoniem van Izaäk Jacobus van Wijk is één van die dichters die iedereen wel kent en waarvoor veel mensen een zwak hebben. Misschien komt dat door de toon in zijn gedichten, deze zijn van een ongebreidelde zelfspot en liefde voor taal die je eigenlijk verder alleen maar tegen komt bij Hans Dorrestijn en ook wel bij Midas Dekkers. Mede dankzij schrijver en columnist Özcan Akyol (1984) is er nu na jaren (de laatste bundel was van 2014) weer een nieuwe dichtbundel van Lévi Weemoedt getiteld ‘Pessimisme kun je leren’ waarin Akyol een keuze heeft gemaakt van de mooiste versjes uit het werk van deze fijne dichter.

In deze bundel veel korte geestige en treurige gedichten en het gedicht ‘Don Juan Lul’ waarvan Akyol schrijft in zijn inleiding op de bundel: “Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decenium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoon. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid is het de taal die hem overeind houdt.”

.

Don Juan Lul

.

‘k Kan niet lezen en niet schrijven.

‘k ben de langzaamste in vlijt.

Maar het allerdroevigst ben ik

in sociale vaardigheid.

.

Nooit kan ik iets leuks verzinnen!

Sta ik voor een mooie meid,

ach, dan schiet mij slechts te binnen

dat ik dood wil. Heel de tijd.

.

Een ware geschiedenis

Karel ten Haaf

.

In de reeks dichter op verzoek vandaag een dichter op verzoek van Daniël Dee en wel de dichter Karel ten Haaf. Op zich zelf snap ik de keuze van Daniël heel goed, daar hij samen met Karel een Blog schrijft op http://kortsluiting.blogspot.com/. Gedichten van Karel ten Haaf werden gepubliceerd in tijdschriften maar ook in negen in eigen beheer uitgegeven bundels. Zijn tiende dichtbundel was niet alleen zijn officiële debuut als dichter, maar tevens het dikste poëziedebuut uit de geschiedenis van de Nederlandstalige letteren. Deze 544 pagina’s tellende bundel is getiteld ‘Meisjespijn’ werd uitgegeven door uitgeverij Passage in 2007. De poëzie van ten Haaf wordt ook wel omschreven als een merkwaardig mengsel van light verse, tegeltjeswijsheden, moppen, literaire spelletjes, anarchisme, dadaïsme en onverbloemde pornografie. Sommigen zien dit als hoogste vorm van non-poëzie.

Van de blog van Karel en Daniël plukte ik dit gedicht van ten Haaf.

.

Ware geschiedenis

.

Dat ik wanneer ik in een advertentie zie staan

lkkr ppn

dat automatisch aan- en invul tot

lekker poepen

.

en pas later bedenk dat ik had moeten lezen

lekker pijpen

is ongetwijfeld te wijten aan mijn gevorderde leeftijd en de

daarmee gepaard

.

gaande afname van de biologische drang tot procreatie.

Dat geeft toch wel een hoop rust hoor

ouder worden

hoor ik nu natuurlijk te zeggen

.

enorm wijs kijkend.

En daar heb ik op zich ook wel gelijk in

natuurlijk maar toch

vind ik het jammer dat ik nooit meer

.

de fanmail ontvang

die vroeger wel

mijn deel

werd.

.

Foto’s waarop lezeressen

hun bewondering voor werk en

persoon van de dichter ken- en zichtbaar maken

door te poseren met in de hand een bundel van mij

.

en bovenal met fier ontbloot gemoed.

.

 

Alpenlied

Leo van der Zalm

.

Harme van der Kamp vroeg om aandacht voor de dichter Leo van der Zalm op mijn verzoek om dichter te noemen waaraan ik aandacht zou moeten besteden. Leo van der Zalm (1942 – 2002) wordt op zijn Wikipedia pagina omschreven als een dichter in de marge. Hij was lid van het Amsterdams Ballon Gezelschap, een artistieke groepering met wisselende bezettingen afkomstig uit en gevestigd in het dorpje Ruigoord. Leo van der Zalm drukte jarenlang gedichten op een oude degelpers in het ruim van zijn schip.

Hij debuteerde in 1978 met de bundel ‘Het beestenspul van A’dams Blijdorp’ en zou in de jaren daarna als ‘Portier van de Drempeldichters’ vooral jonge dichters als Carla Bogaards, Pieter Boskma en Diana Ozon op weg helpen. Ook was hij enkele jaren medewerker van het One World Poetry festival. Dat waren meerdaagse poëziefestivals waar dichters uit de Amerikaanse beatgeneratie als Allen Ginsberg en William Burroughs optraden. Later zou dat overgaan in wat nu nog steeds het Crossing Border festival is.  Met Jules Deelder, Johnny van Doorn en Simon Vinkenoog toerde hij door de Verenigde Staten. Van der Zalm publiceerde een aantal dichtbundels bij In de Knipscheer en hij publiceerde veel in eigen beheer.

.

In ‘De Tweede Ronde’ (een Nederlands literair tijdschrift met ruime aandacht voor vertalingen, en met een vaste rubriek Light Verse) verscheen in jaargang 12, 1991 het gedicht ‘Alpenlied’ van van der Zalm.

.

Alpenlied

.

aan wind heb je niets, die
gaat voorbij in zo’n dal, die
vlucht verder
aan regen heb je niets, die
is er maar af en toe en voedt zo
her en der een beek
aan wolken heb je niets, die
doen zo hooghartig, die gaan
elke kant op
maar de bergen zijn er en die staan
onwrikbaar, die hebben
de tijd mee
die doen alsof ze bestaan
voor de eeuwigheid, maar dan
maar voor even
want op hun flanken groeit hun verval
alles wat aan bloei zich uitleeft
voorbijgaand
elke wortel, die het gesteente splijt
elke bloem, die en bij en wind
aan zich verslaaft
aan bergen heb je niets, die
doen maar uit de hoogte, die staan
rond een dal
en vervallen, voor je het weet,
eerder dan de wind, dan regen,
dan wolken
,
                                                                                                                                 Schilderij: Aat Veldhoen

Ik proef iets wat bedorven is

Hekeldichten

.

Bij uitgeverij Passage worden mooie en interessante dichtbundels uitgegeven. In 2016 werd bijvoorbeeld, als onderdeel van De doos van Passage, de bundel ‘Ik proef iets wat bedorven is’ gepubliceerd. In deze fijne bundel nemen Daniël Dee, Alexis de Roode en Benne van der Velde ons mee in de wereld die Hekelgedichten heet. In de inleiding wordt door de heren meteen al korte metten gemaakt met de gedachte dat hekeldichten om te lachen zijn, of dat ze in de categorie Light verse zouden vallen. In de inleiding wordt uiteengezet dat hekeldichten (ook) groot, ernstig en complex kunnen zijn. De namen van de hekeldichters doen ook al zoiets vermoeden; Gerrit Achterberg, P.A. de Génestet, Jan Hanlo, Ilja leonard Pfeijffer maar ook Driek van Wissen, Hans van Willigenburg en Delphine Lecompte.

De inleiders besluiten de inleiding met de zinnen: “Geen gevaarlijker stroming in de poëzie dan het hekeldicht. Met name voor de dichter wel te verstaan. Talloos zijn de dichters die omwille van een hekeldicht in de gevangenis of of het concentratiekamp kwamen. Tegenwoordig is die kans in Nederland niet zo groot. Maar wie een hekeldicht schrijft, zeker wanneer de inzet serieus is, geeft zich werkelijk bloot.” En zo is het maar net.

De bundel is in een aantal hoofdstukken opgedeeld met titels die beginnen met ‘Tegen’ gevolgd door landen, klein leed, de liefde, een bepaald slag mensen, de wetenschap, de poëzie, God, etc etc.  Voor wie in een recalcitrante bui is of gewoon even tegen iets in het bijzonder of het leven in het algemeen is dit een heerlijke bundel om te lezen. Uit het hoofdstuk ‘Tegen de poëzie en de literaire wereld’ het gedicht ‘Hard werken’ van Joost Reichenbach

.

Hard werken

.

“dichten is hard werken”

.

zei de dichter tot zijn vrouw

“wacht dus maar niet

op mij vannacht”

.

en besteeg de trap

met een fles wijn

op weg naar de zolder

alwaar hij na drie lange teugen

deze regels optikte

zich daarna urenlang

heeft afgerukt bij

pornoplaatsjes van het internet.

.

“’t is weer mislukt”,

zei hij ’s ochtends,

.

“vanavond verder ploeteren.”

.

Stinklied

Willem Wilmink

.

Op de zondag wanneer ik light verse gedichten met jullie deel mag natuurlijk een van de grote light verse dichters en liedjesschrijvers van Nederland niet ontbreken. Afgelopen seizoen werd zijn werk nog regelmatig bewierookt bij De Wereld Draait Door en vandaag hier een gedicht van Willem Wilmink (1936 -2003). Het is het gedicht ‘Stinklied’ uit zijn verzamelbundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’ uit 1986 die destijds werd uitgegeven ter gelegenheid van zijn 50ste verjaardag.

.

Stinklied

.

Dag, dames en meneren,

wij dragen vuile kleren,

van modder staan ze stijf,

ze plakken aan ons lijf.

.

Die vlekken en die vegen,

daar kunnen wij wel tegen,

wij vinden het wel fijn,

om vies en goor te zijn.

.

Wij willen ook niet douchen,

wij doen zoals een poesje,

we likken ons wel schoon,

wij likken. Heel gewoon.

.

Mijn moeder wast mijn oren,

ze wast me ook van voren.

Mijn moeder wast mijn kont.

Dat is toch niet gezond?

.

Van wassen ga je blinken.

Laat ons maar lekker stinken,

en door de wereld gaan

met vuile kleren aan.

.

Weemoedt

De trek

.

Levi Weemoedt is terug en trekt weer volle zalen. Özcan Akyol stelde ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag een bloemlezing samen met de titel ‘Pessimisme kan je leren’. Daarom vandaag op zondag een light verse van zijn hand uit zijn bundel ‘Rijk verleden’ uit 1999 het gedicht waar je trek van zou krijgen ‘De trek’.

.

De trek

.

’s Avonds gezeten op een hek

zag ik het naad’ren van een trek:

.

een grote biefstuk kwam voorbij,

gebakken aardapp’len en prei

.

gevolgd door flensjes, Franse kaas,

een dikke pens, een volle blaas.

.

Daarachteraan op zijn gemak

slofte de koffie met cognac,

.

en in der wolken tekening:

ziedaar, daar kwam de rekening!

.

De taal is het voertuig van de geest

Driek van Wissen

.

In het eind van de jaren ’80, begin jaren ’90 van de vorige eeuw was voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943 – 2010) regelmatig te zien en te horen bij het radio- en televisieprogramma Binnenlandse zaken van de TROS. In de rubriek ‘Kritiek van Driek’ liet hij op onnavolgbare en creatief-humoristische wijze zien hoe bijzonder de Nederlandse taal is met de openingszin: De taal is het voertuig van de geest, maar ons Nederlands is wel een krakende wagen geworden. Waarna hij een onderdeel van de taal behandelde (bijvoorbeeld de trappen van vergelijking, de verbindings-s, maar ook werkwoorden als zoeken, vinden, plaatsen en zetten) en liet zien hoe ongelofelijk inconsequent onze taal eigenlijk is.

Ik herinner mij dat ik altijd uitkeek naar dit item, Driek met zijn semi voorname voorkomen (ik denk dat het de strik was), met zijn specifieke manier van praten en dictie deed mij altijd (glim) lachen om onze taal. Later toen hij dichter des vaderlands wilde worden heeft hij slim gebruik gemaakt van zijn populariteit uit die tijd. In januari 2005 werd hij tijdens ‘De avond van het gedicht’ gekozen tot Dichter des Vaderlands, als opvolger van Gerrit Komrij en de Dichter des Vaderlands ad interim Simon Vinkenoog. Zijn uitverkiezing werd voorafgegaan door een intensieve campagne, geleid door Jean Pierre Rawie, een goede vriend van van Wissen. Tijdens de campagne deelde Van Wissen balpennen uit met een gedicht erop.

In het dagelijks leven was Van Wissen van 1968 tot 2005 als docent Nederlands in Hoogezand. Hij beëindigde zijn loopbaan in het onderwijs toen hij Dichter des Vaderlands werd. Voor zijn gehele oeuvre op het gebied van het light verse kreeg de dichter in 1987 de Kees Stip Prijs van het tijdschrift De Tweede Ronde. Van Wissen publiceerde ook onder het pseudoniem Albert Zondervan, dat hij deelde met Jean Pierre Rawie. Van Wissen schreef meestal in sonnet- en snelsonnetvorm. Daarnaast bediende hij zich ook wel van dichtvormen als rondeel, limerick en ollekebolleke.

Uit zijn bundel ‘De badman heeft gelijk’ uit 1982 het gedicht ‘Anti-Fries.

.

Anti-Fries
.

Als Holland winters is getooid,
En wij van kou welhaast verrekken,
Blijkt Friesland dichtbevolkt met gekken,
Die ’s winters gekker zijn dan ooit.

De maffe koppen, strak gelooid,
Ontspannen plots in losser trekken
Terwijl zich rond de stuurse bekken
Een soortement van glimlach ontplooit.

In onverstaanbare gesprekken
Worden dan praatjes rondgestrooid,
Die ijdele verwachting wekken,

Totdat de goden, als het dooit,
De hoop der dwaze halzen nekken.
Nee, de elfstedentocht komt nooit!

.

Vermakelijkste verzen

Johan Meesters

.

Afgelopen 4 november droeg ik voor bij De Stamboom in Den Haag en behalve wat Haagse dichters waren er ook nogal wat dichters uit vele delen van het land. Johan Meesters was één van deze dichters. Speciaal voor dit podium was hij vanuit Zeeuws Vlaanderen afgereisd naar de hofstad om daar in twee sessies voor te dragen. Ik kende Johan al van eerdere voordrachten maar op deze gezellige zondagnamiddag kregen de luisteraars nog maar eens een proeve van bekwaamheid van Johan als het om voordragen uit het hoofd gaat.

De poëzie van Johan is verzorgd, is veelal vormvast, rijmt in veel gevallen en is bovenal intelligent en grappig van inhoud. We ruilden dichtbundels met elkaar en zo kwam ik in het bezit van zijn bundel ‘Vermakelijkste verzen’ (de vervolmaakte versie)  uit 2018. Op de achterflap lees ik: “Verwacht geen light verse! Dat zijn “gedichten over een luchtig onderwerp” volgens Van Dale. Johan Meesters gruwelt van luchtige onderwerpen. Alle gedichten in deze bundel hebben een bloedserieus thema.” Gelukkig staat er daarna nog geschreven: “Dat staat echter geenszins in de weg van vermaak of zelfs genoegen.”

In het hoofdstuk ‘Topografietjes’ staan een aantal, wat ik hier voor het gemak maar even uitgebreide of verlengde Limericks noem. Grappige gedichten met een rijmschema AAABBA (in plaats van de AABBA) met in de eerste regel steevast een plaats aanduiding zoals in het volgende voorbeeld:

.

een oorlogsheld uit Barneveld

moe van al het krijgsgeweld

koos eieren voor zijn geld

hij verzon zijn heldendaden

zonder anderen te schaden

hij kreeg zijn medaille op de mouw gespeld

.

Toch wil ik ook nog graag een voorbeeld uit deze bundel met jullie delen waarin het vakmanschap van Meesters goed naar voren komt. Het betreft hier het gedicht ‘Sonnet van het terloopse rijm’ waarin niet alleen deze vaste versvorm bedreven wordt maar waarin ook een mening schuilgaat over rijm en vaste vormen, kritiek op het vrije vers en de twijfel van de dichter aan zijn eigen uitspraken.

.

Sonnet van het terloopse rijm

.

veel dichters hebben zich bekwaamd

in het afbreken van zinnen

dan kan wie voor het rijm zich schaamt

snel een volgend vers beginnen

.

waardoor van eindrijm hoegenaamd

niets wordt gemerkt, wat binnen

dichterskringen – veronaangenaamd

door rijmnood – snel veld zal winnen

.

nu het toch al niet betaamt

zich op de rijmkunst vast te pinnen

veel van wat heden wordt uitgekraamd

.

moeten zij die poëzie beminnen

haten al wordt het zelden beaamd

of zeg ik dit uit kinnesinne?

.

%d bloggers liken dit: