Site-archief

Gedeelde smart

Lévi Weemoedt, dichter van de maand

.

Van de dichter van de maand februari, Lévi Weemoedt, koos ik vandaag een gedicht uit zijn debuutbundel ‘Geduldig lijden’ uit 1977 getiteld ‘Gedeelde smart’.

.

Gedeelde smart

.

De hond ligt zachtjes snikkend in zijn mand;
droef peinst zijn baasje bij een glas genever.
Er hangen duizend boeken aan de wand:
’t Geluk was hier bepaald geen gulle gever.

Op straat waaien geluiden van een feest:
een schrille lach; er valt een glas aan scherven.
Maar binnen zingt het wenen van het beest
en zit zijn baas al uren te versterven.

Ik wed nu dat geen sterveling ooit raadt
wie nu die twee zo bitter treuren laat.

Maar stuur toch in: wat aanspraak doet ons goed.
Wij zien uw brief vol wanhoop tegemoet.

.

Advertenties

Feest

Geluk dat kan wel jaren duren

.

In 2000 publiceerde uitgeverij Prometheus in de Ooievaar reeks de verzamelbundel ‘Geluk dat kan wel jaren duren’ het huwelijk in honderd gedichten. Ik ben een groot fan van verzamelbundels en bloemlezingen juist omdat er zoveel verschillende dichters in vertegenwoordigd zijn.

In dit geval dus rond het thema het huwelijk. Gedichten van dichters uit de 19e tot de (bijna) 21ste eeuw. Van luchtige, light verse gedichten tot zeer serieuze werkjes. Ik koos uit deze bundel voor twee wat kortere gedichten van Judith Herzberg en Anton Korteweg.

.

Hij deed zijn best 

.

Hij deed zijn best maar in acht jaar

niet veel geluk gehad met haar.

Thuis van zijn werk was zij óf weg óf boos

haar dood verbeterde hun huwelijk eindeloos.

 

(Judith Herzberg)

.

Feest

.

Ik moest de Hema in. Voor vruchtentaart.

Goed en goedkoop. Want junior verjaart.

Als je nou kijkt wat daar los loopt aan vrouw

dan wil ik wel naar huis. Naar die van jou.

 

(Anton Korteweg)

.

Zie de maan

Ongerijmde rijmen

.

In 1954 publiceerde Het Spectrum in de Prismareeks de bundel ‘Ongerijmde rijmen’ – een blik in de speelkamer van muzen en poëten waarin de muzen soms in haar hemd en de poëten op kousevoeten verschijnen en dientegevolge een sfeer van ongedwongen hartelijkheid en hatelijkheid heerst welke geest en harte verfrist en alle plechtigheid verjaagt uit vijf eeuwen Nederlandse poëzie -.

Michel van der Plas stelde deze bundel samen met humoristische poëzie. Een bron van vermaak, juist omdat er zoveel onbekende dichters in staan met soms heel fraaie gedichten en rijmen. In verschillende hoofdstukken met titels als ‘Onwaarschijnlijke verhalen’, ‘Waarschijnlijker verhalen’, ‘Verzuchtingen, ontboezemingen, uitvallen’ en ‘Kolder, kolder, kolder’ staan meer dan 250 gedichten van vroeger en nu (tot 1954). Van hele korte grafschriften zoals die van De Schoolmeester: Wandelaar, om u de waarheid te zeggen, U kunt zo moei van ’t loopen niet zijn als ik van ’t leggen.

Ik koos voor een gedicht met een variatie op een Sinterklaasliedje van de mij volledig onbekende dichter Dop Bles (Rotterdam 1884 – Den Haag 1940)

.

Zie de maan

.

Zie de maan schijnt door de boomen,

en de boomen naast elkaar

staan met lusteloos gebaar

wachten of geen mensch zal komen

met een touw

om zich gauw

aan een tak wat op te hangen,

om wat hooger stil te droomen:

’t heerlijk avondje is gekomen.

.

Poëzie en humor

Funny Poems top 10

.

Humor en poëzie, gaan ze wel samen? Voor een groot deel van de dichters waarschijnlijk niet en voor een ander deel waarschijnlijk wel. Plezierdichters, light verse dichters en cabareteske of liedtekstdichters maken graag en regelmatig gebruik van humor in hun poëzie maar ook serieuze dichters willen nog wel humor in hun gedichten verwerken.

Iemand als Drs. P. was een mooi voorbeeld van iemand die serieuze zaken op een humorvolle manier in zijn poëzie wist te verwerken. Maar ook dichters als Willem Wilmink, Kees Stip, Ivo de Wijs en Driek van Wissen mochten graag de kwinkslag in hun poëzie door laten klinken.

Ook in het Engels taalgebied zijn er voorbeelden van. Op de website http://www.tweetspeakpoetry.com/2013/08/29/top-10-funny-poems/ staat een leuke top 10 van funny poems met een aantal links naar nog meer humor in poëzie. De nummer 1 op de lijst is William Shakespeare wat maar aangeeft dat, wat mij betreft, poëzie en humor heel goed samen kunnen gaan.

Hier een Nederlands en een Engels voorbeeld.  Het eerste is een Ollekebolleke van Drs. P. en het tweede is van Francesco Marciuliano uit: ‘I could pee on this: and other poems by cats’.

.

Hoog hè, die berg daarginds.
Wil je zijn naam weten?
Po…eh…popo…wacht…
Popókattepel

Nee, senor, wij zeggen
Popocatèpetl
Ja dat bedoel ik
Maar hoog is hij wel

 

I could pee on this

Her new sweater doesn’t smell of me
I could pee on that
She’s gone out for the day and
left her laptop on the counter
I could pee on that
Her new boyfriend just pushed
my head away
I could pee on him
She’s ignoring me ignoring her
I could pee everywhere
She’s making up for it
by putting me on her lap
I could pee on this
I could pee on this

.

tweetspeak

Tienkamper en Ijsland

Poëzie is overal

.

Dat poëzie overal te vinden is roep ik al jaren. Nou ja dat schrijf ik vooral op dit blog. In de zaterdag Volkskrant van een week geleden las ik twee voorbeelden van poëzie waar je ze misschien niet meteen verwacht.

Het ene gedicht (light verse) was van Tienkamper en dichter Theo Danes en stond bij een artikel over, wat de koningin van de Olympische Spelen in Rio de Janeiro moet worden, Daphne Schippers.

.

Prioriteiten

.

Gisteren kreeg ik bezoek

van Nymfomane stripper

Ga weg, zei ik, laat aan die broek

want straks loopt Daphne Schippers

.

Het andere gedicht las ik in een artikel over de Brexit en de gevolgen daarvan voor Engeland en de Engelsen. In Groot Brittannië wordt de Ijslandse dichter Ingibjorg Haraldsdottir (1942) tegenwoordig veel geciteerd en dan met name het volgende gedicht ‘Vrouw’.

.

Vrouw

Als alles is gezegd

als de wereldproblemen

zijn ontleed, besproken en geregeld

komt er altijd een vrouw

om de tafel op te ruimen

de vloer te reinigen  en de ramen te openen

om de sigarenrook eruit te laten

reken daar maar op

.

Het origineel is uit 1983 en is getiteld ‘Kona’.

 Kona

Þegar allt hefur verið sagt
þegar vandamál heimsins eru
vegin metin og útkljáð
þegar augu hafa mæst
og hendur verið þrýstar
í alvöru augnabliksins
– kemur alltaf einhver kona
að taka af borðinu
sópa gólfið og opna gluggana
til að hleypa vindlareyknum út.
Það bregst ekki.
.
theodanes_foto_nieuws

ingibjorgharalds

DS

Stadsdichter Maassluis

Jaap van Oostrom

.

Op donderdagavond 23 juni werd  in Buurtcentrum De Hooftzaak Jaap van Oostrom verkozen tot de allereerste stadsdichter van Maassluis. Hij heeft gewonnen van acht andere kandidaten die ook in de race waren voor de titel. De jury  bestond uit een bezoeker van de Hooftzaak Ruud de Goede, de cultuurmakelaar van Maassluis Angela Kok en werd voorgezeten door cultuurwethouder David van der Houwen.

Ik mocht de avond presenteren en voor een volle zaal geïnteresseerden droegen de deelnemers twee gedichten voor. Jaap van Oostrom wist met zijn kenmerkende light verse stijl de jury het meest aan te spreken en werd dan ook gekozen tot de allereerste stadsdichter van Maassluis.

Het stadsdichterschap is voor de periode van een jaar. De stadsdichter moet in dat jaar gevraagd en ongevraagd gedichten schrijven over Maassluis en deze desgevraagd voordragen. Ook worden ze gepubliceerd op Maassluis.nu en worden ze aangeboden aan andere lokale media.

Ooit werd Jaap gegrepen door de poëzie van Toon Hermans. Uit zijn gedichten blijkt dat ook. Licht van toon, woordgrapjes, rijmend maar ook ernstig. Maar ook Willem Wilmink, Jean Pierre Rawie en Annie M.G. Schmidt behoren tot zijn favoriete dichters.  Hieronder een gedicht van zijn website.

.

Dierbare herinnering

.

Op de televisie
in de kamer
staat zij
in zwart-wit,
haar trekken
al vergeeld.

En in de
slaapkamer
is het nachtkastje,
wat zij nog
met hem deelt.

Hij streelt haar
met zachte hand
en kust het
koude glas,

denkend aan
die mooie tijd,
toen zij nog
bij hem was.

.

Jaap van Ooostrom

Foto: David van der Houwen.

Dichter aan huis

Den Haag en Gent

.

Toen ik op mijn huidige adres in Den Haag kwam wonen zag ik op een mooie zondag een groot aantal mensen in de huiskamer van mijn overburen zitten. Op dat moment wist ik niet precies wat er aan de hand was (het waren geen bekende gezichten) maar later begreep ik dat dit één van de adressen was waar het festival ‘Dichter aan huis’ plaats vond.

Vanaf 1991 vond in de oneven jaren het poëziefestival ‘Dichter aan huis’ plaats en in de even jaren de prozavariant ‘Schrijver aan huis’. In 2013 werden beide festivals samengevoegd en bood het programma ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën.

De editie in 2013 was ook helaas de laatste editie. Ondanks dat er ruim 800 deelnemers waren die wandelend en fietsend langs de vijftig locaties in de Archipelbuurt en het Zeeheldenkwartier gingen.

In 2007 was er naast een ‘Dichter aan huis’ in Den Haag ook een editie in Gent. Van deze editie werd, zoals vaker, een bundeltje gepubliceerd. Uit dit bundeltje een gedicht van Luuk Gruwez (eerder gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’ in 2007) met als titel ‘Versterving’.

.

Versterving

.

Als oude mannen over jonge vrouwen kletsen,

dan sijpelt uit hun ooghoeken het fletse licht

van zuigelingen die hun zuigfles missen,

een fopspeen of de tepel van hun moe.

.

Veel meer dan in hun overige lichaamsdelen,

speelt zich haast alles in hun koppen af:

heel dat langdradige en stoffige verleden,

die tamme lusten en die saaie kussen.

.

Als oude venten over jonge vrouwen kletsen,

gaan als vanzelf hun handen wapperen,

hun ogen flakkeren, hun hersens fladderen:

zij hebben eindelijk besloten te beginnen.

.

dichteraanhuis20052

Foto: Diana Ozon

Het mes op de gorgel

C. Buddingh’

.

In een kringloopwinkel in Den Haag heb ik weer een paar mooie vondsten gedaan. Zo kocht ik ‘Het mes op de gorgel’ Gorgelrijmen en andere gedichten van C. Buddingh’ (1918 – 1985). Dit fraaie bundeltje in de zwarte beertjes reeks met een omslagontwerp van Dick Bruna uit 1960 heeft als thema: Nonsens of wat daarvoor door moet gaan.

Op de achterkaft staat te lezen: De Gorgelrijmen van C. Buddingh’, in de tweede wereldoorlog voor het eerst in een clandestiene luxe uitgave verschenen en naderhand talloze malen uitgebreid en herdrukt, behoren stellig tot de meest gelezen hedendaagse Nederlandse poëzie. In deze bundel staan ze voorop, doch ze worden gevolgd door een uitgebreide keuze uit de minder bekende gedichten van dezelfde geestige, speelse en originele poëet.

Uit deze bundel een typisch Buddingh’ rijm ‘De Blobber’.

.

De Blobber

.

De blobber heeft een kop van kalk,

Maar ogen als een neushoornvalk.

.

Hij doet echter graag interessant,

En draagt een bril met gouden rand,

.

Die hij, uit vrees hem te verliezen,

Wanneer hij onverwacht moet niezen,

.

En wijl zijn kop wat steun behoeft,

In zijn halswervels heeft geschroefd,

.

Hetgeen zijn houding tevens iets

Bijzonder statigs geeft, of niets

.

Op deze waereld kan gebeuren

Dat zijn sereniteit kan steuren.

.

gorgel

 

De dichter moet stem worden

Een Magistrale Stralende Zon

.

Poëzie komt in vele vormen en dichters komen in verscheidenheid. De een schrijft in eenzaamheid aan verzen, de ander kwakt iets in alle spontaniteit op papier en kan niet wachten om het aan anderen te laten horen. Voor de een is het publiceren van een eigen bundel het hoogst haalbare, voor de ander telt slechts de performance. Dichters die hun poëzie bijna fluisterend voordragen vanaf het papier versus slamdichters en spoken word dichters.

Het is geen wedstrijd. Voor ieder soort dichter is er ruimte binnen de poëzie. Sommige dichters zijn gezegend met een prachtige pen en voelen zich als een vis in het water voor roerige menigten. Anderen kiezen bewust voor het een of het ander. En dan is er een hele grote groep die beide ambieert.

Voor die laatste groep stond er in het Volkskrantkatern Sir Edmund van 19 september een goed artikel van Aisha Zeijpveld. In dit artikel worden wenken en tips gegeven voor de dichter die graag wil voordragen maar hier of moeite mee heeft of niet precies weet hoe dit te doen.

Wat maakt een gedicht geschikt om voor te dragen? Niet alle gedichten zijn podiummateriaal. Gedichten die iets geestigs of iets aangrijpends hebben doen het vaak goed voor publiek. Maar wees voorzichtig met het opzoeken van de lach, voor je het weet begeef je je op het terrein van de cabaretier en wordt je als dichter niet serieus meer genomen. Een uitzondering hierop zijn de light verse dichters wat mij betreft.

Kies gedichten die een zekere muzikaliteit hebben en herkenbare thema’s (verlangen, liefde, dood) en zorg ervoor dat de gedichten niet te complex zijn. Abstracte, experimentele of hermetische poëzie leent zich nu eenmaal niet goed voor een podium.

Een ander punt is de combinatie publiek en locatie. In een kleine intieme setting kun je je wat subtielere en complexe gedichten veroorloven (ook wat langere) maar sta je in een rumoerige zaal waar je moet concurreren met groepen pratende mensen of een koffiemachine kies dan voor meer verstaanbare, stevigere en luidere teksten.

Maar kijk ook inhoudelijk naar de gedichten die je voordraagt. Passen deze bij het publiek dat je verwacht? En natuurlijk ben je als dichter zelf een belangrijke factor van het welslagen van je voordracht. Hoe sta je voor een publiek? Ken je je gedichten uit het hoofd en kun je tijdens de voordracht het publiek goed aankijken of lees je alles voor van papier, slecht articulerend, te snel en murmelend?

Als je hierover van te voren goed nadenkt kan dat je voordracht in positieve zin beïnvloeden.Of zoals in het artikel staat “de dichter moet helemaal opgaan in de poëzie en moet eigenlijk alleen nog maar stem worden”.

Als je als dichter erin slaagt je gedichten die toon, muzikaliteit, sfeer en schwung mee te geven dat ze gaan zingen dan kan het gebeuren dat de vonk overspringt en er die magische sfeer ontstaat waar je op hoopt. Dat zijn voor de dichter en het publiek de bevredigendste optredens, waarin iedereen één wordt met het gedicht.

Natuurlijk sluit ik dit stuk af met een gedicht, van een dichter die niet alleen de pen maar vooral ook het podium beheerste. Johnny van Doorn. Uit: ‘De tijdgeest’ van Johan van der Keuken het gedicht ‘Een magistrale Stralende Zon’.

.

johnny1-1

.

Ongehoord!

Quirien van Haelen

.

Op zijn website http://quirien.com/ kun je zijn biografie in meerdere vormen lezen. Ik volsta hier met: zijn werkelijke naam is Frits Criens jr. (1981), sinds 2001 publiceert hij gedichten en schrijft hij voor o.a. MTV en BNN. In de dikke Komrij van 2004 is hij als jongste dichter opgenomen. Quirien schrijft Light Verse en omdat morgen het Ongehoord! podium in de bibliotheek van Rotterdam weer een editie beleeft het volgende gedicht van zijn hand.

.

Held

.

Hij keek bezeten, ziekelijk, gestoord

Alsof hij net nog iemand had vermoord

Vandaar dat ik hem maar niet tegensprak

Toen hij mijn zonnebril in tweeën brak

Maar in mijn hart vond ik het Ongehoord

.

Quirien

logo_nieuw

%d bloggers liken dit: